Inleiding tot de visuele wetenschappen
’24-‘25
H1: inleiding
1.1 Visuele wetenschappen
= wetenschappelijke studie van het zicht
Behelst alle studies van het zicht zoals de visueel informatieverwerking bij
menselijke en niet-menselijke organismen, de visuele perceptie en hoe
kunstmatige systemen dezelfde taken kunnen overnemen.
Overlapt met of omvat disciplines zoals oftalmologie, optometrie, fysica,
neurowetenschappen, psychologie, gedragsbiologie en
computerwetenschappen
1.2 Zien versus zicht
Zicht
Fysische eigenschappen en prestaties van de vele structurele componenten
van het visueel systeem
Gevoeligheid van het oog om fijne details waar te nemen op afstand
Aangeboren
Proces dat zich in het oog afspeelt van een beeld/licht dat binnenkomt en
waarvan een beeld gevormd wordt
Zien
Denkproces dat een begrip oproept van wat gezien wordt, waar het is en
hoe erop te reageren
Combineert info van verschillende sensorische systemen (hersenen) om zo
een waarneming van de realiteit te creëren.
Dynamisch en interactief proces
Volledig informatieverwerkingssysteem dat ontwikkeld wordt door ervaring
om zo begrip van de externe visuele wereld te winnen.
Aangeleerd kan verstoord worden
1.3 Disciplines binnen de visuele wetenschappen
1.3.1 Oftalmologie of oogheelkunde
Wetenschap van de ogen
Tak binnen de geneeskunde die zich bezig houdt met de ziekten van het oog
en hun behandeling
Gespecialiseerd in de diagnose, behandeling en onderzoeken van
oogafwijkingen en oogziekten
Verzorgen van de ogen, medicatie voorschrijven en chirurgische ingrepen
uitvoeren op het oog
Oftalmoloog of oogarts
1
,1.3.2 Optometrie
Kennis en wetenschap van het zien
Meten van het visueel systeem
Visuele vaardigheden onderzoeken en storingen van het zien opsporen
Gespecialiseerd in het gebruik van de ogen
Doorverwijzen bij pathologische problemen
Behandelen adhv een brilvoorschrift, contactlensaanpassing, raadgevingen
voor visuele hygiëne of visuele training
Optometrist
Problemen die een optometrist behandeld:
- Verminderd zicht door refractiefout
- Oncomfortabel zicht
- Leer, lees- en concentratieproblemen
- Problemen met de oogsamenwerking
- Zwakziendheid (low vision)
- Visuele aspecten ivm beroep of sport
1.3.3 Orthoptie
Recht zien
Paramedisch discipline
Onderzoeken en behandelen van strabisme (scheel kijken), amblyopie (luie
ogen), diplopie (dubbelzien), leesklachten, slechtziendheid, nystagmus
(oogtrillingen), neurovisuele problemen en vestibulaire problemen
(evenwicht)
Belangrijke taken zijn het opstarten van oclusietherapie (plakker),
voorschrijven van corrigerende prisma’s en hulpmiddelen of revalidatie voor
slechtzienden
Ondersteuning bij oogarts zowel bij operaties als bij opvolgen oogziektes
Lid van multidisciplinair team bij visuele revalidatie
Orthoptist
1.4 Visuele problemen
= een vermindering in visuele prestatie die niet geaccepteerd wordt door de
cliënt of zijn sociaaleconomische omgeving
Staat in relatie tot zijn omgeving
Grondige anamnese is noodzakelijk om een totaal beeld te krijgen van de
visuele eisen waaraan de persoon onderhevig is
Zelfde afwijking kan andere klachten geven
Persoons- en omgevingsgebonden
Als je visueel systeem onvoldoende presteert om te doen wat je moet doen
voor jezelf of je omgeving, spreken we van een visueel probleem
2
,1.4.1 Types van visuele problemen
Verschillende categorieën:
Verminderde gezichtsscherpte
- Ver: myopie, astigmatisme, strabisme, absolute hypermetropie, etc
- Dicht: presbyopie
Oncomfortabel zicht (anisometropie, emmetropie)
Onvoldoende prestatie (traag lezen)
Cosmetische problemen (strabisme)
Belangrijke factoren bij ontstaan van visuele problemen:
Voeding (wortels, teveel suiker)
Erfelijkheid
Omgevingsfactoren
Visuele eisen in thuissituatie
1.4.2 Ontwikkeling van een visueel systeem
Schematische weergave voor het ontwikkelen van een visueel probleem
3
, H2: het oog als optisch systeem
brekingskracht oog = 60.00D
cornea = 40.00D
lens = 20.00D
2.1 De visuele
informatieverwerking
Lichtstralen komen het oog binnen (input) en worden op het netvlies
gefocusseerd.
Het beeld dat op de retina wordt gevormd, is omgekeerd en verkleind.
Door omzetting in neurale energie bereikt het de visuele cortex (hersenen)
en zien we een beeld (output)
Hoe groter het oog, hoe kleiner de breekkracht.
2.2 Refractieve anomalieën
Omwille van lengte van het oog of een fout in het refractiesysteem
2.2.1 Emmetropie
= optische gesteldheid van het oog waar, bij accommodatie op rust, de
evenwijdige lichtstralen uitgaande van een ver verwijderd voorwerp hun
brandpunt vormen op het netvlies
= beeld valt goed op netvlies
Brekingskracht van oogbol is omgekeerd evenredig met de lengte van het
oog
- Oogbol groter brekingskracht kleiner
- Oogbol kleiner brekingskracht groter
2.2.2 Ametropie
= er is geen evenwicht meer tussen het cornea-lens refractiesysteem en de
anterior-posterior diameter
= brandpunt valt niet op netvlies (refractiefouten)
Refractieve ametropie = afwijking door een te zwakke of te sterke
brekingskracht
Axiale ametropie = afwijking door te grote of te kleine anterior-posterior
diameter
4
’24-‘25
H1: inleiding
1.1 Visuele wetenschappen
= wetenschappelijke studie van het zicht
Behelst alle studies van het zicht zoals de visueel informatieverwerking bij
menselijke en niet-menselijke organismen, de visuele perceptie en hoe
kunstmatige systemen dezelfde taken kunnen overnemen.
Overlapt met of omvat disciplines zoals oftalmologie, optometrie, fysica,
neurowetenschappen, psychologie, gedragsbiologie en
computerwetenschappen
1.2 Zien versus zicht
Zicht
Fysische eigenschappen en prestaties van de vele structurele componenten
van het visueel systeem
Gevoeligheid van het oog om fijne details waar te nemen op afstand
Aangeboren
Proces dat zich in het oog afspeelt van een beeld/licht dat binnenkomt en
waarvan een beeld gevormd wordt
Zien
Denkproces dat een begrip oproept van wat gezien wordt, waar het is en
hoe erop te reageren
Combineert info van verschillende sensorische systemen (hersenen) om zo
een waarneming van de realiteit te creëren.
Dynamisch en interactief proces
Volledig informatieverwerkingssysteem dat ontwikkeld wordt door ervaring
om zo begrip van de externe visuele wereld te winnen.
Aangeleerd kan verstoord worden
1.3 Disciplines binnen de visuele wetenschappen
1.3.1 Oftalmologie of oogheelkunde
Wetenschap van de ogen
Tak binnen de geneeskunde die zich bezig houdt met de ziekten van het oog
en hun behandeling
Gespecialiseerd in de diagnose, behandeling en onderzoeken van
oogafwijkingen en oogziekten
Verzorgen van de ogen, medicatie voorschrijven en chirurgische ingrepen
uitvoeren op het oog
Oftalmoloog of oogarts
1
,1.3.2 Optometrie
Kennis en wetenschap van het zien
Meten van het visueel systeem
Visuele vaardigheden onderzoeken en storingen van het zien opsporen
Gespecialiseerd in het gebruik van de ogen
Doorverwijzen bij pathologische problemen
Behandelen adhv een brilvoorschrift, contactlensaanpassing, raadgevingen
voor visuele hygiëne of visuele training
Optometrist
Problemen die een optometrist behandeld:
- Verminderd zicht door refractiefout
- Oncomfortabel zicht
- Leer, lees- en concentratieproblemen
- Problemen met de oogsamenwerking
- Zwakziendheid (low vision)
- Visuele aspecten ivm beroep of sport
1.3.3 Orthoptie
Recht zien
Paramedisch discipline
Onderzoeken en behandelen van strabisme (scheel kijken), amblyopie (luie
ogen), diplopie (dubbelzien), leesklachten, slechtziendheid, nystagmus
(oogtrillingen), neurovisuele problemen en vestibulaire problemen
(evenwicht)
Belangrijke taken zijn het opstarten van oclusietherapie (plakker),
voorschrijven van corrigerende prisma’s en hulpmiddelen of revalidatie voor
slechtzienden
Ondersteuning bij oogarts zowel bij operaties als bij opvolgen oogziektes
Lid van multidisciplinair team bij visuele revalidatie
Orthoptist
1.4 Visuele problemen
= een vermindering in visuele prestatie die niet geaccepteerd wordt door de
cliënt of zijn sociaaleconomische omgeving
Staat in relatie tot zijn omgeving
Grondige anamnese is noodzakelijk om een totaal beeld te krijgen van de
visuele eisen waaraan de persoon onderhevig is
Zelfde afwijking kan andere klachten geven
Persoons- en omgevingsgebonden
Als je visueel systeem onvoldoende presteert om te doen wat je moet doen
voor jezelf of je omgeving, spreken we van een visueel probleem
2
,1.4.1 Types van visuele problemen
Verschillende categorieën:
Verminderde gezichtsscherpte
- Ver: myopie, astigmatisme, strabisme, absolute hypermetropie, etc
- Dicht: presbyopie
Oncomfortabel zicht (anisometropie, emmetropie)
Onvoldoende prestatie (traag lezen)
Cosmetische problemen (strabisme)
Belangrijke factoren bij ontstaan van visuele problemen:
Voeding (wortels, teveel suiker)
Erfelijkheid
Omgevingsfactoren
Visuele eisen in thuissituatie
1.4.2 Ontwikkeling van een visueel systeem
Schematische weergave voor het ontwikkelen van een visueel probleem
3
, H2: het oog als optisch systeem
brekingskracht oog = 60.00D
cornea = 40.00D
lens = 20.00D
2.1 De visuele
informatieverwerking
Lichtstralen komen het oog binnen (input) en worden op het netvlies
gefocusseerd.
Het beeld dat op de retina wordt gevormd, is omgekeerd en verkleind.
Door omzetting in neurale energie bereikt het de visuele cortex (hersenen)
en zien we een beeld (output)
Hoe groter het oog, hoe kleiner de breekkracht.
2.2 Refractieve anomalieën
Omwille van lengte van het oog of een fout in het refractiesysteem
2.2.1 Emmetropie
= optische gesteldheid van het oog waar, bij accommodatie op rust, de
evenwijdige lichtstralen uitgaande van een ver verwijderd voorwerp hun
brandpunt vormen op het netvlies
= beeld valt goed op netvlies
Brekingskracht van oogbol is omgekeerd evenredig met de lengte van het
oog
- Oogbol groter brekingskracht kleiner
- Oogbol kleiner brekingskracht groter
2.2.2 Ametropie
= er is geen evenwicht meer tussen het cornea-lens refractiesysteem en de
anterior-posterior diameter
= brandpunt valt niet op netvlies (refractiefouten)
Refractieve ametropie = afwijking door een te zwakke of te sterke
brekingskracht
Axiale ametropie = afwijking door te grote of te kleine anterior-posterior
diameter
4