1. TERMINOLOGIE VAN RZL
1.1. RELIGIE
Religie= een levensbeschouwing waarin verbondenheid centraal staat en waarin het mysterie-karakter van de werkelijkheid of
het leven wordt erkend.
Religieus zijn wordt vaak verstaan als het uitvoeren van rituele, heilige handelingen.
men kan religie vollediger omschrijven als een bepaalde soort levensbeschouwing: een zingevingsyteem waarbij mensen hun
visie, waarden, levenskeuzen en handelingskaders situeren en funderen in een soort ‘mensoverstijgende, ervaarbare grondzin’
van het leven.
Een bepaalde interpretatie van/ een visie op, de werkelijkheid waarbij de mens tot een nieuw inzicht komt in zijn diepste
verbindingen en zijn betrokkenheid op de totaliteit. Daarbij doorzicht en uitzicht krijgt op een uiteindelijke levensrichting,
waarvoor hij dan uitdrukkelijk kiest en actief handelend de weg van de zinsvervulling gaat.
1.2. GODSDIENST
Godsdienst= een levensbeschouwing waarin ‘geloven in god’ als betekenisvol wordt ervaren en een doorslaggevende rol speelt
in het beantwoorden van de vraag naar zingeving
Er bestaan verschillende soorten godsdiensten, waarin god op een verschillende manier betekenis krijgt.
net zoals elke Levensbeschouwing bestaat godsdienst uit een geheel van opvattingen (vaak uitgedrukt in verhalen),
overtuigingen en praktijken.
een godsdienst heeft dus dezelfde basiskenmerken als een Levensbeschouwing.
Besluit
Een godsdienst is een ‘religieuze’ Levensbeschouwing, waarbij de grondzin van het bestaan herkend wordt in een
‘persoonlijk, mensoverstijgend’ wezen dat men God of Allah noemt.
Een godsdienst is een religie maar onderscheid zich hiervan door de aanwezigheid en concrete benoeming van een God.
Bv: het rooms-katholiek geloof
Het Boeddhisme benoemen we als een religie omdat Boeddha geen god is, al is hij wel hun grote voorbeeld.
1.3. ZINGEVING
Zingeving= alles wat te maken heeft met de vraag wat zin, betekenis, waarde of kwaliteit geeft aan het leven en hoe je daarmee
kunt omgaan
- Zingeving is een plaats zoeken in het omringend milieu, in de maatschappij, de natuur, de kosmos.
dit gebeurd door betekenisgeving, symbolisering, waardering, zelfbepaling en samenwerking.
voorbeeld betekenisgeving: lukt het mij om een samenhangend verhaal van mijn leven te maken, heb ik het gevoel dat
ik van betekenis ben.
- Zingeving heeft te maken met geluk: wie zijn leven als niet of weinig zinvol ervaart, zal moeilijk gelukkig kunnen zijn.
Zingeving omvat 2 componenten:
- Component 1: passief
je ontdekt iets (een situatie, gebeurtenis, toestand, handeling, …) dat je als zinvol ervaart. Het overkomt je, het wordt
je gegeven of geschonken
- Component 2: actief
om je leven zinvol te ervaren, moet je wel degelijk ook iets ondernemen.
de keuzes die je maakt en de manier waarop je met bepaalde gebeurtenissen omgaat: dit zal een invloed hebben op
het feit of je erin slaagt jouw leven al dan niet als zinvol te ervaren (zelf zin geven aan je leven dus).
,Goesting en oriëntatie
Zin heeft in de eerste plaats te maken met goesting en oriëntatie of richting vinden/ervaren (= ik zal mijn leven richten op wat ik
als zinvol ervaar, omdat het mij aantrekt.)
dit met alles wat je als betekenisvol en waardevol ervaart in je leven, alles wat het leven de moeite waard maakt en kwaliteit
geeft, alles wat je leven een doel geeft.
Weten
Zingeving is de behoefte om te weten
we willen weten dat wat we doen in het leven, een waarde/betekenis heeft, en het er wel echt toe doet
De betekenis van het leven kun je op 2 manieren zien:
- De mens moet elke dag zelf betekenis geven aan hun leven
- Het leven heeft betekenis in zichzelf en wij kunnen er ‘zin’ in aantreffen
zin willen geven aan het leven is een behoefte van elke mens
het woord ‘zin-geven’, betekenis geven, zegt dat dit een actief proces is. Eens een zin gevonden is, geeft het een mens, een
groep, een samenleving evenwicht en richting in deze complexe wereld.
Maar, een zekere zingeving ontwikkelen garandeert nog geen zinervaring of ervaring van een vol bestaan. Ook een gevoel van
zinloosheid of vervreemding kan de uitkomst zijn van het proces van zingeving.
1.4. SPIRITUALITEIT
Spiritualiteit= de vaardigheid om open te staan voor het andere dat aan mij verschijnt en om er zich mee te verbinden.
het is de kunt om bijzondere relaties te hebben dingen, mensen, plaatsen en met zichzelf
het heeft te maken met voelen, verbeelding en waardering
het is een betrokkenheid die betekenis geeft aan de ontmoeting met een zelfstandige ander, met het andere
1.5. LEVENSBESCHOUWING MET EEN KLEINE L
Levensbeschouwing met een kleine l= Je levensbeschouwing is je hoogstpersoonlijke kijk op het leven. Je ontwikkelt een
levensbeschouwing door wat je meemaakt en hoe je daar betekenis en waarde aan geeft.
Iedere persoon heeft een levensbeschouwing: het zijn de antwoorden die jij voor jezelf geeft op de vraag naar zingeving, op
levensbeschouwelijke vragen
waarin geloof jij wel/niet als het gaat om zingeving?
het is jouw levensbeschouwelijke overtuiging of het geheel van jouw overtuigingen?
Belangrijke stelling
Je kunt niet geen levensbeschouwelijke overtuiging hebben. Ook datgene waarin je niet gelooft, waar je geen waarde aan hecht,
zegt iets over je persoonlijke levensovertuiging
wie beweert in niets te geloven en geen enkele zingeving te zien, heeft toch een levensbeschouwelijke overtuiging, namelijk:
er is niets waarin je kunt geloven als het op zingeving aankomt.
1.6. LEVENSBESCHOUWING MET EEN GROTE L (=LEVENSBESCHOUWELIJKE STROMINGEN)
Levensbeschouwing met een grote L= Is een min of meer samenhangend geheel van verhalen, bronnen, ideeën, praktijken,
tradities en rituelen. Samen vormen deze het antwoord op de levensvragen van mensen.
omvat gedeelde opvattingen over wat het leven de moeite waard maakt + hoe je zin kunt geven aan gebeurtenissen in je
leven.
een geheel van samenhangende levensbeschouwelijke opvattingen, overtuigingen en de daarmee verbonden praktijken
Levensbeschouwingen of levensbeschouwelijke tradities situeren zich op het niveau van cultuur en gemeenschap
ze overstijgen het niveau van het individu en de individuele levensloop
,Verschillende soorten levensbeschouwing
- Godsdienstige (bv: christendom)
- niet-godsdienstige (bv: humanisme, atheïsme)
- Religieuze (bv: boeddhisme)
- Filosofische (bv: vegetarisme, rationalisme)
- Politieke (bv: socialisme)
- Wetenschappelijke
- Sociale (bv feminisme)
- Georganiseerde en niet-georganiseerde
Functies van levensbeschouwing
- Zin geven aan het leven (een doel geven)
- Zorgen voor structuur en veiligheid in het leven
- Steun en troost geven in moeilijk tijden van het leven
- Levenswaarden aanreiken
- Handelingsmodellen voorleven
- Een bron van inspiratie zijn, …
een levensbeschouwing ontwikkel je in relatie tot anderen, je omgeving, de maatschappij en de wereld.
Reflectievragen:
- Levensbeschouwing: uitleggen wat deze term betekent? het verschil tussen levensbeschouwing met kleine en grote ‘L’?
- RZL: waarvoor staan de letters?, de definitie opsommen en uitleggen? deze linken met voorbeelden uit je eigen leven?
1.7. WAT IS LEVENSBESCHOUWING?
1.7.1. PERSOONLIJKE LEVENSBESCHOUWING ALS EEN VERHAAL
Je eigen persoonlijke levensbeschouwing= jou bril, jou visie, jou referentiekader
Die persoonlijke levensbeschouwing, waarin je een visie hebt op wat het leven voor jou de moeite waard maakt, zou je kunnen
zien als een verhaal, waarin jij vertelt hoe je tegen het leven aankijkt.
net als in een verhaal gaat het bij levensbeschouwing niet over harde feiten, maar hoe jij ergens persoonlijk tegenaan kijkt,
hoe jij iets interpreteert
als je een verhaal vertelt, filter je de belangrijkste onderdelen eruit
het is geen neutraal verhaal, het is jouw unieke verhaal
Besluit: dat vertellen, het proces van selecteren, wegen en betekenis geven, is waar het bij levensbeschouwing om gaat
Levensbeschouwelijke ontwikkeling= het proces van steeds opnieuw betekenis geven aan de wereld om je heen. Deze
ontwikkeling gaat je leven lang door en je levensbeschouwing is dus nooit af.
1.7.2. PERSOONLIJKE LEVENSBESCHOUWING EN LEVENSVRAGEN
Het verhaal dat je over je eigen leven vertelt zou je ook kunnen zien als een verzameling ‘antwoorden’ op vragen waar ieder zijn
eigen antwoord op moet vormen.
Voorbeeldvragen: Wat kan ik beteken voor anderen?, waarom overkomt mij ellende?, hoe kan ik een goed mens zijn?
dit zijn levensvragen.
Ze dringen zich op belangrijke momenten op, bv: wanneer je voor een lastige keuze staat
het zijn vragen waar geen pasklare antwoorden op bestaan.
Voorbeeld: p20 in Kopmels
, Levensvragen hebben een universeel karakter
- Mensen hebben zichzelf deze vragen in alle tijden gesteld
- Mensen stellen zichzelf deze vragen overal ter wereld
waar komt het leven op aarde vandaan?, waar is het goed voor?, …
Levensvragen zijn vragen waarop geen eenduidig antwoord bestaat
- Iedereen vormt zijn persoonlijk antwoord op deze vragen
- Dat antwoord staat niet vast, maar verandert in de loop van je leven
1.7.3. LEVENSVRAGEN EN VERHALEN
Mensen gaan zich met hun verbeelding proberen voor te stellen hoe iets wat ze niet begrijpen toch aannemelijk kan worden
ze maken er voor zichzelf een verhaal van
- Het steeds opnieuw vertellen en doorgeven van zo een verhaal geeft rust en houvast omtrent vragen waarover mensen in
onzekerheid verkeren
- Zulke verhalen hebben hun eigen waarheid en wijsheid in zich
1.7.4. LEVENSVRAGEN, VERHALEN EN LEVENSBESCHOUWINGEN
Mensen vertellen elkaar verhalen waarin ze uitdrukken wat ze belangrijk vinden in het leven.
In deze verhalen vinden ze soms mogelijke antwoorden op levensvragen
- Georganiseerde levensvragen= Levensbeschouwing (met grote L)
- Persoonlijke levensvragen= levensbeschouwing (met kleine l)
Een levensbeschouwing kun je ook zien als een verhaal: een verzameling van antwoorden op levensvragen
Verhalen vertellen en vragen stellen
deze 2 elementen vormen de pijlers
- Leven leven= verhalen beleven verhalen vertellen
- Beschouwen beschouwen= je dingen afvragen vragen stellen
1.8. NORMATIEVE PROFESSIONALITEIT
Normatieve professionaliteit= de vooronderstelling dat elk professioneel handelen, behalve technische en communicatieve
kwaliteiten, ook een morele kant heeft
bij professioneel handelen spelen altijd ook normen en waarden een rol
het gaat over de verhouding tussen je persoonlijke, professionele en institutionele identieit
Normatieve professionaliteit in het onderwijs gaat over de morele en ethische verantwoordelijkheid die leraren hebben.
leraren dragen niet alleen kennis over, maar ook waarden en normen
ze denken na over wat goed onderwijs is en welke invloed hun keuzes hebben op de ontwikkeling van leerlingen
Definitie benoemen en verklaren
Professioneel handelen
De activiteiten die we verrichten binnen het professioneel kader van ons beroep.
Voorbeelden: het effectief voor de klas staan en lesgeven; het voorbereiden van de lessen; bijhouden van een correcte administratie; in gesprek
treden met collega’s, directie, leerlingen en ouders
1.1. RELIGIE
Religie= een levensbeschouwing waarin verbondenheid centraal staat en waarin het mysterie-karakter van de werkelijkheid of
het leven wordt erkend.
Religieus zijn wordt vaak verstaan als het uitvoeren van rituele, heilige handelingen.
men kan religie vollediger omschrijven als een bepaalde soort levensbeschouwing: een zingevingsyteem waarbij mensen hun
visie, waarden, levenskeuzen en handelingskaders situeren en funderen in een soort ‘mensoverstijgende, ervaarbare grondzin’
van het leven.
Een bepaalde interpretatie van/ een visie op, de werkelijkheid waarbij de mens tot een nieuw inzicht komt in zijn diepste
verbindingen en zijn betrokkenheid op de totaliteit. Daarbij doorzicht en uitzicht krijgt op een uiteindelijke levensrichting,
waarvoor hij dan uitdrukkelijk kiest en actief handelend de weg van de zinsvervulling gaat.
1.2. GODSDIENST
Godsdienst= een levensbeschouwing waarin ‘geloven in god’ als betekenisvol wordt ervaren en een doorslaggevende rol speelt
in het beantwoorden van de vraag naar zingeving
Er bestaan verschillende soorten godsdiensten, waarin god op een verschillende manier betekenis krijgt.
net zoals elke Levensbeschouwing bestaat godsdienst uit een geheel van opvattingen (vaak uitgedrukt in verhalen),
overtuigingen en praktijken.
een godsdienst heeft dus dezelfde basiskenmerken als een Levensbeschouwing.
Besluit
Een godsdienst is een ‘religieuze’ Levensbeschouwing, waarbij de grondzin van het bestaan herkend wordt in een
‘persoonlijk, mensoverstijgend’ wezen dat men God of Allah noemt.
Een godsdienst is een religie maar onderscheid zich hiervan door de aanwezigheid en concrete benoeming van een God.
Bv: het rooms-katholiek geloof
Het Boeddhisme benoemen we als een religie omdat Boeddha geen god is, al is hij wel hun grote voorbeeld.
1.3. ZINGEVING
Zingeving= alles wat te maken heeft met de vraag wat zin, betekenis, waarde of kwaliteit geeft aan het leven en hoe je daarmee
kunt omgaan
- Zingeving is een plaats zoeken in het omringend milieu, in de maatschappij, de natuur, de kosmos.
dit gebeurd door betekenisgeving, symbolisering, waardering, zelfbepaling en samenwerking.
voorbeeld betekenisgeving: lukt het mij om een samenhangend verhaal van mijn leven te maken, heb ik het gevoel dat
ik van betekenis ben.
- Zingeving heeft te maken met geluk: wie zijn leven als niet of weinig zinvol ervaart, zal moeilijk gelukkig kunnen zijn.
Zingeving omvat 2 componenten:
- Component 1: passief
je ontdekt iets (een situatie, gebeurtenis, toestand, handeling, …) dat je als zinvol ervaart. Het overkomt je, het wordt
je gegeven of geschonken
- Component 2: actief
om je leven zinvol te ervaren, moet je wel degelijk ook iets ondernemen.
de keuzes die je maakt en de manier waarop je met bepaalde gebeurtenissen omgaat: dit zal een invloed hebben op
het feit of je erin slaagt jouw leven al dan niet als zinvol te ervaren (zelf zin geven aan je leven dus).
,Goesting en oriëntatie
Zin heeft in de eerste plaats te maken met goesting en oriëntatie of richting vinden/ervaren (= ik zal mijn leven richten op wat ik
als zinvol ervaar, omdat het mij aantrekt.)
dit met alles wat je als betekenisvol en waardevol ervaart in je leven, alles wat het leven de moeite waard maakt en kwaliteit
geeft, alles wat je leven een doel geeft.
Weten
Zingeving is de behoefte om te weten
we willen weten dat wat we doen in het leven, een waarde/betekenis heeft, en het er wel echt toe doet
De betekenis van het leven kun je op 2 manieren zien:
- De mens moet elke dag zelf betekenis geven aan hun leven
- Het leven heeft betekenis in zichzelf en wij kunnen er ‘zin’ in aantreffen
zin willen geven aan het leven is een behoefte van elke mens
het woord ‘zin-geven’, betekenis geven, zegt dat dit een actief proces is. Eens een zin gevonden is, geeft het een mens, een
groep, een samenleving evenwicht en richting in deze complexe wereld.
Maar, een zekere zingeving ontwikkelen garandeert nog geen zinervaring of ervaring van een vol bestaan. Ook een gevoel van
zinloosheid of vervreemding kan de uitkomst zijn van het proces van zingeving.
1.4. SPIRITUALITEIT
Spiritualiteit= de vaardigheid om open te staan voor het andere dat aan mij verschijnt en om er zich mee te verbinden.
het is de kunt om bijzondere relaties te hebben dingen, mensen, plaatsen en met zichzelf
het heeft te maken met voelen, verbeelding en waardering
het is een betrokkenheid die betekenis geeft aan de ontmoeting met een zelfstandige ander, met het andere
1.5. LEVENSBESCHOUWING MET EEN KLEINE L
Levensbeschouwing met een kleine l= Je levensbeschouwing is je hoogstpersoonlijke kijk op het leven. Je ontwikkelt een
levensbeschouwing door wat je meemaakt en hoe je daar betekenis en waarde aan geeft.
Iedere persoon heeft een levensbeschouwing: het zijn de antwoorden die jij voor jezelf geeft op de vraag naar zingeving, op
levensbeschouwelijke vragen
waarin geloof jij wel/niet als het gaat om zingeving?
het is jouw levensbeschouwelijke overtuiging of het geheel van jouw overtuigingen?
Belangrijke stelling
Je kunt niet geen levensbeschouwelijke overtuiging hebben. Ook datgene waarin je niet gelooft, waar je geen waarde aan hecht,
zegt iets over je persoonlijke levensovertuiging
wie beweert in niets te geloven en geen enkele zingeving te zien, heeft toch een levensbeschouwelijke overtuiging, namelijk:
er is niets waarin je kunt geloven als het op zingeving aankomt.
1.6. LEVENSBESCHOUWING MET EEN GROTE L (=LEVENSBESCHOUWELIJKE STROMINGEN)
Levensbeschouwing met een grote L= Is een min of meer samenhangend geheel van verhalen, bronnen, ideeën, praktijken,
tradities en rituelen. Samen vormen deze het antwoord op de levensvragen van mensen.
omvat gedeelde opvattingen over wat het leven de moeite waard maakt + hoe je zin kunt geven aan gebeurtenissen in je
leven.
een geheel van samenhangende levensbeschouwelijke opvattingen, overtuigingen en de daarmee verbonden praktijken
Levensbeschouwingen of levensbeschouwelijke tradities situeren zich op het niveau van cultuur en gemeenschap
ze overstijgen het niveau van het individu en de individuele levensloop
,Verschillende soorten levensbeschouwing
- Godsdienstige (bv: christendom)
- niet-godsdienstige (bv: humanisme, atheïsme)
- Religieuze (bv: boeddhisme)
- Filosofische (bv: vegetarisme, rationalisme)
- Politieke (bv: socialisme)
- Wetenschappelijke
- Sociale (bv feminisme)
- Georganiseerde en niet-georganiseerde
Functies van levensbeschouwing
- Zin geven aan het leven (een doel geven)
- Zorgen voor structuur en veiligheid in het leven
- Steun en troost geven in moeilijk tijden van het leven
- Levenswaarden aanreiken
- Handelingsmodellen voorleven
- Een bron van inspiratie zijn, …
een levensbeschouwing ontwikkel je in relatie tot anderen, je omgeving, de maatschappij en de wereld.
Reflectievragen:
- Levensbeschouwing: uitleggen wat deze term betekent? het verschil tussen levensbeschouwing met kleine en grote ‘L’?
- RZL: waarvoor staan de letters?, de definitie opsommen en uitleggen? deze linken met voorbeelden uit je eigen leven?
1.7. WAT IS LEVENSBESCHOUWING?
1.7.1. PERSOONLIJKE LEVENSBESCHOUWING ALS EEN VERHAAL
Je eigen persoonlijke levensbeschouwing= jou bril, jou visie, jou referentiekader
Die persoonlijke levensbeschouwing, waarin je een visie hebt op wat het leven voor jou de moeite waard maakt, zou je kunnen
zien als een verhaal, waarin jij vertelt hoe je tegen het leven aankijkt.
net als in een verhaal gaat het bij levensbeschouwing niet over harde feiten, maar hoe jij ergens persoonlijk tegenaan kijkt,
hoe jij iets interpreteert
als je een verhaal vertelt, filter je de belangrijkste onderdelen eruit
het is geen neutraal verhaal, het is jouw unieke verhaal
Besluit: dat vertellen, het proces van selecteren, wegen en betekenis geven, is waar het bij levensbeschouwing om gaat
Levensbeschouwelijke ontwikkeling= het proces van steeds opnieuw betekenis geven aan de wereld om je heen. Deze
ontwikkeling gaat je leven lang door en je levensbeschouwing is dus nooit af.
1.7.2. PERSOONLIJKE LEVENSBESCHOUWING EN LEVENSVRAGEN
Het verhaal dat je over je eigen leven vertelt zou je ook kunnen zien als een verzameling ‘antwoorden’ op vragen waar ieder zijn
eigen antwoord op moet vormen.
Voorbeeldvragen: Wat kan ik beteken voor anderen?, waarom overkomt mij ellende?, hoe kan ik een goed mens zijn?
dit zijn levensvragen.
Ze dringen zich op belangrijke momenten op, bv: wanneer je voor een lastige keuze staat
het zijn vragen waar geen pasklare antwoorden op bestaan.
Voorbeeld: p20 in Kopmels
, Levensvragen hebben een universeel karakter
- Mensen hebben zichzelf deze vragen in alle tijden gesteld
- Mensen stellen zichzelf deze vragen overal ter wereld
waar komt het leven op aarde vandaan?, waar is het goed voor?, …
Levensvragen zijn vragen waarop geen eenduidig antwoord bestaat
- Iedereen vormt zijn persoonlijk antwoord op deze vragen
- Dat antwoord staat niet vast, maar verandert in de loop van je leven
1.7.3. LEVENSVRAGEN EN VERHALEN
Mensen gaan zich met hun verbeelding proberen voor te stellen hoe iets wat ze niet begrijpen toch aannemelijk kan worden
ze maken er voor zichzelf een verhaal van
- Het steeds opnieuw vertellen en doorgeven van zo een verhaal geeft rust en houvast omtrent vragen waarover mensen in
onzekerheid verkeren
- Zulke verhalen hebben hun eigen waarheid en wijsheid in zich
1.7.4. LEVENSVRAGEN, VERHALEN EN LEVENSBESCHOUWINGEN
Mensen vertellen elkaar verhalen waarin ze uitdrukken wat ze belangrijk vinden in het leven.
In deze verhalen vinden ze soms mogelijke antwoorden op levensvragen
- Georganiseerde levensvragen= Levensbeschouwing (met grote L)
- Persoonlijke levensvragen= levensbeschouwing (met kleine l)
Een levensbeschouwing kun je ook zien als een verhaal: een verzameling van antwoorden op levensvragen
Verhalen vertellen en vragen stellen
deze 2 elementen vormen de pijlers
- Leven leven= verhalen beleven verhalen vertellen
- Beschouwen beschouwen= je dingen afvragen vragen stellen
1.8. NORMATIEVE PROFESSIONALITEIT
Normatieve professionaliteit= de vooronderstelling dat elk professioneel handelen, behalve technische en communicatieve
kwaliteiten, ook een morele kant heeft
bij professioneel handelen spelen altijd ook normen en waarden een rol
het gaat over de verhouding tussen je persoonlijke, professionele en institutionele identieit
Normatieve professionaliteit in het onderwijs gaat over de morele en ethische verantwoordelijkheid die leraren hebben.
leraren dragen niet alleen kennis over, maar ook waarden en normen
ze denken na over wat goed onderwijs is en welke invloed hun keuzes hebben op de ontwikkeling van leerlingen
Definitie benoemen en verklaren
Professioneel handelen
De activiteiten die we verrichten binnen het professioneel kader van ons beroep.
Voorbeelden: het effectief voor de klas staan en lesgeven; het voorbereiden van de lessen; bijhouden van een correcte administratie; in gesprek
treden met collega’s, directie, leerlingen en ouders