Werken met mensen met een verstandelijke beperking
HOOFDSTUK 1: ORGANISATIE VAN HET WERKVELD
1.1 Ontwikkelingen in de sector voor mensen met een verstandelijke
beperking
1.1.1 Gelijke rechten
Aanleiding: VN conventie – overeenkomst/verdrag van verenigde naties om de
mensenrechten van mensen met een beperking te bevorderen, beschermen en
waarborgen
Sinds 1 augustus 2009 in werking voor België
Þ PmH (Persoon met Handicap) op voet van gelijkheid met anderen
2 belangrijke principes van VN-verdrag
1. Het definieert een handicap als resultaat van een wisselwerking tss een persoon
met een beperking en de obstakels waarmee een niet-inclusieve samenleving hem
of haar confronteert
2. Het luidt een echte mentaliteitsverandering in: een mens met een handicap is niet
langer iemand zonder stem of mening die afhankelijk is van hulp of liefdadigheid,
maar een persoon met rechten, net als alle andere burgers
Gevolg: wijziging van manier van denken
Þ Meer toegespitst op zelfstandigheid, participatie en een volwaardige en volledige
integratie van deze personen in de maatschappij
Þ Ruimere omschrijving van begrip ‘handicap’: ruimere interpretatie van
verstandelijke handicap, handicap niet op zich zien maar ook de obstakels die
worden ervaren
, Þ Visie: burgerschapsmodel – maatschappelijke verantwoordelijkheid om gelijke
rechten te verwezenlijken
Personen met een handicap: personen met langdurige fysieke, mentale, verstandelijke of
zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten
volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de
samenleving
Voorbeeld jongere die in boerenbuiten woont met verstandelijke & fysieke beperking
o Langdurig: chronisch of definitief
o Belangrijk: nood aan bijzondere ondersteuning, bijzondere omkadering en
dergelijke problemen die iemand heeft met het deelnemen aan het
maatschappelijk leven
o Participatieprobleem kan ook afhangen van leeftijd, omgevingsfactoren … Als de
omgevingsfactoren als oorzaak dominant zijn, behoort de persoon niet tot de
doelgroep van het VAPH.
o Een van de vuistregels om de 'ernst' van de beperkingen in te schatten, is het
beoordelen van de nood aan hulpmiddelen of ondersteuning door personen
o Een stoornis is niet hetzelfde als een ziekte of een aandoening
Burgerschapsmodel: basismodel voor verdere uitbouw van het Vlaams beleid t.a.v. PmH
o Leidt naar een inclusiebeleid
• Maximaal investeren in volwaardige maatschappelijke participatie van PmH
• Personen met een handicap handvaten in handen geven om hun eigen
leven te sturen
• Sociale solidariteit maximaal laten spelen
,Schema kunnen linken aan vermaatschappelijking van de zorg
o In de praktijk komt het vaak neer op kostenbesparing veeleer dat het vertrekt
vanuit het versterken van kwaliteit van leven
1.1.2 Inclusie
Inclusie: het meedoen en erbij horen van mensen met een beperking, zo weinig mogelijk
uitzonderlijk en afzonderlijk
o Ook gevolg van de VN conventie en het burgerschapsmodel dat leidde tot het
gedachtegoed van inclusie
Foto 1: separatie
Foto 2: integratie
Foto 3: inclusie
Metafoor: integratie: uitgenodigd worden op het feestje
Inclusie: mogen dansen op het feestje of gevraagd worden om te dansen
Nog beter: dansje voegt ook meerwaarde toe aan het feest…
1.1.3 Vermaatschappelijking van de zorg
“Verschuiving binnen de zorg waarbij ernaar gestreefd wordt om mensen met
beperkingen, chronisch zieken, kwetsbare ouderen, jongeren met gedrags-en emotionele
problemen, mensen die in armoede leven, …., met al hun mogelijkheden en
, kwetsbaarheden een eigen zinvolle plek in de samenleving te laten innemen, hen daarbij
waar nodig te ondersteunen en de zorg zoveel mogelijk geïntegreerd in de samenleving
te laten verlopen.”
Concentrische cirkels: maximale inzet van zo gewoon als mogelijk, pas uitzonderlijk indien
nodig
1 – zelfzorg: persoon met een beperking
2 – gewone zorg: het eigen gezin
3 – mantelzorg: familie, vrienden
4 – reguliere zorg: professionele zorg en
ondersteuning (CAW, poetshulp, kinderopvang)
5 – gespecialiseerde zorg en dienstverlening die VAPH vergoed
Voorbeeld: casus Daria
Situatie: Daria is een 24-jarige vrouw met een matige verstandelijke beperking. Ze woont
momenteel thuis bij haar ouders, maar ze wil graag zelfstandig gaan wonen in een studio
met woonondersteuning. Daria is dan ook heel zelfstandig in zich kleden, zich wassen,
koken, … Haar ouders geven aan dat ze wel ondersteuning kan gebruiken o.a. bij het
kiezen van de gepaste kledij bij de weersomstandigheden of dat ze bijvoorbeeld hulp
nodig heeft bij het inschatten wanneer ze moet vertrekken om ergens op tijd te zijn. Ook
op vlak van huishouden (poetsen, de woning onderhouden, boodschappen doen) maken
de ouders zich zorgen voor later.
Daria werkt twee dagen per week in een maatwerkbedrijf en gaat op woensdag naar een
dagactiviteitencentrum waar ze creatieve workshops doet. In het maatwerkbedrijf heeft ze
nu enkel nog ondersteuning nodig als er een nieuwe taak of opdracht moet uitgevoerd
worden. Tijdens de creatieve workshops vraagt Daria weinig ondersteuning, maar vindt ze
HOOFDSTUK 1: ORGANISATIE VAN HET WERKVELD
1.1 Ontwikkelingen in de sector voor mensen met een verstandelijke
beperking
1.1.1 Gelijke rechten
Aanleiding: VN conventie – overeenkomst/verdrag van verenigde naties om de
mensenrechten van mensen met een beperking te bevorderen, beschermen en
waarborgen
Sinds 1 augustus 2009 in werking voor België
Þ PmH (Persoon met Handicap) op voet van gelijkheid met anderen
2 belangrijke principes van VN-verdrag
1. Het definieert een handicap als resultaat van een wisselwerking tss een persoon
met een beperking en de obstakels waarmee een niet-inclusieve samenleving hem
of haar confronteert
2. Het luidt een echte mentaliteitsverandering in: een mens met een handicap is niet
langer iemand zonder stem of mening die afhankelijk is van hulp of liefdadigheid,
maar een persoon met rechten, net als alle andere burgers
Gevolg: wijziging van manier van denken
Þ Meer toegespitst op zelfstandigheid, participatie en een volwaardige en volledige
integratie van deze personen in de maatschappij
Þ Ruimere omschrijving van begrip ‘handicap’: ruimere interpretatie van
verstandelijke handicap, handicap niet op zich zien maar ook de obstakels die
worden ervaren
, Þ Visie: burgerschapsmodel – maatschappelijke verantwoordelijkheid om gelijke
rechten te verwezenlijken
Personen met een handicap: personen met langdurige fysieke, mentale, verstandelijke of
zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten
volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de
samenleving
Voorbeeld jongere die in boerenbuiten woont met verstandelijke & fysieke beperking
o Langdurig: chronisch of definitief
o Belangrijk: nood aan bijzondere ondersteuning, bijzondere omkadering en
dergelijke problemen die iemand heeft met het deelnemen aan het
maatschappelijk leven
o Participatieprobleem kan ook afhangen van leeftijd, omgevingsfactoren … Als de
omgevingsfactoren als oorzaak dominant zijn, behoort de persoon niet tot de
doelgroep van het VAPH.
o Een van de vuistregels om de 'ernst' van de beperkingen in te schatten, is het
beoordelen van de nood aan hulpmiddelen of ondersteuning door personen
o Een stoornis is niet hetzelfde als een ziekte of een aandoening
Burgerschapsmodel: basismodel voor verdere uitbouw van het Vlaams beleid t.a.v. PmH
o Leidt naar een inclusiebeleid
• Maximaal investeren in volwaardige maatschappelijke participatie van PmH
• Personen met een handicap handvaten in handen geven om hun eigen
leven te sturen
• Sociale solidariteit maximaal laten spelen
,Schema kunnen linken aan vermaatschappelijking van de zorg
o In de praktijk komt het vaak neer op kostenbesparing veeleer dat het vertrekt
vanuit het versterken van kwaliteit van leven
1.1.2 Inclusie
Inclusie: het meedoen en erbij horen van mensen met een beperking, zo weinig mogelijk
uitzonderlijk en afzonderlijk
o Ook gevolg van de VN conventie en het burgerschapsmodel dat leidde tot het
gedachtegoed van inclusie
Foto 1: separatie
Foto 2: integratie
Foto 3: inclusie
Metafoor: integratie: uitgenodigd worden op het feestje
Inclusie: mogen dansen op het feestje of gevraagd worden om te dansen
Nog beter: dansje voegt ook meerwaarde toe aan het feest…
1.1.3 Vermaatschappelijking van de zorg
“Verschuiving binnen de zorg waarbij ernaar gestreefd wordt om mensen met
beperkingen, chronisch zieken, kwetsbare ouderen, jongeren met gedrags-en emotionele
problemen, mensen die in armoede leven, …., met al hun mogelijkheden en
, kwetsbaarheden een eigen zinvolle plek in de samenleving te laten innemen, hen daarbij
waar nodig te ondersteunen en de zorg zoveel mogelijk geïntegreerd in de samenleving
te laten verlopen.”
Concentrische cirkels: maximale inzet van zo gewoon als mogelijk, pas uitzonderlijk indien
nodig
1 – zelfzorg: persoon met een beperking
2 – gewone zorg: het eigen gezin
3 – mantelzorg: familie, vrienden
4 – reguliere zorg: professionele zorg en
ondersteuning (CAW, poetshulp, kinderopvang)
5 – gespecialiseerde zorg en dienstverlening die VAPH vergoed
Voorbeeld: casus Daria
Situatie: Daria is een 24-jarige vrouw met een matige verstandelijke beperking. Ze woont
momenteel thuis bij haar ouders, maar ze wil graag zelfstandig gaan wonen in een studio
met woonondersteuning. Daria is dan ook heel zelfstandig in zich kleden, zich wassen,
koken, … Haar ouders geven aan dat ze wel ondersteuning kan gebruiken o.a. bij het
kiezen van de gepaste kledij bij de weersomstandigheden of dat ze bijvoorbeeld hulp
nodig heeft bij het inschatten wanneer ze moet vertrekken om ergens op tijd te zijn. Ook
op vlak van huishouden (poetsen, de woning onderhouden, boodschappen doen) maken
de ouders zich zorgen voor later.
Daria werkt twee dagen per week in een maatwerkbedrijf en gaat op woensdag naar een
dagactiviteitencentrum waar ze creatieve workshops doet. In het maatwerkbedrijf heeft ze
nu enkel nog ondersteuning nodig als er een nieuwe taak of opdracht moet uitgevoerd
worden. Tijdens de creatieve workshops vraagt Daria weinig ondersteuning, maar vindt ze