Thermische energie: installatiecomponenten
Oefeningenles 9
Oefening 1:
1. Wat is de relatieve vochtigheid van lucht met een droge bol temperatuur van 30°C en een
absolute vochtigheid van 8 g waterdamp per kilogram droge lucht? (Gebruik het
psychrometrisch diagram.)
a) 30%
b) 40%
c) 50%
d) 60%
2. Wat is de dauwpuntstemperatuur van lucht op 30°C en een relatieve vochtigheid van 30%?
(Selecteer de dichtstbijzijnde waarde).
a) 0°C
b) 10°C
c) 18°C
d) 30°C
3. Wat is de specifieke dichtheid van lucht met een relatieve vochtigheid van 50% en een natte bol
temperatuur van 14°C?
a) 0.82 kg/m³
b) 0.85 kg/m³
c) 1.18 kg/m³
d) 1.22 kg/m³
4. Wat is de enthalpie van lucht met een droge bol temperatuur van 31°C en een specifiek volume
van 0.88 m³/kg?
a) 42 kJ/kg
b) 51 kJ/kg
c) 58 kJ/kg
d) 65 kJ/kg
5. De specifieke dichtheid van lucht neemt toe met…
a) afnemende temperatuur of afnemende vochtigheid
b) afnemende temperatuur of toenemende vochtigheid
c) toenemende temperatuur of afnemende vochtigheid
d) toenemende temperatuur of toenemende vochtigheid
6. De natte bol temperatuur is nooit hoger dan de droge bol temperatuur.
a) Waar
b) Vals
7. De enthalpie van lucht is onafhankelijk van de droge bol temperatuur wanneer de natte bol
temperatuur gekend is.
a) Waar
b) Vals
, 8. Link de omschrijving met het proces aangeduid op het (vereenvoudigd) psychrometrisch
diagram.
a) Condensatie
b) Evaporatieve koeling
c) Verwarmen bij een constante relatieve vochtigheid
d) Toevoegen latente warmte
e) Toevoegen voelbare warmte
Oefeningenles 9
Oefening 1:
1. Wat is de relatieve vochtigheid van lucht met een droge bol temperatuur van 30°C en een
absolute vochtigheid van 8 g waterdamp per kilogram droge lucht? (Gebruik het
psychrometrisch diagram.)
a) 30%
b) 40%
c) 50%
d) 60%
2. Wat is de dauwpuntstemperatuur van lucht op 30°C en een relatieve vochtigheid van 30%?
(Selecteer de dichtstbijzijnde waarde).
a) 0°C
b) 10°C
c) 18°C
d) 30°C
3. Wat is de specifieke dichtheid van lucht met een relatieve vochtigheid van 50% en een natte bol
temperatuur van 14°C?
a) 0.82 kg/m³
b) 0.85 kg/m³
c) 1.18 kg/m³
d) 1.22 kg/m³
4. Wat is de enthalpie van lucht met een droge bol temperatuur van 31°C en een specifiek volume
van 0.88 m³/kg?
a) 42 kJ/kg
b) 51 kJ/kg
c) 58 kJ/kg
d) 65 kJ/kg
5. De specifieke dichtheid van lucht neemt toe met…
a) afnemende temperatuur of afnemende vochtigheid
b) afnemende temperatuur of toenemende vochtigheid
c) toenemende temperatuur of afnemende vochtigheid
d) toenemende temperatuur of toenemende vochtigheid
6. De natte bol temperatuur is nooit hoger dan de droge bol temperatuur.
a) Waar
b) Vals
7. De enthalpie van lucht is onafhankelijk van de droge bol temperatuur wanneer de natte bol
temperatuur gekend is.
a) Waar
b) Vals
, 8. Link de omschrijving met het proces aangeduid op het (vereenvoudigd) psychrometrisch
diagram.
a) Condensatie
b) Evaporatieve koeling
c) Verwarmen bij een constante relatieve vochtigheid
d) Toevoegen latente warmte
e) Toevoegen voelbare warmte