100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting ontwikkelingspsychologie

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
34
Geüpload op
12-09-2020
Geschreven in
2019/2020

Een samenvatting van het vak ontwikkelingspsychologie van de hogeschool Karel de Grote. Dit vak situeert zich in de tweede periode van het eerste jaar.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
12 september 2020
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Ontwikkelingspsychologie
 Leerstof:
- PowerPoint + cursus.
- Oefeningen op canvas.
- Per hoofdstuk leerdoelen gebruiken als checklist.

Hoofdstuk 1: Ontwikkeling van emoties
 Inleiding: zie p. 8.
 Structuur van de emotionele ontwikkeling:
- Vaak term socio-emotionele ontwikkeling omdat emotionele en sociale ontwikkeling
sterk verbonden zijn.
- Emotionele ontwikkeling = evolutie van de eigen emoties + inzicht in de emoties van
anderen. De sociale omgeving zal naast de biologische bepalingen een sterke invloed
hebben op de ontwikkeling van beide factoren.
- Evolutie van de eigen emoties, twee elementen:
 Zelfbewustzijn:
1) Gevoelsleven van de zuigeling:
a) Pasgeborene maakt nog geen onderscheid tussen zichzelf en de
buitenwereld, erg op zichzelf gericht (wel gevoel voor omgeving). Gevoel is
vooral opwinding dat ontstaat door sensomotorische ervaringen die meestal
door lust of onlust gekleurd worden.
b) Na twee maanden mogen we spreken van zekere stemmingen die kunnen
variëren tussen opgeruimdheid en neerslachtigheid.
c) Na drie maanden worden er drie drijfveren onderscheiden die voldaan
moeten worden:
i. Genotsdrang: lust wordt herhaald, onlust vermeden.
ii. Sensatiedrang: kijken en (mond-) voelen.
iii. Activiteitsdrang: speldrang, nabootsingsdrang (van zichzelf en de
andere).
d) Na zes maanden heeft de baby drang om bij anderen te zijn en hierdoor gaan
ze meer gedifferentieerde gevoelens ervaren.
e) Rond één jaar kan het kind vrij goed bepaalde gevoelens lichamelijk
uitdrukken, uitingen zoals lachen en huilen zijn uitingen van de gevoelens
waar hij op bepaalde momenten mee zit.
f) De peuter ontwikkelt de eerste gevoelens naar de buitenwereld en wil
deelnemen aan het sociale leven:
i. Opnieuw differentiatie: verwondering, twijfel, sympathie, …
ii. Eerste zelfbewustzijn dat leidt tot koppig, agressief of brutaal gedrag
maar ook affectief gedrag.
iii. Directe uitingen op wat zich in zijn omgeving voordoet.


1

,2) Gevoelsleven van de kleuter:
a) Confrontatie met de buitenwereld.
b) Ontwikkeling van het Ik-beleven:
i. Brengt consequenties mee naar gevoelens over eigen bezit en dat van
anderen alsook naar het eigenmachtsgevoel.
ii. Egocentrisme is een bijzonder kenmerk van deze periode. Zoals hij
voelt en denkt, zo voelen en denken ook de anderen. Komt tot uiting
in spel, fantasie, motieven voor gedrag, …
c) Uitbreiding van sociale contacten en gevoelens:
i. Leeftijdsgenoten van uiteenlopende aard, afkomst en cultuur die vaak
heel anders opgevoed worden. Het samenspelen is nog functioneel
bepaald aangezien er nog maar een beginnend empathisch vermogen
is. Ze kunnen elkaars gedrag wel sterk beïnvloeden: actie en rectie
bepalen hun gedrag in de toekomst.
ii. Gezag van kleuterleidster wordt vaak boven dat van de ouders
geplaatst door de kleuters. Ze is een vertrouwensfiguur voor de
kinderen en door het veelvuldige contact merkt ze vaak als eerste op
wanneer er iets met de kleuters aan de hand is.
d) Prestatiedrang en initiatiefname:
i. Rond drie à vier jaar prestaties vergelijken met die van anderen.
ii. Meisje wil vooral goedkeuring en lof te horen krijgen, voor een jongen
staan vooral prestaties centraal.
iii. Belangrijk dat ze opgavenbewustzijn verwerven waarbij ze
onderscheid moeten leren maken tussen wat ze willen bereiken en
wat ze verwachten te zullen bereiken. Hierbij moet het kind geholpen
worden in het stellen van haalbare doelstellingen, anders
overschatting  mislukking  zelftwijfel  vaak overcompensatie.
3) Het gevoelsleven van het lagere schoolkind:
a) Eigen prestaties beoordelen, nieuwe reeks gevoelens. Schrijven en lezen zijn
vaardigheden waarbij men beoordeeld wordt op het kunnen en niet alleen
meer op de inzet.
b) Gevoelens over zelf: zelfwaarde (sterk verbonden met prestaties en wat de
buitenwereld ervan denkt), geldingsdrang en vitaliteit, …
c) Gevoelens naar anderen: spot, bewondering, leedvermaak, ijverzucht, …
d) Stemmingen wisselen nog gemakkelijk maar ze zijn duurzamer.
e) Emoties nog eigengericht, eigenmachtsgevoel, levensgevoel.
f) Samenvattend: uitbreiding van vooral sociale gevoelens en het ontstaan van
morele gevoelens, ze komen meer samen voor ook al zijn ze tegenstrijdig.




2

, Emotionele zelfregulatie:
1) De strategieën die we gebruiken om onze emoties aan te passen tot een
comfortabele intensiteit zodat we onze doelen kunnen bereiken (bv. stress  te
veel stress is niet goed  strategieën om stress te verminderen).
2) Prefrontale cortex speelt belangrijke rol in de vaardigheid om emoties te
controleren.
a) Nauwelijks ontwikkeld bij baby’s dus geen mogelijkheid om gevoelens te
controleren.
b) Ontwikkeling van taak en die leren gebruiken is ook belangrijke factor. Lagere
schoolkind is in staat om onderscheid te maken tussen probleemgerichte
coping en emotiegerichte coping.
c) Rond 12 jaar periode van synaptische groei dus beter emoties controleren.
d) Rond 17 jaar opnieuw periode van synaptogenese maar deze keer in de
temporale hersenzonde wat er zou op wijzen dat er meer verbanden gelegd
worden in het taalgebied waardoor de adolescent meer in staat is om
complexe emoties om te zetten in taal.
- Evolutie van het inzicht in emoties van anderen:
 Temperament: hoe hevig de prikkels van binnen of van buiten uit zijn en hoe hevig er
mee omgegaan wordt gestuurd door het temperament en geeft ook aan hoe hevig
we emoties zullen voelen of er op reageren.
 Social referencing:
1) Doelbewust zoeken naar informatie over de gevoelens van anderen om
onduidelijke omstandigheden en gebeurtenissen te kunnen plaatsen. Bv. kind
speelt met iets en kijkt naar mama, indien ze walging toont zal het kind er korter
mee spelen en er waarschijnlijk in de toekomst niet meer mee spelen.
2) Het is nog niet echt duidelijk of social referencing mogelijk is:
a) Doordat baby’s dezelfde emotie gaan ervaren als ze een
gezichtsuitdrukking waarnemen, war zou verwijzen naar een vroege vorm
van empathie.
b) Dat hij enkel de nodige informatie haalt uit deze gezichtsuitdrukking: vb.
die blik betekent dat ik er maar best mee stop.
3) Zie stil face experiment dia 22.
 Empathie:
1) Een emotionele respons die correspondeert met de gevoelens van een andere
persoon.
2) Empathic distress: een gevoel van onbehagen dat je ervaart wanneer je getuige
bent van een situatie die voor een ander pijnlijk, gênant, eng … is. Uit onderzoek
blijkt dat baby’s hier reeds een vorm van vertonen, maar het gedrag dat baby’s
stellen bij het voelen van dit onbehagen is echter een reactie op het eigen gevoel
en geen emotionele respons ten aanzien van de ander.



3

, 3) Op twee jaar: eerste sporen van empathie; emotionele signalen opvangen (bv.
peuter gaan troosten).
4) Spiegelneuronen: als we iemand een bepaalde handeling zien uitvoeren (bv. kind
optillen) vuren deze spiegelneuronen alsof ze zelf de handeling verrichten. Zie p.
18.
 Theory of mind (ToM):
1) Het besef dat andere opvattingen, verlangens en emoties kunnen hebben die
verschillen van jezelf. Deze cognitieve vaardigheid stelt je in staat je te
anticiperen op het gedrag en de gevoelens van anderen.
2) Hoe kom je erachter wat iemand anders denkt?
a) Ben je ervan bewust dat andere mensen denken?
b) Ben je ervan bewust dat iemand “anders” denkt?
c) Hou je rekening met de gedachten van iemand anders.
 Role-taking:
1) Het kennen van interne factoren die het gedrag bepalen.
2) Belangrijke stap in ontwikkeling van theory of mind:
a) 18 maand: mental states
b) 3-4 jaar: private self is niet hetzelfde als public self:
i. Biologische voorwaarden
ii. Imitatiespel
iii. “Doe-alsof” spel: hierdoor ontdekken ze dat je iemand om de tuin kan
leiden met gespeelde emoties (gedrag is niet altijd meer een
rechtstreekse uiting van wat men voelt!).
iv. Gesprekken met oudere kinderen en volwassenen.
3) Proces in vijf fasen Selman: Zie voorbeelden Holly dia 28 - 33
a) Egocentrisch of ongedifferentieerd perspectief (0 – 5 jaar):
i. Kinderen zijn onbewust van het andere perspectief (egoïstisch).
ii. Bv. als ik aan jou haren trek vind ik dat fijn, dus jij ook.
b) Informationeel perspectief (6 – 8 jaar):
i. Kinderen kunnen inzien dat anderen andere perspectieven hebben
dan zijzelf maar denken dat dat komt omdat zij andere informatie
hebben.
ii. Bv. ik deed het niet expres.
c) Zelf-reflectief perspectief (8 – 10 jaar):
i. Bewust dat andere perspectieven kunnen hebben ook al hebben ze
dezelfde informatie, maar ze kunnen het niet tegelijk in acht nemen.
ii. Bv. ik ga jou pesten, ik heb daar plezier aan, pas achteraf bedenken
wat de gevolgen voor de andere kan zijn.




4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
DieterTampere TSO
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
85
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
77
Documenten
23
Laatst verkocht
3 maanden geleden

4,4

13 beoordelingen

5
5
4
8
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen