Kijken vanuit fauna en flora:
ongewervelde dieren:
1 Kleuters en kriebelbeestjes:
Kleine beestjes komen voor in de belevingswereld v/d kinderen
Grote betrokkenheid bij kleuters
Kleine beestjes lenen zich er uitstekend toe om beter te leren waarnemen
Uitdaging om de diertjes beter waar te nemen: antropocentrische houding
Zorgen voor aanzet tot respect voor alle leven (terrarium…)
2 Gewervelde en ongewervelde dieren:
Gewervelde dieren:
Vissen
Amfibieën
Reptielen
Vogels
Zoogdieren
Ongewervelde dieren:
Ééncelligen
Sponzen
Holtedieren
Wormen
Geleedpotigen
Weekdieren
Stekelhuidigen
3 Ongewervelde dieren:
3.1 Dierlijke ééncelligen:
1 cel
Geen ‘stevige structuur’
Bv: Malaria, pantoffeldiertje
Ééncellige dieren leven o/h land in vochtige milieus, in zoet en zout water
1
,3.2 Sponzen:
Leven uitsluitend in water (zoet en zout)
Meerdere cellen
Hoorn in buitenste laag
Bv: badspons
3.3 Stekelhuidigen:
In de huid kalkplaatjes die dicht bij elkaar liggen waar stekels op staan
Vorm van lichaam: regelmatig en vaak vijfstralig
Bv: zeesterren, zeekomkommers, zee-egels
3.4 Holtedieren:
Holte met 2 cellagen
1 opening waardoor voedingsstoffen naar binnen komen en afvalstoffen naar buiten
gaan
Tentakels
Bv: kwallen en bloemdieren
2
, 3.5 Wormen:
Platwormen:
Lintachtig lichaam met 2 oogjes
Voeding en afvalstoffen door dezelfde opening
Vrijlevende en parasiterende platwormen
Bv: leverbot, lintworm
Rondwormen:
Ronder lichaam
10000 den soorten
Bv: aaltjes of draadwormen, spoelworm (parasiet in de mens)
Gelede wormen of ringwormen:
Lichaam in verschillende leden verdeeld
Aan de buitenkant stevige spieren
Bv: zeepier, bloedzuiger, regenworm
3.6 Weekdieren:
Schelpdieren:
Skelet dat bestaat uit 2 kleppen (scharnieren)
Kleppen omsluiten het lichaam
Aan de buitenzijde van de schelp: het parelmoer (beschermende laag tegen
zeewater)
Kleppen gesloten door een spier
Dikke en gespierde voet (bv: mossel of oester --> wat je eet)
Slakken:
Uitwendig skelet (spiraalvormig)
Naaktslakken geen schelp (maar een soort rugschild)
Kruipvoet
O/d kop: 2 lange uitsteeksels met aan het uiteinde ogen en 2 korte uitsteeksels
Inktvissen:
Meestal een schelp van kalk (binnenin het dier)
Voet: vorm van vangarmen (tentakels) rond de mond
Inktvissen met 8 armen (octopus) en met 10 armen (pijlinktvis)
Tentakels met zuignappen
Gif – inkt
3.7 Geleedpotigen:
75% van alle dieren
Lichaam bestaat meestal uit verschillende segmenten (leden – schakels) of verschillende
delen
3
ongewervelde dieren:
1 Kleuters en kriebelbeestjes:
Kleine beestjes komen voor in de belevingswereld v/d kinderen
Grote betrokkenheid bij kleuters
Kleine beestjes lenen zich er uitstekend toe om beter te leren waarnemen
Uitdaging om de diertjes beter waar te nemen: antropocentrische houding
Zorgen voor aanzet tot respect voor alle leven (terrarium…)
2 Gewervelde en ongewervelde dieren:
Gewervelde dieren:
Vissen
Amfibieën
Reptielen
Vogels
Zoogdieren
Ongewervelde dieren:
Ééncelligen
Sponzen
Holtedieren
Wormen
Geleedpotigen
Weekdieren
Stekelhuidigen
3 Ongewervelde dieren:
3.1 Dierlijke ééncelligen:
1 cel
Geen ‘stevige structuur’
Bv: Malaria, pantoffeldiertje
Ééncellige dieren leven o/h land in vochtige milieus, in zoet en zout water
1
,3.2 Sponzen:
Leven uitsluitend in water (zoet en zout)
Meerdere cellen
Hoorn in buitenste laag
Bv: badspons
3.3 Stekelhuidigen:
In de huid kalkplaatjes die dicht bij elkaar liggen waar stekels op staan
Vorm van lichaam: regelmatig en vaak vijfstralig
Bv: zeesterren, zeekomkommers, zee-egels
3.4 Holtedieren:
Holte met 2 cellagen
1 opening waardoor voedingsstoffen naar binnen komen en afvalstoffen naar buiten
gaan
Tentakels
Bv: kwallen en bloemdieren
2
, 3.5 Wormen:
Platwormen:
Lintachtig lichaam met 2 oogjes
Voeding en afvalstoffen door dezelfde opening
Vrijlevende en parasiterende platwormen
Bv: leverbot, lintworm
Rondwormen:
Ronder lichaam
10000 den soorten
Bv: aaltjes of draadwormen, spoelworm (parasiet in de mens)
Gelede wormen of ringwormen:
Lichaam in verschillende leden verdeeld
Aan de buitenkant stevige spieren
Bv: zeepier, bloedzuiger, regenworm
3.6 Weekdieren:
Schelpdieren:
Skelet dat bestaat uit 2 kleppen (scharnieren)
Kleppen omsluiten het lichaam
Aan de buitenzijde van de schelp: het parelmoer (beschermende laag tegen
zeewater)
Kleppen gesloten door een spier
Dikke en gespierde voet (bv: mossel of oester --> wat je eet)
Slakken:
Uitwendig skelet (spiraalvormig)
Naaktslakken geen schelp (maar een soort rugschild)
Kruipvoet
O/d kop: 2 lange uitsteeksels met aan het uiteinde ogen en 2 korte uitsteeksels
Inktvissen:
Meestal een schelp van kalk (binnenin het dier)
Voet: vorm van vangarmen (tentakels) rond de mond
Inktvissen met 8 armen (octopus) en met 10 armen (pijlinktvis)
Tentakels met zuignappen
Gif – inkt
3.7 Geleedpotigen:
75% van alle dieren
Lichaam bestaat meestal uit verschillende segmenten (leden – schakels) of verschillende
delen
3