DEEL 1: INLEIDING
HOOFDSTUK I : HISTORISCH BEWUSTZIJN EN HISTORISCH BESEF
1 MAATSCHAPPELIJKE DOMEINEN
Om een samenleving en maatschappij grondig te kunnen bekijken en analyseren, delen we de
samenleving op in verschillende maatschappelijke domeinen:
• Politiek (bestuur, oorlog en vrede, territorium)
• Economisch (handel, industrie, landbouw)
• Sociaal (organisatie van de samenleving, arm en rijk)
• Cultureel (levensbeschouwing, religie, kunst en cultuur, wetenschap en techniek)
• Milieu (omgeving)
De hedendaagse en historische werkelijkheid zijn immers het gevolg van verandering en evolutie in
die verschillende domeinen (historisch bewustzijn).
2 PERIODISERING
Oudste tijd Oudheid Middeleeuwen Nieuwe tijd Nieuwste tijd Eigen tijd
… ca. 800 v. C. ca. 500 n.C. ca. 1500 ca. 1800 1945 …
Eeuwen aanduiden:
Een eeuw is een periode van 100 jaar (1901 tot 2000). Om de eeuw te bepalen, dek je de laatste twee
cijfers af. Het overblijvende honderdtal plus 1 vormt de eeuw (1569 = 16de eeuw). Als de laatste twee
cijfers 00 zijn, komt het honderdtal overeen met de eeuw (1900 = 19de eeuw).
3 MAATSCHAPPIJVORMEN
Een andere indeling in het verleden is de indeling in maatschappijvormen:
• De nomadische maatschappij
De eerste mensen waren nomaden, trokken rond op zoek naar eten.
• De agrarische maatschappij
Nomaden doen aan landschap
• De agrarisch-stedelijke maatschappij
Groep mensen vestigen zich met velen op één plek en specialiseren zich in beroepen. Daarnaast
is er ook nog een groep die aan landbouw blijft doen.
• De industriële maatschappij
Mensen gaan van handarbeid thuis over naar gespecialiseerde arbeid in fabrieken.
• De informatie maatschappij
Onze huidige maatschappij waarbij het bezit en doorgeven van informatie een belangrijke
activiteit is.
Steeds staat een kenmerkende, maatschappelijke ontwikkeling, ook wel revolutie genoemd, aan de
basis van een nieuwe maatschappijvorm: de agrarische revolutie, de stedelijke revolutie en. De
industriële revolutie.
1
,DEEL 2: OUDSTE TIJD
INLEIDING
1 PREHISTORIE
De periode van het ontstaan van de mensachtigen en mensensoorten, noemen we de prehistorie.
Dit is de periode voor het ontstaan van schrift (ca. 3 500 v.Chr). Voor deze periode hebben we dan
ook geen geschreven bronnen. Heel wat informatie uit deze periode halen we uit materiële bronnen
zoals beenderen, werktuigen, ….
Prehistorie Steentijd • Oude steentijd
(nomaden en jager-verzamelaars) • Middensteentijd
• Neolithicum
Metaaltijd • Kopertijd
(agrarische samenleving vanaf 8000 v. Chr.) • Bronstijd
• Ijzertijd
Op basis van die vondsten delen we de prehistorie in in 2 tijden: de steentijden en de metaaltijden. In
deze tijd maakten mensen gebruiksvoorwerpen van steen en hout. En leefden mensen als nomaden
en jager-verzamelaars. De steentijd werd vaak onderverdeeld in de oude steentijd, middensteentijd
en het neolithicum.
Vanaf 8000 v. Chr. Ontstaat de agrarische samenleving. Na de steentijd kwam het koper en als eerste
metaal en is er sprake van de kopertijd, nadien de bronstijd en vervolgens de ijzertijd.
2 BELANGRIJKE DATA
Oerknal 13,7 miljard jaar geleden
Ontstaan aarde 4,5 miljard jaar geleden
Ontstaat leven 3,5 miljard jaar geleden
Dinosauriërs 230 miljoen jaar geleden
Uitsterven 65 miljoen jaar geleden
Homo erectus 1,9 miljoen jaar geleden
In Europa 1,4 miljoen jaar geleden
Homo Heidelbergenis 600 000 jaar geleden
Homo Neanderthalensis 130 000 tot 27 000 jaar geleden
Spy (oudste menselijke resten in België) 70 000 jaar geleden
Homo Sapiens in Europa 40 000 jaar geleden
Oudste sporen van landbouw 8 000 v. Chr.
In onze streken 5 500 v. Chr.
Onstaan schrift 3 500 v. Chr.
Oude Egypte 3 000 v. Chr. – 1 000 v. Chr.
2
, HOOFDSTUK I : WAT VOORAFGING?
1 ONTSTAAN VAN AARDE EN HEELAL
Volgens de Big Bang- of oerknaltheorie zou het heelal zo’n 13,7 miljard jaar geleden ontstaan zijn
door een enorme explosie van een soort ‘oeratoom’. Als gevolg van deze oerknal begon materie zich
te verspreiden. Het heelal zet nog steeds verder uit.
Uit het uiteenspattende materiaal ontstonden de sterren, waaronder ook de zon. Onze aarde
vormde zich ongeveer 4,5 miljard jaar geleden. Tijdens de eerste 800 miljoen jaar was er op aarde
geen leven mogelijk. De aarde was gloeiend heet en koelde geleidelijk aan af en vormde zich een
aardkorst. Door een stortbui van 60 000 jaar lang ontstonden meren, zeeën en oceanen. Hierin
ontstonden de eerste levende wezens.
Oorspronkelijk bestond de aarde uit één supercontinent, Pangea.
Langzamerhand viel het uiteen en vormden zich de continenten zoals we
die vandaag kennen.
2 HET EERSTE LEVEN
De eerste levensvormen waren bacteriële ééncelligen organismen (vandaag de dag: pantoffeldiertje en
amoebe). De ééncelligen evolueerden tot meercellige zoals wormen, kwallen en schelpen. Vervolgens
ontstonden de vissen (de eerste gewervelde dieren).
Hierna kenden we een grote stap in de evolutie van het leven: de overgang van water naar land. Zo
ontstonden nieuwe diersoorten, de amfibieën en later reptielen. De dinosauriërs werden de meest
gevarieerde soort. Deze soort stervde volledig uit door het inslaan van een
meteoriet op aarde. Geen enkel dier van meer dan 25 kg overleefde: kleine
(zoog)dieren overleefden en konden zich verder ontwikkelen. Viegende reptielen
evolueerden tot vogels. Een andere groep reptielen ontwikkelde zich tot
zoogdieren. 80 miljoen jaar geleden ontwikkelden zich primaten, waarvan de
aap, de mensenaap en de mensachtigen afstammen.
2.1 EVOLUTIETHEORIE
Charles Darwin legt de basis van de evolutietheorie neer. Het is de natuurwetenschappelijke
verklaring van het leven op aarde.
3 OP 2 BENEN LOPEN
Sinds ongeveer 7 à 6 miljoen jaar geleden beginnen onze voorouders op twee benen te lopen.
Algemeen gaat men ervan uit dat op twee benen lopen een reactie was op het krimpen van het
woud en de overgang naar de savanne. Staand kan men gemakkelijker boven het gras uitkijken. Toch
klinkt het een vreemde keuze, omdat het voor tal van rug- en knieproblemen zorgt. Ook bevallingen
verlopen moeilijker door de smallere bekkenopening die gepaard ging met de evolutie naar rechtop
lopen.
Doorheen de evolutie zien we ook het ontstaan van de fontanel en worden mensen prematuur
geboren, zodat het hoofd van de baby nog door het geboortekanaal past. Hierdoor zijn menselijke
baby’s bij de geboorte hulpelozer dan die van andere primaten en hebben ze een langere zorgperiode
nodig.
3
, 4 MENSACHTIGEN EN MENSENSOORTEN
Doorheen miljoenen jaren onstonden verschillende nieuwe mensachtigen waarvan een hele reeks
verdwenen of zijn geëvolueerd tot mens (homo).
Australopithecus H.Habilis H. Erectus H. Heidelbergensis H. Neanderthalensis H. Sapiens
(mensachtige) (mensensoort) (mensensoort) (mensensoort) (mensensoort) (mensensoort)
• De Australopithecus
De bekenste Australopithecus is Lucy, dit onvolledige skelet werd opgegraven in Ethiopië.
Vermoedelijk liep deze soort al gemakkelijk op 2 benen en leefden ze vooral op de grond.
• De Homo Habilis (letterlijk handige mens)
De H. Habilis is de eerste vertegenwoordiger van de mensensoorten. Deze soort maakte stenen
gereedschappen en had vermoedelijk primitieve vorm van spraak. Op een habilisfossiel zou het
gebied van Brocca, essentieel voor spraak, merkbaar zijn.
• De Homo Erectus (letterlijk recht oplopende mens)
De H. Erectus kon met zijn gewelfde voet beter lopen. Hij was vrijwel haarloos en had grotere
hersens dan zijn voorgangers. Daarom had hij behoefte aan eiwit- en vetrijk voedsel (= dierlijk
voedsel). Hij gebruikte vermoedelijk als eerste vuur en trok weg uit Afrika.
• De Homo Heidelbergensis
Deze soort vormde een belangrijke revolutionaire schakel in het ontstaan van de huidige mens.
Hij werd genoemd naar de eerste vondst in het Duitse plaatsje Heidelberg. Hij was meester in het
maken van werktuigen en zo een goede jager. Uit deze soort ontwikkelden enerzijds de
Neanderthalensis en de Homo Sapiens.
• De Homo Neanderthalensis
Deze soort werd gevonden in het Neanderdal in Duitsland en vanuit Europa verder verspreid naar
Midden-Oosten en West Azië. Hij deelt 99,7% van zijn DNA met de Homo Sapiens en had een
grotere herseninhoud dan de onze. Deze soort leefde gelijktijdig met de Homo Sapiens en is
omstreeks 27 000 jaar geleden volledig verdwenen.
• De Homo Sapiens (letterlijk wijze mens)
Deze soort verspreidde zich over de hele planeet. DNA onderzoek lijkt te bevestigen dat alle
moderne mensen vandaag afkomstig zijn van dit groepje mensen. De raciale verschillen zijn te
verklaren aan blootstelling aan de zon, vitamine D-tekorten en veranderde voedingspatronen.
4.1 DE EVOLUTIONAIRE STAMBOOM (VAN DE HOMO)
De evolutionaire stamboom van het geslacht Homo laat zien hoe en waar
de verschillende mensensoorten zich uit elkaar ontwikkelden.
4