(bloedplaatjes) en hun
afwijkingen
06-03-2025
Bloedplaatjes (trombocyten) zijn nauw verwant aan rode bloedcellen, omdat ze
1. afkomstig zijn van een gemeenschappelijke voorlopercel in het beenmerg.
2. allebei geen celkern bevatten. Ze bevatten dus geen DNA.
Hier zie je een beeld van een patiënt met ernstige trombocytopenie (= sterk verlaagd
aantal bloedplaatjes). Op de huid zijn kleine, puntvormige bloedingen zichtbaar, ook wel
petechiën genoemd. Dit is een klassiek en herkenbaar teken van een diepe
trombocytopenie.
Pluripotente
hematopoëtische Mature
stamcel bloedelementen
2 Hematologie, Inwendige Geneeskunde
Bloedplaatjes en rode bloedcellen ontstaan uit dezelfde voorlopercel in het beenmerg:
de megakaryocytaire-erytropoëtische precursor (MEP). Deze splitst in:
• MkP= Megakaryocyte Precursor → megakaryoblast → bloedplaatjes
• ErP= Erytrocytaire Precursor → erytroblast → rode bloedcellen
1
, Productie van bloedplaatjes
• HSC > megakaryoblast > megakaryocyt
• Endomitotische synchrone nucleaire
replicatie (DNA-replicatie zonder
mitose)
• Polyploïde kern
• Zeer groot cytoplasma
• Demarcatiemembraan > proplatelets >
platelets
• 1000-5000 blpl/ megakaryocyt
• 1-3 x 1011 bloedplaatjes/d (10x mogelijk)
• Regulatie:
• thrombopoietine (TPO) (lever)
• Receptor: MPL op megakaryocyten
en bloedplaatjes
Trombopoëse = aanmaak van bloedplaatjes
• Hoge productie: 10¹¹ bloedplaatjes per dag, dat is 10 keer minder dan de
erytropoëse (2 x 10¹¹ rode bloedcellen per dag) maar nog steeds hoog!
• Grote reservecapaciteit: het lichaam kan de productie tot 10 keer verhogen
wanneer nodig, dat is ook zo bij RBC
• Trombopoëtine (TPO) = de regulator. Dit hormoon is vergelijkbaar met
erytropoëtine (EPO) bij de erytropoëse. TPO wordt in de lever aangemaakt en
bindt aan de MPL-receptor op de voorlopercellen (megakaryoblast).
• HSC (hematopoëtische stamcel) → megakaryoblast ➔ megakaryocyt
Wat maakt trombopoëse zo speciaal? ➔ endomitotische replicatie
Tijdens de rijping van de megakaryoblast tot megakaryocyt gebeurt endomitose. Dat is
een bijzondere vorm van celdeling waarbij de cel geen mitose doet. Hierdoor deelt de
cel zich niet, maar verdubbelt haar DNA wel.
Celcyclus Bij klassieke mitose Bij endomitose
G1-fase Ja Ja
S-fase = DNA verdubbelt Ja Ja
G2-fase Ja Ja
M-fase = mitose = splitsen Ja Nee!
2
,Dit leidt tot polyploïdie = meerdere sets chromosomen in een cel.
o Normale mitose: diploïd (2n) = elk chromosoom 2 keer (1 van elke ouder)
o Endomitose: polyploïd= elk chromosoom x aantal keer
bv. 4n = 4 sets van elk chromosoom, 8n is 8 sets, 16n is 16 sets, …
Het resultaat is een zeer grote megakaryocytcel met een uitgestrekt
cytoplasma en een opvallend grote, meerkernige kern.
Net zoals de RBC hebben volwassen bloedplaatjes geen kern. De manier waarop de
kern verdwijnt is anders: bij erytropoëse wordt de kern letterlijk uit de cel gestoten.
Bij trombopoëse blijft de kern aanwezig in de cel, het cytoplasma zelf wordt afgesnoerd.
A: Megakryocyt met veel kernen en granules
B: Op het einde van het rijpingsproces ontstaan er
demarcatielijnen: een soort interne membranen die het
cytoplasma opdelen in compartimenten.
C: Aan de rand van de cel vormen zich proplatelets
(=uitstulpingen)
D: De proplatelets worden opgesplitst in bloedplaatjes.
De granules zitten mee in de bloedplaatjes.
E: 1 megakaryocyt produceert tussen de 1000 en 5000
bloedplaatjes.
Kern blijft achter in het beenmerg en bloedplaatjes worden vrijgegeven in de bloedbaan.
3
, Levenscyclus van bloedplaatjes
megakaryocyt
• Discoïde vorm 3,0*0,5 µm
• 150-450 109/L
• Levensduur 7-10d
trombocyt
• Verlies
• Plaatjesactivering
• Klaring in reticuloendotheliaal stelsel
(lever & milt)
IN HET BEENMERG: megakaryocyt
• Grootste cellen in het beenmerg
• In hun cytoplasma zie je granules = kleine basofiele korrels
• De kern is opvallend groot en heeft een typische multigelobde vorm.
• De buitenrand lijkt wat rafelig, want de cel laat daar kleine stukjes van haar
cytoplasma los. Die stukjes ontwikkelen zich uiteindelijk tot bloedplaatjes.
Uit één megakaryocyt ontstaan talloze bloedplaatjes.
IN HET PERIFEER BLOED: trombocyt (=bloedplaatje)
• Kleinste cel in het bloed. Slechts enkele micron groot. (je moet niet kennen hoe groot exact)
• Ze dragen nog steeds de basofiele granules van de megakaryocyt, wat je kunt
zien aan hun paarse kleur.
• Geen kern
• In het bloed vinden we normaal gezien tussen de 150.000 en 450.000
bloedplaatjes per kubieke millimeter.
• Korte levensduur: 7-10 dagen, veel minder dan die van RBC (120 dagen).
Hun belangrijkste taak in de bloedbaan is het vormen van een eerste propje bij een
bloeding. Dit noemen we de primaire bloedplaatjes aggregatie of primaire hemostase.
Wanneer bloedplaatjes versleten of beschadigd zijn, worden ze afgebroken in het
reticulo-endotheliaal systeem van de lever en de milt.
4