HOOFDSTUK 1
Vochtige lucht
Enthalpie (h) De energie-inhoud van vochtige lucht in
vergelijking met deze van droge lucht bij 0°
Absolute vochtigheid/waterdamp Massa aan waterdamp uitgedrukt per massa
droge lucht
Relatieve vochtigheid (%) Verhouding van de aanwezige
waterdampspanning tot de bij die temperatuur
horende verzadigingswaterdampspanning
Totale energie-inhoud van vochtige lucht Sensibele warmte + latente warmte
Stalwanden
Warmtegeleidingscoëfficiënt (watt.m-1 . K-1)
Warmteovergangscoëfficiënt α (W.m-2.K-1)
Warmteovergangsweerstanden R (1/α)
Warmtedoorgang Ф
U waarde Warmtedoorgangscoëfficiënt van een wand
uitgedrukt in W/(m2.K)
Massabalans in de stal= vocht +CO2
Energiebalans in de stal= wartme
HOOFDSTUK 2
Warmteverliezen door conductie (geleiding) Niet stationaire fase
Stationaire fase
Warmteverliezen door convectie (stroming) Via de huid (kort en langtermijn gebonden)
Via de ademhaling
Warmteverliezen door straling (radiatie) Straling van warm dier
Straling van de zon= hitte stress
Warmteverliezen door evaporatie (verdamping) Via de ademhaling
Via de huid (zweten)
Homoiothermisch gedrag koude stress
comfortzone
Thermoneurale zone maar geen comfortzone
hittestress
Hittestress en sterfte
,Dierwarmte productie
Totale warmteproductie Voelbare warmte (geleidings-, convectie- en
stralingswarmte)
Latente warmte ( geproduceerde waterdamp)
Omzetting van voeder naar warmte ontstaat RQ (het respiratoir quotiënt)
CO2
RQ De verhouding van het volume gevormde CO2
gedeeld door het volume opgenomen O2
HOOFDSTUK 3
Temperaturen
Luchttemperaturen
Wandtemperatuur
Natteboltemperatuur Maat voor luchtvochtigheid
Black globe temperatuur Maat voor stralingsverliezen
gevoelstemperatuur Hoe meer wind er is, hoe kouder het aanvoelt
Luchtsnelheid
Maximale luchtsnelheid bij een dier 0,2 m.s-1
Maximale luchtsnelheid bij een 0,25 m/s
groepshuisvesting
Een hogere luchtsnelheid leidt tot een lagere
gevoelstemperatuur, een hogere RV leidt tot
een hogere gevoelstemperatuur
, Stalgassen
Geur en kleur Schadelijk? Oorsprong Te hoge Oplossing Extra
concentratie
door?
Koolstofdioxide -loos neen Ademhaling, Slechte Beter ventileren Indicatorgas: kijken of er
(CO2) mest en ventilatie voldoende geventileerd
verwarming wordt
Ammoniak (NH3) Lage drempel- Prikkeling ogen en mest Weinig Ventilatiestrategien, aanpassing in Gewenning treed op,
geur ademhalingswegen, ventilatie, stalconstucties en behandeling uitstoot vormt zure regen
welzijnsproblemen putventilatie of van de afgevoerde stallucht
teveel
hokbevuiling
Zwavelwaterstofgas Geur van Gevaarlijk voor mens en Mest, vnl bij Ledigen Tijdens ledigen mestput sterk
(H2S) rottende dier runder en mestput ventileren en ev. Dieren uit stal
eieren varkenstallen halen
met
roostervloeren
Koolstof-monoxide -loos Levens- verwarming Onvolledige Slechte onderhoud luchtfilters van
(CO) bedreigend verbranding branders of van een
ontoereikende ventilatie van het
lokaal waar de brander is opgsteld
Methaan (CH4) Voor milieu Pens van Mede verantwoordelijk
herkauwers voor broeikas effect
Vochtige lucht
Enthalpie (h) De energie-inhoud van vochtige lucht in
vergelijking met deze van droge lucht bij 0°
Absolute vochtigheid/waterdamp Massa aan waterdamp uitgedrukt per massa
droge lucht
Relatieve vochtigheid (%) Verhouding van de aanwezige
waterdampspanning tot de bij die temperatuur
horende verzadigingswaterdampspanning
Totale energie-inhoud van vochtige lucht Sensibele warmte + latente warmte
Stalwanden
Warmtegeleidingscoëfficiënt (watt.m-1 . K-1)
Warmteovergangscoëfficiënt α (W.m-2.K-1)
Warmteovergangsweerstanden R (1/α)
Warmtedoorgang Ф
U waarde Warmtedoorgangscoëfficiënt van een wand
uitgedrukt in W/(m2.K)
Massabalans in de stal= vocht +CO2
Energiebalans in de stal= wartme
HOOFDSTUK 2
Warmteverliezen door conductie (geleiding) Niet stationaire fase
Stationaire fase
Warmteverliezen door convectie (stroming) Via de huid (kort en langtermijn gebonden)
Via de ademhaling
Warmteverliezen door straling (radiatie) Straling van warm dier
Straling van de zon= hitte stress
Warmteverliezen door evaporatie (verdamping) Via de ademhaling
Via de huid (zweten)
Homoiothermisch gedrag koude stress
comfortzone
Thermoneurale zone maar geen comfortzone
hittestress
Hittestress en sterfte
,Dierwarmte productie
Totale warmteproductie Voelbare warmte (geleidings-, convectie- en
stralingswarmte)
Latente warmte ( geproduceerde waterdamp)
Omzetting van voeder naar warmte ontstaat RQ (het respiratoir quotiënt)
CO2
RQ De verhouding van het volume gevormde CO2
gedeeld door het volume opgenomen O2
HOOFDSTUK 3
Temperaturen
Luchttemperaturen
Wandtemperatuur
Natteboltemperatuur Maat voor luchtvochtigheid
Black globe temperatuur Maat voor stralingsverliezen
gevoelstemperatuur Hoe meer wind er is, hoe kouder het aanvoelt
Luchtsnelheid
Maximale luchtsnelheid bij een dier 0,2 m.s-1
Maximale luchtsnelheid bij een 0,25 m/s
groepshuisvesting
Een hogere luchtsnelheid leidt tot een lagere
gevoelstemperatuur, een hogere RV leidt tot
een hogere gevoelstemperatuur
, Stalgassen
Geur en kleur Schadelijk? Oorsprong Te hoge Oplossing Extra
concentratie
door?
Koolstofdioxide -loos neen Ademhaling, Slechte Beter ventileren Indicatorgas: kijken of er
(CO2) mest en ventilatie voldoende geventileerd
verwarming wordt
Ammoniak (NH3) Lage drempel- Prikkeling ogen en mest Weinig Ventilatiestrategien, aanpassing in Gewenning treed op,
geur ademhalingswegen, ventilatie, stalconstucties en behandeling uitstoot vormt zure regen
welzijnsproblemen putventilatie of van de afgevoerde stallucht
teveel
hokbevuiling
Zwavelwaterstofgas Geur van Gevaarlijk voor mens en Mest, vnl bij Ledigen Tijdens ledigen mestput sterk
(H2S) rottende dier runder en mestput ventileren en ev. Dieren uit stal
eieren varkenstallen halen
met
roostervloeren
Koolstof-monoxide -loos Levens- verwarming Onvolledige Slechte onderhoud luchtfilters van
(CO) bedreigend verbranding branders of van een
ontoereikende ventilatie van het
lokaal waar de brander is opgsteld
Methaan (CH4) Voor milieu Pens van Mede verantwoordelijk
herkauwers voor broeikas effect