Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 37 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Dierengedrag

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 37 pagina's

Ben je op zoek naar een heldere, volledige en overzichtelijke samenvatting van dierengedrag? Deze samenvatting biedt je alles wat je nodig hebt om het vak perfect onder de knie te krijgen. Het bevat alle hoofdstukken en legt elk onderwerp op een begrijpelijke manier uit. Bovendien krijg je aan het einde een handig overzicht van alle belangrijke experimenten en een lijst van de essentiële definities.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting: dierengedrag
1. Inleiding
1.1 Wat is gedrag?
●​ Gedrag alles wat een hond doet, het omvat zowel eenvoudige bewegingen als
complexe gedragingen.
●​ De neurologische basis ligt in:
○​ Het autonoom zenuwstelsel: automatische handelingen
○​ Het perifeer zenuwstelsel: info van zintuigen naar het centraal zenuwstelsel
■​ Prikkels worden via neuronen en neurotransmitters verwerkt.
●​ Het zenuwstelsel wordt de laatste jaren meer onderzocht, dit zorgt voor hulp bij het
maken van medicatie zoals Clomicalm helpt bij verlatingsangst bij honden.​

1.2 Wat is (toegepaste) ethologie?
Ethologie = de wetenschappelijke studie van gedrag bij dieren.
Verschillende takken:
●​ Beschrijvende ethologie: Gedrag observeren en beschrijven (vb. ethogram, Oskar
Heinroth).
●​ Vergelijkende ethologie: Gedrag vergelijken tussen verwante soorten.
●​ Experimentele ethologie:Onderzoek onder gecontroleerde omstandigheden (bv.
Tinbergen).
○​ Tinbergens vier vragen over gedrag:
1.​ Causaliteit – wat veroorzaakt gedrag?
2.​ Functie – wat is het doel ervan?
3.​ Ontogenie – hoe ontwikkelt het gedrag zich tijdens het leven?
4.​ Fylogenie – hoe is het gedrag ontstaan in de evolutie?
●​ Cognitieve ethologie: Sinds 1970: onderzoek naar subjectieve ervaringen en
denkprocessen.
●​ Toegepaste ethologie: Kennis van gedrag bij wilde dieren wordt gebruikt voor:
○​ Landbouwhuisdieren
○​ Dierentuindieren
○​ Proefdieren
■​ Houd ook rekening met = Mens-dier interactie
1.3 Grondleggers van de ethologie
Niko Tinbergen
●​ Grondlegger van de experimentele ethologie.
●​ Introduceerde concept sleutelprikkel: Een specifieke stimulus
die automatisch bepaald gedrag uitlokt.
○​ Voorbeeld:
■​ Zilvermeeuwkuiken pikt naar rode vlek op snavel:
ouder braakt voedsel uit.
●​ Wat toonde zijn testen? De rode kleur, smal oppervlak en
horizontale beweging lokken sterkste reactie uit.
■​ Ook bij andere soorten:
●​ Roodborstmannetje valt soortgenoot aan met rode borst.
●​ Stekelbaarsmannetje agressief op de rode buik van rivalen.
●​ Supranormale prikkels: overdreven stimuli lokken nog sterkere reacties uit dan
natuurlijke prikkels.
○​ Bij dieren: bv. rode staaf met strepen.
○​ Bij mensen: reclamebeelden, karikaturen.
1

,Konrad Lorenz
●​ Inprenting is een leerproces dat plaatsvindt tijdens een gevoelige periode van een
dier. Tijdens deze korte tijdspanne is het dier extra gevoelig om bepaalde indrukken
of gedragingen te leren die onomkeerbaar zijn.
○​ Volggedrag kuikens: volgen eerste bewegend object dat ze zien na uitkippen.
■​ = Belang van een gevoelige periode (bv. 14–16 uur na geboorte).
○​ Inprenting is onomkeerbaar (irreversibel) en beïnvloedt:
■​ Sociale binding
■​ Socialisatie
■​ Partnerkeuze​

Karl von Frisch
●​ Onderzoek naar complex communicatiesysteem bij bijen:
○​ Rondedans en kwispeldans geven informatie over: Richting en afstand van
voedselbronnen t.o.v. de bijenkast.

2. communicatie
●​ Wat is communicatie? ontstaat wanneer een dier reageert op signalen van een
ander dier (vb. wenkkrab met grote schaar als visueel signaal).
○​ De definitie van communicatie is complex:
■​ Soms geen wederzijds voordeel (zoals bij mimicry).
■​ Interspecifieke communicatie is ook mogelijk (tussen soorten).
●​ Onderzoek dat aantoont dat er nog niet een definitie is:
●​ Altmann telde 50 signalen: acties die effect hadden
op het gedrag van anderen.
●​ Hinde en Rowell kwamen slechts tot 22 signalen, die
specifiek bedoeld waren om anderen te
beïnvloeden.
○​ Conclusie: een bredere of striktere definitie
leidt tot uiteenlopende onderzoeksresultaten.
●​ Voorwaarden voor communicatie:
○​ Zender geeft een signaal met een doel.
○​ Ontvanger vangt het signaal op via zintuigen.
○​ Reactor reageert met respons
○​ Respons heeft biologische betekenis voor actor en reactor = wederzijds
voordeel
●​ Metacommunicatie? Een signaal die daaropvolgende signalen verduidelijkt. (bv.
speelboog bij honden = hiermee geeft de hond aan dat al het daaropvolgende
gedrag (bijten, blaffen, springen) als spel bedoeld is).​
●​ Types signalen:
○​ Digitale signalen: (bv.alarmroep)
■​ alles-of-niets,
■​ eenvoudige boodschap,
■​ vast patroon = steeds op dezelfde manier.
○​ Graduele signalen: (bv.lichaamshouding bij dreiging)
■​ Variëren in sterkte, duur en complexiteit.​




2

, 2.2 Soorten communicatie
2.2.1 Chemische communicatie (geur/feromonen)
●​ Hoe? via geurstoffen (feromonen): opgenomen via reukorganen.
●​ Voordelen: verspreiden ver (water of lucht), eenvoudig te detecteren (geur).
●​ Nadeel: trage fade-out (blijven lang hangen, waardoor minder flexibiliteit).
●​ Feromonen: Soortsgebonden signalen met steeds dezelfde betekenis.
○​ Bijen: koninginnenstof verhindert eileg door werksters.
○​ Termieten: elke kaste heeft een eigen feromoon.
○​ Naakte molratten: feromonen bepalen vruchtbaarheid.
○​ Honden/katten: geurklieren in anaalstreek, poten, staart, urine.
■​ Flemen: Het is een bepaalde manier van ruiken via het vomeronasaal
orgaan, waarbij het dier zijn bovenlip omkrult, en vaak ook zijn nek
uitstrekt.
■​ Alarmferomonen: achtergelaten door angstige dieren.

2.2.2 Akoestische communicatie
●​ Hoe? Via geluiden: opgevangen door oren.
●​ Voordelen:
○​ Ver dragend.
○​ Veel informatie in korte tijd.
○​ Snel vervlogen.​
2.2.3 Tactiele communicatie
●​ Hoe? Via direct lichamelijk contact.
●​ Voordeel: snelle fade-out
●​ Nadeel: het is niet ver dragend ⇒ enkel tussen dichtstbijzijnde individuen.
●​ Voorbeelden:
○​ Grooming/vlooien: vachtverzorging bij apen; versterkt sociale banden en
toont onderwerping.
○​ Allogrooming: wederzijds poetsen (paarden, katten): sociaal en rustgevend.
○​ Allorubbing: katten wrijven tegen elkaar: geuruitwisseling en
groepsherkenning.
○​ Uiermassage bij biggen: stimuleert melkgift bij de zeug via oxytocine-afgifte.
○​ Mensapen (en mensen): handen schudden, kussen: sociale binding en
communicatie.

2.2.4 Visuele communicatie
●​ Hoe? Via zichtbare signalen zoals kleuren, houdingen, gezichtsuitdrukkingen.
●​ Voordelen: Snelle fade-out, Veel variatie, Gradatie
●​ Nadelen: licht nodig, beperkt bereik.
●​ Voorbeelden:
○​ Kleursignalen:
■​ Fregatvogel: opgeblazen rode borst om vrouwtjes te lokken.
■​ Pauw: kleurrijke staart voor indruk maken.
■​ Cichliden: kleur verandert snel volgens stemming of status.
○​ Houdingen en expressie (graduele signalen):
■​ Dreigen: dier maakt zich groot om indruk te maken of af te schrikken.
■​ Onderwerping: dier maakt zich klein.
■​ Faciale expressie en lichaamshouding: verschillen per type, ras,
beharing en huidplooien.

3

Inhoudsopgave

  1. 01 Samenvatting: dierengedrag 1
  2. 02 1. Inleiding 1
    1. 1.1 Wat is gedrag? 1
  3. 03 ●​Gedrag alles wat een hond doet, het omvat zowel eenvoudige bewegingen als complexe gedragingen. 1
  4. 04 ●​De neurologische basis ligt in: 1
  5. 05 ○​Het autonoom zenuwstelsel: automatische handelingen 1
  6. 06 ○​Het perifeer zenuwstelsel: info van zintuigen naar het centraal zenuwstelsel 1
  7. 07 ■​Prikkels worden via neuronen en neurotransmitters verwerkt. 1
  8. 08 ●​Het zenuwstelsel wordt de laatste jaren meer onderzocht, dit zorgt voor hulp bij het maken van medicatie zoals Clomicalm helpt bij verlatingsangst bij honden.​ 1
    1. 1.2 Wat is (toegepaste) ethologie? 1
  9. 09 Ethologie = de wetenschappelijke studie van gedrag bij dieren. 1
    1. Verschillende takken: 1
  10. 10 ●​Beschrijvende ethologie: Gedrag observeren en beschrijven (vb. ethogram, Oskar Heinroth). 1
  11. 11 ●​Vergelijkende ethologie: Gedrag vergelijken tussen verwante soorten. 1
  12. 12 ●​Experimentele ethologie:Onderzoek onder gecontroleerde omstandigheden (bv. Tinbergen). 1
  13. 13 ○​Tinbergens vier vragen over gedrag: 1
  14. 14 1.​Causaliteit – wat veroorzaakt gedrag? 1
  15. 15 2.​Functie – wat is het doel ervan? 1
  16. 16 3.​Ontogenie – hoe ontwikkelt het gedrag zich tijdens het leven? 1
  17. 17 4.​Fylogenie – hoe is het gedrag ontstaan in de evolutie? 1
  18. 18 ●​Cognitieve ethologie: Sinds 1970: onderzoek naar subjectieve ervaringen en denkprocessen. 1
  19. 19 ●​Toegepaste ethologie: Kennis van gedrag bij wilde dieren wordt gebruikt voor: 1
  20. 20 ○​Landbouwhuisdieren 1
  21. 21 ○​Dierentuindieren 1
  22. 22 ○​Proefdieren 1
  23. 23 ■​Houd ook rekening met = Mens-dier interactie 1
    1. 1.3 Grondleggers van de ethologie 1
  24. 24 ●​Grondlegger van de experimentele ethologie. 1
  25. 25 ●​Introduceerde concept sleutelprikkel: Een specifieke stimulus die automatisch bepaald gedrag uitlokt. 1
  26. 26 ○​Voorbeeld: 1
  27. 27 ■​Zilvermeeuwkuiken pikt naar rode vlek op snavel: ouder braakt voedsel uit. 1
  28. 28 ●​Wat toonde zijn testen? De rode kleur, smal oppervlak en horizontale beweging lokken sterkste reactie uit. 1
  29. 29 ■​Ook bij andere soorten: 1
  30. 30 ●​Roodborstmannetje valt soortgenoot aan met rode borst. 1
  31. 31 ●​Stekelbaarsmannetje agressief op de rode buik van rivalen. 1
  32. 32 ●​Supranormale prikkels: overdreven stimuli lokken nog sterkere reacties uit dan natuurlijke prikkels. 1
  33. 33 ○​Bij dieren: bv. rode staaf met strepen. 1
  34. 34 ○​Bij mensen: reclamebeelden, karikaturen. 1
    1. Konrad Lorenz 2
  35. 35 ●​Inprenting is een leerproces dat plaatsvindt tijdens een gevoelige periode van een dier. Tijdens deze korte tijdspanne is het dier extra gevoelig om bepaalde indrukken of gedragingen te leren die onomkeerbaar zijn. 2
  36. 36 ○​Volggedrag kuikens: volgen eerste bewegend object dat ze zien na uitkippen. 2
  37. 37 ■​= Belang van een gevoelige periode (bv. 14–16 uur na geboorte). 2
  38. 38 ○​Inprenting is onomkeerbaar (irreversibel) en beïnvloedt: 2
  39. 39 ■​Sociale binding 2
  40. 40 ■​Socialisatie 2
  41. 41 ■​Partnerkeuze​ 2
    1. Karl von Frisch 2
  42. 42 ●​Onderzoek naar complex communicatiesysteem bij bijen: 2
  43. 43 ○​Rondedans en kwispeldans geven informatie over: Richting en afstand van voedselbronnen t.o.v. de bijenkast. 2
  44. 44 2. communicatie 2
    1. 2.2.1 Chemische communicatie (geur/feromonen) 3
    2. 2.2.2 Akoestische communicatie 3
    3. 2.2.3 Tactiele communicatie 3
    4. 2.2.4 Visuele communicatie 3
    5. 2.2.5 Interspecifieke communicatie 4
  45. 45 3. Gedrag hond 4
    1. Experiment Miklósi 4
    2. Voorwaarden voor domesticatie 4
    3. Gevolgen van domesticatie 5
    4. 3.2 Zintuigen en communicatie 6
    5. 3.2.1.1 Excretiegedrag (plassen als communicatie) 6
    6. 3.2.1.1 Krabben in de grond na urineren of defeceren 6
    7. 3.2.1.2 Rollen 6
    8. 3.2.3 Akoestische communicatie 7
    9. 3.2.3.1 Visuele communicatie 7
    10. 3.2.3.1 Gezichtsveld 7
    11. Bewegingsdetectie bij honden 8
    12. Wat opgemerkt? Honden zijn beter in het opmerken van beweging dan van stilstaande objecten. 8
    13. ●​Waarom? Bewegende prikkels vallen meer op voor visuele systeem van de hond. 8
    14. Onderzoek: Er is weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. In een experiment bleek: 8
    15. ●​Bewegende objecten konden van 800–900 meter afstand worden waargenomen. 8
    16. ●​Stilstaande objecten pas vanaf 585 meter. 8
    17. ○​Conclusie: Honden zien beweging van ver, maar herkennen stilstaande dingen minder snel ⇒ Handig voor jacht en detectie van prooien. 8
    18. 3.2.3.2 Lichtgevoeligheid 8
    19. Wat? Honden zien goed bij weinig licht. 8
    20. Waarom? Tapetum lucidum: reflecterende laag achter het netvlies (retina). 8
    21. ●​Bovenste deel retina: tapetum lucidum: reflecteert licht terug: fotoreceptoren ontvangen licht 2x. 8
    22. ●​Onderste deel: tapetum nigrum: reflecteert géén licht. 8
    23. ○​Ogen van de hond kunnen daardoor ‘oplichten’ in het donker bij lichtinval. 8
    24. 3.2.3.3 Kleurenzicht 8
    25. 3.2.3.4 Scherpte (acuity) 9
    26. Telepathie tussen mens en dier (Sheldrake) 9
    27. 3.3 Lichaamstaal – hond en kat juist interpreteren en gepast reageren 9
    28. Emoties en gedrag 9
    29. Context 10
    30. 3.3.1 Lichaamshouding 10
    31. Specifiek ras voorbeeld 10
    32. Onderzoek van Kerswell et al. (115 pups, 8–20 weken oud) 10
    33. 3.4 Sociale organisatie 14
    34. 3.4.1 Sociaal gedrag in gevangenschap 14
    35. 3.4.2 Sociaal gedrag in het wild (veldstudies) 14
  46. 46 3.5 Ontwikkeling bij honden 14
    1. ●​Prenatale periode 14
    2. ●​Neonatale periode (0–14 dagen) 14
    3. ●​Overgangsperiode (14–21 dagen) 15
    4. ●​Socialisatieperiode (3–12 weken) 15
    5. ●​Juveniele periode (12 weken – seksuele maturiteit) 15
  47. 47 4. Methodologie 15
    1. Waarom gaan we gedrag meten? 15
    2. ●​Medisch onderzoek (bijv. epilepsie). 15
    3. ●​Dieren goede modellen voor bepaalde processen (bijv. leerprocessen duiven/ ratten) 15
    4. ●​Sommige procedures zijn ethisch niet uitvoerbaar bij mensen. 15
    5. ●​Belangrijke fenomenen spelen bij bepaalde diersoorten (Bv. zangontwikkeling bij vogels). 15
    6. ●​Dieren zijn op zichzelf fascinerend om te bestuderen.​ 15
    7. Stappen in een gedragsstudie: 15
    8. 1.​Stel een (ruime of specifieke) onderzoeksvraag. 15
    9. 2.​Doe preliminaire observaties en formuleer hypothesen. 15
    10. 3.​Maak voorspellingen op basis van deze hypothesen. 15
    11. 4.​Identificeer welke gedragsvariabelen gemeten moeten worden. 15
    12. 5.​Kies meetmethoden = hoe je gedragsvariabelen gaat meten (bijv. directe observatie, beeldmateriaal, automatische methoden). 15
    13. 6.​Verzamel voldoende data. 15
    14. 7.​Gebruik passende statistische analyses. 15
    15. 8.​Presenteer de resultaten. 15
    16. Beschrijving van gedrag: 15
    17. ●​Ethogram: een inventaris van alle gedragingen van een diersoort. 15
    18. ●​Twee soorten ethogrammen: 16
    19. ○​Species ethogram: bevat alle gedragingen van een soort. 16
    20. ○​Experimenteel ethogram: beperkt tot relevante gedragingen voor een specifieke onderzoeksvraag. 16
    21. Definities van gedrag 16
    22. Ethogrammen 16
    23. Registratiemethoden (Recording methods) 16
    24. 4.3.2 Recording Rules ( Regels die vertellen hoe we gedrag moeten registreren ) 17
    25. 4.4 Types gedragsmetingen 17
    26. 4.5 Registratiemedia ( Hoe je de gedragsgegevens noteert of opneemt ) 17
    27. 4.6 Ritmes 17
    28. 4.7 Identificatie van dieren 18
    29. 4.8 Directe versus indirecte gedragsobservatie 19
    30. 4.9 Analyse en interpretatie van data 19
    31. 5.1 Zintuigen en communicatie 19
    32. Krabgedrag bij katten: 21
    33. 5.1.3 Tactiele communicatie 21
    34. 5.1.4 Visuele communicatie 21
    35. 5.1.5 Lichaamstaal bij katten 22
    36. 5.2.2 Staart 23
    37. 5.2.3 Ogen 23
    38. 5.2.4 Oorzaken van stress bij katten 23
    39. 5.3 Sociale organisatie 23
    40. Verwilderde katten 24
    41. Huiskatten 24
    42. Infanticide (doden van jongen) 24
    43. 5.4 Gedragingen 25
    44. 5.4.1 Ontogenie (ontwikkeling van gedrag) 25
  48. 48 Poetsgedrag (grooming behaviour) 25
    1. Soorten poetsgedrag: 25
    2. Methoden: 26
    3. Functies van grooming: 26
    4. 6.1 Sociaal gedrag – groepsleven – time budget 26
    5. Toepassingen van varkens: 26
    6. 6.1.1 Activiteitsgebieden 26
    7. 6.2 Communicatie 27
    8. 6.3 Voortplanting en dracht 27
    9. Gelt vs. zeug 27

Documentinformatie

Geüpload op
31 mei 2025
Aantal pagina's
37
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€5,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
3
Volgers
3
Items
3
Laatst verkocht
2 jaar geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen