Financiering aan Particulieren
Hoofdstuk 1: Inleiding (actua P1 – D3 – D9)
1. Wetgevend kader
3-ledig
Wetgeving in de financiële sector – Wetboeken Economisch recht
Contractueel recht
Relatievermogensrecht
1.1. Wetgevend kader: financiële sector
Wet Willems: bemiddeling bank- en beleggingsdiensten
Diploma FV
Wet Cauwenberghs: bemiddeling verzekeringen &
herverzekeringen
Sedert 01/11/2015: bewijzen beroepskennis inzake kredietbemiddeling
o Basisbeginselen kredietbemiddeling
o Hypothecaire kredieten
1.1.1. Kredietbemiddeling: wie moet hieraan voldoen?
Kredietbemiddelaars: makelaar of agent zelf
o Agent: werkt voor 1 mts & enkel kredieten verkopen van die mts
o Makelaar: werkt voor ≠ mts, gaat bemiddelen & tsskomen op 3 gebieden
Informeren
Helpen bij voorbereiding (wat is de beste oplossing vr kl)
Kredietovereenkomsten sluiten
VVD van kredietbemiddelaars en kredietgevers
o = verantwoordelijke voor distributie (leidinggevende van een team)
Effectieve leiders van kredietbemiddelaars
Leden bestuurorgaan kredietbemiddelaars
PCP van kredietbemiddelaars en kredietgevers
o = personen die in contract komen met publiek (per groep PCP’s 1
VVD)
Informatie geven over krediet
Helpen bij voorbereiding
(geen kredietovereenkomsten sluiten)
o Verschil tss kredietgevers en kredietbemiddelaars
Kredietgever: de instelling erboven
Kredietbemiddelaars: vallen onder de kredietgever & bemiddelen
1.1.2. Wetboeken Economisch Recht (WER)
Boek VI (6): Marktpraktijken en consumentenbescherming
o Doel: bescherming ondernemingen tegen oneerlijke mededinging +
informatieverstrekking aan en bescherming van consumenten
Boek VII (7): Betalings- en kredietdiensten
1
, o Doel: controle op kredietinstellingen (die kredieten geven) +
bescherming consument (o.m. tegen overmatig kredietgebruik)
WER - Op wie/wat van toepassing?
Consument = iedere natuurlijke persoon handelend voor privédoeleinden (of
min. 50% bij gemengd gebruik)
Onderneming = iedere natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een
economisch doel nastreeft
Producten = goederen (zowel roerend als onroerend) en diensten (prestaties
van de onderneming in het kader van de professionele activiteit)
WER - Enkele aandachtspunten
Precontractuele informatieplicht aan consument bij wet geregeld (Zie bijlage 4).
Specifieke regels voor prijsaanduiding van financiële diensten
Koppelverkoop verboden als één bestanddeel een financiële dienst is
(computer + kredietkaart / woonkrediet + SSV) = “je moet verplicht beide zaken
kopen”
o Gebundelde verkoop wel toegestaan (je krijgt een korting door bundel)
Specifieke regels voor verkoopovereenkomsten op afstand (geen herroepingsrecht)
1.1.3. Verschil debetrente en JKP
JKP = jaarlijks kostenpercentage
Totale kostprijs krediet
o Voorbeeld expertisekost: schatting van woning
Uniforme manier van berekenen voor alle KI
Vergelijkingsinstrument
Hoofddoel = consument informeren en beschermen
1.1.4. Collectieve schuldenregeling
Doel: herstel financiële toestand van schuldenaar
Hoe?: aanstellen schuldbemiddelaar en uitwerken aanzuiveringsregel (indien
het echt niet lukt om schulden af te betalen)
1.1.5. Beschermen van de persoonsgevens (GDPR)
Doel: waarborgen recht op eerbiedigen privéleven
Hoe?
o Recht op informatie over verantwoordelijke en doeleind (van krediet)
o Recht van inzage over al dan niet bestaan verwerking van de gegevens
+ inlichtingen
o Recht op onverwijld rectificatie van alle onjuiste gegevens
o Recht op beperking van de verwerking in bepaalde gevallen
o Recht op overdraagbaarheid van gegevens (vb. verkrijgen geg. &
overdragen)
o Recht op verzet (bv. als gebruikt voor directe marketing)
2
, 1.2. Wetgevend kader: contractueel recht
1.2.1. Geldigheidsvereisten van een contract, op straffe van nietigheid
Toestemming van alle partijen (bij aangaan krediet)
o Akkoord over voorwerp & prijs
o moet dit schriftelijk? Nee (mondelinge OV) (specifieke regels bij
consumentenkredieten & hypothecaire kredieten bv. handtekening = voorwaarde!)
Bekwaamheid van alle partijen (18+ en handelingsbekwaam)
Bepaald voorwerp
Geoorloofde oorzaak
Niet gerespecteerd = contract heeft nooit bestaan = nietig
o Alle partijen in hoedanigheid herstellen: alle premies enz worden teruggestord)
1.2.2. Beperken van een verbintenis
Tijdsbepaling: compromis dat geld voor bepaalde tijd (bv. rentevoet v 14d)
Opschortende voorwaarde: contract is bindend op voorwaarde dat …
(nietigheid)
1.2.3. Hoofdelijkheid (niet standaard, maar mogelijk in OV)
= je kan voor de volledige schuld aangesproken worden (wel verhaalrecht)
1.3. Wetgevend kader: relatievermogensrecht (Zeer belangrijk bij kredieten!)
Primair huwelijksstelsel: BW! DUS prioritair en dwingend van aard voor gehuwden
en wettelijk samenwonenden (=met contract bij gemeente (↔ Feitelijk)
(= Geen afwijkingen!)
Doel: huishouden beschermen in belang van: gezin en SE
Hoofdelijkheid tussen echtgenoten
o M.b.t. schulden aangegaan voor huishouden en opvoeding kinderen
Bescherming gezinswoning en huisraad (2 partners moeten akkoord gaan!)
o Geen eenziidige beëindigingen: 2 handtekeningen nodige
Secundair huwelijksstelsel: aanvullend en regelt onderlinge vermogensrechtelijke
verhoudingen + ten aanzien van SE
Wettelijk stelsel – Keuzebeding (=langstlevende kan keuze maken over erfenis:
wat zelf opnemen en wat doorgeven?) (meest gekozen)
Contractueel stelsel
o Scheiding v G (alles splitsen, maar: gezinswoning (primair recht) = altijd eenz besl!
o Volledige gemeenschap (alles in 1 pot)
o Scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten
Wel een compensatie als de 1e is thuisgebleven: verdeelsleutel
Andere samenleveringsvormen
Wettelijk samenwonenden: verklaring van wettelijke samenwoning afleggen op
burgelijke stand van woonplaats
o Principe gezinswoning ook van toepassing
o Gezamenlijke aangifte
Feitelijk samenwonenden: regels gemeen recht, geen formaliteiten
o Aparte aangifte
3
,Vanaf 01.09.2018: “anticipatieve inbreng”
Verklaring in aankoopakte bij aankoop 50/50 van een onroerend goed
o Het huis komt na huwelijk automatisch in het gezamenlijke, maar die
vermelding van 50/50 moet opgenomen worden in de aankoopakte: anders
dubbele kosten van notaris)
Bij later huwelijk: O.G. automatisch in gemeenschappelijk vermogen
o = niet meer
o via huwelijkscontract
2. Toegang tot activiteit van kredietbemiddeling en sancties
2.1. Categorieën
Kredietgever: toekennen van kredieten
Kredietbemiddelaar: stelt kredieten voor + bijstand bij voorbereiding +
afsluiten in naam van kredietgever
o Kredietmakelaar
o Verbonden agent (voor 1 of enkele kredietgevers)
o Subagent
o Agent in nevenfunctie (voor cons. krediet) verkoper van goederen en
diensten zonder financieel karakter
VVD (leidinggevenden van kredietgevers / bemiddelaars)
PCP (alle anderen in contact met consument)
o PCP in opleiding
2.2. Toegang tot beroep
Kredietgever: vergunning/ registratie bij FSMA voorwaarden m.b.t.
vennootschapsvorm, minimum kapitaal, ADH en leiding
Kredietbemiddelaar: registratie FSMA
Kredietbemiddelaar en VVD:
o 1. De vereiste beroepskennis
= diploma FV
= OF examen en permanente bijscholing (ook PCP) + Diploma
Hoger Middelbaar Onderwijs + Praktische ervaring
o 2. Voldoende geschikt en proff. betrouwbaar
o 3. BA-verzekering
o 4. Enkel handelen met erkende kredietgever / kredietbemiddelaar in BE
o 5. Een professioneel e-mailadres meedelen aan de FSMA
o 6. Vergoedingen voor uitoefening van het toezicht aan FSMA betalen
o 7. Toetreden tot buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen
2.2.1. Algemeenheden
Collectieve aanvraag (alle WN) door ≠ kredietbemidd. mogelijk voor 1 centrale KG
Kredietgever (KG) = verantwoordelijk voor indienen aanvraag + opvolgen
permanente naleving inschrijvingsvoorwaarden
o Bewijs leveren aan FSMA!
FSMA: doet uitspraak over vergunning binnen 2m na ontvangst van volledig
dossier en uiterlijk 4m na indiening aanvraag
2.3. Toezichthouders en controle
O.b.v. Twin Peaks model:
4
, o NBB: macro- en microprudentieel toezicht op banken,
verzekeringsondernemingen e.a. financiële instellingen
Controle op solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit
Via strestesten: alle fin gegevens in document: scenario’s
worden hierop afgebeeld: indien je hierop niet overleeft:
volledige risicoprofiel gaan herzien als KI
o FSMA: toezicht op financiële markten en producten,
consumentenbescherming, naleving gedragsregels, toegang beroep,…
FOD Economie: toezicht op geldigheid contracten en misbruik
consumentenkrediet / mysterieshoppers
2.3.1. Andere instellingen betrokken bij kredietverlening
FEBELFIN: Belgische federatie van financiële sector:
o Belangen v leden vertegenwoordigen op (inter)nationaal niveau
o Groepeert 5 beroepsverenigingen : BVB, BVK, BLV, BVBL en BEAMA
o Opleiding verstrekken (Febelfin Academy)
Centrale voor kredieten aan particulieren (CKP): registratie van alle
kredieten en wanbetalingen
Ombudsfin: geeft schriftelijk, gratis en niet-bindend advies bij een
consumentengeschil (gaat geschillen behandelen)
3. Compliance (iedere FI moet dit hebben)
= intern toezicht en controle op de naleving van reglementeringen inzake
integriteitsdomeinen
Interne controle door compliance officer + toezicht op antiwitwaswetgeving en
terrorismefinanciering
o Verplichte identificatie van cliënten en verrichtingen
o Constante waakzaamheidsplicht
o Meldingsplicht aan CFI
o Bewaarplicht bewijsstukken 5 j
o Opleidingsplicht
o Cliënt-acceptatiebeleid uitwerken
o Interne organisatie en controleprocedures
Externe controle door CFI (Cel voor financiële informatieverwerking)
o Onderzoekt feiten verder
4. Basisprincipes verantwoorde kredietverlening
Verantwoorde kredietverlening = Meer dan alleen maar naleving v de
wetgeving!
o Gedragsregels/basisprincipes BVK
o Om klant tijdens volledige levenscyclus van hypothecaire krediet /
consumentenkrediet
5
, o Te beschermen
o En toezien op activiteiten van kredietbemiddelaars / kredietgevers
KYC IYC
o Behoefteanalyse gepaste informatie, optimalisatie fiscaliteit, financiële
consequenties, … resulteert in gepast advies in overeenstemming met
profiel klant (maar informatie moet wel gegeven worden door KG)
Vertrouwen
o Goede relatie, open en permanente
communicatie
“4 basisprincipes”
o Marketing
o Verkoop
o Afsluiten
o Invordering
4.1. Plicht om klant te informeren (Marketing) - kort overlopen
Principe 1: Transparantie
o Geen misleidende reclame / gebruiksvriendelijk / makkelijk toegankelijke
contactpunten (= is alles duidelijk, niet misinterpreteerbaar)
Principe 2: Correcte prijszetting
o Overzicht van kosten / jaarlijks kosten% eerlijke vergelijking mogelijk
maken / ondubbelzinnige prijzen
4.2. Plicht om zich om klant te bekommeren (Verkoop)
Principe 3: Dienstbaarheid aan klant
o Kredietnemers helpen om kredietbehoefte onder controle te houden/
waarschuwen voor overmatig kredietgebruik/ gepaste oplossingen
vinden/ werken met bekwaam opgeleid personeel
Principe 4: Vertrouwelijkheid
o Klantengegevens beschermen / info kredietrisicocentrale vertrouwelijk
behandelen / wet gegevensbescherming respecteren
Principe 5: Klantentevredenheid
o Gepaste dienstverlening / procedures klachtenbehandeling
4.3. Plicht tot beoordeling kredietwaardigheid klant (Afsluiten)
Principe 6: Beheer kredietcyclus
o Acceptatie / doorlichten kredietportefeuille / TBC (= terugbetalingscapaciteit) /
risicopreventie kan consument wel terugbetalen?
Principe 7: Inzameling gegevens
o Zowel interne als externe relevante gegevens / identificatie klant
6
, Principe 8: Beoordeling kredietrisico
o Modellen voor kredietrisicobeoordeling / scoringmodellen / schattingen
van onroerende goederen (interne schatter kan aanwezig zijn) /
voorzichtig met variabele rentevoeten (als het teveel stijgt: risico op
wanbetaling oplossingen: Cap & Floor)
4.4. Plicht om betalingsproblemen te voorkomen en op te volgen
(Invordering)
Principe 9: Risicopreventie
o Gestructureerde aanpak bij betalingsproblemen / oplossingen zoeken / aanvragen
tot wijzigingen krediet onderzoeken bij bepaalde gebeurtenissen (bv. WLH …)
Principe 10: Schuldbegeleiding
o Verlenen bijstand / verwijzing naar officiële instanties
4.5. Inleiding (enkele stellingen P3 – D1-D14)
Impact financiële crisis in BE
22/06/2012: NBB vraagt voorzichtigheid met hypohteekleninge: huizenprijzen
hoog schrik voor overwaardering
02/2017= voorzichtigheid toekennen leningen: zeker eigen inbreng (quoteiteit
max. 80%) + max 1/3 v loon aflossen aan HL
o Q = quotiteit = kredietbedrag/waarde onroerende goed
o Max 80% van waarde v huis ontlenen (jongere mensen: soms hoger)
o Overige 20% + alle eenmalige kosten = eigen vermogen
o Max 1/3 loon gebruiken voor aflossing hypothecaire lening (! Hoe hoger
loon, hoe hoger % dat besteed mag w aan krediet)
o Kosten v extra schatting voor kredietnemer
02/2019= voorizchtigheid toekennen woonkredieten: te kleine marges om evtl
kredieten met wanbetalingen op te vangen
10/2019= fin sector: voorzichtiger omspringen bij toekenning risicovolle
hypotheek-leningen + meer rek. met schuldenlast & maandelijkse aflossingslast v
gezinnen
07/2021= EBA-richtsnoeren inzake de initiëring en monitoring v leningen
Maar
Veel spaargeld > eigen inbreg oké
Ratio aflossing lening/beschikbaar inkomen oké
Ratio lening/waarde OG oké? quotiteit
Aflossingsgraad = hoeveel v inkomen gaat maandelijks naar aflossing v krediet
7
, Hoofdstuk 2: Het hypothecair krediet (actua P2 – D1 – D14)
1. Het aankoopproces (kort doorgegaan)
1.1. Inleiding
Zoeken naar geschikte woning: hoe? – vastgoedmakelaar
o Voor- en nadelen van een makelaar
Gemakzucht & kennen de truccen/de markt veel beter
Duur: 2/2.5% op verkoopprijs
Bezichtiging
o Verkoper heeft informatieplicht: attesten (bodemattest) & vermoeden van te
goeder trouw zijn (rondleiding door woning )
Vermoeden ter goede trouw bij particuliere verk = gebeurt niet elke
dag
Bewijslast tegendeel: koper (makkelijker bij zichtb gebrek)
Vermoeden ter kwader trouw bij proffesionele verk = makelaar
Bewijslast tegendeel: verkoper
o Tenzij: exonerantiebeding: echt geen kennis van (=
goeder trouw) koper k geen partij ASP stellen (in
contract)
Belang o Koper heeft onderzoekplicht: zichtbare en verborgen gebreken (> zie
voor verkoopovereenkomst bijlage 1 (art.4))
ASPH > zichtbare gebreken: verkocht in de staat waar het zich bevindt
> onzichtbare gebreken: (niet-zichtbaar: verwijnen genot)
Te goeder trouw: VK niet aansprakelijk
Te kwader trouw (bewijs door K !) + gebrek voldoende
ernstig
o Waarborg volgens art 1641 BW.
Onderhandelingsproces
Koopovereenkomst en hypothecair krediet
1.2. Onderhandelingsproces
Mogelijkheid tot vastleggen optie > met AS optie lichten binnen bepaalde
termijn
o Duidelijk opnemen in contract met alle voorwaarden
o Meestal tegen kleine vergoeding VK (bij lichten optie = eerste voorschot)
Inlassen opschortende of ontbindende voorwaarden (zie koopOV – bijlage 1)
o Opschortende = afhangend van het voordoen van bepaalde
gebeurtenis
o Ontbindende = vanaf ondertekenen van een compromis is er een
overeenkomst, tenzij bv. geen krediet ontvangen van
bank/bodemattest…
o ! opnemen in contract bv. geen compromis tot ontvangen krediet
1.2.1. Bepaal je budget
8
Hoofdstuk 1: Inleiding (actua P1 – D3 – D9)
1. Wetgevend kader
3-ledig
Wetgeving in de financiële sector – Wetboeken Economisch recht
Contractueel recht
Relatievermogensrecht
1.1. Wetgevend kader: financiële sector
Wet Willems: bemiddeling bank- en beleggingsdiensten
Diploma FV
Wet Cauwenberghs: bemiddeling verzekeringen &
herverzekeringen
Sedert 01/11/2015: bewijzen beroepskennis inzake kredietbemiddeling
o Basisbeginselen kredietbemiddeling
o Hypothecaire kredieten
1.1.1. Kredietbemiddeling: wie moet hieraan voldoen?
Kredietbemiddelaars: makelaar of agent zelf
o Agent: werkt voor 1 mts & enkel kredieten verkopen van die mts
o Makelaar: werkt voor ≠ mts, gaat bemiddelen & tsskomen op 3 gebieden
Informeren
Helpen bij voorbereiding (wat is de beste oplossing vr kl)
Kredietovereenkomsten sluiten
VVD van kredietbemiddelaars en kredietgevers
o = verantwoordelijke voor distributie (leidinggevende van een team)
Effectieve leiders van kredietbemiddelaars
Leden bestuurorgaan kredietbemiddelaars
PCP van kredietbemiddelaars en kredietgevers
o = personen die in contract komen met publiek (per groep PCP’s 1
VVD)
Informatie geven over krediet
Helpen bij voorbereiding
(geen kredietovereenkomsten sluiten)
o Verschil tss kredietgevers en kredietbemiddelaars
Kredietgever: de instelling erboven
Kredietbemiddelaars: vallen onder de kredietgever & bemiddelen
1.1.2. Wetboeken Economisch Recht (WER)
Boek VI (6): Marktpraktijken en consumentenbescherming
o Doel: bescherming ondernemingen tegen oneerlijke mededinging +
informatieverstrekking aan en bescherming van consumenten
Boek VII (7): Betalings- en kredietdiensten
1
, o Doel: controle op kredietinstellingen (die kredieten geven) +
bescherming consument (o.m. tegen overmatig kredietgebruik)
WER - Op wie/wat van toepassing?
Consument = iedere natuurlijke persoon handelend voor privédoeleinden (of
min. 50% bij gemengd gebruik)
Onderneming = iedere natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een
economisch doel nastreeft
Producten = goederen (zowel roerend als onroerend) en diensten (prestaties
van de onderneming in het kader van de professionele activiteit)
WER - Enkele aandachtspunten
Precontractuele informatieplicht aan consument bij wet geregeld (Zie bijlage 4).
Specifieke regels voor prijsaanduiding van financiële diensten
Koppelverkoop verboden als één bestanddeel een financiële dienst is
(computer + kredietkaart / woonkrediet + SSV) = “je moet verplicht beide zaken
kopen”
o Gebundelde verkoop wel toegestaan (je krijgt een korting door bundel)
Specifieke regels voor verkoopovereenkomsten op afstand (geen herroepingsrecht)
1.1.3. Verschil debetrente en JKP
JKP = jaarlijks kostenpercentage
Totale kostprijs krediet
o Voorbeeld expertisekost: schatting van woning
Uniforme manier van berekenen voor alle KI
Vergelijkingsinstrument
Hoofddoel = consument informeren en beschermen
1.1.4. Collectieve schuldenregeling
Doel: herstel financiële toestand van schuldenaar
Hoe?: aanstellen schuldbemiddelaar en uitwerken aanzuiveringsregel (indien
het echt niet lukt om schulden af te betalen)
1.1.5. Beschermen van de persoonsgevens (GDPR)
Doel: waarborgen recht op eerbiedigen privéleven
Hoe?
o Recht op informatie over verantwoordelijke en doeleind (van krediet)
o Recht van inzage over al dan niet bestaan verwerking van de gegevens
+ inlichtingen
o Recht op onverwijld rectificatie van alle onjuiste gegevens
o Recht op beperking van de verwerking in bepaalde gevallen
o Recht op overdraagbaarheid van gegevens (vb. verkrijgen geg. &
overdragen)
o Recht op verzet (bv. als gebruikt voor directe marketing)
2
, 1.2. Wetgevend kader: contractueel recht
1.2.1. Geldigheidsvereisten van een contract, op straffe van nietigheid
Toestemming van alle partijen (bij aangaan krediet)
o Akkoord over voorwerp & prijs
o moet dit schriftelijk? Nee (mondelinge OV) (specifieke regels bij
consumentenkredieten & hypothecaire kredieten bv. handtekening = voorwaarde!)
Bekwaamheid van alle partijen (18+ en handelingsbekwaam)
Bepaald voorwerp
Geoorloofde oorzaak
Niet gerespecteerd = contract heeft nooit bestaan = nietig
o Alle partijen in hoedanigheid herstellen: alle premies enz worden teruggestord)
1.2.2. Beperken van een verbintenis
Tijdsbepaling: compromis dat geld voor bepaalde tijd (bv. rentevoet v 14d)
Opschortende voorwaarde: contract is bindend op voorwaarde dat …
(nietigheid)
1.2.3. Hoofdelijkheid (niet standaard, maar mogelijk in OV)
= je kan voor de volledige schuld aangesproken worden (wel verhaalrecht)
1.3. Wetgevend kader: relatievermogensrecht (Zeer belangrijk bij kredieten!)
Primair huwelijksstelsel: BW! DUS prioritair en dwingend van aard voor gehuwden
en wettelijk samenwonenden (=met contract bij gemeente (↔ Feitelijk)
(= Geen afwijkingen!)
Doel: huishouden beschermen in belang van: gezin en SE
Hoofdelijkheid tussen echtgenoten
o M.b.t. schulden aangegaan voor huishouden en opvoeding kinderen
Bescherming gezinswoning en huisraad (2 partners moeten akkoord gaan!)
o Geen eenziidige beëindigingen: 2 handtekeningen nodige
Secundair huwelijksstelsel: aanvullend en regelt onderlinge vermogensrechtelijke
verhoudingen + ten aanzien van SE
Wettelijk stelsel – Keuzebeding (=langstlevende kan keuze maken over erfenis:
wat zelf opnemen en wat doorgeven?) (meest gekozen)
Contractueel stelsel
o Scheiding v G (alles splitsen, maar: gezinswoning (primair recht) = altijd eenz besl!
o Volledige gemeenschap (alles in 1 pot)
o Scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten
Wel een compensatie als de 1e is thuisgebleven: verdeelsleutel
Andere samenleveringsvormen
Wettelijk samenwonenden: verklaring van wettelijke samenwoning afleggen op
burgelijke stand van woonplaats
o Principe gezinswoning ook van toepassing
o Gezamenlijke aangifte
Feitelijk samenwonenden: regels gemeen recht, geen formaliteiten
o Aparte aangifte
3
,Vanaf 01.09.2018: “anticipatieve inbreng”
Verklaring in aankoopakte bij aankoop 50/50 van een onroerend goed
o Het huis komt na huwelijk automatisch in het gezamenlijke, maar die
vermelding van 50/50 moet opgenomen worden in de aankoopakte: anders
dubbele kosten van notaris)
Bij later huwelijk: O.G. automatisch in gemeenschappelijk vermogen
o = niet meer
o via huwelijkscontract
2. Toegang tot activiteit van kredietbemiddeling en sancties
2.1. Categorieën
Kredietgever: toekennen van kredieten
Kredietbemiddelaar: stelt kredieten voor + bijstand bij voorbereiding +
afsluiten in naam van kredietgever
o Kredietmakelaar
o Verbonden agent (voor 1 of enkele kredietgevers)
o Subagent
o Agent in nevenfunctie (voor cons. krediet) verkoper van goederen en
diensten zonder financieel karakter
VVD (leidinggevenden van kredietgevers / bemiddelaars)
PCP (alle anderen in contact met consument)
o PCP in opleiding
2.2. Toegang tot beroep
Kredietgever: vergunning/ registratie bij FSMA voorwaarden m.b.t.
vennootschapsvorm, minimum kapitaal, ADH en leiding
Kredietbemiddelaar: registratie FSMA
Kredietbemiddelaar en VVD:
o 1. De vereiste beroepskennis
= diploma FV
= OF examen en permanente bijscholing (ook PCP) + Diploma
Hoger Middelbaar Onderwijs + Praktische ervaring
o 2. Voldoende geschikt en proff. betrouwbaar
o 3. BA-verzekering
o 4. Enkel handelen met erkende kredietgever / kredietbemiddelaar in BE
o 5. Een professioneel e-mailadres meedelen aan de FSMA
o 6. Vergoedingen voor uitoefening van het toezicht aan FSMA betalen
o 7. Toetreden tot buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen
2.2.1. Algemeenheden
Collectieve aanvraag (alle WN) door ≠ kredietbemidd. mogelijk voor 1 centrale KG
Kredietgever (KG) = verantwoordelijk voor indienen aanvraag + opvolgen
permanente naleving inschrijvingsvoorwaarden
o Bewijs leveren aan FSMA!
FSMA: doet uitspraak over vergunning binnen 2m na ontvangst van volledig
dossier en uiterlijk 4m na indiening aanvraag
2.3. Toezichthouders en controle
O.b.v. Twin Peaks model:
4
, o NBB: macro- en microprudentieel toezicht op banken,
verzekeringsondernemingen e.a. financiële instellingen
Controle op solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit
Via strestesten: alle fin gegevens in document: scenario’s
worden hierop afgebeeld: indien je hierop niet overleeft:
volledige risicoprofiel gaan herzien als KI
o FSMA: toezicht op financiële markten en producten,
consumentenbescherming, naleving gedragsregels, toegang beroep,…
FOD Economie: toezicht op geldigheid contracten en misbruik
consumentenkrediet / mysterieshoppers
2.3.1. Andere instellingen betrokken bij kredietverlening
FEBELFIN: Belgische federatie van financiële sector:
o Belangen v leden vertegenwoordigen op (inter)nationaal niveau
o Groepeert 5 beroepsverenigingen : BVB, BVK, BLV, BVBL en BEAMA
o Opleiding verstrekken (Febelfin Academy)
Centrale voor kredieten aan particulieren (CKP): registratie van alle
kredieten en wanbetalingen
Ombudsfin: geeft schriftelijk, gratis en niet-bindend advies bij een
consumentengeschil (gaat geschillen behandelen)
3. Compliance (iedere FI moet dit hebben)
= intern toezicht en controle op de naleving van reglementeringen inzake
integriteitsdomeinen
Interne controle door compliance officer + toezicht op antiwitwaswetgeving en
terrorismefinanciering
o Verplichte identificatie van cliënten en verrichtingen
o Constante waakzaamheidsplicht
o Meldingsplicht aan CFI
o Bewaarplicht bewijsstukken 5 j
o Opleidingsplicht
o Cliënt-acceptatiebeleid uitwerken
o Interne organisatie en controleprocedures
Externe controle door CFI (Cel voor financiële informatieverwerking)
o Onderzoekt feiten verder
4. Basisprincipes verantwoorde kredietverlening
Verantwoorde kredietverlening = Meer dan alleen maar naleving v de
wetgeving!
o Gedragsregels/basisprincipes BVK
o Om klant tijdens volledige levenscyclus van hypothecaire krediet /
consumentenkrediet
5
, o Te beschermen
o En toezien op activiteiten van kredietbemiddelaars / kredietgevers
KYC IYC
o Behoefteanalyse gepaste informatie, optimalisatie fiscaliteit, financiële
consequenties, … resulteert in gepast advies in overeenstemming met
profiel klant (maar informatie moet wel gegeven worden door KG)
Vertrouwen
o Goede relatie, open en permanente
communicatie
“4 basisprincipes”
o Marketing
o Verkoop
o Afsluiten
o Invordering
4.1. Plicht om klant te informeren (Marketing) - kort overlopen
Principe 1: Transparantie
o Geen misleidende reclame / gebruiksvriendelijk / makkelijk toegankelijke
contactpunten (= is alles duidelijk, niet misinterpreteerbaar)
Principe 2: Correcte prijszetting
o Overzicht van kosten / jaarlijks kosten% eerlijke vergelijking mogelijk
maken / ondubbelzinnige prijzen
4.2. Plicht om zich om klant te bekommeren (Verkoop)
Principe 3: Dienstbaarheid aan klant
o Kredietnemers helpen om kredietbehoefte onder controle te houden/
waarschuwen voor overmatig kredietgebruik/ gepaste oplossingen
vinden/ werken met bekwaam opgeleid personeel
Principe 4: Vertrouwelijkheid
o Klantengegevens beschermen / info kredietrisicocentrale vertrouwelijk
behandelen / wet gegevensbescherming respecteren
Principe 5: Klantentevredenheid
o Gepaste dienstverlening / procedures klachtenbehandeling
4.3. Plicht tot beoordeling kredietwaardigheid klant (Afsluiten)
Principe 6: Beheer kredietcyclus
o Acceptatie / doorlichten kredietportefeuille / TBC (= terugbetalingscapaciteit) /
risicopreventie kan consument wel terugbetalen?
Principe 7: Inzameling gegevens
o Zowel interne als externe relevante gegevens / identificatie klant
6
, Principe 8: Beoordeling kredietrisico
o Modellen voor kredietrisicobeoordeling / scoringmodellen / schattingen
van onroerende goederen (interne schatter kan aanwezig zijn) /
voorzichtig met variabele rentevoeten (als het teveel stijgt: risico op
wanbetaling oplossingen: Cap & Floor)
4.4. Plicht om betalingsproblemen te voorkomen en op te volgen
(Invordering)
Principe 9: Risicopreventie
o Gestructureerde aanpak bij betalingsproblemen / oplossingen zoeken / aanvragen
tot wijzigingen krediet onderzoeken bij bepaalde gebeurtenissen (bv. WLH …)
Principe 10: Schuldbegeleiding
o Verlenen bijstand / verwijzing naar officiële instanties
4.5. Inleiding (enkele stellingen P3 – D1-D14)
Impact financiële crisis in BE
22/06/2012: NBB vraagt voorzichtigheid met hypohteekleninge: huizenprijzen
hoog schrik voor overwaardering
02/2017= voorzichtigheid toekennen leningen: zeker eigen inbreng (quoteiteit
max. 80%) + max 1/3 v loon aflossen aan HL
o Q = quotiteit = kredietbedrag/waarde onroerende goed
o Max 80% van waarde v huis ontlenen (jongere mensen: soms hoger)
o Overige 20% + alle eenmalige kosten = eigen vermogen
o Max 1/3 loon gebruiken voor aflossing hypothecaire lening (! Hoe hoger
loon, hoe hoger % dat besteed mag w aan krediet)
o Kosten v extra schatting voor kredietnemer
02/2019= voorizchtigheid toekennen woonkredieten: te kleine marges om evtl
kredieten met wanbetalingen op te vangen
10/2019= fin sector: voorzichtiger omspringen bij toekenning risicovolle
hypotheek-leningen + meer rek. met schuldenlast & maandelijkse aflossingslast v
gezinnen
07/2021= EBA-richtsnoeren inzake de initiëring en monitoring v leningen
Maar
Veel spaargeld > eigen inbreg oké
Ratio aflossing lening/beschikbaar inkomen oké
Ratio lening/waarde OG oké? quotiteit
Aflossingsgraad = hoeveel v inkomen gaat maandelijks naar aflossing v krediet
7
, Hoofdstuk 2: Het hypothecair krediet (actua P2 – D1 – D14)
1. Het aankoopproces (kort doorgegaan)
1.1. Inleiding
Zoeken naar geschikte woning: hoe? – vastgoedmakelaar
o Voor- en nadelen van een makelaar
Gemakzucht & kennen de truccen/de markt veel beter
Duur: 2/2.5% op verkoopprijs
Bezichtiging
o Verkoper heeft informatieplicht: attesten (bodemattest) & vermoeden van te
goeder trouw zijn (rondleiding door woning )
Vermoeden ter goede trouw bij particuliere verk = gebeurt niet elke
dag
Bewijslast tegendeel: koper (makkelijker bij zichtb gebrek)
Vermoeden ter kwader trouw bij proffesionele verk = makelaar
Bewijslast tegendeel: verkoper
o Tenzij: exonerantiebeding: echt geen kennis van (=
goeder trouw) koper k geen partij ASP stellen (in
contract)
Belang o Koper heeft onderzoekplicht: zichtbare en verborgen gebreken (> zie
voor verkoopovereenkomst bijlage 1 (art.4))
ASPH > zichtbare gebreken: verkocht in de staat waar het zich bevindt
> onzichtbare gebreken: (niet-zichtbaar: verwijnen genot)
Te goeder trouw: VK niet aansprakelijk
Te kwader trouw (bewijs door K !) + gebrek voldoende
ernstig
o Waarborg volgens art 1641 BW.
Onderhandelingsproces
Koopovereenkomst en hypothecair krediet
1.2. Onderhandelingsproces
Mogelijkheid tot vastleggen optie > met AS optie lichten binnen bepaalde
termijn
o Duidelijk opnemen in contract met alle voorwaarden
o Meestal tegen kleine vergoeding VK (bij lichten optie = eerste voorschot)
Inlassen opschortende of ontbindende voorwaarden (zie koopOV – bijlage 1)
o Opschortende = afhangend van het voordoen van bepaalde
gebeurtenis
o Ontbindende = vanaf ondertekenen van een compromis is er een
overeenkomst, tenzij bv. geen krediet ontvangen van
bank/bodemattest…
o ! opnemen in contract bv. geen compromis tot ontvangen krediet
1.2.1. Bepaal je budget
8