INTENSIEVE ZORGEN
Medisch-technisch
1 Respiratie
1.1 Zuurstoftherapie en beademing herhaling
1.1.1 Casus
Vragen:
- Wat kan je achtereenvolgens aanbieden bij oplopende zuurstofnood?
o Zuurstofbril: max 5-6 l/min
o Zuurstofmasker: 6-15 l/min
o Non rebreathing masker (zak gevuld met pure zuurstof en die adem je enkel in,
uitademen gaat via klepje naar buiten)
o Optiflow → verwarmen en bevochtigen!: tot 60-70 l/min
o NIV: CPAP (positieve druk) en BIPAP (inspiratoir en exp druk geven)→ ga je alles
afsluiten en geef je extra druk
- Aan welke verpleegkundige interventies denk je nog?
o Positionering: rechtop zetten
o Rustig laten ademen
o Zorgen dat de metingen kloppen
o Aspireren
Pagina 1 van 166
,INTENSIEVE ZORGEN
- Wanneer ga je over tot invasieve ventilatie
o Gebruik van hulpademhalingsspieren → heel vermoeiend!
o Patiënt is uitgeput → vragen aan de patiënt of het nog gaat - wacht niet te lang
o Cyanose
- Wat wil je zeker meten om zeker te zijn van een succesvolle intubatie?
o CO2- meting → capnografie
1.1.2 Respiratoire ondersteuning
- Neusbril
- High-flow neusbril (O2-sonde)
- Masker
- Nonn-rebreathing masker
- Niet-invasieve ventilatie (Optiflow, BIPAP masker/neusmasker)
- Intubatie → invasieve ventilatie
1.1.2.1 Verpleegkundige aandachtspunten
Herken respiratoire distress!
- Rusteloos, paniekerig
- Bleek of cyanotisch
- Kortademig
- Vreemde ademgeluiden: reutelen, wheezen, kreunen
- Lage saturatie, tachycardie → lichaam probeert te compenseren
Observeer
- Diepte, ritme en frequentie
- Kleur (cyanose, bleek/grauw, gemarmerd)
- Houding: proberen recht te kruipen of zelfs voorovergebogen zitten
- Vrije luchtweg? (kan worden opgelost met bv een puffer)
→ Stridor (bovenste luchtwegen, obstructie of vernauwing), wheezing (lage
luchtwegobstructie, langer uitademen en oppervlakkiger), kreunen (gebruik je spieren om
druk op de longblaasje te zetten op deze open te houden), gaspen (niet meer effectief
ademen, eerder happen naar lucht en niets meer binnenkrijgen)
- Gebruik hulpademhalingsspieren
Pagina 2 van 166
,INTENSIEVE ZORGEN
- Wees alert voor uitputting!
→ Tijdig intuberen! Als je te lang wacht gaan ze heel snel crashen en in een
reanimatiesetting geraken (door medicatie: pijnstilling, …)
1.1.3 Korte herhaling
ETT – ventilatie
Met een laryngoscoop inbrengen
Ballonetje → cuff wordt opgeblazen: zorgt ervoor dat de lucht niet kan ontsnappen!
Subglotis aspriratie
Kunstmatige ventilatie:
- Doel ventilatie: homeostase behouden
→ O2 en CO2 evenwicht
- 2 manieren om zuurstoftoediening te geven
→ Volume – druk
- Beïnvloeden van zuurstof
→ Hoeveelheid, flowsnelheid, O2
- Wie heeft de controle?
→ Ventilator (patiënt in slaap) of patiënt?
Pagina 3 van 166
, INTENSIEVE ZORGEN
Volume = X
Druk = Y
Aantal beademingen
Flow
O2
Wie heeft controle?
→ Deze factoren bepalen samen de MODUS
We blazen zuurstof in de pt en die gaat co2 uitblazen, ofwel heeft ventilator de controle ofwel de pt
We geven bepaald volume of druk, we stellen een aantal beademing per minuut, een flow,
zuurstofpercentage en met de modus bepalen we wie de controle heeft.
Minuutvolume: hoeveel liter zuurstof we per minuut ademen
- Minuutvolume (MV) = Tidal volume (TV) X Frequentie
- Volwassene:
o Normal tidal volume: 6-8ml/kg
o Normale frequentie: 12-20x/min
- Voldoende minuutvolume is belangrijk om O2 en CO2 uit te wisselen in de longen
Pagina 4 van 166
Medisch-technisch
1 Respiratie
1.1 Zuurstoftherapie en beademing herhaling
1.1.1 Casus
Vragen:
- Wat kan je achtereenvolgens aanbieden bij oplopende zuurstofnood?
o Zuurstofbril: max 5-6 l/min
o Zuurstofmasker: 6-15 l/min
o Non rebreathing masker (zak gevuld met pure zuurstof en die adem je enkel in,
uitademen gaat via klepje naar buiten)
o Optiflow → verwarmen en bevochtigen!: tot 60-70 l/min
o NIV: CPAP (positieve druk) en BIPAP (inspiratoir en exp druk geven)→ ga je alles
afsluiten en geef je extra druk
- Aan welke verpleegkundige interventies denk je nog?
o Positionering: rechtop zetten
o Rustig laten ademen
o Zorgen dat de metingen kloppen
o Aspireren
Pagina 1 van 166
,INTENSIEVE ZORGEN
- Wanneer ga je over tot invasieve ventilatie
o Gebruik van hulpademhalingsspieren → heel vermoeiend!
o Patiënt is uitgeput → vragen aan de patiënt of het nog gaat - wacht niet te lang
o Cyanose
- Wat wil je zeker meten om zeker te zijn van een succesvolle intubatie?
o CO2- meting → capnografie
1.1.2 Respiratoire ondersteuning
- Neusbril
- High-flow neusbril (O2-sonde)
- Masker
- Nonn-rebreathing masker
- Niet-invasieve ventilatie (Optiflow, BIPAP masker/neusmasker)
- Intubatie → invasieve ventilatie
1.1.2.1 Verpleegkundige aandachtspunten
Herken respiratoire distress!
- Rusteloos, paniekerig
- Bleek of cyanotisch
- Kortademig
- Vreemde ademgeluiden: reutelen, wheezen, kreunen
- Lage saturatie, tachycardie → lichaam probeert te compenseren
Observeer
- Diepte, ritme en frequentie
- Kleur (cyanose, bleek/grauw, gemarmerd)
- Houding: proberen recht te kruipen of zelfs voorovergebogen zitten
- Vrije luchtweg? (kan worden opgelost met bv een puffer)
→ Stridor (bovenste luchtwegen, obstructie of vernauwing), wheezing (lage
luchtwegobstructie, langer uitademen en oppervlakkiger), kreunen (gebruik je spieren om
druk op de longblaasje te zetten op deze open te houden), gaspen (niet meer effectief
ademen, eerder happen naar lucht en niets meer binnenkrijgen)
- Gebruik hulpademhalingsspieren
Pagina 2 van 166
,INTENSIEVE ZORGEN
- Wees alert voor uitputting!
→ Tijdig intuberen! Als je te lang wacht gaan ze heel snel crashen en in een
reanimatiesetting geraken (door medicatie: pijnstilling, …)
1.1.3 Korte herhaling
ETT – ventilatie
Met een laryngoscoop inbrengen
Ballonetje → cuff wordt opgeblazen: zorgt ervoor dat de lucht niet kan ontsnappen!
Subglotis aspriratie
Kunstmatige ventilatie:
- Doel ventilatie: homeostase behouden
→ O2 en CO2 evenwicht
- 2 manieren om zuurstoftoediening te geven
→ Volume – druk
- Beïnvloeden van zuurstof
→ Hoeveelheid, flowsnelheid, O2
- Wie heeft de controle?
→ Ventilator (patiënt in slaap) of patiënt?
Pagina 3 van 166
, INTENSIEVE ZORGEN
Volume = X
Druk = Y
Aantal beademingen
Flow
O2
Wie heeft controle?
→ Deze factoren bepalen samen de MODUS
We blazen zuurstof in de pt en die gaat co2 uitblazen, ofwel heeft ventilator de controle ofwel de pt
We geven bepaald volume of druk, we stellen een aantal beademing per minuut, een flow,
zuurstofpercentage en met de modus bepalen we wie de controle heeft.
Minuutvolume: hoeveel liter zuurstof we per minuut ademen
- Minuutvolume (MV) = Tidal volume (TV) X Frequentie
- Volwassene:
o Normal tidal volume: 6-8ml/kg
o Normale frequentie: 12-20x/min
- Voldoende minuutvolume is belangrijk om O2 en CO2 uit te wisselen in de longen
Pagina 4 van 166