Oude Testament
Abraham
Een God die roept (Genesis 12,1-9)
Abraham bleef lang weg tijdens het checken van de dieren. Zijn vrouw Sara gaat hem
zoeken
Abraham wil weg uit het land met Sara om opnieuw te beginnen → heeft God hem verteld
→ “Er is een God die mij roept. Een God die met ons meegaat. Hij zal ons de weg wijzen.
We worden het begin van een nieuw volk”
Sara probeert al jaren zwanger te worden
“In dat nieuwe land wordt alles anders. Je moet het durven geloven. Hij wil dat wij het
goed hebben. En dat wij leven met een open hart.”
“Misschien krijgen wij evenveel nakomelingen als er sterren in de lucht staan.”
→ Sara wilde dat ze het kon geloven
Het verbond (Genesis 15)
Abraham en Sara komen aan in het nieuwe land, HUN land.
→ Waar God beloofde aan Abraham dat zijn nakomelingen zo talrijk zouden zijn als de
sterren aan de hemel.
Ze hebben nog steeds geen kinderen kunnen krijgen. Hij gaf de hoop een beetje op. Als
hij zou sterven gaat al het bezit naar Eliëzer, zijn trouwe knecht
Abraham ging naar buiten, waar hij met God kon praten. Hij klaagt over zijn
kinderloosheid. Abraham vraagt hoe Gods belofte kan uitkomen zonder kinderen.
God zegt dat Abraham een eigen zoon zal krijgen en zijn nageslacht zo talrijk zal zijn als
de sterren aan de hemel.
→ Abraham geloofde God.
“Als teken van verbond tussen ons, moet jij je laten besnijden, samen met alle mannen
van je volk. Dat zal tot in de eeuwigheid het teken zijn van ons verbond.
Abraham nam enkele offerdieren, sneed ze in 2 helften ( –een teken dat God zelf het
verbond bekrachtigt) en legde die tegenover elkaar.
Eenmaal het donker was, ging er een brandende fakkel tussen de dierenhelften door. Nu
was het verbond bezegeld.
→ God bevestigt dat Hij het land aan de Abrahamse nakomelingen zal geven, van de
rivier van Egypte tot aan de Eufraat.
,Hagar en Ismaël (Genesis 16, 1-6)
Abraham en Sara wonen al 10 jaar in het nieuwe land, en ze hebben al veel meegemaakt.
→ plek zoeken en afspraken maken met de buren
→ moesten veel rondtrekken
→ hadden soms geen voedsel voor hen en hun dieren
→ hebben het overleeft met de hulp van God
Ze hebben al hard gewerkt + de kudde was groter geworden
→ er woonden ook veel mannen en vrouwen om hen te helpen
Abraham en Sara waren gezond, maar hadden nog altijd geen kinderen
Hagar: een van de meisjes die Sara hielp, was mooi, afkomstig uit Egypte maar woonde
graag bij hen
Sara stelt aan Abraham voor om Hagar als 2e vrouw te nemen, dan kon hij van haar een
kind krijgen, omdat het Sara niet lukte. Sara bleef aandringen, omdat ze wist dat dat was
wat hij echt wilde.
→ een erfgenaam die voor de kudde kan zorgen, als hij te oud is
→ een erfgenaam om tegen te kunnen vertellen over God
in de weken erna bleef Abraham soms nachten bij Hagar, vond Sara niet leuk
→ op een dag liep Hagar rechter, ze had trots, ze was zwanger
Sara ergerde zich dood aan Hagar, die deed alsof ze de vrouw van de baas was, ze kon
Hagar niet meer uitstaan
→ zette haar voortdurend op haar plaats
→ stuurde haar terug als ze kleren niet goed gewassen had
→ snauwde haar af tot Hagar tranen in de ogen had.
Hagar baarde een zoon, Ismaël, en Abraham was niet van hem weg te slaan
Bezoek van drie mannen (Genesis 18, 1-15)
Jaren later hadden Abraham en Sara hun tentenkamp opgeslagen bij de eik van Mamre.
Plots komen er 3 mannen op bezoek in het kamp, bij de ingang van de tent van Abraham
en Sara. Ze vragen ook naar Sara en zeggen dat wanneer ze over een jaar terug bij hen
op bezoek komen, Sara een zoon zal hebben.
→ Sara geloofde dit niet, want ze had al een hele tijd geen bloedingen meer gehad. Maar
wat als het nu wel zou lukken?
→ Sara lachte luidop toen de mannen dit zeiden. De mannen trokken haar geloof in God
in twijfel. Sara ontkent daarna dat ze gelachen heeft
Moest het waar zijn, dan zou Sara nooit meer stoppen met lachen door geluk
Het offer van Isaak (Genesis 22, 1-18)
Op een dag ging Isaak (zoon Abraham en Sara) met zijn vader op stap naar de berg
Moria, om te bidden tot hun God en een offer te brengen
, → Sara had brood en water meegegeven voor onderweg
→ Sara was heel ongerust, bleef staren terwijl ze weg-wandelden
Abraham en Isaak praten urenlang, over vanalles, maar vooral over God
Na 3 dagen kwamen ze aan de voet van de berg
→ had de ezel bij de knechten achtergelaten, hadden dus geen offer. Abraham zei hem:
“Daar zal God wel voor zorgen”
Isaak vond dat een raar antwoord, maar merkte dat zijn vader zo ernstig was en durfde er
niets over te zeggen.
Boven op de berg bouwden ze een altaar, ze legden het hout erop. Daarna omhelsde
Abraham zijn zoon en zette hem op het altaar
→ Isaak dacht dat hij het offer was.
Plots hoorde ze geritsel in de struik, er zat een ram vast.
→ Abraham pakte het dier, duwde Isaak van het altaar en legde de ram in de plaats
Abraham doodde het dier en droeg hem op als offer aan God.
→ Samen keken ze naar de rook die omhoog steeg
Abraham dacht dat hij zijn zoon moest offeren, maar was opgelucht dat hij dit niet moest
doen.“Onze God wil niet dat jij dood gaat, jij moet leven.”
→ Sindsdien gaat Isaak, als iedereen slaapt, naar buiten om met God te praten, die
luisterde altijd
Isaak en Rebekka (Genesis 24)
Eleziër en Dan (de zoon) gaan samen met Ruben, Lamech en tien kamelen opzoek naar
de perfecte vrouw voor Isaak.
Een vrouw die uit het landkomt, vanwaar Abraham afkomstig is.
Een vrouw die leeft zoals hem.
Een tijd gaat voorbij tot ze aan de stad komen, waar de familie van Abraham woont. Om te
weten te komen wie de perfecte vrouw voor Isaak kan zijn: zou Eleziër bij de waterputten,
die zich net buiten de stad bevinden, aan de vrouw vragen of ze misschien wat water voor
hem heeft.
De perfecte vrouw zou dit water geven, maar ook nog water voor de kamelen gaan halen.
Die vrouw heet Rebekka, zoon van Nachor en de broer van Abraham. Aangekomen bij de
familie, vragen ze aan Rebekka of ze met hen mee wil gaan en de vrouw van Isaak
worden. Ze antwoordt hier ja op. Ze wil zelfs de volgende dag al vertrekken en niet nog de
tien dagen wachten die de familie van Rebekka voorstelt.
Rebekka had eerder al aan Dan gevraagd wat voor iemand Isaak is, en net zoals dan
voorspelde kwam Isaak en Rebekka goed overeen.