ASSESSMENTTHEORIEEN
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE INTRODUCTIE
1. INDRODUCTIE OP ASSESSMENT
Begrippen:
• Psychodiagnostiek = synoniem assessment (vroeger noemde vak zo)
• Diagnose: vooral gebruikt in klinische psychologie/psychiatrie → vormen van assessment gebruiken om tot
diagnose te komen en zo tot indeling in psychiatrische categorieën
o Kwalitatief, medisch model
o Gaat verder dan assessment
• Psychologisch testen: manier/methode om aan assessment te doen (nl. via een test)
o Enger begrip want niet de enige manier (vb. kan ook via interview)
• Psychologische evaluatie: synoniem assessment, veel in Franse wereld gebruikt
• ! Psychometrie: mathematische modellen om data van psychologische instrumenten om te zetten
o Twee grote modellen: IRT en factoranalyse
• Assessment: meest brede term om alle mogelijke van menselijke kenmerken in kaart te brengen
1.1 DIAGNOSTIEK IN DE PSYCHOLOGIE
Definitie v/h beroep van psycholoog volgens de Belgische Psychologencommissie: …een beroep dat zich richt op:
• Evaluatie van (= wat zijn de kenmerken v/d persoon en context?)
o Assessment als basiscomponent v/d psychologie als toepassing want we maken impliciet
voortduren beelden van andere personen en onszelf (→ we doen voortdurend aan assessment)
o Werken als psycholoog = eerst assessment maken van persoon (wat is er aan de hand/wat is de
context…?)
o Ligt aan de basis van evidence based werken en scientisct practicer model
▪ vertrekken van expliciete vorm van assessment en op basis daarvan nadenken welk advies
je moet geven / welke therapie geschikt is / wie je moet aanwerven / …
o Assesssment in begin maar moet ook een eindpunt zijn! (was advies productief?/heeft therapie
gewerkt?...) → te weten komen wat wel/niet werkt
• Interventie in
• Onderzoek naar en ontwikkeling van methoden voor evaluatie van en interventie in en
• Disseminatie van informatie over menselijk gedragsmatig en mentaal functioneren obv de
wetenschappelijke discipline van de psychologie
1.2 ENKELE GANGBARE DEFINITIES
= diagnose (Grieks) --> 2 basiscomponenten = onderscheiding en beslissing
• Wanneer we aan assessment doen maken we onderscheidingen tussen mensen in termen van PH,
psychopathologie, intelligentie etc
• EN obv dit nemen we een beslissing (bv: gaan we die aannemen?), geven we advies
DUS definitie diagnose = onderscheidingen maken op een zo wetenschappelijk mogelijke manier met het oog
op advies voor of het nemen van beslissingen
Andere definities diagnose:
1
,• De Bruyn: systematisch beslissingsproces waarin verschillende theoretische EN empirische
onderzoekslijnen samengebracht worden
o Combinatie van theoretische en empirische onderzoekslijnen
o We gaan een theorie ontwikkelen rond het probleem
• De Zeeuw: individuele verschillen tussen mensen vaststellen om deze kennis toe te passen op het enkele
individu, de persoon ten dienste van zijn of haar belang in persoonlijk of maatschappelijk opzicht
→ kritiek:
o Te eng omdat ze zegt dat het enkel gaat om individuele verschillen ts. mensen
▪ assessment is breder dan dit (maar voor grootste wel individuele verschillen)
• gaat bv ook over assessment van groepen (cfr. bedrijfspsychologie = interesse in
ethisch/organisatieklimaat in de groep) of van context (vb. OZ naar hoe mensen hun
omgeving percipiëren en welke kenm er voor zorgen dat mensen hun omgeving wel/niet
aangenaam vinden → belangrijk voor ruimtelijke ordening)
o ‘De persoon ten dienste zijn in zijn/haar belang in persoonlijk of maatschappelijk opzicht’
▪ In eerste instantie persoonlijk maar contexten mogelijk waar je wensen van persoon gaat
overrulen in belang v/d maatschappij (vb. uitspraken over wat is de kans op recidive bij pedofilie
= belang in maatschappij)
• Van Aarle: op wetenschappelijk verantwoorde wijze verzamelen van informatie omtrent de persoon EN
zijn omgeving met het oog op het nemen van beslissingen
o Info over persoon EN omgeving → context waarin individuele kenm. tot stand komen is belangrijk
o Psychologen hebben neiging om veel gedrag toe te schrijven aan individu (kenm in persoon) maar
gedrag niet enkel afhv van persoonlijke structuren
▪ menselijk gedrag begrijpen = kijken naar individue EN omgeving
• Walsh en Betz: proces van hulp bieden aan personen met hun vragen en problemen
o Gaat over informatieverzameling, begrijpen van die informatie, integreren van de info tot een
oordeel en advies, interventie om het probleem op te lossen
o Zien assessment/diagnostiek en interventie als 1 geheel
o geen breed gedeelde visie → wat je vaststelt en hoe je er mee omgaat zijn 2 verschillende dingen
▪ (niet bv 1 behandeling voor depressie)
• Jäger en Petermann: wetenschappelijke discipline die methoden ontwikkelt en toepast om relevante
kenmerken van personen, groepen, situaties, instituties en zelfs voorwerpen vast te stellen, die
vervolgens in een oordeel geïntegreerd moeten worden
o Niet alleen personen maar ook groepen, situaties, intuïties en zelfs voorwerpen
o Discussie: zien assessment als afzonderlijke wetenschappelijke discipline ( meeste zien dit als
onderdeel van psychologie waar methoden uit psychologie worden gebruikt)
• Drenth en Sijtsma: een psychologische test of vragenlijst is “… een systematische procedure om
gedragingen te classificeren of te meten. Hij stelt in staat om een bewering te doen over een theoretisch
attribuut of latente trek van personen of over niet-test gedragingen, bijvoorbeeld, criteriumgedrag, adhv
objectief vastgestelde antwoorden op een aantal items. De betekenis van deze antwoorden wordt
duidelijk door ze te vergelijken met een representatieve steekproef, of binnen de persoon in de loop van
de tijd of op verschillende tijdstippen”
o Enge definitie: focust ALLEEN op psychologische instrumenten (vragenlijsten/testen)
▪ Sterkte van deze instrumenten = proberen objectief te zijn
• mensen in zelfde context dezelfde vragen stellen (= gestandaardiseerd)
• => resultaten vgl met normgroep of persoon zelf over verschillende tijdstippen
=> verschillen worden betekenisvol
o Latente trek zie je niet direct, we leiden het af uit gedrag (vb. intelligentie)
o Ook geïnteresseerd in de niet-test gedragingen (bv bij matrixredeneren is men NIET
geïnteresseerd in wat ze op test zelf doen, maar WEL de gedragingen errond (bv. foutcorrectie)
• EFPA Board of Assessment: The Board agreed a definition of assessment as a “systematic method or
2
, procedure for ascertaining the psychological characteristics of an individual or group of individuals, or the
performance of an individual or group of individuals”. The Board emphasizes that it intends a broad view
of ‘psychological characteristics’
o Broad view = brede interpretatie van psychologische kenmerken (mentale representaties) of prestaties
(observeerbaar gedrag) v/e groep of van een individu
o Focust op typical performance = hoe gedraagt de persoon zich typisch?
( maximal performance = wat kan de persoon maximaal --> vb. intelligentietesten)
1.3 DRIE GROTE PRAKTIJKVELDEN
1. Klinische en gezondheidspsychologie
- Is er sprake van een psychiatrische stoornis?
- Wat is de draagkracht/last van een persoon?
2. Personeels-, Beroepskeuze, Arbeids- en Organisatiepsychologie
- Voldoet de kandidaat aan de functie-eisen? → selectie
- Heeft de arbeidsorganisatie een goed ‘sociaal klimaat’?
3. Onderwijspsychologie
- Is er sprake van een hoge begaafdheid? (bv. kind dat niet goed functioneert op normale school)
→ voor al deze vragen heb je assessment nodig!!
Probleem: mensen denken van zichzelf dat ze intelligenter zijn dan in werkelijkheid
• Men vindt dat intelligentietesten niet goed meten, dat het hun kunnen onderschat
o In praktijk maakt zo een IQ-test inderdzad fouten
▪ MAAR zowel fouten in de zin van overschatten als onderschatten
▪ mensen ervaren alleen dat we aan de onderkant fouten maken (nog nooit iemand die
zei ‘da kan ni ze da ik zo een hoog IQ heb’)
2. INTELLIGENIE: GESCHIEDENIS, ASSESSMENT EN DROGREDENERINGEN
intelligentie (=mentale vaardigheden): lang bij stilstaan want het is een belangrijk kenmerk dat een grote
rol speelt in heel veel domeinen v/h leven
• De nomothetische spanwijdte (waar het begrip mee samenhangt) is het grootste voor het
intelligentiebegrip
• Heel omstreden begrip en er zijn ook foute interpretaties over gemaakt (niet alleen door leken, ook
heel wat psychologen kennen dit domein niet goed)
• Theoretische kader dat we hebben ontwikkeld om aan assessment te doen is in belangrijke mate tot
stand gekomen obv wat we hebben gevonden en welke foute we hebben gemaakt in het
intelligentiedomein
Opsplitsing
- 1) typical performance tests (hoe mensen typisch zijn/hoe ze zich nu voelen)
- geen goed/fout antwoord
- 2) maximum performance tests
- Goed antwoord bestaat
- Vb. examens
- Intelligentie is het maximum performance construct bij uitstek!
3
, GRONDLEGGERS
Huarte de San Juan
• Spaanse arts uit de 16de eeuw die het boek ‘Examen de ingenios para las ciencias’ (= the examination of
wits) schreef
o Beïnvloedde met dit boek mensen zoals Bacon, Hume, Kant, Rousseau, Chomsky, Galton,…
o Zijn inzichten in interindividuele verschillen in intelligentie vormen nu nog altijd de
basisonderscheidingen
• Onderscheid gemaakt tussen drie grote mentale vaardigheden
▪ 1) begrijpen
▪ 2) geheugen = gekristalliseerde intelligentie: wat je hebt geleerd en meegemaakt
toepassen op probleem
▪ 3) Verbeelding = vloeiende intelligentie: vermogen om nieuwe problemen op te lossen,
logisch te redeneren en patronen te herkennen zonder voorafgaande kennis
• Ingebed in sociale context waar sociale vragen werden gesteld
o Spanjaarden gingen naar nieuwe wereld en dacht ‘dit is ook van ons’
▪ Gevolg: Spaanse rijk plots heel groot => explosie aan jobs die ingevuld moesten worden =>
mensen met de geschikte competenties nodig
• Je zat in een context waarbij veel nood was aan manieren om te identificeren wie
welke job kon doen + enorme explosie v/e intellectuele dynamiek (gouden tijdperk)
• Spaanse gouden tijdperk: wetenschappelijke en culturele ontwikkelingen tijdens heerschap van Philip II
o 1. Grootste bib te wereld (toen)
o 2. Wetenschappers uit verschillende landen kwamen samen
o 3. De academie van mathematiek werd opgericht (1582)
o 4. Intellectuelen werden beschermd door de monarch
o 5. Het juridisch systeem verbeterde en oefende een invloed uit op de rest van de wereld
• Ging er van uit dat intelligentie biologisch verankerd was obv. humorentheorie
o Humorentheorie = verhouding tussen basissappen (bloed, gele gal, zwart gal en slijm (=flegma))
en intelligentie (FOUT)
o Niet puur biologisch want zei dat er verbetering mogelijk was door training
• Huarte’s pogingen om mensen te matchen met hun job is de origine van de hedendaagse jobcounseling
Sir Francis Galton (neef van Darwin!)
• Bijdrage aan statistiek
o “Whenever you can count” = je moet waar mogelijk kwantitatieve metingen gebruiken om
fenomenen te begrijpen
▪ toen revolutionair omdat het de basis legde voor de kwantificering v. psych. fenomenen
o begrip correlatie bedacht om de sterkte van de relatie ts. 2 variabelen te kwantificeren
▪ Veel dingen binnen intelligentiedomein kunnen/mogen we niet exp onderzoeken (want
onethisch) => we zijn afhankelijk van correlaties (=samenhangingen)
• Brede bijdragen (meteorologie, Scotland Yard, onderzoek in Afrika)
• Darwin’s theorie (die stelt dat er wijdverspreide individuele verschillen zijn in het fysieke domein als
gevolg van evolutieprocessen) toegepast op individuele verschillen binnen de mens op mentale of
psychologisch niveau
o Sterke nadruk op genetische component van intelligentie: mensen verschillen biologisch en dit
kan je vaststellen → intelligentie vaststellen obv hersengrootte en efficiëntie v/h zenuwstelsel
• Intelligentie = “overall constitutional fitness”
o Intelligentie aangeboren en hangt samen met algemene biologische geschiktheid (niet enkel een
mentale capaciteit maar ook gerelateerd aan fysieke en erfelijk eig.)
o OZ naar people of evidence (=mensen die goed functioneren in belangrijke rol van maatschappij):
4
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE INTRODUCTIE
1. INDRODUCTIE OP ASSESSMENT
Begrippen:
• Psychodiagnostiek = synoniem assessment (vroeger noemde vak zo)
• Diagnose: vooral gebruikt in klinische psychologie/psychiatrie → vormen van assessment gebruiken om tot
diagnose te komen en zo tot indeling in psychiatrische categorieën
o Kwalitatief, medisch model
o Gaat verder dan assessment
• Psychologisch testen: manier/methode om aan assessment te doen (nl. via een test)
o Enger begrip want niet de enige manier (vb. kan ook via interview)
• Psychologische evaluatie: synoniem assessment, veel in Franse wereld gebruikt
• ! Psychometrie: mathematische modellen om data van psychologische instrumenten om te zetten
o Twee grote modellen: IRT en factoranalyse
• Assessment: meest brede term om alle mogelijke van menselijke kenmerken in kaart te brengen
1.1 DIAGNOSTIEK IN DE PSYCHOLOGIE
Definitie v/h beroep van psycholoog volgens de Belgische Psychologencommissie: …een beroep dat zich richt op:
• Evaluatie van (= wat zijn de kenmerken v/d persoon en context?)
o Assessment als basiscomponent v/d psychologie als toepassing want we maken impliciet
voortduren beelden van andere personen en onszelf (→ we doen voortdurend aan assessment)
o Werken als psycholoog = eerst assessment maken van persoon (wat is er aan de hand/wat is de
context…?)
o Ligt aan de basis van evidence based werken en scientisct practicer model
▪ vertrekken van expliciete vorm van assessment en op basis daarvan nadenken welk advies
je moet geven / welke therapie geschikt is / wie je moet aanwerven / …
o Assesssment in begin maar moet ook een eindpunt zijn! (was advies productief?/heeft therapie
gewerkt?...) → te weten komen wat wel/niet werkt
• Interventie in
• Onderzoek naar en ontwikkeling van methoden voor evaluatie van en interventie in en
• Disseminatie van informatie over menselijk gedragsmatig en mentaal functioneren obv de
wetenschappelijke discipline van de psychologie
1.2 ENKELE GANGBARE DEFINITIES
= diagnose (Grieks) --> 2 basiscomponenten = onderscheiding en beslissing
• Wanneer we aan assessment doen maken we onderscheidingen tussen mensen in termen van PH,
psychopathologie, intelligentie etc
• EN obv dit nemen we een beslissing (bv: gaan we die aannemen?), geven we advies
DUS definitie diagnose = onderscheidingen maken op een zo wetenschappelijk mogelijke manier met het oog
op advies voor of het nemen van beslissingen
Andere definities diagnose:
1
,• De Bruyn: systematisch beslissingsproces waarin verschillende theoretische EN empirische
onderzoekslijnen samengebracht worden
o Combinatie van theoretische en empirische onderzoekslijnen
o We gaan een theorie ontwikkelen rond het probleem
• De Zeeuw: individuele verschillen tussen mensen vaststellen om deze kennis toe te passen op het enkele
individu, de persoon ten dienste van zijn of haar belang in persoonlijk of maatschappelijk opzicht
→ kritiek:
o Te eng omdat ze zegt dat het enkel gaat om individuele verschillen ts. mensen
▪ assessment is breder dan dit (maar voor grootste wel individuele verschillen)
• gaat bv ook over assessment van groepen (cfr. bedrijfspsychologie = interesse in
ethisch/organisatieklimaat in de groep) of van context (vb. OZ naar hoe mensen hun
omgeving percipiëren en welke kenm er voor zorgen dat mensen hun omgeving wel/niet
aangenaam vinden → belangrijk voor ruimtelijke ordening)
o ‘De persoon ten dienste zijn in zijn/haar belang in persoonlijk of maatschappelijk opzicht’
▪ In eerste instantie persoonlijk maar contexten mogelijk waar je wensen van persoon gaat
overrulen in belang v/d maatschappij (vb. uitspraken over wat is de kans op recidive bij pedofilie
= belang in maatschappij)
• Van Aarle: op wetenschappelijk verantwoorde wijze verzamelen van informatie omtrent de persoon EN
zijn omgeving met het oog op het nemen van beslissingen
o Info over persoon EN omgeving → context waarin individuele kenm. tot stand komen is belangrijk
o Psychologen hebben neiging om veel gedrag toe te schrijven aan individu (kenm in persoon) maar
gedrag niet enkel afhv van persoonlijke structuren
▪ menselijk gedrag begrijpen = kijken naar individue EN omgeving
• Walsh en Betz: proces van hulp bieden aan personen met hun vragen en problemen
o Gaat over informatieverzameling, begrijpen van die informatie, integreren van de info tot een
oordeel en advies, interventie om het probleem op te lossen
o Zien assessment/diagnostiek en interventie als 1 geheel
o geen breed gedeelde visie → wat je vaststelt en hoe je er mee omgaat zijn 2 verschillende dingen
▪ (niet bv 1 behandeling voor depressie)
• Jäger en Petermann: wetenschappelijke discipline die methoden ontwikkelt en toepast om relevante
kenmerken van personen, groepen, situaties, instituties en zelfs voorwerpen vast te stellen, die
vervolgens in een oordeel geïntegreerd moeten worden
o Niet alleen personen maar ook groepen, situaties, intuïties en zelfs voorwerpen
o Discussie: zien assessment als afzonderlijke wetenschappelijke discipline ( meeste zien dit als
onderdeel van psychologie waar methoden uit psychologie worden gebruikt)
• Drenth en Sijtsma: een psychologische test of vragenlijst is “… een systematische procedure om
gedragingen te classificeren of te meten. Hij stelt in staat om een bewering te doen over een theoretisch
attribuut of latente trek van personen of over niet-test gedragingen, bijvoorbeeld, criteriumgedrag, adhv
objectief vastgestelde antwoorden op een aantal items. De betekenis van deze antwoorden wordt
duidelijk door ze te vergelijken met een representatieve steekproef, of binnen de persoon in de loop van
de tijd of op verschillende tijdstippen”
o Enge definitie: focust ALLEEN op psychologische instrumenten (vragenlijsten/testen)
▪ Sterkte van deze instrumenten = proberen objectief te zijn
• mensen in zelfde context dezelfde vragen stellen (= gestandaardiseerd)
• => resultaten vgl met normgroep of persoon zelf over verschillende tijdstippen
=> verschillen worden betekenisvol
o Latente trek zie je niet direct, we leiden het af uit gedrag (vb. intelligentie)
o Ook geïnteresseerd in de niet-test gedragingen (bv bij matrixredeneren is men NIET
geïnteresseerd in wat ze op test zelf doen, maar WEL de gedragingen errond (bv. foutcorrectie)
• EFPA Board of Assessment: The Board agreed a definition of assessment as a “systematic method or
2
, procedure for ascertaining the psychological characteristics of an individual or group of individuals, or the
performance of an individual or group of individuals”. The Board emphasizes that it intends a broad view
of ‘psychological characteristics’
o Broad view = brede interpretatie van psychologische kenmerken (mentale representaties) of prestaties
(observeerbaar gedrag) v/e groep of van een individu
o Focust op typical performance = hoe gedraagt de persoon zich typisch?
( maximal performance = wat kan de persoon maximaal --> vb. intelligentietesten)
1.3 DRIE GROTE PRAKTIJKVELDEN
1. Klinische en gezondheidspsychologie
- Is er sprake van een psychiatrische stoornis?
- Wat is de draagkracht/last van een persoon?
2. Personeels-, Beroepskeuze, Arbeids- en Organisatiepsychologie
- Voldoet de kandidaat aan de functie-eisen? → selectie
- Heeft de arbeidsorganisatie een goed ‘sociaal klimaat’?
3. Onderwijspsychologie
- Is er sprake van een hoge begaafdheid? (bv. kind dat niet goed functioneert op normale school)
→ voor al deze vragen heb je assessment nodig!!
Probleem: mensen denken van zichzelf dat ze intelligenter zijn dan in werkelijkheid
• Men vindt dat intelligentietesten niet goed meten, dat het hun kunnen onderschat
o In praktijk maakt zo een IQ-test inderdzad fouten
▪ MAAR zowel fouten in de zin van overschatten als onderschatten
▪ mensen ervaren alleen dat we aan de onderkant fouten maken (nog nooit iemand die
zei ‘da kan ni ze da ik zo een hoog IQ heb’)
2. INTELLIGENIE: GESCHIEDENIS, ASSESSMENT EN DROGREDENERINGEN
intelligentie (=mentale vaardigheden): lang bij stilstaan want het is een belangrijk kenmerk dat een grote
rol speelt in heel veel domeinen v/h leven
• De nomothetische spanwijdte (waar het begrip mee samenhangt) is het grootste voor het
intelligentiebegrip
• Heel omstreden begrip en er zijn ook foute interpretaties over gemaakt (niet alleen door leken, ook
heel wat psychologen kennen dit domein niet goed)
• Theoretische kader dat we hebben ontwikkeld om aan assessment te doen is in belangrijke mate tot
stand gekomen obv wat we hebben gevonden en welke foute we hebben gemaakt in het
intelligentiedomein
Opsplitsing
- 1) typical performance tests (hoe mensen typisch zijn/hoe ze zich nu voelen)
- geen goed/fout antwoord
- 2) maximum performance tests
- Goed antwoord bestaat
- Vb. examens
- Intelligentie is het maximum performance construct bij uitstek!
3
, GRONDLEGGERS
Huarte de San Juan
• Spaanse arts uit de 16de eeuw die het boek ‘Examen de ingenios para las ciencias’ (= the examination of
wits) schreef
o Beïnvloedde met dit boek mensen zoals Bacon, Hume, Kant, Rousseau, Chomsky, Galton,…
o Zijn inzichten in interindividuele verschillen in intelligentie vormen nu nog altijd de
basisonderscheidingen
• Onderscheid gemaakt tussen drie grote mentale vaardigheden
▪ 1) begrijpen
▪ 2) geheugen = gekristalliseerde intelligentie: wat je hebt geleerd en meegemaakt
toepassen op probleem
▪ 3) Verbeelding = vloeiende intelligentie: vermogen om nieuwe problemen op te lossen,
logisch te redeneren en patronen te herkennen zonder voorafgaande kennis
• Ingebed in sociale context waar sociale vragen werden gesteld
o Spanjaarden gingen naar nieuwe wereld en dacht ‘dit is ook van ons’
▪ Gevolg: Spaanse rijk plots heel groot => explosie aan jobs die ingevuld moesten worden =>
mensen met de geschikte competenties nodig
• Je zat in een context waarbij veel nood was aan manieren om te identificeren wie
welke job kon doen + enorme explosie v/e intellectuele dynamiek (gouden tijdperk)
• Spaanse gouden tijdperk: wetenschappelijke en culturele ontwikkelingen tijdens heerschap van Philip II
o 1. Grootste bib te wereld (toen)
o 2. Wetenschappers uit verschillende landen kwamen samen
o 3. De academie van mathematiek werd opgericht (1582)
o 4. Intellectuelen werden beschermd door de monarch
o 5. Het juridisch systeem verbeterde en oefende een invloed uit op de rest van de wereld
• Ging er van uit dat intelligentie biologisch verankerd was obv. humorentheorie
o Humorentheorie = verhouding tussen basissappen (bloed, gele gal, zwart gal en slijm (=flegma))
en intelligentie (FOUT)
o Niet puur biologisch want zei dat er verbetering mogelijk was door training
• Huarte’s pogingen om mensen te matchen met hun job is de origine van de hedendaagse jobcounseling
Sir Francis Galton (neef van Darwin!)
• Bijdrage aan statistiek
o “Whenever you can count” = je moet waar mogelijk kwantitatieve metingen gebruiken om
fenomenen te begrijpen
▪ toen revolutionair omdat het de basis legde voor de kwantificering v. psych. fenomenen
o begrip correlatie bedacht om de sterkte van de relatie ts. 2 variabelen te kwantificeren
▪ Veel dingen binnen intelligentiedomein kunnen/mogen we niet exp onderzoeken (want
onethisch) => we zijn afhankelijk van correlaties (=samenhangingen)
• Brede bijdragen (meteorologie, Scotland Yard, onderzoek in Afrika)
• Darwin’s theorie (die stelt dat er wijdverspreide individuele verschillen zijn in het fysieke domein als
gevolg van evolutieprocessen) toegepast op individuele verschillen binnen de mens op mentale of
psychologisch niveau
o Sterke nadruk op genetische component van intelligentie: mensen verschillen biologisch en dit
kan je vaststellen → intelligentie vaststellen obv hersengrootte en efficiëntie v/h zenuwstelsel
• Intelligentie = “overall constitutional fitness”
o Intelligentie aangeboren en hangt samen met algemene biologische geschiktheid (niet enkel een
mentale capaciteit maar ook gerelateerd aan fysieke en erfelijk eig.)
o OZ naar people of evidence (=mensen die goed functioneren in belangrijke rol van maatschappij):
4