Grondwettelijk recht
1 de staat België
(art. 4 => meerderheid = BIJZONDERE meerderheid!!)
Starttest mogelijke examenvragen
België is een federale staat
België telt 10 provincies, 4 taalgebieden, 3 gewesten en 3 gemeenschappen
Wie is op dit moment minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?
o Rudi Vervoort
8% moslims in België
Een ontslagnemende regering kan zich alleen bezig houden met lopende zaken
Brusselshoofdstedelijk gewest – ordonnantie
Hoofdstuk 1: Soorten staten
Constitutieve elementen
Grondgebied
Bevolking
Gezag
o Moet soeverein zijn
Het opperste gezag, er staat niets boven
o Moet georganiseerd zijn
3 staatsmachten
WM = wetgevende macht
UM = uitvoerende macht
RM = rechterlijke macht
1 unitaire of eenheidsstaat
= één centraal gezagsniveau, één bron van gezag en soevereiniteit
Bv.: Frankrijk,
Deconcentratie
= delegatie van macht aan lagere instanties (zonder RP) => sneller en efficiënter beslissen op
lager niveau conform nationale richtlijnen
Bv.: belastingdienst, inspectie
Maar: hiërarchisch toezicht!
= bevelen, hervorming, indeplaatsstelling door hogere overheid
,Decentralisatie
= toewijzing van bevoegdheden aan autonome organen (met RP) => ruimte voor eigen beleid
Hier: bestuurlijk / administratief toeizcht!
= schorsing of vernietiging door voogdijoverheid ALS strijdig met hogere norm of schending
algemeent belang (maar géén bevelen, hervorming, indeplaatstelling)
2 vormen:
Territoriaal
o Algemeen omschreven autonomie – territoriaal beperkt
o Door eigen politiek verkozen organen
o Bv. gemeenten en provincies
Functioneel
o Inhoudenlijk / functioneel omschreven autonomie – territoriaal onbeperkt
o Door openbare instellingen
o Bv.: NMBS, RSZ, FANC, NAR, VHM, Orde van advocaten,...
Verschil decentralisatie en federatie
Bij decentralisatie is er wel nog een hierarchische band (nog eens bekijken)
2 federale of bonddstaat
= Soevereiniteit is verdeeld tussen één centraal gezag + deelstaten
België heeft 6 deelgebieden (som van gemeenschappen als gewesten)
België, Duitsland, VS, Argentinië
Verschil tussen federlaisering en decentralisatie?
Decentralisaite: wel nog een toezichtsvorm
Federaal: geen hiërarchische band dia 10 powerpoint!!!
3 confederale staat of statenbond
= samenwerkingsverband (via verdrag!) tussen soevereine staten
Bv.: Servië-Montenegro
Samenwerkingsverband:
Beperkt aantal materies (bv. defensie)
Neiuw gezagsniveau => diplomatieke beraadslagend orgaan
Extern: meerdere staten (STATENbond)
Weinig stabiel => tussenstap naar federatie of onafhankelijkheid
,Hoofdstuk 2: Ontstaan van België
De Belgische revolutie
10 november 1830: nationaal congres (1e parlement)
7 februari 1831: afkondiging Belgische Grondwet
21 juli 1831: eedaflegging koning Leopold I
Kenmerken van de Belgische staatsinrichting
Scheiding der machten
Representatieve en parlementaire democratie
Rechtstaat
Monarcie
Grondwet van 1831
1 scheiding der machten
Wetgevende macht => parlement
Uitvoerende macht => regering
Rechterlijke macht => hoven en rechtbanken
Checks and balances: ze werken samen, maar voeren ook controle uit over elkaar
2 Representatieve en parlementaire democratie
Democratie = macht aan het volk
Representatief:
o Via verkozen vertegenwoordigers
o Basisdemocratie
o Wie krijgt stemrecht?
Iedereen die belastingen betaalt
representatief:
, 3 Rechtstaat
= iedereen is onderworpen aan het recht, ook de overheid
<-> politiestaat (= gezag van OH is gebasseerd op pure macht, dit leidt tot willekeur) `
Kenmerken
Ook voor het maken van regels moeten ze regels volgen
Er is een minimum aan onvervreemdbare rechten en vrijheden
De regels worden beschermd door onafhankelijke rechters
4 Monarchie
Koning i.p.v president (= republiek)
Erfelijk: eerstegeboorterecht (genderneutraal)
Kenmerken
Constitutioneel = enkel bevoegdheden uit grondwet
o De macht van de koning wordt beperkt tot de grondwet (examen!!)
Parlementair = verantwoordelijk (samen met ministers) t.o.v het parlement (de
Kamer)
1 de staat België
(art. 4 => meerderheid = BIJZONDERE meerderheid!!)
Starttest mogelijke examenvragen
België is een federale staat
België telt 10 provincies, 4 taalgebieden, 3 gewesten en 3 gemeenschappen
Wie is op dit moment minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?
o Rudi Vervoort
8% moslims in België
Een ontslagnemende regering kan zich alleen bezig houden met lopende zaken
Brusselshoofdstedelijk gewest – ordonnantie
Hoofdstuk 1: Soorten staten
Constitutieve elementen
Grondgebied
Bevolking
Gezag
o Moet soeverein zijn
Het opperste gezag, er staat niets boven
o Moet georganiseerd zijn
3 staatsmachten
WM = wetgevende macht
UM = uitvoerende macht
RM = rechterlijke macht
1 unitaire of eenheidsstaat
= één centraal gezagsniveau, één bron van gezag en soevereiniteit
Bv.: Frankrijk,
Deconcentratie
= delegatie van macht aan lagere instanties (zonder RP) => sneller en efficiënter beslissen op
lager niveau conform nationale richtlijnen
Bv.: belastingdienst, inspectie
Maar: hiërarchisch toezicht!
= bevelen, hervorming, indeplaatsstelling door hogere overheid
,Decentralisatie
= toewijzing van bevoegdheden aan autonome organen (met RP) => ruimte voor eigen beleid
Hier: bestuurlijk / administratief toeizcht!
= schorsing of vernietiging door voogdijoverheid ALS strijdig met hogere norm of schending
algemeent belang (maar géén bevelen, hervorming, indeplaatstelling)
2 vormen:
Territoriaal
o Algemeen omschreven autonomie – territoriaal beperkt
o Door eigen politiek verkozen organen
o Bv. gemeenten en provincies
Functioneel
o Inhoudenlijk / functioneel omschreven autonomie – territoriaal onbeperkt
o Door openbare instellingen
o Bv.: NMBS, RSZ, FANC, NAR, VHM, Orde van advocaten,...
Verschil decentralisatie en federatie
Bij decentralisatie is er wel nog een hierarchische band (nog eens bekijken)
2 federale of bonddstaat
= Soevereiniteit is verdeeld tussen één centraal gezag + deelstaten
België heeft 6 deelgebieden (som van gemeenschappen als gewesten)
België, Duitsland, VS, Argentinië
Verschil tussen federlaisering en decentralisatie?
Decentralisaite: wel nog een toezichtsvorm
Federaal: geen hiërarchische band dia 10 powerpoint!!!
3 confederale staat of statenbond
= samenwerkingsverband (via verdrag!) tussen soevereine staten
Bv.: Servië-Montenegro
Samenwerkingsverband:
Beperkt aantal materies (bv. defensie)
Neiuw gezagsniveau => diplomatieke beraadslagend orgaan
Extern: meerdere staten (STATENbond)
Weinig stabiel => tussenstap naar federatie of onafhankelijkheid
,Hoofdstuk 2: Ontstaan van België
De Belgische revolutie
10 november 1830: nationaal congres (1e parlement)
7 februari 1831: afkondiging Belgische Grondwet
21 juli 1831: eedaflegging koning Leopold I
Kenmerken van de Belgische staatsinrichting
Scheiding der machten
Representatieve en parlementaire democratie
Rechtstaat
Monarcie
Grondwet van 1831
1 scheiding der machten
Wetgevende macht => parlement
Uitvoerende macht => regering
Rechterlijke macht => hoven en rechtbanken
Checks and balances: ze werken samen, maar voeren ook controle uit over elkaar
2 Representatieve en parlementaire democratie
Democratie = macht aan het volk
Representatief:
o Via verkozen vertegenwoordigers
o Basisdemocratie
o Wie krijgt stemrecht?
Iedereen die belastingen betaalt
representatief:
, 3 Rechtstaat
= iedereen is onderworpen aan het recht, ook de overheid
<-> politiestaat (= gezag van OH is gebasseerd op pure macht, dit leidt tot willekeur) `
Kenmerken
Ook voor het maken van regels moeten ze regels volgen
Er is een minimum aan onvervreemdbare rechten en vrijheden
De regels worden beschermd door onafhankelijke rechters
4 Monarchie
Koning i.p.v president (= republiek)
Erfelijk: eerstegeboorterecht (genderneutraal)
Kenmerken
Constitutioneel = enkel bevoegdheden uit grondwet
o De macht van de koning wordt beperkt tot de grondwet (examen!!)
Parlementair = verantwoordelijk (samen met ministers) t.o.v het parlement (de
Kamer)