Anatomie 3: lymfestelsel
Les 1:16/12/2021
Anatomie lymfestelsel
Primair lymfeoedeem= niet uitgelokt oedeem -> lymfestelsel niet zo goed ontwikkeld bij de geboorte
Secundair lymfeoedeem= uitgelokte oedeem (bv. chirurgisch)
Venen en lymfevaten: zelfde embryologische oorsprong (bepaald door een groeifactor die erop gaat
vasthechten en welke receptoren aanwezig zijn om te bepalen of het een veen wordt of een lymfe)->
veel overlap
Binding groeifactor A: angiogenese
Binding groeifactor D of C: lymfiogenese
Bij geboorte zakjes lymfe afsplitsen -> week 7-11 uitdijnen van lymfevaten die naar de
periferie zullen lopen (start: centraal) nadat zakjes aan elkaar zijn gekoppeld
In capillaire bed waarin vocht met opgeloste stoffen naar de weefsels toe
Vocht druppelt eruit en wordt door lymfestelsel opgevangen en transporteren
Lymfestelsel niet in contact met de venen
Lymfeknoopjes: onderbreken het verloop van lymfebanen -> meerdere
kleine lymfevaten in de knopen binnendringen -> 1 groot vat weer verlaat + komen in
groepen voor (oksels of hals) + taak van de lymfeknopen bestaat uit het controleren
van de lymfe die aangevoerd wordt
Primaire lymfatische organen: beenmerg (B-lymfocyten), thymus (T-lymfocyten)
Secundaire lymfatische organen: milt, mucosa geassocieerd lymfoid weefsel, lymfeknopen,
amandelen
Functies lymfestelsel:
- Transport van water/vocht -> plasmafiltraat
- Opnemen van vetten en eiwitten
- Immuunrespons
3 grote delen lymfestelsel:
- Alles tussen fascia generalis en huid -> drainage huid en bindweefsel= epifasciaal
(onderhuids)
- Onder fascia generalis -> vocht afvoeren van spieren en bindweefsel= subfasciaal
, - Bij de organen
Perforerende delen die zorgen voor de communicatie tussen de grote delen
Communicerende vaten: tussen 2 dezelfde vaten (bv. epifasciaal en epifasciaal)
Perforerende vaten: tussen 2 verschillende vaten (bv. epifasciaal en subfasciaal)
Verschillende soorten lymfevaten (van klein naar groot -> zo verloopt vocht doorheen lichaam)
1) Lymfecapillairen van initiële lymfevaten (enkele laag endotheel, geen kleppen)
- Het lymfatische netwerk begint met microscopisch kleine vaten genaamd lymfecapillairen in
de weefsels.
- buisjes met gesloten uiteinden gevonden in de meeste bloedcapillaire netwerken
(eenrichtingssysteem)
- vergelijkbaar met een bloedcapillair doordat de wand een endotheel is; 70 µm
- maar hebben de neiging om groter in diameter te zijn, hebben geen kelder membraan en
hebben overlappende endotheelcellen (loose junctions)
- verankerende filamenten (collageen) houden deze endotheelcellen vast de nabijgelegen
weefsels
- structuur fungeert als eenrichtingskleppen;
2) Pre-collectors (beginnen met 1 laag tot en met 3 lagen, kleppen)
- In het weefsel -> van capillair uit weefsel geraken
- Lopen naar lymfeknopen via collectoren
- Kleine diameter
- Wanneer het gefilterd is -> lymfe verlaat de lymfeknoop via efferente lymphatische veen
- Herhaaldelijk wordt vocht gecontroleerd en aangepast als het niet in orde is
Les 1:16/12/2021
Anatomie lymfestelsel
Primair lymfeoedeem= niet uitgelokt oedeem -> lymfestelsel niet zo goed ontwikkeld bij de geboorte
Secundair lymfeoedeem= uitgelokte oedeem (bv. chirurgisch)
Venen en lymfevaten: zelfde embryologische oorsprong (bepaald door een groeifactor die erop gaat
vasthechten en welke receptoren aanwezig zijn om te bepalen of het een veen wordt of een lymfe)->
veel overlap
Binding groeifactor A: angiogenese
Binding groeifactor D of C: lymfiogenese
Bij geboorte zakjes lymfe afsplitsen -> week 7-11 uitdijnen van lymfevaten die naar de
periferie zullen lopen (start: centraal) nadat zakjes aan elkaar zijn gekoppeld
In capillaire bed waarin vocht met opgeloste stoffen naar de weefsels toe
Vocht druppelt eruit en wordt door lymfestelsel opgevangen en transporteren
Lymfestelsel niet in contact met de venen
Lymfeknoopjes: onderbreken het verloop van lymfebanen -> meerdere
kleine lymfevaten in de knopen binnendringen -> 1 groot vat weer verlaat + komen in
groepen voor (oksels of hals) + taak van de lymfeknopen bestaat uit het controleren
van de lymfe die aangevoerd wordt
Primaire lymfatische organen: beenmerg (B-lymfocyten), thymus (T-lymfocyten)
Secundaire lymfatische organen: milt, mucosa geassocieerd lymfoid weefsel, lymfeknopen,
amandelen
Functies lymfestelsel:
- Transport van water/vocht -> plasmafiltraat
- Opnemen van vetten en eiwitten
- Immuunrespons
3 grote delen lymfestelsel:
- Alles tussen fascia generalis en huid -> drainage huid en bindweefsel= epifasciaal
(onderhuids)
- Onder fascia generalis -> vocht afvoeren van spieren en bindweefsel= subfasciaal
, - Bij de organen
Perforerende delen die zorgen voor de communicatie tussen de grote delen
Communicerende vaten: tussen 2 dezelfde vaten (bv. epifasciaal en epifasciaal)
Perforerende vaten: tussen 2 verschillende vaten (bv. epifasciaal en subfasciaal)
Verschillende soorten lymfevaten (van klein naar groot -> zo verloopt vocht doorheen lichaam)
1) Lymfecapillairen van initiële lymfevaten (enkele laag endotheel, geen kleppen)
- Het lymfatische netwerk begint met microscopisch kleine vaten genaamd lymfecapillairen in
de weefsels.
- buisjes met gesloten uiteinden gevonden in de meeste bloedcapillaire netwerken
(eenrichtingssysteem)
- vergelijkbaar met een bloedcapillair doordat de wand een endotheel is; 70 µm
- maar hebben de neiging om groter in diameter te zijn, hebben geen kelder membraan en
hebben overlappende endotheelcellen (loose junctions)
- verankerende filamenten (collageen) houden deze endotheelcellen vast de nabijgelegen
weefsels
- structuur fungeert als eenrichtingskleppen;
2) Pre-collectors (beginnen met 1 laag tot en met 3 lagen, kleppen)
- In het weefsel -> van capillair uit weefsel geraken
- Lopen naar lymfeknopen via collectoren
- Kleine diameter
- Wanneer het gefilterd is -> lymfe verlaat de lymfeknoop via efferente lymphatische veen
- Herhaaldelijk wordt vocht gecontroleerd en aangepast als het niet in orde is