HOOFDSTUK 1 - INLEIDING, METING, SCHATTING
1.1 De wetenschappelijke methode
Observaties:
-> 1ste stap naar wetenschappelijke theorie
-> vereist inzicht om te onderscheiden wat belangrijk is
Theorie
->opgesteld om observaties te verklaren
->maalt bovendien predicties (voorspellingen)
Via nieuwe observaties controleert men of de predicties vd theorie kloppen
Je kan nooit absoluut bewijzen dat een theorie waar is
-> onhaalbaar om alle mogelijk predicties vd theorie na te gaan met observaties ->
verschillende theorieën hebben dezelfde predicties
Falsifiëren of falsificeren
—> Theorie onwaar bewijzen door een observatie en resultaat komt niet overeen met de predictie
Falsifieerbaar theorie: er zweeft een kabouter in de kast => predictie: als je de kast opent, zal je de
kabouter zien
Niet falsifieerbaar theorie: er zweeft een kabouter in de kast die verdwijnt als je hem probeert waar
te nemen => geen verifieerbare predictie mogelijk
1.2 Modellen, theorieën en wetten
Modellen: zeer bruikbaar gedurende het proces om fenomenen te verklaren. Het creëert mentale
voorstellingen; zorg moet besteed worden om de grenzen van een model te begrijpen en ze niet te
strikt nemen.
Theorie: is een gedetailleerd en kan testbare predicties geven.
Wet: is een korte beschrijving van hoe de natuur zich gedraagt onder een ruime set van
omstandigheden.
Principe: gelijkaardig aan een wet, maar is van toepassing op een minder brede set van fenomenen.
1.3 Meten en onnauwkeurigheid; significante cijfers
De significante (beduide) cijfers van een meetwaarde zijn de cijfers die betekenis hebben voor de
nauwkeurigheid van de meetwaarde.
Alle cijfers van een meetresultaat zijn significant, behalve de nullen die vooraan staan
,VB: 112,6m x 2,23m = 251 m^2
4BC 3BC 3BC
Voor meer voorbeelden zie powerpoint
1.4 Eenheden, standaarden en SI systeem
SI —> Le Système d’Unités
GROOTHEID EENHEID
Lengte meter
Tijd seconden
Massa kilogram
Prefixen zie tabel op de powerpoint
1.5 Omzetten van eenheden 1.6 Orde van grootte: snel schatten 1.7 Dimensies en
dimensieanalyse
HOOFDSTUK 2 - BESCHRIJVING VAN BEWEGING:
KINEMATICA IN EEN DIMENSIE
2.1 Referentiestelsels en verplaatsing
As om de beweging te beschrijven: naam, richting (bv horizontaal), zin (bv naar rechts) en locatie
van het nulpunt vrijkiezen. Nulpunt = startpositie
Elke meting van plaats, afstand of snelheid moet worden uitgevoerd t.o.v een referentiestelsel.
Verplaatsing : afstand t.o.v het beginpunt
Verplaatsing is positief = naar links // verplaatsing is negatief = naar rechts
Afgelegde weg: wordt gemeten langs de effectief gevolgde weg
2.2 Gemiddelde snelheid
Gemiddelde (vectoriële) snelheid = =
De gemiddelde (vectoriële) snelheid kan negatief zijn. Dat betekent dat her voorwerp zicht beweegt
in de zin die tegengesteld is aan de zin van de x-as.
, OPGELET! Snelheid in het engels = speed en velocity
Velocity = vectoriële snelheid // Speed = enkel de grootte van de vectoriële snelheid
2.3 Ogenblikkelijke / momentane snelheid
De ogenblikkelijke snelheid is de gemiddelde snelheid over een infinitesimaal kort tijdsinterval
Als v = constant: de momentane snelheid is op elk moment gelijk aan de gemiddelde snelheid.
Als v ≠ constant: de momentane snelheid is variabel, de gemiddelde snelheid ligt ergens tussen de
min en max momentane snelheid.
Onderstaande grafieken geven de positie x van een voorwerp weer in functie van de tijd t. De
momentane snelheid van het voorwerp op tijdstip t1 is de richtingscoëfficiënt van de raaklijn
rakend aan de kromme in het punt P1.
2.4 Versnelling
Gemiddelde versnelling =
1.1 De wetenschappelijke methode
Observaties:
-> 1ste stap naar wetenschappelijke theorie
-> vereist inzicht om te onderscheiden wat belangrijk is
Theorie
->opgesteld om observaties te verklaren
->maalt bovendien predicties (voorspellingen)
Via nieuwe observaties controleert men of de predicties vd theorie kloppen
Je kan nooit absoluut bewijzen dat een theorie waar is
-> onhaalbaar om alle mogelijk predicties vd theorie na te gaan met observaties ->
verschillende theorieën hebben dezelfde predicties
Falsifiëren of falsificeren
—> Theorie onwaar bewijzen door een observatie en resultaat komt niet overeen met de predictie
Falsifieerbaar theorie: er zweeft een kabouter in de kast => predictie: als je de kast opent, zal je de
kabouter zien
Niet falsifieerbaar theorie: er zweeft een kabouter in de kast die verdwijnt als je hem probeert waar
te nemen => geen verifieerbare predictie mogelijk
1.2 Modellen, theorieën en wetten
Modellen: zeer bruikbaar gedurende het proces om fenomenen te verklaren. Het creëert mentale
voorstellingen; zorg moet besteed worden om de grenzen van een model te begrijpen en ze niet te
strikt nemen.
Theorie: is een gedetailleerd en kan testbare predicties geven.
Wet: is een korte beschrijving van hoe de natuur zich gedraagt onder een ruime set van
omstandigheden.
Principe: gelijkaardig aan een wet, maar is van toepassing op een minder brede set van fenomenen.
1.3 Meten en onnauwkeurigheid; significante cijfers
De significante (beduide) cijfers van een meetwaarde zijn de cijfers die betekenis hebben voor de
nauwkeurigheid van de meetwaarde.
Alle cijfers van een meetresultaat zijn significant, behalve de nullen die vooraan staan
,VB: 112,6m x 2,23m = 251 m^2
4BC 3BC 3BC
Voor meer voorbeelden zie powerpoint
1.4 Eenheden, standaarden en SI systeem
SI —> Le Système d’Unités
GROOTHEID EENHEID
Lengte meter
Tijd seconden
Massa kilogram
Prefixen zie tabel op de powerpoint
1.5 Omzetten van eenheden 1.6 Orde van grootte: snel schatten 1.7 Dimensies en
dimensieanalyse
HOOFDSTUK 2 - BESCHRIJVING VAN BEWEGING:
KINEMATICA IN EEN DIMENSIE
2.1 Referentiestelsels en verplaatsing
As om de beweging te beschrijven: naam, richting (bv horizontaal), zin (bv naar rechts) en locatie
van het nulpunt vrijkiezen. Nulpunt = startpositie
Elke meting van plaats, afstand of snelheid moet worden uitgevoerd t.o.v een referentiestelsel.
Verplaatsing : afstand t.o.v het beginpunt
Verplaatsing is positief = naar links // verplaatsing is negatief = naar rechts
Afgelegde weg: wordt gemeten langs de effectief gevolgde weg
2.2 Gemiddelde snelheid
Gemiddelde (vectoriële) snelheid = =
De gemiddelde (vectoriële) snelheid kan negatief zijn. Dat betekent dat her voorwerp zicht beweegt
in de zin die tegengesteld is aan de zin van de x-as.
, OPGELET! Snelheid in het engels = speed en velocity
Velocity = vectoriële snelheid // Speed = enkel de grootte van de vectoriële snelheid
2.3 Ogenblikkelijke / momentane snelheid
De ogenblikkelijke snelheid is de gemiddelde snelheid over een infinitesimaal kort tijdsinterval
Als v = constant: de momentane snelheid is op elk moment gelijk aan de gemiddelde snelheid.
Als v ≠ constant: de momentane snelheid is variabel, de gemiddelde snelheid ligt ergens tussen de
min en max momentane snelheid.
Onderstaande grafieken geven de positie x van een voorwerp weer in functie van de tijd t. De
momentane snelheid van het voorwerp op tijdstip t1 is de richtingscoëfficiënt van de raaklijn
rakend aan de kromme in het punt P1.
2.4 Versnelling
Gemiddelde versnelling =