Sport en beweging
2. Inleiding trainingsleer:
2.1 Terminologie:
“Fitness” int Nederlands = trainingsprogramma
“Fitness” int Engels = fitheid
Fitheid
= het vermogen om op een bevredigende wijze spierarbeid te verrichten
à Fitheid is een middel om een doeleinden te bereiken
2.2 factoren die een sportpresta6e beïnvloeden:
2.3 Training als een opgebouwd programma:
Training
= een oefenproces waarbij men op systema@sche wijze (volgens een vooropgesteld plan)
Vaardigheden oefent om het presta@eniveau of het belastbaarheidsniveau te verhogen of te
behouden.
à Elke sport heeF zijn eigen basiseigenschap
, 2.3.1 Het trainingseffect:
Oefening
= onderdeel van een training
à Training is groter geheel want bestaat uit meerdere oefeningen
Oefeneffect
= als je binnen een oefening winst boekt
à Verkregen door het herhaald afwisselen van inspanning en herstel, met
oefenmodaliteiten die in intensiteit, omvang en frequen@e aan een aantal eisen moeten
voldoen.
Trainingseffect
= resultaat van een progressieve aanpassing aan een geleverde inspanning (=optellen van
verschillen oefeneffecten)
Trainen
= leveren van herhaalde inspanningen om een aantal fysiologische reac@es uit te lokken
à Lees cursus pagina 12 voor hoe training fysiologisch werkte
2. Inleiding trainingsleer:
2.1 Terminologie:
“Fitness” int Nederlands = trainingsprogramma
“Fitness” int Engels = fitheid
Fitheid
= het vermogen om op een bevredigende wijze spierarbeid te verrichten
à Fitheid is een middel om een doeleinden te bereiken
2.2 factoren die een sportpresta6e beïnvloeden:
2.3 Training als een opgebouwd programma:
Training
= een oefenproces waarbij men op systema@sche wijze (volgens een vooropgesteld plan)
Vaardigheden oefent om het presta@eniveau of het belastbaarheidsniveau te verhogen of te
behouden.
à Elke sport heeF zijn eigen basiseigenschap
, 2.3.1 Het trainingseffect:
Oefening
= onderdeel van een training
à Training is groter geheel want bestaat uit meerdere oefeningen
Oefeneffect
= als je binnen een oefening winst boekt
à Verkregen door het herhaald afwisselen van inspanning en herstel, met
oefenmodaliteiten die in intensiteit, omvang en frequen@e aan een aantal eisen moeten
voldoen.
Trainingseffect
= resultaat van een progressieve aanpassing aan een geleverde inspanning (=optellen van
verschillen oefeneffecten)
Trainen
= leveren van herhaalde inspanningen om een aantal fysiologische reac@es uit te lokken
à Lees cursus pagina 12 voor hoe training fysiologisch werkte