THEMA 2: COLLECTIEF WONEN
INHOUD
1. Algemene situering
2. Veranderende tendensen
3. Collectieve woonvormen
4. Coöperatief wonen
5. Belangrijkste actoren / pilootprojecten
1 ALGEMENE SITUERING
Grondwet artikel 23 RECHT OP WONEN
VCW art. 1.5
• Aangepaste woning Aangepaste woning
• Goede kwaliteit Behoorlijke
• Behoorlijke woonomgeving woonomgeving
• Betaalbare prijs Betaalbare prijs
• Woonzekerheid Woonzekerheid
Vlaams Bouwmeester Erik Wieërs Vlaamse bouwmeester pleit voor
"wooncollectief" en ruimtes met meerdere invullingen: "Compacter gaan wonen"
Wat roept collectief wonen bij jou op?
3 gradaties van collectiviteit inzake wonen:
• Collectief wonen
− samen wonen in brede zin, waarbij collectieve functies worden
georganiseerd op basis van een vrijwilligheid en vrijblijvendheid
− Collectieve niet-woonzones delen
• Gemeenschappelijk wonen
− een woonvorm in een gebouw of gebouwencomplex dat wonen als
hoofdfunctie heeft en dat uit meerdere woongelegenheden bestaat, waarbij
minimum twee huishoudens op vrijwillige basis minstens één leefruimte
delen en daarnaast elk over minstens één private leefruimte beschikken,
en waarbij de bewoners gezamenlijk instaan voor het beheer
• Coöperatief wonen
− een autonome organisatie van personen die zich vrijwillig verenigen om
hun woonbehoefte te behartigen, door middel van een onderneming
waarvan ze samen eigenaar zijn en die ze democratisch controleren.
2 VERANDERENDE TENDENSEN
1
,GESCHIEDENIS
Voor 20ste eeuw
• Collectief wonen
o basismodel voor het wonen in een dorp/gemeenschap
o kleine huizen + straat/plein als collectief goed!
• Gemeenschappelijk wonen
o Vaak noodgedwongen (bv beluiken met gemeenschappelijk toilet / baden)
• Coöperatief wonen
o Vanaf de Middeleeuwen de meest gekende modellen (kloosters /
begijnhoven / conventen)
Vanaf 20ste eeuw
• Liefde-haat-verhouding individueel woonmodel versus collectieve
woonmodellen
• Interbellum
→ collectief / coörperatief wonen vanuit:
o Modernistische denkers
o Overheid
Tuinwijkgedachte:
behoorlijk individueel wonen in een collectieve groene omgeving gekoppeld aan de
wooncoöperatieve gedachte als hefboom om de samenleving te hervormen met
aandacht voor economie, hygiene, collectieve voorzieningen (scholen, winkels, sport
…)
• Liefde-haat-verhouding individueel woonmodel versus collectieve
woonmodellen
• Interbellum
→ opkomst nieuw individueel woonmodel:
Individuele eigendom als maatschappelijk doel!
o Woningfonds van de Bond der Kroosterijke Gezinnen van Belgie (1927)
o Nationale Maatschappij voor Kleine Landeigendom (1935)
→ Cultiveren van de grotendeels buitenstedelijke eigendomsideaal
= de Belgische baksteen in de maag is geboren
• 1945 – 1985:
Individuele eigendom als maatschappelijk doel!:
o 3 huisvestingswetten (De Taeye / Brunfaut / Krotopruiming)
o Verindualisering van de open ruimte
o Beleid koos voor:
Besturingsmodel vanuit door de overheid gestuurde organisaties
(SHM’s, gemeenten …) ipv coöperaties
Hoogbouw in de stad / verkavelingsmodel in buitengebied
2
, • 1985 – heden:
Bouwcrisis 1981:
o Teruglopende overheidsinvesteringen
o Hogere bouwkosten huur- en koopprijzen hoger
o Te kort aan betaalbare woningen
o Ver-extramuros van de zorg meer thuis blijven wonen
→ opnieuw opkomst van de coöperatieven + collectieve projecten als middel om
betaalbaar te wonen door:
o Collectiviteit
o Participatie
o Kleinschalige initiatieven + institutionele spelers
TENDENSEN
Demografisch
− Gezinsverdunning
− Eenoudergezinnen
− Vergrijzing extramuros
Economisch
− Betaalbaarheid huur & koop
− Harde grens huurder versus eigenaar
Sociologisch
− Sociale cohesie tegenstelling sterke hang naar sociaal weefsel versus
vereenzaming sociale klasse
− Middenveld niet meer politieke verenigingen, wel project-verenigingen
− Gezin en familie niet meer de enigste hoeksteen
− Sociale cohesie onder buren, vrienden …. vereenzaming ouderen
Ecologisch
− RSV + Vlaams Bouwmeester
− Mindset naar verdicht wonen bouwshift?
Technologie, innovatie
− Woontechnologie
− Sociale media!
Wettelijk regelgevend kader
− Collectieve woonvormen worden reglementair gemakkelijk
− Pilootprojecten als katalysatoren
Politieke aandacht voor andere nieuwe woonvormen:
3
INHOUD
1. Algemene situering
2. Veranderende tendensen
3. Collectieve woonvormen
4. Coöperatief wonen
5. Belangrijkste actoren / pilootprojecten
1 ALGEMENE SITUERING
Grondwet artikel 23 RECHT OP WONEN
VCW art. 1.5
• Aangepaste woning Aangepaste woning
• Goede kwaliteit Behoorlijke
• Behoorlijke woonomgeving woonomgeving
• Betaalbare prijs Betaalbare prijs
• Woonzekerheid Woonzekerheid
Vlaams Bouwmeester Erik Wieërs Vlaamse bouwmeester pleit voor
"wooncollectief" en ruimtes met meerdere invullingen: "Compacter gaan wonen"
Wat roept collectief wonen bij jou op?
3 gradaties van collectiviteit inzake wonen:
• Collectief wonen
− samen wonen in brede zin, waarbij collectieve functies worden
georganiseerd op basis van een vrijwilligheid en vrijblijvendheid
− Collectieve niet-woonzones delen
• Gemeenschappelijk wonen
− een woonvorm in een gebouw of gebouwencomplex dat wonen als
hoofdfunctie heeft en dat uit meerdere woongelegenheden bestaat, waarbij
minimum twee huishoudens op vrijwillige basis minstens één leefruimte
delen en daarnaast elk over minstens één private leefruimte beschikken,
en waarbij de bewoners gezamenlijk instaan voor het beheer
• Coöperatief wonen
− een autonome organisatie van personen die zich vrijwillig verenigen om
hun woonbehoefte te behartigen, door middel van een onderneming
waarvan ze samen eigenaar zijn en die ze democratisch controleren.
2 VERANDERENDE TENDENSEN
1
,GESCHIEDENIS
Voor 20ste eeuw
• Collectief wonen
o basismodel voor het wonen in een dorp/gemeenschap
o kleine huizen + straat/plein als collectief goed!
• Gemeenschappelijk wonen
o Vaak noodgedwongen (bv beluiken met gemeenschappelijk toilet / baden)
• Coöperatief wonen
o Vanaf de Middeleeuwen de meest gekende modellen (kloosters /
begijnhoven / conventen)
Vanaf 20ste eeuw
• Liefde-haat-verhouding individueel woonmodel versus collectieve
woonmodellen
• Interbellum
→ collectief / coörperatief wonen vanuit:
o Modernistische denkers
o Overheid
Tuinwijkgedachte:
behoorlijk individueel wonen in een collectieve groene omgeving gekoppeld aan de
wooncoöperatieve gedachte als hefboom om de samenleving te hervormen met
aandacht voor economie, hygiene, collectieve voorzieningen (scholen, winkels, sport
…)
• Liefde-haat-verhouding individueel woonmodel versus collectieve
woonmodellen
• Interbellum
→ opkomst nieuw individueel woonmodel:
Individuele eigendom als maatschappelijk doel!
o Woningfonds van de Bond der Kroosterijke Gezinnen van Belgie (1927)
o Nationale Maatschappij voor Kleine Landeigendom (1935)
→ Cultiveren van de grotendeels buitenstedelijke eigendomsideaal
= de Belgische baksteen in de maag is geboren
• 1945 – 1985:
Individuele eigendom als maatschappelijk doel!:
o 3 huisvestingswetten (De Taeye / Brunfaut / Krotopruiming)
o Verindualisering van de open ruimte
o Beleid koos voor:
Besturingsmodel vanuit door de overheid gestuurde organisaties
(SHM’s, gemeenten …) ipv coöperaties
Hoogbouw in de stad / verkavelingsmodel in buitengebied
2
, • 1985 – heden:
Bouwcrisis 1981:
o Teruglopende overheidsinvesteringen
o Hogere bouwkosten huur- en koopprijzen hoger
o Te kort aan betaalbare woningen
o Ver-extramuros van de zorg meer thuis blijven wonen
→ opnieuw opkomst van de coöperatieven + collectieve projecten als middel om
betaalbaar te wonen door:
o Collectiviteit
o Participatie
o Kleinschalige initiatieven + institutionele spelers
TENDENSEN
Demografisch
− Gezinsverdunning
− Eenoudergezinnen
− Vergrijzing extramuros
Economisch
− Betaalbaarheid huur & koop
− Harde grens huurder versus eigenaar
Sociologisch
− Sociale cohesie tegenstelling sterke hang naar sociaal weefsel versus
vereenzaming sociale klasse
− Middenveld niet meer politieke verenigingen, wel project-verenigingen
− Gezin en familie niet meer de enigste hoeksteen
− Sociale cohesie onder buren, vrienden …. vereenzaming ouderen
Ecologisch
− RSV + Vlaams Bouwmeester
− Mindset naar verdicht wonen bouwshift?
Technologie, innovatie
− Woontechnologie
− Sociale media!
Wettelijk regelgevend kader
− Collectieve woonvormen worden reglementair gemakkelijk
− Pilootprojecten als katalysatoren
Politieke aandacht voor andere nieuwe woonvormen:
3