Overzicht van de
wijsbegeerte
, Inhoudstabel
Hoofdstuk 1: Wat is loso e
1.1 drie aspecten: attitude, methodologie en domein
1.2 Vier deeldomeinen
1.3 Zeer korte geschiedenis van de westerse loso e
1.4 Besluit
Hoofdstuk 2: Mechanisering en doelgerichtheid
2.1 De mechanisering van het wereldbeeld
2.2 Kant en de teleologie
2.3 Darwin en het darwinisme
2.4 Domheid en doelgerichtheid
2.5 Functies en normen in de natuur
2.6 Besluit
Hoofdstuk 3: Lichaam en geest
3.1 Fysisch spul en geestespul: Descartes’ dualisme
3.2 Dualisme na Descartes
3.3 De mens is een machine
3.4 Van materialisme naar fysicalisme
3.5 Besluit
Hoofdstuk 4: Lijden en dood
4.1 Oplossingen voor de dood
4.2 Lijden is (g)een pretje
4.3 Is de dood een kwaad?
4.4 Is onsterfelijkheid wenselijk?
4.5 Besluit
Hoofdstuk 5: Wetenschap en pseudowetenschap
5.1 Het demarcatieprobleem
5.2 Drie problematische oplossingen
5.3 Karl Popper: zoeken naar weerlegging
5.4 Thomas Kuhn: paradigma’s en revoluties
5.5 Besluit
Hoofdstuk 6: wetenschappelijke kennis
6.1 Wetenschappen en hun methoden
6.2 Hume en popper: zoeken naar oorzaken
6.3 Over theoretische observaties en geloof in theorie
6.4 Succes in de biomedische wetenschappen
6.5 Toeval gebruiken om toeval uit te schakelen
6.6 Besluit
Hoofdstuk 7: ziekte
7.1 Normativisme
7.2 Naturalisme en hybridisme
7.3 Pluralisme
7.4 Eliminativisme
7.5 besluit
fi fi fi fi
,Hoofdstuk 8: Medicalisering
8.1 Medicaliseren en pathologiseren
8.2 Pathologiseren: oorzaken en gevolgen
8.3 De pathologisering van zwaarlijvigheid
8.4 Van zwaarlijvigheid tot obesitas: een genealogie
8.5 Besluit
Hoofdstuk 9: wetenschap en waarden
=> geen hoofdstuk in boek, wel in samenvatting
Hoofdstuk 10: Handicap
10.1 Ziekte en haar gevolgen
10.2 Disability tussen geneeskunde en maatschappij
10.3 Disability en sociaal constructivisme
10.4 Beperkingen waarderen
10.5 Besluit
, Overzicht van de wijsbegeerte: Filoso e
Hoofdstuk 1: Wat is loso e?
=Filoso sche vraag (=Moeilijke, abstracte vragen) => op grond waarvan noemt men iets loso sch?
● De voorwaarden geven waaraan iets moet beantwoorden om als correct loso sch te worden beschouwd
● Voorwaarden moeten uitsluitend bij loso e voorkomen (bij alle loso e, enkel bij loso e)
Wat betekend een de nitie?
Ethomyologie: af-bakenen, afgrenzen
● intensionele de nitie: geven van betekenis aan verzameling
● extensionele de nitie: je somt alle elementen van die verzameling op.
3 ASPECTEN:
1. Attitude: (van de losofen)
verwondering: Alfred north whitehead ( loso e begint bij de verwondering en eindigt erbij)
Vertwijfeling: Schopenhauer, Kierkegard
● Vertwijfeling gebeurd bij meeste mensen op sommige momenten in het leven
● Gevoel hebben dat je niet doet wat je moet doen of waarom => NIET ENKEL FILOSOFISCH
Kritisch denken: Descartes twijfel
● Het is mogelijk dat onze zintuigen ons vaker bedriegen dan gedacht
● Zintuigen onbetrouwbaar= kennis onbetrouwbaar?
● Erg kenmerkend voor loso e maar ook erbuiten
● Bv: Wetenschappers
Filoso e: een kritisch, rationele re ectie op de betekenis en waarden van alle weten en werkelijkheid
=> Als deze 3 attituden komen voor in loso e maar ook buiten de loso e= Niet de nitie van loso e
2. Methoden: (= weg waarlangs het doel bereikt wordt)
Zijn er methoden die enkel gebruikt worden door losofen en niet door wetenschappers? Andersom?
● Veel methoden die gebruikt worden door loso e, MAAR geen enkele uniek voor loso e
● Methoden die wel uniek zijn worden niet door alle losofen gebruikt
# Methoden
Intuïtie:
● 17de + 18de eeuwse loso e: kennis die op onmiddellijke manier verkregen wordt
=> Descartes: heldere+ welonderscheiden ideeën (vanzelfsprekend)
=> Je pense donc je suis
● 20ste eeuwse loso e: nieuwe + negatieve betekenis
= Spontane overtuigingen die we in eigen geest vinden als we over onderwerp denken
= het gezond verstand= moeilijk te veranderen of op te geven
Conceptuele analyse:
● Ontrafelen + verbeteren van concepten die we in het dagelijks leven achteloos gebruiken
● Belangrijke begrippen die we gebruiken ontleden in meer eenvoudige begrippen
Bv. Wat is tijd/liefde/vrijheid?
fi
fi fi
fifi fi
fifi fifi
fi fi fifi flfi fifi fi fifi fi fi fi fifi fifi
, Gedachten-experimenten:
= instrumentele verbeelding, gebruikt om nieuwe info over te krijgen zonder gebruik van nieuwe empirische data
● Verhelderen van problemen door visualisatie + leveren gegevens voor of tegen bepaalde theorie
● Geen nanciële + technische + morele problemen (omdat alles in de gedachten gebeurd)
● Vb: brain in a vat
● inbeelden dat hersenen zich op andere planeet bevinden
● Hier geeft wetenschapper sign aan het breien
● Zo krijgt men bv de indruk dat men in een klaslokaal zit op aarde
● Hersenen in het vat beschikken niet over manier om na te gaan of dit klopt of niet
=> Dit zijn allemaal ook geen unieke methodes+ niet enkel loso sch
3. DOMEIN:
= onbeantwoordbare vraag+ fundamentele problemen
● bv: bestaand god? Wat is een ziekte?
● Maar ook niet beantwoordbare vragen+ fundamentele problemen in andere disciplines
4 deeldomeinen:
4 beelddomeinen in de loso e= metafysica + logica + epistemologie + moraal loso e
Metafysica:
= studie van wat bestaat en van de aard van wat is.(bestudeerd de aard en structuur van de wereld)
Bv: bestaat vrije wil? Bestaan getallen? Hoe komt het dat die bestaan? => we bestuderen vooral vragen waarin we
afvragen of iets bestaat.
Logica:
= studie van geldigheid van redeneren en argumenten
Voorbeelden van niet geldige redeneringen
● Post-hoc, ergo propter hoc = het wordt donker omdat ik gewerkt heb
Af rming the consequent = omdat Q volgt op P wilt het niet zeggen dat P volgt op Q
Als het regent is het gras nat, maar als het gras nat is wilt het niet zeggen dat het heeft geregend
Slippery slope: als we morgen a doen, zal B volgen, B is onwenselijk dus mogen we A niet doen
Epistemologie (=kennisleer)
= studie van aard en mogelijkheid van kennis (Wat kunnen we allemaal weten?)
Wat is kennis? Hoe weet men wat men denkt? Wat kunnen we weten?
● vb: Brain in a vat: in welke mate is het gerechtvaardigd te geloven wat men denkt
Moraal loso e (=ethiek)
= studie van principes die betrekking hebben op goed en kwaad
● Wat betekend het om goede te doen of een goed persoon te zijn? Wat is een goed leven?
● vb: trolley problemen
● Wagon die 4 mensen gaat overrijden of je wisselt spoor naar 1 persoon
Kiezen? # situaties: oud-jong/ familie-vriend-vreemde/..
● Welke keuze is goed en welke niet? Mag je de hendel bedienen? Schuldgevoel?
fi fi fi fi fi fi fi fi
, Wetenschaps loso e combineert deze 4 elementen
● Politieke loso e-> Ethiek
● Wetenschaps loso e-> toegepaste vorm van epistemologie, maar soms ook ethisch of metafysisch
● Indelen in de beelddomeinen:
● Algemene wetenschaps loso e: fundamentele loso sche kwesties
● Toegepaste wetenschaps loso e: vragen betrekking op speci eke wetenschap
Westerse loso e: laatste poging voor de niëren van loso e
Filoso e: grillige geschiedenis
= geschiedenis van een discipline dat constant werd uitgedaagd door andere vormen van kennis (mythologie,
theologie,wetenschappen)
= Wat is op dat moment het veld waartegen loso e zich moest positioneren?
Voorgangers: hesiodos: mythologische manier (antieke oudheid)
● Verklaring mbt goddelijke gebeurtenissen die mens omwille van beperkte vermogens aanvaarden maar niets
begrijpen
● Natuur losofen verwerpen dit: wereld = natuurlijke ordening die vanuit zichzelf moet worden begrepen
Westerse loso e ontstaan in oude Griekenland (6de eeuw V.C.)
● Brede maatschappelijke revolutie in toenmalig zuid-Europa
● Vorming van stadstaten met elk eigen rechtspraak + bestuur
● Wetten voor iedereen gelijk+ toegankelijk = resultaat van publieke debat
● Wetten van goddelijke oorsprong ontdaan+ ter discussie gesteld
● 1ste losofen= thales, anaximander + anaximenes
● Natuur losofen: interesse in dat wat de kosmos doet draaien
● 1ste naturalisten: kosmos wilden begrijpen vanuit eigen natuur+ eigen principes
Middeleeuwen: religie
● Christendom werd toegelaten in Romeinse rijk
● Band tussen loso e + geloof en uitklaren van allerlei begrippen, argumenten, theorieën die samenhingen met
christelijke geloofsleer
Moderne tijd: wetenschap
Creatieve periode: nieuwe ideeën in de fysica, astronomie, biologie maakten komaf met de oude dogma’s uit de
antieke oudheid + middeleeuwen
● Descartes + Newton: zowel aan wetenschap als aan loso e
● Eeuwen oude loso sche problemen op te lossen m.b.t. revolutionaire wetenschappelijke methode
● Resulaten riepen ook nieuwe loso sche problemen in het leven
BESLUIT:
Filoso e heeft sinds het ontstaan zich meerdere keren moeten heruitvinden
● zoektocht tot op heden heeft weinig opgeleverd
● Geen noodzakelijke + voldoende voorwaarden => Eerder prototypes + randgeval
● Attitudes + methoden + deeldomeinen —> poging voor de niëren loso e
● Historische verklaring = variatie = telkens ander domein waartegen die zich moest positioneren
=> Wat is loso e= onbeantwoorde vraag: net zoals nog vele vragen in de loso e
fi fi fi
fi
fi
fi fi fififi
fi
fififi fi fififi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi
fi fi fi
, Hoofdstuk 2: Mechanisering + doelgerichtheid
MECHANISERING VAN HET WERELDBEELD (= systematisch vervangen van doeloorzaken tot mechanische)
IN OUDHEID + MIDDELEEUWEN: VANUIT DOELOORZAKEN
= oorzaak die in toekomst ligt, alle artefacten (voorwerpen door mens ontworpen) hebben deze
● Artefacten vervullen bepaal doel + dat doel is tegelijk de oorzaak van hun bestaan
● Bv. Een horloge is ook de oorzaak van het creatieve proces vooraf aan het eindresultaat
● Ontwerp: elk ontwerp verwijst naar ontwerper die artefact heeft gemaakt
Antieke losofen: Stapje verder: levensloze + levende natuur verklaren mbv doeloorzaken
● Ook natuurlijke voorwerpen + organisme zijn vervuld van doel dat hierin vervat ligt + kenmerk verklaart
● Aristoteles: voorwerpen streven ernaar hun essentie te realiseren
● Ze willen tot rust komen op hun natuurlijke plaats
● Natuur/aard werkt als doeloorzaak: elke entiteit+elk orgaan streeft ernaar om zijn natuur of vorm te volmaken
● Ook organismen worden op allerlei manieren bezield om te verklaren waarom ze iets doen
● Ziel = staat in voor basale levensfuncties
● Appettieve ziel = motor van seksuele activiteiten
● Rationele ziel = uniek voor de mens = denkactivteiten aansturen
● Het hele universum op 1 of andere manier bezield en deze houd in beweging=> wegnemen ervan= instorten
17de eeuw: Kantelpunt in de geschiedenis van het Westers denken
—> wijziging had te maken met de opkomst van de natuurwetenschappen
—> De 17de eeuw = sluitstuk van een bijzonder productieve periode in ontwikkeling van die wetenschap
—> de 17de eeuw = periode = wetenschappelijke revolutie
Het succes van de moderne wetenschap
Succes van Galileo doordat die gebruik maakt van wiskundige methode
● Baseerde zich op de euclidische meetkunde, gestoeld op eenvoudige + heldere fundamentele zekerheden
● Hieruit werden vervolgens andere zekerheden afgeleid
● Descartes beweerde dat de loso e ook deze methode moest gebruiken
Mechanisering= enkel gebruik van mechanische oorzaken en geen doeloorzaken meer
Bv. Galileo = 1 van de sleutel guren in wetenschappelijke revolutie
● Traagheidswet: iedere lichaam aan zichzelf overgelaten ofwel in rust blijft of voortbeweegt met gelijkmatige
snelheid en langs een rechte lijn
● Gaat tegen antieke + middeleeuwse losofen in = als lichamen niet worden bezield kan het niet bewegen
—> er is geen mysterieuze bezieling nodig om voorwerpen doen te bewegen
—> oorzaken identi ceren die eigen zijn aan voorwerpen en die voorafgaan aan beweging
= mechanische oorzaak
fi fi fi fi fi fi
,Bv. Descartes:
● Mechanische verklaringen geven voor gekende natuurfenomenen
● Afzetten tegen de toenmalige aristotelische + ptolemeische verklaringen (= van de doeloorzaken)
waarin waarneembare eigenschappen van entiteiten kunnen worden herleid tot hun natuur
● Probleem = immaterieel + hij onttrekt zich aan observatie
● Stelde verklaringen voor die naar eigen zeggen zuiniger waren
—> Beroep op ver jnde, ijle materie niet toegankelijk voor zintuigen die # vormen aannemen + verdeelt is tussen
kleine deeltjes van ieder lichaam
● Kenmerken van entiteiten verklaard mbv kwaliteiten van materie
# Filosofen
Aristoteles: —> doeloorzaak/ theologie= nale oorzaak
● Beweging/ verandering in streven naar iets
● Streven ernaar om hun natuur te realiseren= zo perfect mogelijk binnen eigen natuur
● Perfectie = onbewogen beweger: in vele gevallen = natuurlijke plaats/rust
● Beweging van het levende staat model voor beweging van het niet levende
Descartes: —> geen doeloorzaken meer
● Begrijpt zaken niet meer vanuit doelen maar vanuit blinde krachten die inwerken op object
● Beweging als effect van mechanische oorzaken die inwerken
● Doeloorzaken : oorzaak ligt in toekomst <—> mechanische oorzaken: oorzaak gaat vooraf het effect
● Levenswetenschappen een echte wetenschap maken —> verbannen van de theologie
● Lichaam= Automator: bewegingen zijn effecten van allerlei mechanische oorzaken die inwerken
Probleem met doelgerichtheid:
● Automator gemaakt door iemand met bepaald doel
● Handelingen van Automator zijn oorzaak van het bestaan van de Automator= doeloorzaken
● Geld voor al het levende
—> oplossing volgens Descartes: God/bovennatuurlijke
—> In natuur enkel mechanische oorzaken, levende natuur niet enkel vanuit mechanische
—> Rem op wetenschap!
—> God zelf kan niet wetenschappelijk bestudeerd worden
—> echte wetenschappelijk begrip van het levende als niet levende is niet mogelijk
fi fi
,Kant + theologie: (18de eeuw)
Nooit een newton van de biologie
● Newton = natuurkundige: hoofdrol in mechanisering van het wereldbeeld
● Newton kon ons niks vertellen over levende natuur als levende natuur
=> kant maakte onderscheid tussen:
Inwendige + uitwendige natuurlijke doelen:
● uitwendige doelen = toevallig/bijkomstig
—> het nut dat ze hebben voor andere dingen of de mens
—> Doelen die bijkomstig zijn wanneer we het fenomeen willen bestuderen + begrijpen
—> Bv. Wind die de zaden van de bloem verspreidt: wind is uitwendig aan de bloem
—>De wind bestaat niet om de zaden te verspreiden maar dit is wel toevallig nuttig
Geen probleem voor de wetenschappen
● inwendige doelen = essentieel
● Levende wezens en hun eigenschappen vervullen een inwendig doel gebaseerd op observatie
● In levende natuur is een drang om zichzelf steeds te herscheppen en zichzelf voort te zetten
● Doelen die intern zijn aan organisme waardoor orgaan tegelijk oorzaak + gevolg van zichzelf
—> bv. Voortplanting: de baby is het resultaat van het voortplantingssysteem maar het systeem is er omdat die
het doel heeft om de baby te maken
—> De baby = effect van het systeem maar ook oorzaak waardoor systeem bestaat
Antinomie van het oordeel: = tegenstrijdigheid
1. Het is waar dat het organismen + hun eigenschappen deel uitmaken van de levende natuur
—> en dat de natuurwetenschappen enkel gebruik mag maken van mechanische oorzaken
2. Het is ook waar dat organismen + hun eigenschappen inwendige doelen vervullen
—> deze kunnen enkel met doeloorzaken beschreven worden
Functies + probleem van de theologie
Functie van X = waarvoor X dient (niet gwn wat X doet), waarvoor het bestaat
● Functie van X = verzameling van effecten van X die er voor zorgen dat X bestaat of behouden blijft
● Wat effecten zijn in mechanisch opzicht, zijn hier dus de oorzaak van het bestaan van iets
—> Bv. Effect van het hart = het rondkloppen van bloed = tegelijk ook de oorzaak van het bestaan van het hart
Kant: onderscheid tussen 2 soorten van doelgerichtheid
● Zwakke functie = functie niet intrinsiek aan het voorwerp/orgaan
—> Uitwendige doelgerichtheid: neveneffecten van de echte functie
Eigenlijke functie = inwendige doelgerichtheid = de echte functie
, DARWIN + DARWINISME:
Kant:
● Op loso sche gronden uitgesloten dat biologie ooit zonder theologie zou kunnen
● Betekend: levenswetenschappen/biologie zou nooit echte of moderne wetenschappen kunnen worden
● Darwin = Newton van de biologie
Darwin: 2 ideeën
● Fylogenese = hoe organismen die tot # groepen behoren verwant zijn + hoe groepen verwant
● # soorten zijn niet het resultaat van goddelijk boetseerwerk
● # soorten zijn wel een lange geschiedenis van afstamming met wijzigingen
● Adaptatie = verwante soorten die toch # eigenschappen hebben: aanpassing aan doel
Natuurlijke selectie: selectie en adaptatie
Darwin = 1ste die het mechanisme aanduid dat de evolutie aandrijft, maar niet de 1ste die beweert dat er evolutie
is
3 componenten:
Variatie:
● Kan op # niveaus: tussen groepen, intra-individueel (afhankelijk van tijd/plaats)
● Belangrijk bij selectie = inter-individueel = tussen individuen
Erfelijkheid:
● # generaties moeten er zijn + eigenschappen met zekere betrouwbaarheid doorgeven
● Niet elke inter-individuele variatie is erfelijk
Verschil in reproductief succes = reproductief overschot
● Meer productie tov degene die overleven + voortplanten (o.w.v. schaarste)
● Deel heeft te maken met eigenschappen die overerfbaar zijn
—> 1 eigenschap die in populatie aanwezig is neemt toe in frequentie in tijd
—> Bv. snelheid: snellere dieren hebben meer kans om te overleven + reproduceren
Selectie leidt tot adaptaties!
● Arti ciele selectie = menselijke voorkeur
● Natuurlijke selectie = adaptatie aan natuurlijke omgeving + overleving
● Interseksueel = ander geslacht is selecterende instantie
● Intraseksueel = zelfde geslacht is selecterende instantie
Niveaus van selectie:
● Wie haalt er voordeel uit? Wie dient het doel?
● Wie moet er voordeel halen uit trek opdat die trek zou worden geselecteerd?
fi
fi fi
wijsbegeerte
, Inhoudstabel
Hoofdstuk 1: Wat is loso e
1.1 drie aspecten: attitude, methodologie en domein
1.2 Vier deeldomeinen
1.3 Zeer korte geschiedenis van de westerse loso e
1.4 Besluit
Hoofdstuk 2: Mechanisering en doelgerichtheid
2.1 De mechanisering van het wereldbeeld
2.2 Kant en de teleologie
2.3 Darwin en het darwinisme
2.4 Domheid en doelgerichtheid
2.5 Functies en normen in de natuur
2.6 Besluit
Hoofdstuk 3: Lichaam en geest
3.1 Fysisch spul en geestespul: Descartes’ dualisme
3.2 Dualisme na Descartes
3.3 De mens is een machine
3.4 Van materialisme naar fysicalisme
3.5 Besluit
Hoofdstuk 4: Lijden en dood
4.1 Oplossingen voor de dood
4.2 Lijden is (g)een pretje
4.3 Is de dood een kwaad?
4.4 Is onsterfelijkheid wenselijk?
4.5 Besluit
Hoofdstuk 5: Wetenschap en pseudowetenschap
5.1 Het demarcatieprobleem
5.2 Drie problematische oplossingen
5.3 Karl Popper: zoeken naar weerlegging
5.4 Thomas Kuhn: paradigma’s en revoluties
5.5 Besluit
Hoofdstuk 6: wetenschappelijke kennis
6.1 Wetenschappen en hun methoden
6.2 Hume en popper: zoeken naar oorzaken
6.3 Over theoretische observaties en geloof in theorie
6.4 Succes in de biomedische wetenschappen
6.5 Toeval gebruiken om toeval uit te schakelen
6.6 Besluit
Hoofdstuk 7: ziekte
7.1 Normativisme
7.2 Naturalisme en hybridisme
7.3 Pluralisme
7.4 Eliminativisme
7.5 besluit
fi fi fi fi
,Hoofdstuk 8: Medicalisering
8.1 Medicaliseren en pathologiseren
8.2 Pathologiseren: oorzaken en gevolgen
8.3 De pathologisering van zwaarlijvigheid
8.4 Van zwaarlijvigheid tot obesitas: een genealogie
8.5 Besluit
Hoofdstuk 9: wetenschap en waarden
=> geen hoofdstuk in boek, wel in samenvatting
Hoofdstuk 10: Handicap
10.1 Ziekte en haar gevolgen
10.2 Disability tussen geneeskunde en maatschappij
10.3 Disability en sociaal constructivisme
10.4 Beperkingen waarderen
10.5 Besluit
, Overzicht van de wijsbegeerte: Filoso e
Hoofdstuk 1: Wat is loso e?
=Filoso sche vraag (=Moeilijke, abstracte vragen) => op grond waarvan noemt men iets loso sch?
● De voorwaarden geven waaraan iets moet beantwoorden om als correct loso sch te worden beschouwd
● Voorwaarden moeten uitsluitend bij loso e voorkomen (bij alle loso e, enkel bij loso e)
Wat betekend een de nitie?
Ethomyologie: af-bakenen, afgrenzen
● intensionele de nitie: geven van betekenis aan verzameling
● extensionele de nitie: je somt alle elementen van die verzameling op.
3 ASPECTEN:
1. Attitude: (van de losofen)
verwondering: Alfred north whitehead ( loso e begint bij de verwondering en eindigt erbij)
Vertwijfeling: Schopenhauer, Kierkegard
● Vertwijfeling gebeurd bij meeste mensen op sommige momenten in het leven
● Gevoel hebben dat je niet doet wat je moet doen of waarom => NIET ENKEL FILOSOFISCH
Kritisch denken: Descartes twijfel
● Het is mogelijk dat onze zintuigen ons vaker bedriegen dan gedacht
● Zintuigen onbetrouwbaar= kennis onbetrouwbaar?
● Erg kenmerkend voor loso e maar ook erbuiten
● Bv: Wetenschappers
Filoso e: een kritisch, rationele re ectie op de betekenis en waarden van alle weten en werkelijkheid
=> Als deze 3 attituden komen voor in loso e maar ook buiten de loso e= Niet de nitie van loso e
2. Methoden: (= weg waarlangs het doel bereikt wordt)
Zijn er methoden die enkel gebruikt worden door losofen en niet door wetenschappers? Andersom?
● Veel methoden die gebruikt worden door loso e, MAAR geen enkele uniek voor loso e
● Methoden die wel uniek zijn worden niet door alle losofen gebruikt
# Methoden
Intuïtie:
● 17de + 18de eeuwse loso e: kennis die op onmiddellijke manier verkregen wordt
=> Descartes: heldere+ welonderscheiden ideeën (vanzelfsprekend)
=> Je pense donc je suis
● 20ste eeuwse loso e: nieuwe + negatieve betekenis
= Spontane overtuigingen die we in eigen geest vinden als we over onderwerp denken
= het gezond verstand= moeilijk te veranderen of op te geven
Conceptuele analyse:
● Ontrafelen + verbeteren van concepten die we in het dagelijks leven achteloos gebruiken
● Belangrijke begrippen die we gebruiken ontleden in meer eenvoudige begrippen
Bv. Wat is tijd/liefde/vrijheid?
fi
fi fi
fifi fi
fifi fifi
fi fi fifi flfi fifi fi fifi fi fi fi fifi fifi
, Gedachten-experimenten:
= instrumentele verbeelding, gebruikt om nieuwe info over te krijgen zonder gebruik van nieuwe empirische data
● Verhelderen van problemen door visualisatie + leveren gegevens voor of tegen bepaalde theorie
● Geen nanciële + technische + morele problemen (omdat alles in de gedachten gebeurd)
● Vb: brain in a vat
● inbeelden dat hersenen zich op andere planeet bevinden
● Hier geeft wetenschapper sign aan het breien
● Zo krijgt men bv de indruk dat men in een klaslokaal zit op aarde
● Hersenen in het vat beschikken niet over manier om na te gaan of dit klopt of niet
=> Dit zijn allemaal ook geen unieke methodes+ niet enkel loso sch
3. DOMEIN:
= onbeantwoordbare vraag+ fundamentele problemen
● bv: bestaand god? Wat is een ziekte?
● Maar ook niet beantwoordbare vragen+ fundamentele problemen in andere disciplines
4 deeldomeinen:
4 beelddomeinen in de loso e= metafysica + logica + epistemologie + moraal loso e
Metafysica:
= studie van wat bestaat en van de aard van wat is.(bestudeerd de aard en structuur van de wereld)
Bv: bestaat vrije wil? Bestaan getallen? Hoe komt het dat die bestaan? => we bestuderen vooral vragen waarin we
afvragen of iets bestaat.
Logica:
= studie van geldigheid van redeneren en argumenten
Voorbeelden van niet geldige redeneringen
● Post-hoc, ergo propter hoc = het wordt donker omdat ik gewerkt heb
Af rming the consequent = omdat Q volgt op P wilt het niet zeggen dat P volgt op Q
Als het regent is het gras nat, maar als het gras nat is wilt het niet zeggen dat het heeft geregend
Slippery slope: als we morgen a doen, zal B volgen, B is onwenselijk dus mogen we A niet doen
Epistemologie (=kennisleer)
= studie van aard en mogelijkheid van kennis (Wat kunnen we allemaal weten?)
Wat is kennis? Hoe weet men wat men denkt? Wat kunnen we weten?
● vb: Brain in a vat: in welke mate is het gerechtvaardigd te geloven wat men denkt
Moraal loso e (=ethiek)
= studie van principes die betrekking hebben op goed en kwaad
● Wat betekend het om goede te doen of een goed persoon te zijn? Wat is een goed leven?
● vb: trolley problemen
● Wagon die 4 mensen gaat overrijden of je wisselt spoor naar 1 persoon
Kiezen? # situaties: oud-jong/ familie-vriend-vreemde/..
● Welke keuze is goed en welke niet? Mag je de hendel bedienen? Schuldgevoel?
fi fi fi fi fi fi fi fi
, Wetenschaps loso e combineert deze 4 elementen
● Politieke loso e-> Ethiek
● Wetenschaps loso e-> toegepaste vorm van epistemologie, maar soms ook ethisch of metafysisch
● Indelen in de beelddomeinen:
● Algemene wetenschaps loso e: fundamentele loso sche kwesties
● Toegepaste wetenschaps loso e: vragen betrekking op speci eke wetenschap
Westerse loso e: laatste poging voor de niëren van loso e
Filoso e: grillige geschiedenis
= geschiedenis van een discipline dat constant werd uitgedaagd door andere vormen van kennis (mythologie,
theologie,wetenschappen)
= Wat is op dat moment het veld waartegen loso e zich moest positioneren?
Voorgangers: hesiodos: mythologische manier (antieke oudheid)
● Verklaring mbt goddelijke gebeurtenissen die mens omwille van beperkte vermogens aanvaarden maar niets
begrijpen
● Natuur losofen verwerpen dit: wereld = natuurlijke ordening die vanuit zichzelf moet worden begrepen
Westerse loso e ontstaan in oude Griekenland (6de eeuw V.C.)
● Brede maatschappelijke revolutie in toenmalig zuid-Europa
● Vorming van stadstaten met elk eigen rechtspraak + bestuur
● Wetten voor iedereen gelijk+ toegankelijk = resultaat van publieke debat
● Wetten van goddelijke oorsprong ontdaan+ ter discussie gesteld
● 1ste losofen= thales, anaximander + anaximenes
● Natuur losofen: interesse in dat wat de kosmos doet draaien
● 1ste naturalisten: kosmos wilden begrijpen vanuit eigen natuur+ eigen principes
Middeleeuwen: religie
● Christendom werd toegelaten in Romeinse rijk
● Band tussen loso e + geloof en uitklaren van allerlei begrippen, argumenten, theorieën die samenhingen met
christelijke geloofsleer
Moderne tijd: wetenschap
Creatieve periode: nieuwe ideeën in de fysica, astronomie, biologie maakten komaf met de oude dogma’s uit de
antieke oudheid + middeleeuwen
● Descartes + Newton: zowel aan wetenschap als aan loso e
● Eeuwen oude loso sche problemen op te lossen m.b.t. revolutionaire wetenschappelijke methode
● Resulaten riepen ook nieuwe loso sche problemen in het leven
BESLUIT:
Filoso e heeft sinds het ontstaan zich meerdere keren moeten heruitvinden
● zoektocht tot op heden heeft weinig opgeleverd
● Geen noodzakelijke + voldoende voorwaarden => Eerder prototypes + randgeval
● Attitudes + methoden + deeldomeinen —> poging voor de niëren loso e
● Historische verklaring = variatie = telkens ander domein waartegen die zich moest positioneren
=> Wat is loso e= onbeantwoorde vraag: net zoals nog vele vragen in de loso e
fi fi fi
fi
fi
fi fi fififi
fi
fififi fi fififi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi
fi fi fi
, Hoofdstuk 2: Mechanisering + doelgerichtheid
MECHANISERING VAN HET WERELDBEELD (= systematisch vervangen van doeloorzaken tot mechanische)
IN OUDHEID + MIDDELEEUWEN: VANUIT DOELOORZAKEN
= oorzaak die in toekomst ligt, alle artefacten (voorwerpen door mens ontworpen) hebben deze
● Artefacten vervullen bepaal doel + dat doel is tegelijk de oorzaak van hun bestaan
● Bv. Een horloge is ook de oorzaak van het creatieve proces vooraf aan het eindresultaat
● Ontwerp: elk ontwerp verwijst naar ontwerper die artefact heeft gemaakt
Antieke losofen: Stapje verder: levensloze + levende natuur verklaren mbv doeloorzaken
● Ook natuurlijke voorwerpen + organisme zijn vervuld van doel dat hierin vervat ligt + kenmerk verklaart
● Aristoteles: voorwerpen streven ernaar hun essentie te realiseren
● Ze willen tot rust komen op hun natuurlijke plaats
● Natuur/aard werkt als doeloorzaak: elke entiteit+elk orgaan streeft ernaar om zijn natuur of vorm te volmaken
● Ook organismen worden op allerlei manieren bezield om te verklaren waarom ze iets doen
● Ziel = staat in voor basale levensfuncties
● Appettieve ziel = motor van seksuele activiteiten
● Rationele ziel = uniek voor de mens = denkactivteiten aansturen
● Het hele universum op 1 of andere manier bezield en deze houd in beweging=> wegnemen ervan= instorten
17de eeuw: Kantelpunt in de geschiedenis van het Westers denken
—> wijziging had te maken met de opkomst van de natuurwetenschappen
—> De 17de eeuw = sluitstuk van een bijzonder productieve periode in ontwikkeling van die wetenschap
—> de 17de eeuw = periode = wetenschappelijke revolutie
Het succes van de moderne wetenschap
Succes van Galileo doordat die gebruik maakt van wiskundige methode
● Baseerde zich op de euclidische meetkunde, gestoeld op eenvoudige + heldere fundamentele zekerheden
● Hieruit werden vervolgens andere zekerheden afgeleid
● Descartes beweerde dat de loso e ook deze methode moest gebruiken
Mechanisering= enkel gebruik van mechanische oorzaken en geen doeloorzaken meer
Bv. Galileo = 1 van de sleutel guren in wetenschappelijke revolutie
● Traagheidswet: iedere lichaam aan zichzelf overgelaten ofwel in rust blijft of voortbeweegt met gelijkmatige
snelheid en langs een rechte lijn
● Gaat tegen antieke + middeleeuwse losofen in = als lichamen niet worden bezield kan het niet bewegen
—> er is geen mysterieuze bezieling nodig om voorwerpen doen te bewegen
—> oorzaken identi ceren die eigen zijn aan voorwerpen en die voorafgaan aan beweging
= mechanische oorzaak
fi fi fi fi fi fi
,Bv. Descartes:
● Mechanische verklaringen geven voor gekende natuurfenomenen
● Afzetten tegen de toenmalige aristotelische + ptolemeische verklaringen (= van de doeloorzaken)
waarin waarneembare eigenschappen van entiteiten kunnen worden herleid tot hun natuur
● Probleem = immaterieel + hij onttrekt zich aan observatie
● Stelde verklaringen voor die naar eigen zeggen zuiniger waren
—> Beroep op ver jnde, ijle materie niet toegankelijk voor zintuigen die # vormen aannemen + verdeelt is tussen
kleine deeltjes van ieder lichaam
● Kenmerken van entiteiten verklaard mbv kwaliteiten van materie
# Filosofen
Aristoteles: —> doeloorzaak/ theologie= nale oorzaak
● Beweging/ verandering in streven naar iets
● Streven ernaar om hun natuur te realiseren= zo perfect mogelijk binnen eigen natuur
● Perfectie = onbewogen beweger: in vele gevallen = natuurlijke plaats/rust
● Beweging van het levende staat model voor beweging van het niet levende
Descartes: —> geen doeloorzaken meer
● Begrijpt zaken niet meer vanuit doelen maar vanuit blinde krachten die inwerken op object
● Beweging als effect van mechanische oorzaken die inwerken
● Doeloorzaken : oorzaak ligt in toekomst <—> mechanische oorzaken: oorzaak gaat vooraf het effect
● Levenswetenschappen een echte wetenschap maken —> verbannen van de theologie
● Lichaam= Automator: bewegingen zijn effecten van allerlei mechanische oorzaken die inwerken
Probleem met doelgerichtheid:
● Automator gemaakt door iemand met bepaald doel
● Handelingen van Automator zijn oorzaak van het bestaan van de Automator= doeloorzaken
● Geld voor al het levende
—> oplossing volgens Descartes: God/bovennatuurlijke
—> In natuur enkel mechanische oorzaken, levende natuur niet enkel vanuit mechanische
—> Rem op wetenschap!
—> God zelf kan niet wetenschappelijk bestudeerd worden
—> echte wetenschappelijk begrip van het levende als niet levende is niet mogelijk
fi fi
,Kant + theologie: (18de eeuw)
Nooit een newton van de biologie
● Newton = natuurkundige: hoofdrol in mechanisering van het wereldbeeld
● Newton kon ons niks vertellen over levende natuur als levende natuur
=> kant maakte onderscheid tussen:
Inwendige + uitwendige natuurlijke doelen:
● uitwendige doelen = toevallig/bijkomstig
—> het nut dat ze hebben voor andere dingen of de mens
—> Doelen die bijkomstig zijn wanneer we het fenomeen willen bestuderen + begrijpen
—> Bv. Wind die de zaden van de bloem verspreidt: wind is uitwendig aan de bloem
—>De wind bestaat niet om de zaden te verspreiden maar dit is wel toevallig nuttig
Geen probleem voor de wetenschappen
● inwendige doelen = essentieel
● Levende wezens en hun eigenschappen vervullen een inwendig doel gebaseerd op observatie
● In levende natuur is een drang om zichzelf steeds te herscheppen en zichzelf voort te zetten
● Doelen die intern zijn aan organisme waardoor orgaan tegelijk oorzaak + gevolg van zichzelf
—> bv. Voortplanting: de baby is het resultaat van het voortplantingssysteem maar het systeem is er omdat die
het doel heeft om de baby te maken
—> De baby = effect van het systeem maar ook oorzaak waardoor systeem bestaat
Antinomie van het oordeel: = tegenstrijdigheid
1. Het is waar dat het organismen + hun eigenschappen deel uitmaken van de levende natuur
—> en dat de natuurwetenschappen enkel gebruik mag maken van mechanische oorzaken
2. Het is ook waar dat organismen + hun eigenschappen inwendige doelen vervullen
—> deze kunnen enkel met doeloorzaken beschreven worden
Functies + probleem van de theologie
Functie van X = waarvoor X dient (niet gwn wat X doet), waarvoor het bestaat
● Functie van X = verzameling van effecten van X die er voor zorgen dat X bestaat of behouden blijft
● Wat effecten zijn in mechanisch opzicht, zijn hier dus de oorzaak van het bestaan van iets
—> Bv. Effect van het hart = het rondkloppen van bloed = tegelijk ook de oorzaak van het bestaan van het hart
Kant: onderscheid tussen 2 soorten van doelgerichtheid
● Zwakke functie = functie niet intrinsiek aan het voorwerp/orgaan
—> Uitwendige doelgerichtheid: neveneffecten van de echte functie
Eigenlijke functie = inwendige doelgerichtheid = de echte functie
, DARWIN + DARWINISME:
Kant:
● Op loso sche gronden uitgesloten dat biologie ooit zonder theologie zou kunnen
● Betekend: levenswetenschappen/biologie zou nooit echte of moderne wetenschappen kunnen worden
● Darwin = Newton van de biologie
Darwin: 2 ideeën
● Fylogenese = hoe organismen die tot # groepen behoren verwant zijn + hoe groepen verwant
● # soorten zijn niet het resultaat van goddelijk boetseerwerk
● # soorten zijn wel een lange geschiedenis van afstamming met wijzigingen
● Adaptatie = verwante soorten die toch # eigenschappen hebben: aanpassing aan doel
Natuurlijke selectie: selectie en adaptatie
Darwin = 1ste die het mechanisme aanduid dat de evolutie aandrijft, maar niet de 1ste die beweert dat er evolutie
is
3 componenten:
Variatie:
● Kan op # niveaus: tussen groepen, intra-individueel (afhankelijk van tijd/plaats)
● Belangrijk bij selectie = inter-individueel = tussen individuen
Erfelijkheid:
● # generaties moeten er zijn + eigenschappen met zekere betrouwbaarheid doorgeven
● Niet elke inter-individuele variatie is erfelijk
Verschil in reproductief succes = reproductief overschot
● Meer productie tov degene die overleven + voortplanten (o.w.v. schaarste)
● Deel heeft te maken met eigenschappen die overerfbaar zijn
—> 1 eigenschap die in populatie aanwezig is neemt toe in frequentie in tijd
—> Bv. snelheid: snellere dieren hebben meer kans om te overleven + reproduceren
Selectie leidt tot adaptaties!
● Arti ciele selectie = menselijke voorkeur
● Natuurlijke selectie = adaptatie aan natuurlijke omgeving + overleving
● Interseksueel = ander geslacht is selecterende instantie
● Intraseksueel = zelfde geslacht is selecterende instantie
Niveaus van selectie:
● Wie haalt er voordeel uit? Wie dient het doel?
● Wie moet er voordeel halen uit trek opdat die trek zou worden geselecteerd?
fi
fi fi