2025
EMBRYOLOGIE &
TERATOLOGIE
Deel 1: terminologie
& toolbox
3E BACHELOR
1
,2
,HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEGRIPPEN
A. EMBRYOLOGIE
1. Definitie
Embryologie = studie vd ontwikkeling van mens of dier, vanaf het moment van ontstaan tot
het stadium dat dit nieuwe individu een onafhankelijk leven kan beginnen leiden en een
algemene morfologie verworven heeft die lijkt op deze van volwassen soortgenoten.
2. Fasen in de prenatale ontwikkeling
a. Zoogdieren
a1. Ontwikkelingsfasen vanuit het perspectief van de vrucht
Embryologie bij zoogdieren: prenatale ontwikkeling, vanaf bevruchting of fertilisatie tot
geboorte (natio).
Opgedeeld in:
1. Embryonale periode:
- Start: bevruchting of fertilisatie
- intensieve celdeling
- Op het einde van een eerste stadium binnen deze periode gaan de verschillende cellen van
de conceptus (= vrucht) zich organiseren in drie verschillende kiemlagen (gastrulatie)
waaruit het eigenlijke embryo zal ontstaan.
- Pre-embryonale periode: vastleggen van lichaamsassen → bilateraal symmetrisch
organisme
- Eigenlijke embryonale periode:
o aanleg van verschillende weefsels (histogenese) en organen (organogenese)
o aflijnen van verschillende vruchtvliezen → primitieve (gemeenschappelijke)
embryonale lichaamsvorm,
o inwendige en uitwendige morfologie van vrucht sterk vergelijkbaar met andere
vertebraten
o implantatie in de baarmoeder
o aanleg van placenta of moederkoek
2. Foetale periode:
- maturatie en organisatie van aangelegde weefsels en organen
- Species-specifieke morfologische kenmerken tot uiting → bepaalde soort herkenbaar
3
, Grens tussen twee periodes:
1. Embryo = vrucht waarbij de soortspecifieke kenmerken nog ontbreken
Foetus = zoogdier-in-wording waar diersoort herkend kan worden
2. foetus minstens primitieve aanleg (primordium) van ieder orgaan aanwezig
→ afwerken van de organogenese = einde van embryonale periode → meest gevoelig
aan verstoringen van buitenaf →afwijkende ontwikkeling (zie verder: teratologie)
3. sluiten van het definitieve gehemelte: eindpunt embryonale ontwikkeling bij zoogdieren
Perinatale periode (letterlijk: omtrent de geboorte): periode waarin verschijnselen
plaatsgrijpen die rechtstreeks verband houden met de voorbereiding op de geboorte of er
het onmiddellijke gevolg van zijn
Neonatale periode: periode onmiddellijk na de geboorte → jong: pasgeborene of neonaat
Postnatale periode: ontwikkeling na de geboorte tot individu volgroeid en volwassen is
a2. Ontwikkelingsfasen vanuit het perspectief van het moederdier
Klassieke zoogdieren: ontwikkeling van nieuw leven in utero → vorming van placenta of
moederkoek → onlosmakelijk verbonden met moederdier
Zwangerschap of graviditeit = lichaam zal tijdens de periode van dracht of gestatie specifieke
aanpassingen ondergaan die ten dienste staan van de ontwikkeling van het nieuwe leven. Het
geheel, nl. de periode van dracht met bijhorende veranderingen.
De periode van dracht:
- start: conceptie (ontvangenis)
- einde: baren, frequenter aangeduid als bevalling of partus
- puerperium of kraambed = eerste periode postpartum, die onmiddellijk na de uitstoot van
de nageboorte of secundinae van start gaat
o lichaam van het moederdier terugkeert naar de niet-drachtige configuratie
▪ baarmoederinvolutie en lochienvloei
o melkgift of lactatie volop op gang komt
22
4