1 Handelaar vervangen door ondernemer ............................................................................ 2
2 Vennootschapsrecht ......................................................................................................... 2
2.1 Algemeen ......................................................................................................................... 2
2.2 Eenmanszaak of vennootschap ......................................................................................... 2
2.3 Overzicht van de belangrijkste wijzigingen ........................................................................ 2
3 De vennootschapsvormen ................................................................................................ 3
3.1 Overzicht.......................................................................................................................... 3
3.2 De maatschap .................................................................................................................. 3
3.3 De coöperatieve vennootschap (CV).................................................................................. 3
3.4 De besloten vennootschap (BV) ........................................................................................ 3
3.5 De naamloze vennootschap (NV) ...................................................................................... 3
4 Verplichtingen van een onderneming ................................................................................ 4
5 Bewijs in handelszaken ..................................................................................................... 5
5.1 Algemene regels ............................................................................................................... 5
5.2 Bijzondere bewijsmiddelen ............................................................................................... 5
6 Faillissement .................................................................................................................... 6
6.1 Voorwaarden ................................................................................................................... 6
6.1.1 Grondvoorwaarden .................................................................................................................... 6
6.1.2 Vormvoorwaarden ..................................................................................................................... 6
6.2 Gevolgen van de faillietverklaring ..................................................................................... 6
6.3 De voornaamste personages in het faillissement ............................................................... 6
6.4 Failliete boedel ................................................................................................................. 7
6.4.1 Het actief van de failliete boedel................................................................................................ 7
6.4.2 Het passief van de failliete boedel ............................................................................................. 7
6.5 Het beheer van het faillissement....................................................................................... 7
6.6 De vereffening van het faillissement ................................................................................. 8
6.6.1 Verdeling .................................................................................................................................... 8
6.6.2 Sluiting van het faillissement...................................................................................................... 8
6.7 De verschoonbaarheid van de gefailleerde ........................................................................ 8
6.8 De inbreuken verbonden met een faillissement ................................................................ 8
6.9 Verval van burgerlijke en beroepsrechten ......................................................................... 8
6.10 Eerherstel......................................................................................................................... 8
7 Arbitrage .......................................................................................................................... 9
1
, 1 Handelaar vervangen door ondernemer
Handelsrecht, nu ondernemingsrecht.
Een onderneming is:
Iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent (eenmanszaak).
Iedere rechtspersoon (CV, BV, NV, VZW).
Iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap).
Rechtspersoonlijkheid wil zeggen dat een onderneming zelf over eigen rechten en plichten beschikt.
2 Vennootschapsrecht
2.1 Algemeen
Sinds 1/5/2019 is er een nieuwe wet omtrent vennootschappen.
2.2 Eenmanszaak of vennootschap
Eenmanszaak Vennootschap
Oprichting en werking: Oprichting en werking:
Eenvoudige oprichting. Minder eenvoudige oprichting.
• Geen minimumkapitaal vereist. • Geen minimumkapitaal vereist
• Geen statuten. • (vroeger wel).
• Activiteit snel starten. • Statuten opstellen.
• Vereenvoudigde boekhouding. • Financieel plan.
• Eigen baas, geen vennoten. • Tussenkomst notaris.
Aansprakelijkheid: Aansprakelijkheid:
Onbeperkte aansprakelijkheid. Onbeperkte aansprakelijkheid (VOF, Comm. V.).
Beperkte aansprakelijkheid (NV, BV, CV)
Boekhouding: Boekhouding:
Vereenvoudigde boekhouding. Meestal dubbele boekhouding.
Som vereenvoudigde boekhouding.
Belastingstelsel: Belastingstelsel:
50% belastingen (personenbelasting). 29% vennootschapsbelasting.
20% vennootschapsbelasting voor kleine
vennootschappen (< €100 000,00).
2.3 Overzicht van de belangrijkste wijzigingen
Overzicht belangrijke wijzigingen:
Onderscheid burgerlijke- en handelsvennootschappen verdwijnt.
Drastisch minder vennootschapsvormen.
Bij de BV en CV verdwijnt het begrip kapitaal (geen startkapitaal meer nodig).
Naast geld of natura kunnen ook nijverheid en knowhow ingebracht worden.
BV en NV kunnen nu in principe opgericht worden door één persoon.
Grote statutaire vrijheid om af te wijken van de standaardregeling.
Flexibele communicatie.
Statutaire zetel is bepalend. Vanaf nu altijd statutaire zetelleer.
Statuten kunnen afwijken van principe één aandeel = één stem.
Omvorming wordt duidelijker en eenvoudiger.
Beperking van de bestuurdersaansprakelijkheid.
Overzicht van de vennootschapsvormen die verdwijnen:
2