Menselijk gedrag: gedrag in
gezondheid en welzijn
Wat betekent gedrag?
Gedrag = uiterlijk + innerlijk gedrag (zowel bewust als onbewust)
Direct of indirect observeren
Gedrag kan doelbewust/automatische reactie op prikkel
o Kunnen gezondheid beïnvloeden
Gedrag beïnvloeden vergt goede observatie + passende werkwijzen
Historische patiënten in de psychologie
Samengevat:
Beschadiging aan specifieke delen van hersenen kan leiden tot specifieke gedragsverandering
of wegvallen van bepaalde gedragsfuncties
Bepaalde aandoeningen kunnen ontstaan doordat onze mentale activiteiten onder druk
komen te staan of mentale spanningen het lichaam onder druk zetten
Bestudering van afwijkend gedrag en uitzonderlijke patiënten helpt ons om het normale
gedrag en de mogelijkheden van de hersenen beter begrijpen
Beroemde patiënten in de kijker
Phineas Cage:
Ontploffing van buskruit ijzeren staaf doorheen kaak, oogkas en schedel
Overleefde dit ongeval (enkel infectie)
Gedrag was veranderd (impulsiever, prikkelbaarder en ruwer)
o Vermogen om zich te beheersen en zijn gedrag aan te passen aan de situatie waren
aangetast (= frontaalkwab) frontaalsyndroom
o 4-12% van frontaalkwab was beschadigd
Henry Molaison
Leed aan epileptische aanvallen deel van temporaalkwab verwijderd
o Daardoor kon hij sommige dingen niet onthouden (wel van kindertijd, maar niet van
recente gebeurtenissen)
Hippocampus was beschadigd ( staat in voor geheugenprocessen)
Kon wel nog vaardigheden aanleren
Leidde tot bevinding dat verschillende hersenstructuren verantwoordelijk zijn
o Motorisch leren (procedureel geheugen) speelt af in regio bij de motorische cortex
o Semantische geheugen (betekenissen, symbolen en taal) en episodisch
geheugen(herinneringen van ervaren gebeurtenissen) spelen af in hippocampus
Beschadiging van dieperliggende amygdala (kernen) die instaan voor regulatie van behoeften
en emoties (hij voelde niet meer wanneer hij honger/dorst had)
Bertha Pappenheim / Anna O. (behandeld door Josef Breuer)
Had gedeeltelijke verlammingsverschijnselen, hoofdpijnen, duizeligheid en hallucinaties
Door hierover te praten leken de symptomen te verbeteren
, Josef + Sigmund Freud produceren “Hysterie”
o = 1ste basiswerk van neuropsychiatrie voor begrijpen van lichamelijke symptomen
waarvoor geen lichamelijke of fysiologische oorzaak kon gevonden worden
Jill Price
Overmatig functioneren van deel van episodisch geheugen
o Veel details over eigen leven herinneren
o = hyperthymesie = overmatig autobiografisch geheugen
Dwangneurose = obsessive compulsive dirsorder
Jim Peek (savant)
Kon alles in zijn geheugen opslaan
Werd benoemd als savant = een persoon die eigenlijk intellectueel op een laag niveau
functioneert of lijdt aan een mentale of ontwikkelingsstoornis maar die uitblinkt op een
geïsoleerde begaafdheid of vermogen van de hersenen, zoals geheugen, muzikaliteit of
rekenen
Wel extreem gedrag, namelijk systematisch en obsessioneel toeleggen op datgene waarin
men goed is
Had moeite met motorische coördinatie door spierslapte, gebrekkige ontwikkeling van kleine
hersenen en afwezigheid van corpus callosum dat instaat voor dwarsverbindingen tussen 2
hersenhelften. Door afwezigheid legde de hersenen eigenaardige verbindingen binnen de
hersenhelft (binnen regio die instaat voor geheugen)
De hersenen
-linkerhelft: - frontaal- / voorhoofdskwab (motorische functie)
-prefontale (voor) ventromediale profontrale (midden)
en orbitofrontale (onder) cortex
- achterhoofds- / occipitaalkwab
- slaap- / temporaalkwab
- pariëtaalkwab (sensorische functie)
- cerebellum = kleine hersenen
-Corpus callosum = beide helften verbonden via centrale structuur
-rechterhelft: - voorhoofds- / frontaalkwab
- achterhoofds- / occipitaalkwab
- pariëtaalkwab
- cerebellum = kleine hersenen
- amygdala (emotioneel interpreteren + reactie prikkels)
- hippocampus (in temporaalkwab)(werking van geheugen)
,Gedrag onder de loep
Gedragsdomeinen
o Perceptie = zintuigen voor waarnemen
o Motoriek = ledematen voor bewegen
o Cognitie en intelligentie = centraal zenuwstelsel voor het denken
o Affectief-emotionele domein = gevoelsleven
o Geheugen = leren en herinneren
o Motivationele domein = drijfveren
o Sociale domein = leven in groep en in interactie met anderen persoonlijkheid
Gedragsdomeinen hangen sterk met elkaar samen (invloed op elkaar)
Menselijk gedrag niet eenvoudig in een categorie in te delen
Observeerbaar gedrag
Grens tussen waarnemen en interpreteren niet altijd duidelijk
Apperceptie = proces waarbij aandacht zodanig bewust wordt gestuurd / waarbij de
aandacht automatisch wordt gericht dat de waarneming of verwerking van prikkels
vergemakkelijkt.
o Afhankelijk van interne en externe factoren
Sociale cognitie = inlevingsvermogen
Overgangszone tussen sociale, perceptuele en cognitieve domein
= het detecteren en interpreteren van sociale en emotionele signalen en processen en het
gepast reageren hierop of hiervan gebruik maken
Men kan hier negatief gebruik van maken (vb psychopaten kunnen manipuleren en kunnen
empathie onderdrukken en gevoelsleven tijdelijk op non-actief zetten)
Bij psychopaten is het een combinatie: ene groep heeft verminderd invoelingsvermogen en
eventueel een defect spiegelneuronensysteem, bij andere groep is er eerder sprake van een
bewust onderdrukken ervan.
Verliefdheid en liefde
Verschillende gedragsdomeinen spelen hierin een rol
Gevoelens, zintuiglijke gewaarwordingen of cognities hebben hier de bovenhand
o Waarnemen van bepaalde kenmerken: visuele, auditieve en olfactorische elementen
(zien, horen en ruiken)
o Ook hormonale componenten spelen een rol
Acute observation surpasses al statistics ( aandachtspunten observatie)
Frequentie van bepaald gedrag is belangrijk, doch de saillantie(iets overduidelijk of
dominant) ervan bepaalt de impact
o Klein gedragskenmerk van persoon kan het geheel overheersen
Samen observeren van gedrag van patiënten verhoogt kwaliteit van interpretatie en
adequaat reageren erop
o Richten op observeerbaar gedrag: wat patiënt kan en doet, maar ook richten op het
minder observeerbaar gedrag namelijkcovert behavior: wat voelt, denkt, verlangt de
patiënt.
Input throughput output
, o We vangen prikkels op met waarnemingszintuigen, we verwerken deze en we
reageren erop
Observeerbaar gedrag = overt gedrag en Niet-observeerbaar gedrag = covert gedrag
o Grenslijn hiertussen is arbitrair: waarneming kan onbewust gebeuren en bewust
Door fysiologische metingen krijg je beeldvorming van de hersenen
o Hartslagmeting, pupilverwijding en galvanische huidreflex
Voorbeeld oriëntatiereactie: de aandacht wordt hierbij reflexmatig opgewekt of gericht op
bepaalde prikkels uit de omgeving. Dit gedrag wordt beschouwd als functioneel voor het
levensbehoud aangezien het de aandacht richt op relevantie prikkels en het de
reactiesnelheid en perceptie op scherp stelt
o = aandacht reflexmatig opgewekt/gericht op prikkels uit omgeving
o Tegenovergestelde is habituatie of desensitisatie: hier gaat het over een
betekenisloze prikkel (afnemen van de aandacht) allebei actief proces
o Oriëntatiereactie heeft oorspronkelijke functie binnen een totaalreactie, namelijk de
fight-or-flight-stressreactie. Het snel inschatten of men het gevaar het hoofd gaat
bieden dan wel op de vlucht slaan.
Bedoeld als bescherming tegen fysieke schade of bedreiging
Door moderne technologie kan je de interne processen zichtbaar maken
o Via biofeedback (feedback over fysiologische processen) kan men gemakkelijker en
sneller tot relaxatie komen
o Doordat men visueel ervaart dat het denken aan bepaalde rustgevende gedachten
gepaard gaat met rustige hersengolven of vermindering van hersenactiviteiten
Controle over eigen gedrag geeft rust
o Omgekeerd: via cognitieve sturing van hersenactiviteit heeft invloed op uit oefenen
op lichaamsbeleving, op het handelen met prothesen en op de integratie van
hulpmiddelen voor psychomotorische revalidatie
Autonome sensorische meridiaan respons (ASMR)
= hersenorgasme of aandachtgestuurde euforie
Dit wordt uitgelokt door het gericht waarnemen van gebeurtenis die sterk op je inwerkt en je
een gelukzalig rustgevend gevoel bezorgd
Streelsensoren in de huid streelbewegingen kunnen herkennen en in hersenen leiden tot
prikkeling van diepliggende emotiekernen
o 3cm/seconde = aangename streelbeweging
o (=grooming/plukken vlooien)
Multisensoriële of crossmodale synesthesie = het waarnemen
van bepaalde prikkels die bij sommige personen leidt tot
oproepen van gelijktijdige waarneming in andere zintuiglijke
modus en perceptie van feromonen (stoffen die zich zoals
geurmoleculen via de lucht verspreiden en worden opgevangen
in vomeronasale orgaan)
Vb geluiden die ook kleurperceptie oproepen
Endorfine = stof die vrijkomt in hersenen na lange lichamelijke inspanning
Een gekleurde bril
gezondheid en welzijn
Wat betekent gedrag?
Gedrag = uiterlijk + innerlijk gedrag (zowel bewust als onbewust)
Direct of indirect observeren
Gedrag kan doelbewust/automatische reactie op prikkel
o Kunnen gezondheid beïnvloeden
Gedrag beïnvloeden vergt goede observatie + passende werkwijzen
Historische patiënten in de psychologie
Samengevat:
Beschadiging aan specifieke delen van hersenen kan leiden tot specifieke gedragsverandering
of wegvallen van bepaalde gedragsfuncties
Bepaalde aandoeningen kunnen ontstaan doordat onze mentale activiteiten onder druk
komen te staan of mentale spanningen het lichaam onder druk zetten
Bestudering van afwijkend gedrag en uitzonderlijke patiënten helpt ons om het normale
gedrag en de mogelijkheden van de hersenen beter begrijpen
Beroemde patiënten in de kijker
Phineas Cage:
Ontploffing van buskruit ijzeren staaf doorheen kaak, oogkas en schedel
Overleefde dit ongeval (enkel infectie)
Gedrag was veranderd (impulsiever, prikkelbaarder en ruwer)
o Vermogen om zich te beheersen en zijn gedrag aan te passen aan de situatie waren
aangetast (= frontaalkwab) frontaalsyndroom
o 4-12% van frontaalkwab was beschadigd
Henry Molaison
Leed aan epileptische aanvallen deel van temporaalkwab verwijderd
o Daardoor kon hij sommige dingen niet onthouden (wel van kindertijd, maar niet van
recente gebeurtenissen)
Hippocampus was beschadigd ( staat in voor geheugenprocessen)
Kon wel nog vaardigheden aanleren
Leidde tot bevinding dat verschillende hersenstructuren verantwoordelijk zijn
o Motorisch leren (procedureel geheugen) speelt af in regio bij de motorische cortex
o Semantische geheugen (betekenissen, symbolen en taal) en episodisch
geheugen(herinneringen van ervaren gebeurtenissen) spelen af in hippocampus
Beschadiging van dieperliggende amygdala (kernen) die instaan voor regulatie van behoeften
en emoties (hij voelde niet meer wanneer hij honger/dorst had)
Bertha Pappenheim / Anna O. (behandeld door Josef Breuer)
Had gedeeltelijke verlammingsverschijnselen, hoofdpijnen, duizeligheid en hallucinaties
Door hierover te praten leken de symptomen te verbeteren
, Josef + Sigmund Freud produceren “Hysterie”
o = 1ste basiswerk van neuropsychiatrie voor begrijpen van lichamelijke symptomen
waarvoor geen lichamelijke of fysiologische oorzaak kon gevonden worden
Jill Price
Overmatig functioneren van deel van episodisch geheugen
o Veel details over eigen leven herinneren
o = hyperthymesie = overmatig autobiografisch geheugen
Dwangneurose = obsessive compulsive dirsorder
Jim Peek (savant)
Kon alles in zijn geheugen opslaan
Werd benoemd als savant = een persoon die eigenlijk intellectueel op een laag niveau
functioneert of lijdt aan een mentale of ontwikkelingsstoornis maar die uitblinkt op een
geïsoleerde begaafdheid of vermogen van de hersenen, zoals geheugen, muzikaliteit of
rekenen
Wel extreem gedrag, namelijk systematisch en obsessioneel toeleggen op datgene waarin
men goed is
Had moeite met motorische coördinatie door spierslapte, gebrekkige ontwikkeling van kleine
hersenen en afwezigheid van corpus callosum dat instaat voor dwarsverbindingen tussen 2
hersenhelften. Door afwezigheid legde de hersenen eigenaardige verbindingen binnen de
hersenhelft (binnen regio die instaat voor geheugen)
De hersenen
-linkerhelft: - frontaal- / voorhoofdskwab (motorische functie)
-prefontale (voor) ventromediale profontrale (midden)
en orbitofrontale (onder) cortex
- achterhoofds- / occipitaalkwab
- slaap- / temporaalkwab
- pariëtaalkwab (sensorische functie)
- cerebellum = kleine hersenen
-Corpus callosum = beide helften verbonden via centrale structuur
-rechterhelft: - voorhoofds- / frontaalkwab
- achterhoofds- / occipitaalkwab
- pariëtaalkwab
- cerebellum = kleine hersenen
- amygdala (emotioneel interpreteren + reactie prikkels)
- hippocampus (in temporaalkwab)(werking van geheugen)
,Gedrag onder de loep
Gedragsdomeinen
o Perceptie = zintuigen voor waarnemen
o Motoriek = ledematen voor bewegen
o Cognitie en intelligentie = centraal zenuwstelsel voor het denken
o Affectief-emotionele domein = gevoelsleven
o Geheugen = leren en herinneren
o Motivationele domein = drijfveren
o Sociale domein = leven in groep en in interactie met anderen persoonlijkheid
Gedragsdomeinen hangen sterk met elkaar samen (invloed op elkaar)
Menselijk gedrag niet eenvoudig in een categorie in te delen
Observeerbaar gedrag
Grens tussen waarnemen en interpreteren niet altijd duidelijk
Apperceptie = proces waarbij aandacht zodanig bewust wordt gestuurd / waarbij de
aandacht automatisch wordt gericht dat de waarneming of verwerking van prikkels
vergemakkelijkt.
o Afhankelijk van interne en externe factoren
Sociale cognitie = inlevingsvermogen
Overgangszone tussen sociale, perceptuele en cognitieve domein
= het detecteren en interpreteren van sociale en emotionele signalen en processen en het
gepast reageren hierop of hiervan gebruik maken
Men kan hier negatief gebruik van maken (vb psychopaten kunnen manipuleren en kunnen
empathie onderdrukken en gevoelsleven tijdelijk op non-actief zetten)
Bij psychopaten is het een combinatie: ene groep heeft verminderd invoelingsvermogen en
eventueel een defect spiegelneuronensysteem, bij andere groep is er eerder sprake van een
bewust onderdrukken ervan.
Verliefdheid en liefde
Verschillende gedragsdomeinen spelen hierin een rol
Gevoelens, zintuiglijke gewaarwordingen of cognities hebben hier de bovenhand
o Waarnemen van bepaalde kenmerken: visuele, auditieve en olfactorische elementen
(zien, horen en ruiken)
o Ook hormonale componenten spelen een rol
Acute observation surpasses al statistics ( aandachtspunten observatie)
Frequentie van bepaald gedrag is belangrijk, doch de saillantie(iets overduidelijk of
dominant) ervan bepaalt de impact
o Klein gedragskenmerk van persoon kan het geheel overheersen
Samen observeren van gedrag van patiënten verhoogt kwaliteit van interpretatie en
adequaat reageren erop
o Richten op observeerbaar gedrag: wat patiënt kan en doet, maar ook richten op het
minder observeerbaar gedrag namelijkcovert behavior: wat voelt, denkt, verlangt de
patiënt.
Input throughput output
, o We vangen prikkels op met waarnemingszintuigen, we verwerken deze en we
reageren erop
Observeerbaar gedrag = overt gedrag en Niet-observeerbaar gedrag = covert gedrag
o Grenslijn hiertussen is arbitrair: waarneming kan onbewust gebeuren en bewust
Door fysiologische metingen krijg je beeldvorming van de hersenen
o Hartslagmeting, pupilverwijding en galvanische huidreflex
Voorbeeld oriëntatiereactie: de aandacht wordt hierbij reflexmatig opgewekt of gericht op
bepaalde prikkels uit de omgeving. Dit gedrag wordt beschouwd als functioneel voor het
levensbehoud aangezien het de aandacht richt op relevantie prikkels en het de
reactiesnelheid en perceptie op scherp stelt
o = aandacht reflexmatig opgewekt/gericht op prikkels uit omgeving
o Tegenovergestelde is habituatie of desensitisatie: hier gaat het over een
betekenisloze prikkel (afnemen van de aandacht) allebei actief proces
o Oriëntatiereactie heeft oorspronkelijke functie binnen een totaalreactie, namelijk de
fight-or-flight-stressreactie. Het snel inschatten of men het gevaar het hoofd gaat
bieden dan wel op de vlucht slaan.
Bedoeld als bescherming tegen fysieke schade of bedreiging
Door moderne technologie kan je de interne processen zichtbaar maken
o Via biofeedback (feedback over fysiologische processen) kan men gemakkelijker en
sneller tot relaxatie komen
o Doordat men visueel ervaart dat het denken aan bepaalde rustgevende gedachten
gepaard gaat met rustige hersengolven of vermindering van hersenactiviteiten
Controle over eigen gedrag geeft rust
o Omgekeerd: via cognitieve sturing van hersenactiviteit heeft invloed op uit oefenen
op lichaamsbeleving, op het handelen met prothesen en op de integratie van
hulpmiddelen voor psychomotorische revalidatie
Autonome sensorische meridiaan respons (ASMR)
= hersenorgasme of aandachtgestuurde euforie
Dit wordt uitgelokt door het gericht waarnemen van gebeurtenis die sterk op je inwerkt en je
een gelukzalig rustgevend gevoel bezorgd
Streelsensoren in de huid streelbewegingen kunnen herkennen en in hersenen leiden tot
prikkeling van diepliggende emotiekernen
o 3cm/seconde = aangename streelbeweging
o (=grooming/plukken vlooien)
Multisensoriële of crossmodale synesthesie = het waarnemen
van bepaalde prikkels die bij sommige personen leidt tot
oproepen van gelijktijdige waarneming in andere zintuiglijke
modus en perceptie van feromonen (stoffen die zich zoals
geurmoleculen via de lucht verspreiden en worden opgevangen
in vomeronasale orgaan)
Vb geluiden die ook kleurperceptie oproepen
Endorfine = stof die vrijkomt in hersenen na lange lichamelijke inspanning
Een gekleurde bril