= introductie tot digitaliserende samenleving en economie voor sociale
wetenschappers
Media : 3 vormen v technologie die aanvankelijk gescheiden waren, maar na
verloop v tijd convergeerden
- Tekstgebaseerde comm
- Spraakgebaseerde comm
- Audiovisuele comm
CMC (computer modiated communication) : zijn doorheen de gesch door
technologie veranderd
media = strategische markt om technologie aanvaardbaar te maken (media
moet belang v innovatie benadrukken), drijvende kracht achter digitale revolutie
Mediasector = voorhoede v communicatietechnologieën, breed maatschappelijk
effect, noodzakelijk om v kennis tot innovatie te komen
Technologie : analoog < digitaal < convergentie < innovatiespiraal < tsunami
grensvervaging in digitale technologie (vb. van 1 televisiezender naar
meerdere zenders naar allerlei streamingsdiensten)
Innovatie = nieuw idee/goed/dienst/product/proces : creatief benaderen v
probleemstellingen (=basis v innovatie), denken vanuit problemen (niet vanuit
mogelijke technologie)
niet alles wat technologisch mogelijk is, is nuttig voor gebruiker/economisch en
ecologisch duurzaam/maatschappelijk wenselijk/ethisch verantwoord/…
Innovatieproces = geheel v menselijke handelingen gericht op vernieuwing
veel ideeën filteren tot ideeën die je op de markt brengt : door funnel
(trechter) gaan
Innovatiediffusie = verspreiding v innovatie
succes v innovatie hangt af v het marktklaar zijn vd innovatie
Innovatie is niet alleen belangrijk voor de media, media is ook belangrijk
voor innovatie.
Technologie…
- heeft grote impact op mens, markt en maatsch (looking back)
, - mens, markt en maatsch zijn er zeer afhankelijk van (looking forward) : wel
groter bewustzijn v (mogelijks) negatieve impact nood aan user-/society-
centric innovation (= innovatie die begint bij de noden vd consument)
- er is nood aan ifv begrijpen en designen (knelpuntberoepen)
< ZELFSTUDIE 1 > (dia 21)
Quadruple Helix
bedacht door Campbell en Carayannis
= model v kennisontwikkeling
Kennis omzetten naar innovatie in samenleving (knowledge society) en economie
(knowledge economy) door (noodzakelijk) samenspel van 4 “krachten”/interacties
: overheid, industrie, kennisinstellingen en burger
- burger werd pas als later toegevoegd : burger betrekken bij
innovatiebeleid = belangrijk om public support te krijgen
- burger werd (later) toegevoegd onder concept v media based democracy
= als de overheid een innovatiebeleid voert adhv industrie en
kennisinstellingen moet de burger ook betrokken worden : beleid moet via
media gedeeld worden aan de burger om public support te behouden
Publiek-private samenwerkingen
Silicon Valley = prototypemodel waar iedereen zich aan spiegelt
- bedrijven die daar gevestigd zijn = bedrijven die als eerste de 4 krachten
vh QH-model hebben samengebracht, hebben enorm hard ingezet op
digitalisering
Digitalisering = rekenkracht + chips
(silicium < chips : vandaar naam Silicon)
- universiteiten (talent) en rijke investeerders (openheid, kapitaal) aan
elkaar koppelen : studenten met ideeën kansen geven om deze te
realiseren
QH-model = basis kenniseconomie : wie er in gelooft probeert in te zetten op
private industrie waarbij slimme koppen en geld samen gestoken worden
andere landen (vooral Europese) zeggen “dit moeten wij ook hebben”, hebben
te laat ingezet op digitalisering waardoor er nu een kloof is (Europa moet hard
haar best doen om achterstand ooit in te halen)
zwaartepunt v digitaliserende wereld = VS (Silicon Valley) of China?
(Gent = Silicon Valley v BE)
,QH in de praktijk
1) Silicon Valley
2) Imec = wereldspeler : wereldleiding RD-instituut op vlak van chips, based in
Leuven
(R&D = research & development )
een vd weinige Europese bedrijven dat een naam heeft id tech-wereld
Imec = 1 vd 4 SOC’s (strategische onderzoekscentra) in VL : krijgt veel geld
vd overheid
Vb. Tijdens corona hebben ze groot bedrag gekregen vd overheid, want
maatschappij was erg afhankelijk v digitalisering. BE kon plots niets meer
inkopen bij andere landen, chips uit andere landen werden niet geleverd.
Hierdoor werden pc’s niet geleverd, draaiden autofabrieken niet,… BE moest
zelf chips kunnen voorzien, daarom werd extra geïnvesteerd in Imec.
3) ASML = Nederlands bedrijf dat “wafelijzers” (lithografie/steendruk) voor
semiconductors (=chips) maakt
(>< Imec maakt “recepten” voor chips)
Geopolitieke verschuivingen
Grondstoffen chips : VS, Australië, Azië (China)
Recepten chips : (oa) Leuven
Wafelijzers (lithografie) : (oa) ASML verkoopt merendeel aan Taiwan,
waardoor zij de meeste macht rond chips hebben (andere landen zijn maar
kleine schakels in het productieproces)
China wil Taiwan innemen om macht rond chips over te nemen
(Vb. Elk Chinees schip moet 2 stuurhutten hebben. Één voor privegebruik
en één voor als de overheid de boot ooit wil innemen voor een aanval op
bv. Taiwan.)
Taiwan is zich al ah voorberieden op mogelijke Chinese invasie en alle
andere landen zijn zich ah voorbereiden om het over te nemen v Taiwan.
Angola zit met rijkdom onder de grond waar geen infrastructuur etc. voor is :
gaat naar landen zoals China.
Leiders v grote tech-bedrijven doen opportunistisch (verliezen ethisch kompas
een beetje)
Vb. Staan allemaal op eerste rij bij inauguratie Trump. (Trump zendt zo ook
signaal naar EU dat hij geen rekening met hen en hun privacy houdt.)
Trendanalyse PESTEL
, PESTEL-schema : trends die we als sociale wetenschapper kunnen waarnemen
Political – economic – social – technological – environmental – legal
Digitale samenleving v vandaag : digitale revolutie
1) Digitale tijden
- Meer fysiek en virtueel genetwerkt (S) : internetgebruik, mobiele data,
sociale media, parallelle werelden (vb. je hebt niet gesport als je het
nadien niet op strava hebt gezet, winkelen is niet meer beperkt tot
openingstijden)
- Alsmaar meer schermtijd (S) (>< controle)
- Processen worden digitaler, de wereld slimmer (T)
- Nieuwe economische logica’s : AI, algorithm economy, age of big data (><
controle), knowledge economy (>< kloof)
- Populatie groeit (S)
- Geopolitieke verschuivingen (P/S) : getting outnumbered in knowledge
economy, machtscentra in nieuwe economieën
2) Exponentiële tijden
- Snellere opeenvolging v generaties (S) : elk hun eigen vorm v
communiceren (vb. brieven schrijven < bellen < mailen < texten)
- Snellere technologie-ontwikkelingen (tsunami) (T)
- Exponentiële stijging in gebruik (S) : tweets, video, date, berichten,… (><
botst op aantal grenzen : cognitief, financieel, netwerktechnologisch,…)
- Exponentiële toename in data-generatie (T/S)
- Opleidingen kunnen niet volgen (P)
3) Technologische innovatie = bron v verandering
- Manier v werken (S) : hybrid work here to stay, AI assistants, 50%
automatiseerbaar
- Manier v integreren en communiceren (S)
- Manier v leven (S)
- Manier v eten (S)
- Onderliggende technologieën (T) : netwerken, XR, AI, Robotica, Compute,…
4) Techno-optimisme en -determinisme
- Toenemend risico op cybercriminaliteit (techno-determinisme)
< AANVULLEN MET ZELFSTUDIE 2 > (dia 23-26)