INLEIDING
1 Nut van het vak?
We werken 75.000 uur in een mensenleven
- De meest vitale 8 uren op dag: meeste van je energie spenderen op het werk
- Emotional spill-over (rechtstreeks effect): wat er op werk gebeurd heeft ook een effect wat
ernaast gebeurd op andere levensdomeinen (privé <-> werk)
2 Samenvatting syllabus
2.1 Werk
Het gaat om: activiteiten, handelingen of acties die mensen uitvoeren en waarbij een fysieke of mentale
inspanning geleverd wordt. Dit doet men om bepaald doel na te streven en in ruil daarvoor iets anders
(meestal een loon, maar ook erkenning) te ontvangen. Bovendien werk je niet om puur te ontspannen,
het is geen hobby zoals enkele baantjes gaan zwemmen of naar café gaan.
Om het doel te bereiken, voert men een reeks activiteiten uit binnen regels, routines… en met
gereedschap, ruimtes…
- Gericht acties uitvoeren binnen een context
- Deze wordt doorgaans door organisatie of vereniging aangereikt. Het zijn ook deze die bepaalde
grenzen aangeven.
Werk levert niet alleen de uitvoerder iets op, het levert ook de samenleving iets op.
Vrijwilligerswerk en huishoudelijk werk is onbetaald. Soms krijg je voor vrijwilligerswerk kleine
vergoeding, maar het doel is niet dat het een inkomen vormt, het is dan puur een onkostenvergoeding.
1) WIE WERKT ER (NIET)?
Niet iedereen werkt, maar sommigen zouden wel moeten werken. Anderen willen, maar mogen (nog) niet
werken omdat ze te jong of te oud zijn, of omdat ze bijvoorbeeld ziek zijn of studeren.
De beroepsbevolking: groep van mensen die beroepsactieve leeftijd bereikt hebben (15-64 jaar) en dus
in principe kunnen en mogen werken
Werkende beroepsbevolking: personen binnen beroepsactieve leeftijd en met een job
--> ze kunnen in drie sectoren werken
- Primaire of agriculturele sector
- Secundaire sector of industriële sector
- Tertiaire of dienstensector.
- Soms verwijst men ook naar quartaire sector, afhankelijk van de bron gaat het dan om jobs bij de
overheid, de gezondheidszorg, sectoren die geen winst nastreven...
Niet-werkende personen binnen beroepsbevolking --> verschillende groepen:
- Niet-werkende werkzoekers (NWWZ)2 : actief op zoek naar werk en kunnen binnen enkele
weken ingeschakeld worden als het nodig is.
- Niet-werkende niet-werkzoekers (NWNWZ): personen die niet meer actief zoeken naar werk.
Recente berekeningen tonen dat in ons land de groep die geen werk meer zoekt veel groter is dan
groep die nog werk zoekt, zelfs tot 6x groter. Ze zijn:
○ Inzetbaar: ontmoedigde werklozen (hoop op job opgegeven omdat ze denken niet over
de juiste kwalificaties te beschikken, te jong of te oud te zijn voor specifieke job, geen
werk in de nabije omgeving vinden)
▪ Of die omwille van persoonlijke of huismoeders of -vaders die de zorg voor eigen
1
, kinderen of andere afhankelijke personen op zich nemen omwille van gebrek aan
(betaalbare) opvang
▪ Wanneer zij hier wel beroep op zouden kunnen doen, zijn zij wellicht meer bereid
om zich aan te bieden op arbeidsmarkt. Indien men werkloosheidsuitkering
ontvangt zal VDAB deze mensen actief stimuleren en controleren op hun
zoekactiviteiten.
○ Niet direct inzetbaar: men krijgt van samenleving ‘vrij’ om hogere studies te
vervolmaken, personen die hinder ondervinden omwille van handicap of aandoening,
maar toch kunnen werken mits ze de nodige ondersteuning krijgen, sommige
bruggepensioneerden die toch terug ingeschakeld kunnen worden…
▪ Voor deze groep moeten wel wat aanpassingen gebeuren (wetgeving,
ondersteuning…) of wat tijd verstrijken voor ze inzetbaar zijn
○ Niet inzetbaar: personen binnen beroepsactieve leeftijd die op vervroegd pensioen zijn,
arbeidsongeschikt…
Er zijn er ook die geen beroepsactieve leeftijd hebben --> inactieven
- Personen die niet economisch actief moeten zijn,
o Namelijk studenten jonger dan 15 jaar
o Gepensioneerden…
- Een subdeel hiervan wil werken, maar kan of mag niet. Zo willen sommige 13-jarigen al een
studentenjob, maar is dit bij wet verboden om zo het risico op kinderarbeid te verkleinen.
Anderen zijn op pensioen, hoewel ze graag verder zouden werken.
2) WERKLOOSHEID
NWWZ-ers: Enge definitie van werkloosheid, want je mist enkele groepen die op termijn misschien terug
kunnen werken of nog meer kunnen werken.
De brede definitie omvat
- Deeltijdse werknemers die “ondertewerkgesteld” zijn: ze werken deeltijds maar zouden meer
willen werken, men is dus onvrijwillig deeltijds tewerkgesteld
- NWWZ-ers
- NWNWZ-ers: degenen die niet werken en niet op zoek zijn, maar wel inzetbaar of op bepaalde
termijn inzetbaar zijn
- Degenen die inactief zijn, maar potentieel actief kunnen zijn, zoals mensen die tijdens hun
pensioen willen werken
Brede definitie van werkloosheid is van belang voor overheid omdat deze zoveel mogelijk mensen wil
tewerkstellen. Werkende mensen dragen namelijk bij aan economie en staatskas
2
,3) WAAROM WERKEN WE?
Latente deprivatie model van Marie Jahoda (1982) stelt dat arbeid een aantal functies vervult die cruciaal
zijn voor het psychisch welzijn van de mens én voor het ‘welzijn’ van de maatschappij. Wanneer iemand
niet werkt, is deze gedepriveerd van deze functies
- Een functie is manifest omdat het de meest zichtbare en logische functie van werk is, namelijk dat
je er iets aan verdiend
- De bezoldiging en andere materiële voordelen (bv. bedrijfsfiets) van arbeid streven we bewust na
en vormen vaak de eerstgenoemde reden waarom men arbeid verricht. Zonder inkomen wordt
het moeilijk om te overleven
Daarnaast zijn er latente functies, noden vervuld die minder zichtbaar zijn en niet (altijd) bewust
nagestreefd worden. Zij komen vooral aan de oppervlakte wanneer arbeid wegvalt en de functies dus niet
langer worden vervuld
- Een eerste belangrijke latente functie is de structuur die we ervaren doordat we werken
- Daarnaast is werk belangrijke bron van sociale contacten en ervaringen
- Het verbindt het individu met doelen die de persoonlijke preferenties overstijgen zodat gewerkt
wordt aan iets gedeeld
- Het levert status en identiteit en het biedt mensen de kans handelingen te stellen waarbij zij
competenties en vaardigheden zichtbaar kunnen maken en doen toenemen
- Uitsluiting uit arbeid betekent dat deze functies niet meer worden vervuld met als gevolg een
verslechtering van het psychisch welzijn op het niveau van het individu en een bedreiging van de
sociale cohesie op niveau van de maatschappij
4) HET DUBBELE GEZICHT VAN WERK
- Voordelen van industrialisatie: meer zekerheid over primaire levensbehoeften,
- Nadelen: individualisering steeg, welvaartsziekten zoals stress kwamen op,...
Het latente deprivatiemodel gaat voorbij aan deze vaststelling dat niet alle vormen van arbeid leiden tot
verhoogd psychisch welzijn bij het individu
- Binnen groep van werkenden bestaan er grote verschillen. We mogen de negatieve aspecten van
werk niet vergeten (stress, onzekerheid, stigma…)
- Er bestaat dus niet alleen een groot verschil tussen de groepen ‘werkenden’ en ‘werklozen’, maar
ook binnen deze groepen bestaan aanzienlijke verschillen. Werk is niet altijd zaligmakend
Nederlandse filosoof Achterhuis (1984) verkondigde dat arbeid een ‘eigenaardig medicijn’ is; je kunt er
ziek van worden, maar ook juist beter, het is belastend, maar ook uitdagend, het stompt af maar het zorgt
ook voor ontplooiing
Kwalitatief werk is dus niet enkel de afwezigheid van pathologie of te ernstige belasting, het is ook de
aanwezigheid van een algemeen gevoel van tevredenheid, optimale uitdaging en ontplooiing
2.2 Welzijn
Als hulpverlener zijn we men geïnteresseerd in het welzijn van onze medemens. Het werk, dat waar we
ongeveer 8 uur per dag mee bezig zijn, werd vaak te kort aangehaald. Gelukkig heeft dit thema meer aan
belang gewonnen.
Elkeen benadert een ander aspect van het subjectieve welzijn, werkgerelateerd welzijn is
multidimensionaal
3
, - Hedonistisch welzijn: overkoepelende term voor tevredenheid en affectief welzijn
o Positieve en negatieve gevoelens zoals geluk, stress, plezier of ontevredenheid over het
leven en de verschillende domeinen van het leven (relaties, werk, wonen).
o Bij ‘tevredenheid’ gaan mensen vaak een vergelijking maken met anderen (ik verdien
meer-minder) of met vroeger (ik verdien nu meer-minder).
o Iemand heeft een hoog hedonistisch welzijn als men tevreden is met de job en men veel
positieve gevoelens ervaart en weinig negatieve.
- Eudaimonisch welzijn: je eigen waarden volgen
○ Verwijst naar het woord dat Aristoteles gebruikte voor ‘een goed leven’,
o Waarin authenticiteit, ontwikkeling en zinvolheid/nut aan de orde zijn.
o Deze set van eigenschappen wordt ook wel benoemd als ‘positieve geestelijke
gezondheid’ en werd ook beschreven door Marie Jahoda (zelfrealisatie, bijdragen).
4
1 Nut van het vak?
We werken 75.000 uur in een mensenleven
- De meest vitale 8 uren op dag: meeste van je energie spenderen op het werk
- Emotional spill-over (rechtstreeks effect): wat er op werk gebeurd heeft ook een effect wat
ernaast gebeurd op andere levensdomeinen (privé <-> werk)
2 Samenvatting syllabus
2.1 Werk
Het gaat om: activiteiten, handelingen of acties die mensen uitvoeren en waarbij een fysieke of mentale
inspanning geleverd wordt. Dit doet men om bepaald doel na te streven en in ruil daarvoor iets anders
(meestal een loon, maar ook erkenning) te ontvangen. Bovendien werk je niet om puur te ontspannen,
het is geen hobby zoals enkele baantjes gaan zwemmen of naar café gaan.
Om het doel te bereiken, voert men een reeks activiteiten uit binnen regels, routines… en met
gereedschap, ruimtes…
- Gericht acties uitvoeren binnen een context
- Deze wordt doorgaans door organisatie of vereniging aangereikt. Het zijn ook deze die bepaalde
grenzen aangeven.
Werk levert niet alleen de uitvoerder iets op, het levert ook de samenleving iets op.
Vrijwilligerswerk en huishoudelijk werk is onbetaald. Soms krijg je voor vrijwilligerswerk kleine
vergoeding, maar het doel is niet dat het een inkomen vormt, het is dan puur een onkostenvergoeding.
1) WIE WERKT ER (NIET)?
Niet iedereen werkt, maar sommigen zouden wel moeten werken. Anderen willen, maar mogen (nog) niet
werken omdat ze te jong of te oud zijn, of omdat ze bijvoorbeeld ziek zijn of studeren.
De beroepsbevolking: groep van mensen die beroepsactieve leeftijd bereikt hebben (15-64 jaar) en dus
in principe kunnen en mogen werken
Werkende beroepsbevolking: personen binnen beroepsactieve leeftijd en met een job
--> ze kunnen in drie sectoren werken
- Primaire of agriculturele sector
- Secundaire sector of industriële sector
- Tertiaire of dienstensector.
- Soms verwijst men ook naar quartaire sector, afhankelijk van de bron gaat het dan om jobs bij de
overheid, de gezondheidszorg, sectoren die geen winst nastreven...
Niet-werkende personen binnen beroepsbevolking --> verschillende groepen:
- Niet-werkende werkzoekers (NWWZ)2 : actief op zoek naar werk en kunnen binnen enkele
weken ingeschakeld worden als het nodig is.
- Niet-werkende niet-werkzoekers (NWNWZ): personen die niet meer actief zoeken naar werk.
Recente berekeningen tonen dat in ons land de groep die geen werk meer zoekt veel groter is dan
groep die nog werk zoekt, zelfs tot 6x groter. Ze zijn:
○ Inzetbaar: ontmoedigde werklozen (hoop op job opgegeven omdat ze denken niet over
de juiste kwalificaties te beschikken, te jong of te oud te zijn voor specifieke job, geen
werk in de nabije omgeving vinden)
▪ Of die omwille van persoonlijke of huismoeders of -vaders die de zorg voor eigen
1
, kinderen of andere afhankelijke personen op zich nemen omwille van gebrek aan
(betaalbare) opvang
▪ Wanneer zij hier wel beroep op zouden kunnen doen, zijn zij wellicht meer bereid
om zich aan te bieden op arbeidsmarkt. Indien men werkloosheidsuitkering
ontvangt zal VDAB deze mensen actief stimuleren en controleren op hun
zoekactiviteiten.
○ Niet direct inzetbaar: men krijgt van samenleving ‘vrij’ om hogere studies te
vervolmaken, personen die hinder ondervinden omwille van handicap of aandoening,
maar toch kunnen werken mits ze de nodige ondersteuning krijgen, sommige
bruggepensioneerden die toch terug ingeschakeld kunnen worden…
▪ Voor deze groep moeten wel wat aanpassingen gebeuren (wetgeving,
ondersteuning…) of wat tijd verstrijken voor ze inzetbaar zijn
○ Niet inzetbaar: personen binnen beroepsactieve leeftijd die op vervroegd pensioen zijn,
arbeidsongeschikt…
Er zijn er ook die geen beroepsactieve leeftijd hebben --> inactieven
- Personen die niet economisch actief moeten zijn,
o Namelijk studenten jonger dan 15 jaar
o Gepensioneerden…
- Een subdeel hiervan wil werken, maar kan of mag niet. Zo willen sommige 13-jarigen al een
studentenjob, maar is dit bij wet verboden om zo het risico op kinderarbeid te verkleinen.
Anderen zijn op pensioen, hoewel ze graag verder zouden werken.
2) WERKLOOSHEID
NWWZ-ers: Enge definitie van werkloosheid, want je mist enkele groepen die op termijn misschien terug
kunnen werken of nog meer kunnen werken.
De brede definitie omvat
- Deeltijdse werknemers die “ondertewerkgesteld” zijn: ze werken deeltijds maar zouden meer
willen werken, men is dus onvrijwillig deeltijds tewerkgesteld
- NWWZ-ers
- NWNWZ-ers: degenen die niet werken en niet op zoek zijn, maar wel inzetbaar of op bepaalde
termijn inzetbaar zijn
- Degenen die inactief zijn, maar potentieel actief kunnen zijn, zoals mensen die tijdens hun
pensioen willen werken
Brede definitie van werkloosheid is van belang voor overheid omdat deze zoveel mogelijk mensen wil
tewerkstellen. Werkende mensen dragen namelijk bij aan economie en staatskas
2
,3) WAAROM WERKEN WE?
Latente deprivatie model van Marie Jahoda (1982) stelt dat arbeid een aantal functies vervult die cruciaal
zijn voor het psychisch welzijn van de mens én voor het ‘welzijn’ van de maatschappij. Wanneer iemand
niet werkt, is deze gedepriveerd van deze functies
- Een functie is manifest omdat het de meest zichtbare en logische functie van werk is, namelijk dat
je er iets aan verdiend
- De bezoldiging en andere materiële voordelen (bv. bedrijfsfiets) van arbeid streven we bewust na
en vormen vaak de eerstgenoemde reden waarom men arbeid verricht. Zonder inkomen wordt
het moeilijk om te overleven
Daarnaast zijn er latente functies, noden vervuld die minder zichtbaar zijn en niet (altijd) bewust
nagestreefd worden. Zij komen vooral aan de oppervlakte wanneer arbeid wegvalt en de functies dus niet
langer worden vervuld
- Een eerste belangrijke latente functie is de structuur die we ervaren doordat we werken
- Daarnaast is werk belangrijke bron van sociale contacten en ervaringen
- Het verbindt het individu met doelen die de persoonlijke preferenties overstijgen zodat gewerkt
wordt aan iets gedeeld
- Het levert status en identiteit en het biedt mensen de kans handelingen te stellen waarbij zij
competenties en vaardigheden zichtbaar kunnen maken en doen toenemen
- Uitsluiting uit arbeid betekent dat deze functies niet meer worden vervuld met als gevolg een
verslechtering van het psychisch welzijn op het niveau van het individu en een bedreiging van de
sociale cohesie op niveau van de maatschappij
4) HET DUBBELE GEZICHT VAN WERK
- Voordelen van industrialisatie: meer zekerheid over primaire levensbehoeften,
- Nadelen: individualisering steeg, welvaartsziekten zoals stress kwamen op,...
Het latente deprivatiemodel gaat voorbij aan deze vaststelling dat niet alle vormen van arbeid leiden tot
verhoogd psychisch welzijn bij het individu
- Binnen groep van werkenden bestaan er grote verschillen. We mogen de negatieve aspecten van
werk niet vergeten (stress, onzekerheid, stigma…)
- Er bestaat dus niet alleen een groot verschil tussen de groepen ‘werkenden’ en ‘werklozen’, maar
ook binnen deze groepen bestaan aanzienlijke verschillen. Werk is niet altijd zaligmakend
Nederlandse filosoof Achterhuis (1984) verkondigde dat arbeid een ‘eigenaardig medicijn’ is; je kunt er
ziek van worden, maar ook juist beter, het is belastend, maar ook uitdagend, het stompt af maar het zorgt
ook voor ontplooiing
Kwalitatief werk is dus niet enkel de afwezigheid van pathologie of te ernstige belasting, het is ook de
aanwezigheid van een algemeen gevoel van tevredenheid, optimale uitdaging en ontplooiing
2.2 Welzijn
Als hulpverlener zijn we men geïnteresseerd in het welzijn van onze medemens. Het werk, dat waar we
ongeveer 8 uur per dag mee bezig zijn, werd vaak te kort aangehaald. Gelukkig heeft dit thema meer aan
belang gewonnen.
Elkeen benadert een ander aspect van het subjectieve welzijn, werkgerelateerd welzijn is
multidimensionaal
3
, - Hedonistisch welzijn: overkoepelende term voor tevredenheid en affectief welzijn
o Positieve en negatieve gevoelens zoals geluk, stress, plezier of ontevredenheid over het
leven en de verschillende domeinen van het leven (relaties, werk, wonen).
o Bij ‘tevredenheid’ gaan mensen vaak een vergelijking maken met anderen (ik verdien
meer-minder) of met vroeger (ik verdien nu meer-minder).
o Iemand heeft een hoog hedonistisch welzijn als men tevreden is met de job en men veel
positieve gevoelens ervaart en weinig negatieve.
- Eudaimonisch welzijn: je eigen waarden volgen
○ Verwijst naar het woord dat Aristoteles gebruikte voor ‘een goed leven’,
o Waarin authenticiteit, ontwikkeling en zinvolheid/nut aan de orde zijn.
o Deze set van eigenschappen wordt ook wel benoemd als ‘positieve geestelijke
gezondheid’ en werd ook beschreven door Marie Jahoda (zelfrealisatie, bijdragen).
4