2025
EMBRYOLOGIE &
TERATOLOGIE
Deel 6:
Organogenese
3E BACHELOR
1
,318
2
,HOOFDSTUK 15: ZENUWSTELSEL
A. OORSPRONG VAN HET ZENUWSTELSEL
De initiële aanleg van de
structuren die zullen
uitgroeien tot het
zenuwstelsel werd
eerder besproken bij de
processen van neurulatie,
neurale kammen en
placodevorming.
Tijdens de neurulatie
worden de neuraalbuis
en de hersenblaasjes
afgezonderd uit het
primaire ectoderm. Deze structuren ontwikkelen zich verder tot:
• Het centrale zenuwstelsel (CZS)
• Het nerveuze deel van het oog (retina)
• De neurohypofyse
• Alle motorische en preganglionaire viscerale zenuwen die uit het CZS stammen
1. Bijdrage van de Neurale Kammen
De neurale kammen spelen een cruciale rol in de vorming van ganglia en zenuwen. Ze
vormen de grootste toeleverancier van ganglia, naast een bijdrage van placoden in het
kopgebied.
De neurale kammen differentiëren zich in:
• Sensibele ganglia:
o Spinale ganglia (ruggenmerg)
o Sensibele ganglia van de kop, inclusief de bijbehorende sensibele zenuwen
• Elementen van het sympathisch zenuwstelsel:
o Sympathische zijstreng met de vertebrale ganglia
o Prevertebrale ganglia
o Postganglionaire viscerale zenuwen
3
, 2. Bijdrage van de Placoden
Placoden dragen in beperkte mate bij tot de vorming van zenuwweefsel. Enkele belangrijke
bijdragen:
• Epibranchiale en trigeminale placoden → ganglia van de kop
• Reukplacoden → ganglioncellen in het reukepitheel
o Axonen vormen de nervus olfactorius
o Synapsen in de bulbus olfactorius (deel van het rhinencephalon)
• Oorplacoden → ganglioncellen die het binnenoor innerveren:
o Bipolaire neuronen van het ganglion spirale
o Ganglion vestibulare.
B. RUGGENMERG
4