HS 1; Demografische evolutie
-Levensverwachting hoger bij V(82j) > M (78j), 4/1 bij +85j, en alsmaar gestegen in de tijd.
-Intracellulair (somatische mutaties, vrije radicalen, fouten/catastrofetheorie(apoptose), telomeren) met
lipofuscine neerslag en extracellulair in de matrix (cross-link=AGE van collageen en elastine-> rigiditeit,
diabetici meer gevoelig aan AGE)
-Atrofie hersenen (veel reservecapaciteit), hypertrofie hart, inkrimping longen, daling spierkracht,
huidveroudering, botontkalking, artrose, degeneratie zintuigen, gefragmenteerde en minder diepe slaap,
verandering persoonlijkheid, sociaal isolement
-Daling fysiologische functies, maar blijkt dat 30% van het normale voldoende is om te functioneren.
30% = frailty threshold voor zelfstandig functioneren. (zelfredzaam <-> zorgafhankelijk)
-ICF-schema -> functie/anatomie (stoornis) - activiteit (beperking) - participatie (-problemen)
HS 2; Infecties bij ouderen
Atypische presentatie, minder effect vaccinatie, immunosenescentie, malnutritie, institutionalisering,
comorbiditeit en polyfarmacie, stress/depression, isolatie, fysiek inactief, frailty…
Immunosenescentie
- Inflammaging (stijging van chronische inflammatie met ouder worden)
- Immunosenescentie (minder capaciteit om infectie te bestrijden, vaak minder memory cells)
- Metaflammation (door diabetes of obesitas zal er een inflammatie optreden)
Bacteriële pneumonie (CAP/HAP) -> CURB-65 om ernst in te schatten (12% mortaliteit)
R/ amoxiclav eerste keuze, niet direct breed spectrum.
Virale pneumonie (influenza/RSV/covid)
Daarom richtlijnen welke oudere wel of niet naar IZ afhankelijk van frailty (vb bij COVID)
R/ vaccinatie
UTI (2e meest freq.)
RF; katheter, incontinent, DM, hormonale verandering, anatomische verandering.
R/ enkel bij koorts+plasklacht OF algemene klachten.
Gastro-enteritis (noro/rota/adenovirus)
RF: PPI, AB -> bij recidief denken aan C. diff en AB evt afbouwen/stoppen.
R/hydratatie, supportief, preventie.
Huid en weke delen
RF: immobilisatie, incontinentie, dunne huid, oedeem
R/preventie, GEEN AB bij decubitusletsels.
-verhoogd risico voor bacteriële -> endocarditis
-letten op PK/PD bij lever/nierfunctiestoornissen (minder klaring en meer bijwerkingen/toxiciteit)
-denken aan AB resistentie door frequente episodes, institutionalisatie
-Carbapenemase-producerende-enterobacteriaceae (CPE) geeft bij kolonisatie een
asymptomatisch dragerschap tot 9mnd. Bij infectie geeft het 20-50% mortaliteit.
-Screening voor MRSA/CPE bij opname/1x per week bij >75j wisser (MRSA) en anaal (CPE)
DUS vaccinatie, vermijd KT/sondes, nutritie, adequaat AB gebruik, hygiëne, mobilisatie.
Pneumokokken(elke 5j), influenza (1x/j), Covid-19, varicella (zona), tetanus/kinkhoest elke 10j
HS 3; Frailty
Verminderd intrinsieke/functionele reserve met meer risico’s voor ongunstige klinische resultaten. Bij een
kleine stressor zal de patiënt snel afhankelijk worden. Risico op acute opnames, slechtere uitkomsten,
indicatie pre-terminale toestand. Kwetsbaarheid (dynamisch gegeven) ≠ beperking ≠ co-morbiditeit. Vaak
fysieke factoren gebruikt, maar moet ook breder gezien worden (cognitief, psychosociaal, stemming…)
5 elementen fenotype; Gewichtsverlies, spierzwakte, traagheid, uitputting, lage fysieke activiteit
, Zorgprogramma voor detectie kwetsbaarheid (terugbetaald bij >75j en na verwijzing HA)
1. Screening elke pt 75j (gezonde oudere > kwetsbare/frail ouderen > geriatrische patiënt)
2. CGA (comprehensive geriatric assessment) in elk domein (kine, apotheek, psychol, geriater,
fysiotherap.) als frailty aanwezig is (niet bij gezonde of terminale oudere). GRP (geriatrisch risico
profiel moet >=2/6 zijn)
3. Advies formuleren (zorgplan en coördinatie op maat). Zorgt ervoor dat pt 12mnd langer kan thuis
blijven.
Voordelen CGA
-detectie van niet eerder geïdentificeerde problemen (vnm cognitief)
-identificatie van pt met een verhoogd risico op mortaliteit
-identificatie van pt met een verhoogd risico op toxiciteit door chemo
CARG-score (graad 3-5 toxiciteit bij >65j), CRASH (graad 4-5 toxiciteit bij >70j)
-identificatie van pt met een achteruitgang van de functionele status (frailty-
-zorgt voor doelgerichte interventies met verbeteren van de QOL
Fried frailty fenotype: gewichtsverlies, knijpkracht, wandeltijd, klacht van uitputting, lage fysieke activiteit
Ontbreekt sociaal, cognitief, stemming…
8 essentiële factoren in een frailty instrument (de Vries)
- Voedingsstatus Gewicht, eetlust, BMI
- Fysieke activiteit Niveau, vrije tijd
- Mobiliteit Loopsnelheid, beweging in/rond huis
- Energie Zelfrapportage vermoeidheid, energieniveau
- Kracht ≥5kg tillen, traplopen, knijpkracht, kuitomtrek, stoeloefening
- Cognitie Geheugenprobleem, dementie/cognitieve stoornis
- Stemming Depressie, verdriet, angst, zenuwachtig
- Sociale relaties Hulpbronnen, leegte/gebrek aan mensen.
Preventie en interventie
-Exercise (3x/wk, 30min) levert beste resultaat op.
-Nutritie (extra vitD als nodig en 1g/kg EW inname)
-Testosteron bij pt met herhaald laag testosteron (niet bij normale waarde of vgs prostaatCa)
HS 4; Polypharmacy
>=5 geneesmiddelen voor minstens 3mnd -> langere ZH opname, mortaliteit, vallen, bijwerkingen…
Doel -> de geneesmiddelen afstemmen op de pt.
Risico; hypotensie, orthostatische hypotensie, hypovolemie, hogere concentratie door minder nierfunctie,
vallen, elektrolyt stoornissen, confusie/sedatie, hypoglycemie, bloeding, nierfalen.
Preventie
1. Reconciliation van medicatielijst + verklaring van opname door gm
- Pt/HA betrekken voor correcte en volledige medicatielijst te hebben + allergieën
2. Analyse van under/over/misuse
- Expliciete tools = STOPP/START, GheOP3s
- Vastgestelde lijsten met criteria en regels voor medicatie.
- Impliciete tools = Medication appropriateness index (MAI)
- De patiënt individueel bekijken en beoordelen in zijn geheel en werken met
scoresystemen per medicatie.
3. Discussie tussen zorgverleners en (familie) van de pt.
4. Plan doorvoeren via educatie pt, adherence bevorderen, follow-up plannen,...
HS 5; Oncogeriatrie
-Functionele status/leeftijd bepaalt het beleid, niet enkel leeftijd.
ADL = activities of daily living = eten, aankleden, zichzelf wassen
IADL = instrumental activities of daily living = inkopen doen, bankzaken, koken
-Levensverwachting hoger bij V(82j) > M (78j), 4/1 bij +85j, en alsmaar gestegen in de tijd.
-Intracellulair (somatische mutaties, vrije radicalen, fouten/catastrofetheorie(apoptose), telomeren) met
lipofuscine neerslag en extracellulair in de matrix (cross-link=AGE van collageen en elastine-> rigiditeit,
diabetici meer gevoelig aan AGE)
-Atrofie hersenen (veel reservecapaciteit), hypertrofie hart, inkrimping longen, daling spierkracht,
huidveroudering, botontkalking, artrose, degeneratie zintuigen, gefragmenteerde en minder diepe slaap,
verandering persoonlijkheid, sociaal isolement
-Daling fysiologische functies, maar blijkt dat 30% van het normale voldoende is om te functioneren.
30% = frailty threshold voor zelfstandig functioneren. (zelfredzaam <-> zorgafhankelijk)
-ICF-schema -> functie/anatomie (stoornis) - activiteit (beperking) - participatie (-problemen)
HS 2; Infecties bij ouderen
Atypische presentatie, minder effect vaccinatie, immunosenescentie, malnutritie, institutionalisering,
comorbiditeit en polyfarmacie, stress/depression, isolatie, fysiek inactief, frailty…
Immunosenescentie
- Inflammaging (stijging van chronische inflammatie met ouder worden)
- Immunosenescentie (minder capaciteit om infectie te bestrijden, vaak minder memory cells)
- Metaflammation (door diabetes of obesitas zal er een inflammatie optreden)
Bacteriële pneumonie (CAP/HAP) -> CURB-65 om ernst in te schatten (12% mortaliteit)
R/ amoxiclav eerste keuze, niet direct breed spectrum.
Virale pneumonie (influenza/RSV/covid)
Daarom richtlijnen welke oudere wel of niet naar IZ afhankelijk van frailty (vb bij COVID)
R/ vaccinatie
UTI (2e meest freq.)
RF; katheter, incontinent, DM, hormonale verandering, anatomische verandering.
R/ enkel bij koorts+plasklacht OF algemene klachten.
Gastro-enteritis (noro/rota/adenovirus)
RF: PPI, AB -> bij recidief denken aan C. diff en AB evt afbouwen/stoppen.
R/hydratatie, supportief, preventie.
Huid en weke delen
RF: immobilisatie, incontinentie, dunne huid, oedeem
R/preventie, GEEN AB bij decubitusletsels.
-verhoogd risico voor bacteriële -> endocarditis
-letten op PK/PD bij lever/nierfunctiestoornissen (minder klaring en meer bijwerkingen/toxiciteit)
-denken aan AB resistentie door frequente episodes, institutionalisatie
-Carbapenemase-producerende-enterobacteriaceae (CPE) geeft bij kolonisatie een
asymptomatisch dragerschap tot 9mnd. Bij infectie geeft het 20-50% mortaliteit.
-Screening voor MRSA/CPE bij opname/1x per week bij >75j wisser (MRSA) en anaal (CPE)
DUS vaccinatie, vermijd KT/sondes, nutritie, adequaat AB gebruik, hygiëne, mobilisatie.
Pneumokokken(elke 5j), influenza (1x/j), Covid-19, varicella (zona), tetanus/kinkhoest elke 10j
HS 3; Frailty
Verminderd intrinsieke/functionele reserve met meer risico’s voor ongunstige klinische resultaten. Bij een
kleine stressor zal de patiënt snel afhankelijk worden. Risico op acute opnames, slechtere uitkomsten,
indicatie pre-terminale toestand. Kwetsbaarheid (dynamisch gegeven) ≠ beperking ≠ co-morbiditeit. Vaak
fysieke factoren gebruikt, maar moet ook breder gezien worden (cognitief, psychosociaal, stemming…)
5 elementen fenotype; Gewichtsverlies, spierzwakte, traagheid, uitputting, lage fysieke activiteit
, Zorgprogramma voor detectie kwetsbaarheid (terugbetaald bij >75j en na verwijzing HA)
1. Screening elke pt 75j (gezonde oudere > kwetsbare/frail ouderen > geriatrische patiënt)
2. CGA (comprehensive geriatric assessment) in elk domein (kine, apotheek, psychol, geriater,
fysiotherap.) als frailty aanwezig is (niet bij gezonde of terminale oudere). GRP (geriatrisch risico
profiel moet >=2/6 zijn)
3. Advies formuleren (zorgplan en coördinatie op maat). Zorgt ervoor dat pt 12mnd langer kan thuis
blijven.
Voordelen CGA
-detectie van niet eerder geïdentificeerde problemen (vnm cognitief)
-identificatie van pt met een verhoogd risico op mortaliteit
-identificatie van pt met een verhoogd risico op toxiciteit door chemo
CARG-score (graad 3-5 toxiciteit bij >65j), CRASH (graad 4-5 toxiciteit bij >70j)
-identificatie van pt met een achteruitgang van de functionele status (frailty-
-zorgt voor doelgerichte interventies met verbeteren van de QOL
Fried frailty fenotype: gewichtsverlies, knijpkracht, wandeltijd, klacht van uitputting, lage fysieke activiteit
Ontbreekt sociaal, cognitief, stemming…
8 essentiële factoren in een frailty instrument (de Vries)
- Voedingsstatus Gewicht, eetlust, BMI
- Fysieke activiteit Niveau, vrije tijd
- Mobiliteit Loopsnelheid, beweging in/rond huis
- Energie Zelfrapportage vermoeidheid, energieniveau
- Kracht ≥5kg tillen, traplopen, knijpkracht, kuitomtrek, stoeloefening
- Cognitie Geheugenprobleem, dementie/cognitieve stoornis
- Stemming Depressie, verdriet, angst, zenuwachtig
- Sociale relaties Hulpbronnen, leegte/gebrek aan mensen.
Preventie en interventie
-Exercise (3x/wk, 30min) levert beste resultaat op.
-Nutritie (extra vitD als nodig en 1g/kg EW inname)
-Testosteron bij pt met herhaald laag testosteron (niet bij normale waarde of vgs prostaatCa)
HS 4; Polypharmacy
>=5 geneesmiddelen voor minstens 3mnd -> langere ZH opname, mortaliteit, vallen, bijwerkingen…
Doel -> de geneesmiddelen afstemmen op de pt.
Risico; hypotensie, orthostatische hypotensie, hypovolemie, hogere concentratie door minder nierfunctie,
vallen, elektrolyt stoornissen, confusie/sedatie, hypoglycemie, bloeding, nierfalen.
Preventie
1. Reconciliation van medicatielijst + verklaring van opname door gm
- Pt/HA betrekken voor correcte en volledige medicatielijst te hebben + allergieën
2. Analyse van under/over/misuse
- Expliciete tools = STOPP/START, GheOP3s
- Vastgestelde lijsten met criteria en regels voor medicatie.
- Impliciete tools = Medication appropriateness index (MAI)
- De patiënt individueel bekijken en beoordelen in zijn geheel en werken met
scoresystemen per medicatie.
3. Discussie tussen zorgverleners en (familie) van de pt.
4. Plan doorvoeren via educatie pt, adherence bevorderen, follow-up plannen,...
HS 5; Oncogeriatrie
-Functionele status/leeftijd bepaalt het beleid, niet enkel leeftijd.
ADL = activities of daily living = eten, aankleden, zichzelf wassen
IADL = instrumental activities of daily living = inkopen doen, bankzaken, koken