PEDAGOGIEK &
GEZINSONDERSTEUNING
Hoorcolleges + oefensessies + leerpaden
10 thema’s worden behandeld, elke week 1 bevatten 6 kindbeelden
Boek: Een beeld van een kind ook inleiding leren!
Gastles Michel Vandenbroeck 13/02 om 15u45 titels als basis voor studeren, geven vragen vrij
Schriftelijk examen open (begrippen, invuloefeningen, casus…) en meerkeuzevragen, GEEN
jaartallen
PEDAGOGIEK
PEDAGOGIEK VS. PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN
Pedagogiek = wetenschappelijke studie van opvoeding, onderwijs en vorming (traditionele omschrijving)
Tegelijk discussie over essentiële vragen hoe kan je best kennis verzamelen hierover? Waarover
moet pedagogiek gaan?
Doorheen de geschiedenis veel verschillende antwoorden op die vragen veel verschillende
stromingen en onderzoeksmethoden ontstaan daarom nu eerder pedagogische wetenschappen i.p.v.
pedagogiek
Dus pedagogische wetenschappen want meerdere subdisciplines, pedagogische kaders (hoe je kan
opvoeden, onderwijzen etc.) en onderzoeksmethodes
Pedagogiek stelt zichzelf dus ook in vraag, is eigenlijk ook een kwestie/ onderzoek op zich
TWEE WETENSCHAPSBENADERINGEN
EVIDENCE BASED PEDAGOGIEK
Onderzoekt naar wat werkt, hoe we best handelen gebaseerd op bewijs
Meten = weten zoektocht naar eenduidige antwoorden, handvaten
Voorschrijvend: legt mensen voor wat men moet doen, gaat vertellen hoe je iets moet doen
Gestimuleerd door 2 tendensen
- Risicoreducerend denken: men wil zo veilig mogelijke omgevingen organiseren zodat er zo
weinig mogelijk risico’s zijn voor kinderen (welke ondergrond bij speeltuin, camerabewaking bij
speeltuin bv.) meer en meer categorieën van ‘risicokinderen’ gecreëerd
1
, - Individualiserend denken: per kind kijken naar gepaste ondersteuning (kind krijgt extra
ondersteuning na de les zodat die mee kan met de rest van de klas, OKAN-klassen bv.) er
wordt niet echt nagedacht over hoe het komt dat de persoon in die situatie zit
Wat zijn de mogelijk valkuilen van deze tendensen?
- Schuld wordt bij het individu gelegd jij kan niet mee, we bieden jou een oplossing, maar het
ligt nu aan jou om te verbeteren
Voorbeeld IELS 2025 lijkt op PISA-onderzoeken
- Samenleving, landen hebben andere culturen dus gaan lager/ hoger scoren op die testen
afhankelijk daarvan, is het dan nog betrouwbaar?
FUNDAMENTELE PEDAGOGIEK
Wat bedoelen we met werken? Zijn er ook andere oplossingen mogelijk? We gaan hier dus de
dingen in vraag stellen, niet zomaar algemene wetmatigheden onderzoeken en voor waar aannemen
Trage fundamentele vraagstukken: vragen rond de essentie (waarden en normen), filosofische vragen
- Wie bepaalt dat kinderen op 6 jaar moeten leren lezen?
- Wie bepaalt de eindtermen?
- Wie bepaalt de norm?
Beschrijvend: dit is het probleem, wat kunnen we hieraan doen o.b.v. afweging van voor- en nadelen
Normatief en ethisch: waarden en normen van de samenleving in vraag blijven stellen (=
onderliggende ideologische kwesties)
Handboek valt onder deze stroming!
STELLINGEN
Pedagogiek gaat vooral over kinderen en hun (al dan niet problematische) ontwikkeling
- FOUT: het gaat over kinderen en jongeren, maar ook over volwassenen die willen helpen bij
de opvoeding en over de onderlinge relaties
Het belangrijkste aan opvoeding is het stimuleren van alle ontwikkelingsdomeinen of bijdragen aan
een goede hersenontwikkeling
- FOUT: opvoeden gaat over veel meer. In de pedagogische relatie wordt ‘de wereld’
binnengebracht/ doorgegeven opvoeden gebeurt tussen generaties, er wordt een soort van
wereldbeeld doorgegeven (zie hieronder)
DE WERELD IS PEDAGOGIEK EN PEDAGOGIEK IS DE WERELD
Opvoeden is meer dan stimuleren van hersensontwikkeling of andere ontwikkelingsdomeinen
We moeten aan kinderen de wereld uitleggen en initiëren zodat ze:
- De wereld verderzetten
- Maar ook de wereld vernieuwen
In die zin vindt opvoeden plaats tussen generaties
2
, - Bv. als je praat met kinderen, is dat niet enkel om hun taalvaardigheid te stimuleren door te
spreken, leer je kinderen ook kennismaken met de wereld en leg je bepaalde dingen uit we
wijden kinderen dus eigenlijk in, in de wereld zoals we die als opvoeders zelf kennen en laten
hen kennismaken met keuzes die wij zelf hebben gemaakt (gelovig zijn of niet, vlees eten of
niet,…)
- Tegelijk gaat opvoeden over veel meer dan enkel kinderen leren hoe de wereld in elkaar
steekt, met de bedoeling dat ze die kunnen verderzetten. Het is niet zo dat wij, volwassenen,
alles weten en kinderen nog niets. Door met kinderen en jongeren in gesprek te gaan over de
wereld, zorgen we ervoor dat de wereld ook de hunne kan worden en bereiden we hen voor
op een nog onzekere toekomst, waarvan ze zelf deel uitmaken, en waarin ze zelf ook nieuwe
keuzes kunnen maken (bv klimaatprotesten)
ONTDEKKING VAN HET CONCEPT ‘KIND’
Kind is een aparte categorie sinds de Oudheid
- In de Oudheid: kind krijgt aandacht
- Tot laat in de Middeleeuwen werd het kind afgebeeld als een mini-volwassene, iets dat onaf
was
- Begin van verandering: 18e eeuw met o.a. Rousseau: de ziel van het kind
o Kinderen kunnen opgroeien zonder ouders, vrij opgroeien
o Kinderen van rijkere klasse krijgt onderwijs
- Geïndustrialiseerde samenleving: kind is kwetsbaar en moet beschermd worden
o Kantelpunt wanneer beslist wordt dat kinderen niet meer mogen gaan werken (Daens)
- 1960 tot vandaag de dag: jeugdland, grootbrengen door kleinhouden
o Aparte winkels met kinderspeelgoed, - kledij…
o Buitenwereld weghouden van het kind: dingen verbloemen, dingen niet vertellen
Dit uit zich in verschillende contexten
- Juridisch: minder- vs. meerderjarig
o In België kind tot 18 jaar, maar als het gaat om alcohol is het maar 16 jaar
- Sociologisch: afhankelijk vs. onafhankelijk
o Bv. zolang je thuis woont, ben je een kind; als je alleen woont, ben je volwassen
o Je bent volwassene als je studies zijn afgerond
- Ontwikkelingspsychologie: jongvolwassene vs. volwassene, uitgerekte kindertijd
Niet enkel gebaseerd op biologische kenmerken
De kindertijd is een sociaal geconstrueerde periode: het is gemaakt door de samenleving en
gebaseerd op hoe de samenleving in elkaar zit bv. leeftijdsgrens rond alcohol als de samenleving
verandert, verandert ook het kindbeeld
Is gebaseerd op de maatschappelijke context van dat moment
De betekenis van ‘kind’ ligt niet vast
ZES KINDBEELDEN
Volgen elkaar niet per se op, lopen door elkaar
HET VOORSPELBARE KIND
Het kind is voorspelbaar in zijn ontwikkeling – zijn diagnoses/ mijlpalen… belangrijk?
3
, De volwassenen houdt de ontwikkeling in de hand door vroegtijdige opsporing, diagnose en
classificatie. In die zin is het kind ‘maakbaar’
HET KIND ALS BURGER
Het kind is een burger met rechten en plichten:
De volwassene beschouwt het kind als een nog-niet-burger en voedt het op tot burgerschap
HET W ITTE KIND
Het kind is wit, niet meertalig en heeft christelijke tradities
De volwassene houdt geen rekening met diversiteit en structurele discriminatie
HET KIND ALS RISICO
Het kind loopt gevaar of is zelf een gevaar voor de maatschappij
De volwassene beschermt het kind tegen de gevaren van de samenleving en omgekeerd
HET KIND ALS HELD
Het kind is weerbaar, inventief, flexibel, onconventioneel en vrijdag de volwassene waardeert het kind
voor zijn potentieel in het hier en nu. Hij is vooral toeschouwer en biedt enkel hulp waar nodig
HET KIND ALS KAPITAAL
Het kind is een investering in de toekomst. Het is menselijk kapitaal dat rendeert
De volwassene heeft de verantwoordelijkheid om dit kapitaal te koesteren
HOE ONTSTAAN DIE KINDBEELDEN?
Ze zijn een weerspiegeling van de maatschappij
Wanneer de maatschappij verandert, veranderen ook de kindbeelden
De kindbeelden hebben een ideologische basis
- Religieuze opvattingen
- Politieke opvattingen
- Filosofische opvatting
HOE WIJZIGEN DE KINDBEELDEN DOORHEEN DE TIJD?
De kindbeelden wijzigen niet plots, maar vullen elkaar aan
Verschillende kindbeelden kunnen naast elkaar staan in een periode
KINDBEELDEN HEBBEN INVLOED OP:
Hoe het kind naar zichzelf kijkt
4
GEZINSONDERSTEUNING
Hoorcolleges + oefensessies + leerpaden
10 thema’s worden behandeld, elke week 1 bevatten 6 kindbeelden
Boek: Een beeld van een kind ook inleiding leren!
Gastles Michel Vandenbroeck 13/02 om 15u45 titels als basis voor studeren, geven vragen vrij
Schriftelijk examen open (begrippen, invuloefeningen, casus…) en meerkeuzevragen, GEEN
jaartallen
PEDAGOGIEK
PEDAGOGIEK VS. PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN
Pedagogiek = wetenschappelijke studie van opvoeding, onderwijs en vorming (traditionele omschrijving)
Tegelijk discussie over essentiële vragen hoe kan je best kennis verzamelen hierover? Waarover
moet pedagogiek gaan?
Doorheen de geschiedenis veel verschillende antwoorden op die vragen veel verschillende
stromingen en onderzoeksmethoden ontstaan daarom nu eerder pedagogische wetenschappen i.p.v.
pedagogiek
Dus pedagogische wetenschappen want meerdere subdisciplines, pedagogische kaders (hoe je kan
opvoeden, onderwijzen etc.) en onderzoeksmethodes
Pedagogiek stelt zichzelf dus ook in vraag, is eigenlijk ook een kwestie/ onderzoek op zich
TWEE WETENSCHAPSBENADERINGEN
EVIDENCE BASED PEDAGOGIEK
Onderzoekt naar wat werkt, hoe we best handelen gebaseerd op bewijs
Meten = weten zoektocht naar eenduidige antwoorden, handvaten
Voorschrijvend: legt mensen voor wat men moet doen, gaat vertellen hoe je iets moet doen
Gestimuleerd door 2 tendensen
- Risicoreducerend denken: men wil zo veilig mogelijke omgevingen organiseren zodat er zo
weinig mogelijk risico’s zijn voor kinderen (welke ondergrond bij speeltuin, camerabewaking bij
speeltuin bv.) meer en meer categorieën van ‘risicokinderen’ gecreëerd
1
, - Individualiserend denken: per kind kijken naar gepaste ondersteuning (kind krijgt extra
ondersteuning na de les zodat die mee kan met de rest van de klas, OKAN-klassen bv.) er
wordt niet echt nagedacht over hoe het komt dat de persoon in die situatie zit
Wat zijn de mogelijk valkuilen van deze tendensen?
- Schuld wordt bij het individu gelegd jij kan niet mee, we bieden jou een oplossing, maar het
ligt nu aan jou om te verbeteren
Voorbeeld IELS 2025 lijkt op PISA-onderzoeken
- Samenleving, landen hebben andere culturen dus gaan lager/ hoger scoren op die testen
afhankelijk daarvan, is het dan nog betrouwbaar?
FUNDAMENTELE PEDAGOGIEK
Wat bedoelen we met werken? Zijn er ook andere oplossingen mogelijk? We gaan hier dus de
dingen in vraag stellen, niet zomaar algemene wetmatigheden onderzoeken en voor waar aannemen
Trage fundamentele vraagstukken: vragen rond de essentie (waarden en normen), filosofische vragen
- Wie bepaalt dat kinderen op 6 jaar moeten leren lezen?
- Wie bepaalt de eindtermen?
- Wie bepaalt de norm?
Beschrijvend: dit is het probleem, wat kunnen we hieraan doen o.b.v. afweging van voor- en nadelen
Normatief en ethisch: waarden en normen van de samenleving in vraag blijven stellen (=
onderliggende ideologische kwesties)
Handboek valt onder deze stroming!
STELLINGEN
Pedagogiek gaat vooral over kinderen en hun (al dan niet problematische) ontwikkeling
- FOUT: het gaat over kinderen en jongeren, maar ook over volwassenen die willen helpen bij
de opvoeding en over de onderlinge relaties
Het belangrijkste aan opvoeding is het stimuleren van alle ontwikkelingsdomeinen of bijdragen aan
een goede hersenontwikkeling
- FOUT: opvoeden gaat over veel meer. In de pedagogische relatie wordt ‘de wereld’
binnengebracht/ doorgegeven opvoeden gebeurt tussen generaties, er wordt een soort van
wereldbeeld doorgegeven (zie hieronder)
DE WERELD IS PEDAGOGIEK EN PEDAGOGIEK IS DE WERELD
Opvoeden is meer dan stimuleren van hersensontwikkeling of andere ontwikkelingsdomeinen
We moeten aan kinderen de wereld uitleggen en initiëren zodat ze:
- De wereld verderzetten
- Maar ook de wereld vernieuwen
In die zin vindt opvoeden plaats tussen generaties
2
, - Bv. als je praat met kinderen, is dat niet enkel om hun taalvaardigheid te stimuleren door te
spreken, leer je kinderen ook kennismaken met de wereld en leg je bepaalde dingen uit we
wijden kinderen dus eigenlijk in, in de wereld zoals we die als opvoeders zelf kennen en laten
hen kennismaken met keuzes die wij zelf hebben gemaakt (gelovig zijn of niet, vlees eten of
niet,…)
- Tegelijk gaat opvoeden over veel meer dan enkel kinderen leren hoe de wereld in elkaar
steekt, met de bedoeling dat ze die kunnen verderzetten. Het is niet zo dat wij, volwassenen,
alles weten en kinderen nog niets. Door met kinderen en jongeren in gesprek te gaan over de
wereld, zorgen we ervoor dat de wereld ook de hunne kan worden en bereiden we hen voor
op een nog onzekere toekomst, waarvan ze zelf deel uitmaken, en waarin ze zelf ook nieuwe
keuzes kunnen maken (bv klimaatprotesten)
ONTDEKKING VAN HET CONCEPT ‘KIND’
Kind is een aparte categorie sinds de Oudheid
- In de Oudheid: kind krijgt aandacht
- Tot laat in de Middeleeuwen werd het kind afgebeeld als een mini-volwassene, iets dat onaf
was
- Begin van verandering: 18e eeuw met o.a. Rousseau: de ziel van het kind
o Kinderen kunnen opgroeien zonder ouders, vrij opgroeien
o Kinderen van rijkere klasse krijgt onderwijs
- Geïndustrialiseerde samenleving: kind is kwetsbaar en moet beschermd worden
o Kantelpunt wanneer beslist wordt dat kinderen niet meer mogen gaan werken (Daens)
- 1960 tot vandaag de dag: jeugdland, grootbrengen door kleinhouden
o Aparte winkels met kinderspeelgoed, - kledij…
o Buitenwereld weghouden van het kind: dingen verbloemen, dingen niet vertellen
Dit uit zich in verschillende contexten
- Juridisch: minder- vs. meerderjarig
o In België kind tot 18 jaar, maar als het gaat om alcohol is het maar 16 jaar
- Sociologisch: afhankelijk vs. onafhankelijk
o Bv. zolang je thuis woont, ben je een kind; als je alleen woont, ben je volwassen
o Je bent volwassene als je studies zijn afgerond
- Ontwikkelingspsychologie: jongvolwassene vs. volwassene, uitgerekte kindertijd
Niet enkel gebaseerd op biologische kenmerken
De kindertijd is een sociaal geconstrueerde periode: het is gemaakt door de samenleving en
gebaseerd op hoe de samenleving in elkaar zit bv. leeftijdsgrens rond alcohol als de samenleving
verandert, verandert ook het kindbeeld
Is gebaseerd op de maatschappelijke context van dat moment
De betekenis van ‘kind’ ligt niet vast
ZES KINDBEELDEN
Volgen elkaar niet per se op, lopen door elkaar
HET VOORSPELBARE KIND
Het kind is voorspelbaar in zijn ontwikkeling – zijn diagnoses/ mijlpalen… belangrijk?
3
, De volwassenen houdt de ontwikkeling in de hand door vroegtijdige opsporing, diagnose en
classificatie. In die zin is het kind ‘maakbaar’
HET KIND ALS BURGER
Het kind is een burger met rechten en plichten:
De volwassene beschouwt het kind als een nog-niet-burger en voedt het op tot burgerschap
HET W ITTE KIND
Het kind is wit, niet meertalig en heeft christelijke tradities
De volwassene houdt geen rekening met diversiteit en structurele discriminatie
HET KIND ALS RISICO
Het kind loopt gevaar of is zelf een gevaar voor de maatschappij
De volwassene beschermt het kind tegen de gevaren van de samenleving en omgekeerd
HET KIND ALS HELD
Het kind is weerbaar, inventief, flexibel, onconventioneel en vrijdag de volwassene waardeert het kind
voor zijn potentieel in het hier en nu. Hij is vooral toeschouwer en biedt enkel hulp waar nodig
HET KIND ALS KAPITAAL
Het kind is een investering in de toekomst. Het is menselijk kapitaal dat rendeert
De volwassene heeft de verantwoordelijkheid om dit kapitaal te koesteren
HOE ONTSTAAN DIE KINDBEELDEN?
Ze zijn een weerspiegeling van de maatschappij
Wanneer de maatschappij verandert, veranderen ook de kindbeelden
De kindbeelden hebben een ideologische basis
- Religieuze opvattingen
- Politieke opvattingen
- Filosofische opvatting
HOE WIJZIGEN DE KINDBEELDEN DOORHEEN DE TIJD?
De kindbeelden wijzigen niet plots, maar vullen elkaar aan
Verschillende kindbeelden kunnen naast elkaar staan in een periode
KINDBEELDEN HEBBEN INVLOED OP:
Hoe het kind naar zichzelf kijkt
4