1. Bespreek de opbouw van de nucleus en nucleolus
Nucleus
Hierin: opslag van genetisch materiaal
o Bevat chromosomen en chromatine
Grootte nucleus afhankelijk van celtype, ouderdom cel, fysiologische toestand
v/d cel
Euchromatine
o Licht gekleurd (EM)
o Meer toegankelijke, actieve delen v/d chromosoomfibrillen
o Genen hier zijn beschikbaar voor transcriptie
Heterochromatine
o Donker gekleurd (EM)
o elektronendens
o geen / geringe transcriptie
Rond nucleus: dubbele kernmembraan (kernenvelop)
o Vormt barrière tss het genetisch materiaal in de kern en het
omliggende cytoplasma
o Bestaat uit 2 parallele membranen (binnenste en buitenste) met
hiertussen de perinucleaire ruimte
Buitenste membraan rechtstreeks in verbinding met RER
Binnenste membraan bevat eiwitten waaraan chromosomen
kunnen hechten, tegen binnenste zit lamina densa
o Openingen in kernmembraan = kernporiën
Maken uitwisseling van materiaal tss cytoplasma en kern
mogelijk
Macromoleculen worden tegengehouden, kleine wateroplosbare
moleculen kunnen vrij en niet-selectief bewegen tss de kern en
het cytosol
Nucleolus
Zit in de nucleus
Goed te onderscheiden, niet omsloten door een membraan
Zone waar ribosomale eenheden worden samengesteld uit rRNA en
ribosomale proteïnen
Grootte, vorm en aantal variëren ngl organisme, celtype, fysiologische
activiteit v/d cel
o Actieve cellen: grote of meerdere nucleoli
o Inactieve cellen: nucleoli meestal niet te onderscheiden
Transcriptie van rRNA vind plaats vanuit genen i/h DNA die coderen voor rRNA
o Dit DNA = nucleolar organising regions (NORs)
o Bij process van celdeling worden nieuwe nucleoli gevormd vanuit de
NORs
o Rondom NORs: elementen nodig voor transcriptie van rRNA
Pars fibrosa
o Eiwitten die deelnemen aan het verwerken van rRNA precursoren tot
matuur rRNA
Pars granulosa
, o Samenstelling van ribosomen
2. Bespreek ribosomen en de bouw en functie van ruw endoplasmatisch reticulum
Ribosoom
Aangemaakt in nucleolus uit rRNA en telomerase
Plaats van eiwitsynthese
o Mature ribosomen zijn dus ook altijd verbonden met mRNA
In TEM: ribosomen terug te vinden in groepjes = polyribosomen
o Zitten vrij in cytosol of vast aan RER
Elke ribosoom opgebouwd uit 2 subeenheden
o 40S-subunit (kleine): 18S-rRNA + 30-tal verschillende proteïnen
o 60S-subunit (grote): 5.8S-rRNA + 50-tal verschillende proteïnen
Ruw endoplasmatisch reticulum
Bouw
o Bestaat uit afgeplatte membranen die onderling kunnen samenhangen
o Ruimte tss de membranen = cisternen
Op cisternen liggen ribosomen (enkel bij ruw ER)
In cytoplasma kunnen ook vrije ribosomen voorkomen
Ribosomen gehecht aan mRNA = polyribosomen
Functie
o Belangrijke rol in biosynthese
Transmembraanproteïnen en lipiden van ER, golgi-complex,
plasmamembraan en lysosomen worden gesynthetiseerd in
associatie met ER-membraan
o Belangrijke bijdrage in aanmaak mitochondriale en peroxisomale
membranen
o Startpunt van synthese van gesecreteerde proteïnen
o Plaats waar extracellulaire matrix in beginsel wordt aangemaakt
Alle eiwitaanmaak start bij ER
3. Bespreek het verschil in opbouw en functie tussen het glad en ruw endoplasmatisch reticulum.
RER
Bouw
o Bestaat uit afgeplatte membranen die onderling kunnen samenhangen
o Ruimte tss de membranen = cisternen
Op cisternen liggen ribosomen (enkel bij ruw ER)
In cytoplasma kunnen ook vrije ribosomen voorkomen
Ribosomen gehecht aan mRNA = polyribosomen
Functie
o Belangrijke rol in biosynthese
, Transmembraanproteïnen en lipiden van ER, golgi-complex,
plasmamembraan en lysosomen worden gesynthetiseerd in
associatie met ER-membraan
o Belangrijke bijdrage in aanmaak mitochondriale en peroxisomale
membranen
o Startpunt van synthese van gesecreteerde proteïnen
o Plaats waar extracellulaire matrix in beginsel wordt aangemaakt
SER
Bouw
o Aan de ER-membranen zijn geen ribosomen gehecht
o Bestaat uit netwerk van fijne tubuli
Functie
o Synthese van steroïde hormonen
Bijnierschort, cellen van Leydig
o Detoxificatie
In leverparenchymcellen van bv alcohol
o Rol bij reconstructie van triglyceriden
Vetten afgebroken tot bouwstenen en terug omgezet en gebruikt
voor aanmaak triglyceriden
o Rol bij synthese glycogeen
Opgeslagen glucose en koolhydraten
o Sarcoplasmatisch reticulum = glad ER in spiercellen
Rol in intracellulaire calcium-opslag
4. Bespreek het Golgi-apparaat.
Is een membraan-omgeven structuur die een centraal gedeelte bevat dat aan
beide zijden is verbonden met een netwerk van tubuli
Komt voor in bijna alle kern-houdende cellen
Soms 1 groot GA, soms meerdere kleine
Uitgebreid ER, vele ribosomen -> sterk basofiel cytoplasma
o Lichtere zone: plaats waar cisternen liggen
Speelt rol bij
o Modificatie van macromoleculen door toevoeging van suikers om aldus
oligosacchariden te maken
o Sortering van macromoleculen
o Proteolyse van peptiden in een actieve vorm
Bestaat uit
o Centraal deel: groep op elkaar gelegen afgeplatte cisternen, aan de
uiteinden iets verbreed
= dictyosoom
o Een zijde die tegen ER aanligt = cis-zijde / onrijpe zijde
o Een zijde die naar plasmamembraan wijst = trans-zijde / rijpe zijde
Heeft een relatie met het ER
o Transportvesikels komen vanuit ER het GA binnen langs de cis-zijde
Verder gemodificeerd in opeenvolgende cisternen
Verlaten het GA via trans-zijde
o Transport op 2 manieren
, Mbv transportvesikels die afknoppen v/d ene cisterne en met de
volgende fusioneren
Maturatieproces, waarbij golgi-cisternen zelf migreren doorheen
de golgi-stapel
o Eiwitten verlaten trans-Golgi netwerk in transportvesikels
5. Bespreek de verschillende vormen van endocytose en de opbouw en functie van exosomen.
Endocytose
Potocytose
o Ionen kunnen opgenomen worden -> komen in cytoplasma terecht
Transcytose
o Inhoud opgenomen i/e vesikel -> getransporteerd doorheen de cel ->
aan andere kant terug afgegeven
Signalering
o Opname van ligand: intracellulair een hele cascade van processen in
gang brengen
Pinocytose
o Plasmamembraan deukt in op een bepaalde plaats -> splitst af als
vesikel -> komt vrij in cytoplasma
Vesikels kunnen verschillende vloeistoffen en moleculen
bevatten die niet-selectief worden opgenomen
o Hier gaan ze fusioneren met lysosoom
Organische moleculen kunnen worden afgebroken door
lysosomale enzymen
o Langs cytoplasmazijde geen eiwitmantel
Extracellulaire vloeistof wordt door pinocytose opgenomen door
de cel
o Verschillende fasen waar de cel met cytoplasma-uitstulpingen het
partikel omgeven -> afgegeven aan cytoplasma
Fagocytose
o Grote, vaste partikels door de cel opgenomen
o Eerst hebben we de binding van deeltjes aan oppervlaktereceptoren op
fagocyten -> pseudopodia
Deze omringen de deeltjes en fuseren om fagosomen te vormen
Deze versmelten vervolgens samen met lysosomen tot
fagolysosomen waarin deeltjes worden afgebroken
Exosomen
Bouw
o Dit zijn extracellulaire vesikels die door de cellen worden afgescheden
en verschillende moleculaire signalen en moleculen bevatten
o Afhankelijk van het celtype hebben ze een verschillende samenstelling
Functie
o Belangrijke rol in veel in vivo processen
Intercellulaire communicatie, oa via transport van proteïnen
Regulatie fysiologische staat van cellen via uitwisseling van RNA