LATE MIDDELEEUWEN & RENAISSANCE (15de–16de eeuw)
Grote uitwisseling van kunstenaars, studenten en handel: veel nieuwe producten
“Civilizing process”: beleefdheid, etiquette, decorum, hygiëne
→ vroege consumptiecultuur voor aanzien
Italië: stadsstaten (Florence, Venetië, Rome), elitewoningen van rijke burgerij
→ palazzi en uiterlijk vertoon
Noordelijke Nederlanden & Engeland: grote verstedelijking
→ nadruk op huiselijkheid (NL), vernacular tradition (ENG)
°Welvarende middenklasse: willen new luxuries; decoratie wordt belangrijk
Humanisme beïnvloedt indeling van ruimte: privatere kamers, studeerkamer, ontvankelijkheid
voor esthetiek
BAROK (17de – begin 18de eeuw)
Stijl verbonden met absolutisme, katholieke kerk, hofcultuur: contrareformatie
→ Frankrijk: Versailles, Louis XIV als symbolisch middelpunt
Barok verspreidt zich via aristocratie, religieuze instellingen, elite in steden
→ ook burgerlijke versies in Brussel en andere hofsteden
→ snelle modecycli, populuxe en exotische materialen uit kolonies
Kunst, architectuur en interieur ontwikkelen tegelijk → dramatiek, theater, illusie
Opkomst van hofroutines, representatie, ceremoniële functies in huis
SHAKER
VS, vanaf 1774
Religieuze gemeenschap met focus op soberheid, arbeid en gelijkheid
Afgezet tegen luxe en overdaad van de wereld
ROCOCO (tweede helft 18de eeuw)
Sociale en politieke onrust: adel verliest macht
→ Verlichting: Kant, wetenschap en logica, individu, leescultuur, musea
→ adel zoekt toevlucht in een besloten leefwereld van schoonheid en etiquette
Ontstaat in Frankrijk aan het hof van Louis XV → elitecultuur, geen burgerlijke stijl
→ meer extravagant, speels, decoratief
Rococo komt op in privéruimten, salons, muziek- en theaterruimtes
DIRECTOIRE
Franse Revolutie: Lodewijk XVI afgezet
Republiek zoekt nieuwe beeldtaal: sobere classicistische vormen
Afzetten tegen Versailles stijl van burgers
→ Anti aristocratisch, invloed van verlichting en burgerlijke moraal
→ tussen Rococo en Empire
,CHIPPENDALE
18e-eeuws Engeland: industriële revolutie
Koloniale rijkdom, opkomst van de middenklasse, consumptiecultuur
Vroeg kapitalisme en gestandaardiseerd ontwerp via meubelgids
→ “laat Rococo”
NEOCLASSICISME (tweede helft 18de eeuw)
Opkomst romantiek: elite vlucht van weg de industriële stad
Sociale beweging tegen adel
→ ontdekking Herculaneum en Pompei; expedities naar Afrika
→ terug naar vroege beeldtaal
NEOGOTIEK(tweede helft 19de eeuw – begin 20ste eeuw)
Reactie op strakke classicisme
→romantische belangstelling naar middeleeuwen
→ België opgericht en veel kerkbouw
NEORENAISSANCE (tweede helft 19de eeuw)
Reactie op neogotiek
→ opkomst liberale en sociale partijen antikatholiek
→ teruggrijpen naar het humanisme
WILLIAM MORRIS / ARTS & CRAFTS
Engeland, 2e helft 19e eeuw
Reactie op industrialisering, massaproductie, sociale ongelijkheid
Keerpunt naar moreel engagement in design
BIEDERMEIER
Na val van Napoleon: strenge censuur in Duitsland en Oostenrijk
Woning = toevluchtsoord in politiek onzekere tijden (burgerij)
→ Na Empire/Neoclassicisme
ART NOUVEAU (eind 19e – begin 20e eeuw)
Na veel industrialisatie → zoektocht naar ‘nieuwe stijl’
Koppeling aan opkomende moderniteit, technologie, massaconsumptie
→ tegelijk kritiek en esthetisch alternatief voor industriële producten
Engeland (Arts & Crafts) → ethisch en sociaal
België/Frankrijk → esthetisch en zintuiglijk
Oostenrijk → psychologisch en intellectueel
Stadsuitbreidingen, nieuwe architectentypologieën (stadsvilla, herenhuis)
GLASGOW STYLE
Eind 19e eeuw, Schotland
Industriële stad met culturele elite
Einde Victoriaanse tijdperk: meer diversiteit en vrijheid
Vrouwen in de kunstscene en onderwijs, mengeling van symbolisme en moderniteit
, HENRY VAN DE VELDE
België en Duitsland, rond 1900
Nieuwe materialen om mee te werken
→ tussen Art Nouveau en Modernisme
DE STIJL
Nederland, vanaf 1917
Na WOI: verlangen naar universele harmonie en orde
→ nieuwe wereld creëren: zeer strak
ART DÉCO (jaren 1920–30)
Internationale stijltentoonstellingen, wereldtentoonstellingen → verspreiding van moderne luxe
Reflectie van nieuwe elite (industriëlen, filmsterren, zakenwereld)
Roaring Twenties
→ vrouwen krijgen meer aanzien
→ mechanisatie heeft eindelijk zijn plek gevonden en wordt gebruikt
BAUHAUS
Duitsland, 1919–1933
Heropbouw na WOI: economie en samenleving is overhoop
Kunst + ambacht + industrie verenigen
MIES VAN DER ROHE
Duitsland en VS, jaren 1920–60
Snel veranderende wereld tussen en tijdens oorlogen
Technologie en nieuwe manier van leven toepassen
→ nieuwe stijl voor nieuwe wereld: less is more
FRANK LLOYD WRIGHT
VS, vanaf eind 19e eeuw
Grote industriële revolutie, steden groeien snel
→ steeds meer standaardisatie en industrialisatie
ALVAR AALTO
Finland, interbellum–jaren 1950
→ opzoek naar identiteit, pas onafhankelijk
Humanistisch modernisme
EAMES
VS, na WOII
Babyboom, suburbia, massaconsumptie
Democratisch design voor iedereen, betaalbaar