Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting HT 3 eiwitproductie - Farmaceutische biotechnologie (K0B04A)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
22-05-2025
Geschreven in
2023/2024

Enkel ht 1, 7 en deel van 8 en 10 ontbreken, dit zijn de hoofdstukken adhv notities/ppt/opzoekwerk online ter verduidelijking, ik behaalde met deze notities een score van 19/20 op het examen (in 2024) Dit is enkel ht 3 over eiwitproductie

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

HOOFDSTUK 3: EIWTIPRODUCTIE

Introductie: productie systemen:

Bronnen biofarmaceutische producten:
- CHO: chinese hamster ovary
o Hamstercellen gebruikt om gm te maken, uit eierstokken
o Zoogdiercellen
- HEK: human embryonic kidney
o Humane oorsprong
o Onsterfelijk gemaakte cellen ooit geïsoleerd uit nier v embryo
o Zoogdiercellen
- Bacterieel: bv Escherichia coli (E.coli)
- Gist: bv. Saccharomyces cerevisiae & Pichia pastoris
- Uitzonderlijk: transgene dieren
- Extra: zoals bv. planten(cellen) of insectcellen
 GEEN universeel productie systeem
 Eenvoudig nr complex: bacterieel  gist  zoogdiercellen  trangene dieren
 Nt elk proteïne kan in elk organisme gemaakt worden, herkennen genetische code, maar PTM die
organismen uitvoeren varieert  eindproduct verschilt v native product

Doelstellingen eiwitproductie:
- Juiste kwaliteit
- Hoge opbrengst
- Zo goedkoop mogelijk




Posttranslationele modificaties:

Doel:
- Vergroten functionele diversiteit v proteïnen door:
o Covalente groepen te koppelen
o Proteolyse

Posttranslationele modificaties:
- Belangrijke fysiologische rol:
o Regelen activiteit v eiwitten en/of zorgen voor correcte vouwing
o Juiste lokalisatie v eiwitten (in of uit cel) (door toevoeging groep)


1

, o Bepalen mee specificiteit v eiwitten, bv. aan welke andere eiwitten/DNA/vetten, etc.
ze binden
- Belangrijke rol voor biotherapeutica:
o Activiteit en specificiteit
o Maar ook: immunogeniciteit, farmacokinetiek en bewaartermijn (zie verder)
- 5 % v humane proteoom codeert voor eiwitten (vaak enzymen) die samen 200+ vers. types
aan PTMs uitvoeren
o Vb: kinase, fosfatase, transferase, ligase, protease, etc.
o Sommige reversibel, bv kinase kan eiwit fosforyleren om te activeren of deactiveren,
fosforgroep weer verwijderd door fosfatase
- Expressiesysteem zorgen voor gewenste en reproduceerbare PTMs:
o Reproduceerbaar: elke patiënt zelfde type eiwit krijgen
o Nt alle PTMs noodzakelijk voor activiteit
o Verschillen voor elk organisme, zelfs binnen organisme v cel tot cel
- Belangrijkste PTMs in context v farmaceutische producten:
o Glycosylatie (N-glycosylatie & O-glycosylatie)
o Vormen v zwavelbruggen
o Proteolytische processing: eiwitten moeten geknipt worden om actief te zijn

Glycosylatie:
- 2 soorten:
o N-glycosylatie:
 Suikergroep gehecht aan stikstof (N) atoom v asparagine
 Consensus sequentie: N – X – S/T
 N: Asparagine
 X: variable
 S/T: Serine of Threonine
 Nt alle N – X – S/T motieven geglycosyleerd:
 Ook afhankelijk v positie op eiwit  aan opp eiwit, anders nt
toegankelijk voor glycosylatranferase
 Waar: ER en golgi
 Heterogeniteit:
 Tss organismes: samenstelling en structuur (vertakkingen)
 Binnen organisme  type suikers ook verschillen + vertakkingen
 Samenstelling suikers verandert tijdens productieproces
o O-glycosylatie:
 Suikergroep gehecht aan zuurstof (O) atoom v OH groep, meestal S en T
 Geen gekende consensussequentie
 Waar: ER en golgi
 Eveneens heterogeniteit binnen/tss organismes
- Bijna enkel in Eukaryote cellen (gist/zoogdiercellen)
- Veel biotechnologische producten geglycosyleerd
o Bv. antilichamen, hormonen, …
- Suikers aangehecht door glycosyltransferase in ER
o Glycosyltransferase: enzyme dat suikers toevoegt en matureert
- Productieproces overstimuleren:
o Pathway volledig verzadigen met hoge expressielevels
o Proces nt meer 100% accuraat verlopen
o Sommige eiwitten golgi sneller verlaten  andere types glycosylatie
o Opvolging vereist tijdens prodcutie  eindproduct: homogeen


2

, - Effecten glycosylatie:
o Eiwitvouwing: beïnvloedt lokale secundaire structuur en kan eiwitten helpen correct
te vouwen
o Eiwittransport: kan sorteringsprocess in cel beïnvloeden
o Eiwit binding: bv bindingssterkte v constante domein v antilichaam (Fc-domein) aan
Fc-receptor
o Biologische activiteit: Bv. suikerketen v gonadotrofine is essentieel voor signaal-
transductie door gonadotrofine
o Stabiliteit: vers. mogelijkheden, bv. oplosbaarheid verbeteren door hydrofobe regio’s
af te schermen, eiwit beschermen tegen proteolyse, …
 Eiwitten: buitenkant = hydrofiel, binnenkant = hydrofoob
 Suikergroep op hydrofobe regio’s plaatsen zodat ze hydrofiel worden, wnr
hydrofobe AZ nt bij elkaar zitten
 Suikers wel goed oplosbaar in H2O
o Half-leven: hoge gehaltes aan siaalzuur verlengen vaak halfleven in plasma v eiwitten;
galactose zorgt voor verkort plasma halfleven door opname v galactose in lever
 Half-leven: tijd waarna helft v initiële concentratie GM aanwezig is
o Immunogeniciteit: bv. glycosylatie motieven v planten sterk immunogeen voor mens
- Hedendaags voorbeeld: Erythropoietine
o Wielermilieu
o Rol bij ontwikkeling rode bloedcellen
 Gebruik bij anemie, bv kanker, nierfalen, beenmergtransplant, …
o 36 kDa – 40 % suiker
 1 x O-glycosylatie
 Geen essentiële rol
 3 x N-glycosylatie
 Geen rol in vitro
 Maar in vivo absoluut noodzakelijk: toedienen zonder glycosylaties =
geen activiteit
 Belangrijk voor oplosbaarheid en halfleven

Vorming zwavelbruggen:
- 1/3de v alle eukaryote eiwitten bevat zwavelbruggen
- Reactie tss 2 zwavelhoudende AZ: cysteïne
o Covalente brug: nt van elkaar loskomen tenzij specifieke reactie
- Vaak noodzakelijk voor stabiliteit of activiteit:
o Zorgen bv voor correcte vouwing of verhinderen v ontvouwing
o Samenhouden v vers. ketens (zie verder, insuline)
o Stabiliteit v antilichamen  anders geen actief eiwit
- Voorwaarden:
o Juiste afstand tss cysteïnes
o Optimale pH (hoger is beter)
 Makkelijker 2 H+ vrijgeven in basisch milieu
o Oxiderende omgeving nodig
 Laatste 2 verschillend in vers. organismen
- Vorming in zoogdiercellen:
o Vrij efficiënt
o ER: oxiderende omgeving  spontane trage vorming mogelijk
o Verhoging efficiëntie: katalytische enzymen die S-bruggen vormen
 Oxidoreductase eiwitten met thioredoxin domein
 Thioredoxin domein: 2 cysteïne AZ bij elkaar met 2 AZ tss (CXXC)

3

Documentinformatie

Geüpload op
22 mei 2025
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€10,58
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
farmaciestudent1

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Bijna alle ht'en van farmaceutische biotechnologie
-
1 8 2025
€ 22,27 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
farmaciestudent1 Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
4
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
9
Laatst verkocht
1 maand geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen