Algemene orthopedagogie
REPORTAGE VOOR EXAMEN KIJKEN!
Zie vanachter samenvatting examenbundel p.16
3. Orthopedagogie(k)
3.1. Orthopedagogiek als wetenschap
3.1.1. Wat is de naam/ betekenis
Orthopedagogiek:
= bij een kind rechtmaken wat krom/scheefgegroeid is, met doel meer welzijn te bereiken
3.1.2. What’s in a name
Letterlijke betekenis:
- Ortho: recht, in juiste banen lopen
- Ped: kind
- Agogie: het voeren, leiden
3.1.3. evolutie (nu)
Nt alleen met kinderen, nu ook met volwassenen
Ortho-agogie(k) (h. begeleiden v. volwassenen)
Nt wachten tot scheefgegroeid is
= preventief, voorkomen
- Adviezen
verbeteren v. zaken
- Opvoedingsondersteuning
- Begeleiding
Kan nt alle scheefgroeiingen rechttrekken
- Leren leven met tekort
- Kwaliteit v. leven zo groot mogelijk maken
3.1.4. Orthopedagogie(k)
Orthopedagogiek = wetenschap
Orthopedagogie = praktijk v. opvoeden
3.1.5. Evolutie v.d. Orthopedagogiek als wetenschap
Eerst: Heilpedagogogiek
sterk gelinkt aan medische wetenschap (1850-1900)
Tot 1960-1970:
Opvallende en afwijkende kind centraal
Vanaf jaren 80:
Problematische opvoedingssituatie met verschillende betrokkenen en beïnvloedende factoren
centraal
, Orthopedagogiek vandaag:
- Richt zich op problematische of verontrustende (opvoedings) situaties
breed bekijken!
o Situaties die mensen als moeilijk ervaren
o Situaties die nt steeds eenvoudig om te buigen zijn naar ‘iets positiefs’
Ontwikkeling koopt vast of wordt belemmerd
- Leunt sterk aan bij andere wetenschappen
- Ondersteunt tegelijk ook h. handelen v.d. hulpverleners
Is praktische wetenschap: geen onderzoek om onderzoek te doen,
Alles wat ze onderzoeken is in functie v.d. praktijk
3.2. Begeleiden: wat is dat eigenlijk?
Contact met mensen die h. moeilijk hebben door allerlei omstandigheden
Voorbeelden:
- Iemand die blind wordt
- Een gezin die in armoede leeft
- Jongere door jeugdrechter in voorziening is geplaatst
- Ouder persoon die zich nt zelfstandig kan verplaatsen
Mensen ondersteunen om terug toekomstperspectief te krijgen
Hoe: via alledaagse en dagelijkse handelingen
bewust hanteren
Voorbeelden:
- Regelmatig gesprek
- Hulpmiddelen zoeken
- Uitstap met groep kinderen
= gespecialiseerde opvoeder-begeleider
andere mensen benaderen vanuit positieve kanten en nt vanuit (voor)oordelen
P31 oefening
3.3. Het ecologische model v.d. menselijke ontwikkeling als kader
Er is voortdurende wisselwerking tussen de mens en de wereld waarin h. leeft
leren kijken door verschillende ‘brillen’, perspectieven
Iedere cliënt en situatie is anders
allerlei factoren hebben invloed op:
- Hoe iemand zich voelt
- Hoe iemand zich gedraagt
- Wat belangrijk vindt
- Waarom iets gebeurt
Steeds zoeken naar mogelijkheden en sterktes v. mensen (P33 voorbeelden)
,4. Begeleiden staat nt los v. cultuur en maatschappij
4.1. inleiding
Hoe en wat mensen vinden , voelen en doen wordt sterk bepaalt door wat er in de samenleving
leeft
Vb. door waarden en normen, economische situatie, religieuze opvattingen
heeft invloed op omgang van mensen met elkaar en bepaalde situaties
Vb. mensen v.d. Islam voelen zich minder geapprecieerd en meer geviseerd in de samenleving
door de religieuze opvattingen momenteel
Vb. momenteel corona: wanneer je film of serie bekijkt waar mensen dicht bij elkaar staan denk
je ‘nee, niet doen’
4.2. Begeleiden krijgt een andere invulling naargelang de tijdsgeest en de
maatschappelijke waarden
In onze samenleving leven aantal waarden en normen
Voorbeelden:
- Huwen met 1 partner
- Veel aandacht aan onze schoonheid
- Jongens dragen geen rokken
Onze waarden en normen zijn anders dan vroeger
- Leven bij ons veel meer mensen van andere etnische afkomst dan vroeger
- Impact v. Media is sterk toegenomen
- Meer individualisering (zelf levenskeuzes maken)
Samenleving verandert doorheen tijd, heeft invloed op h. begeleiden v. mensen
andere visies
Vb. vroeger grotere gezinnen, mama werkte niet, broers en zussen zorgen voor elkaar, kind meer
doen in huishouden
In andere cultuur of samenleving, begeleiden vanuit andere visie
4.3. Het belang v. naamgeving en beeldvorming
4.3.1. Naamgeving en terminologie
Naamgeving aan groep, geeft visie/beeld weer die je hebt v. die groep
Vb. ‘makakken’: slechte connotatie, negatieve visie op mensen met andere huidskleur
‘kindje’ i.p.v. kinderen: verkleinwoord, klein,schattig, lief kind
Vb. p36
Benoemen v. mensen verraadt ‘kijk’ die we op hen hebben
Hoe hangt kijk samen met wat leeft in maatschappij?
Vb. makak, negatief, worden vaak negatief in nieuws gebracht
Gevaar vaststaande kijk: veralgemening, krijgen geen gelijke kansen als andere, worden nt gezien
als individu
, Belangrijk als opvoeder stilstaan hoe mensen noemen
- Woord kan diepere betekenis hebben
- Woord kan sterk op vooroordelen wijzen en kwetsen
4.3.2. Beeldvorming
Vorming = kennis/ ideeën ontwikkelen
Beeld = alle indrukkingen/opvattingen v. mensen
Beïnvloed door:
- Eigen ervaringen en waarnemingen
Vb. wie zelf uit arm gezin komt, zal anders naar armoede kijken dan iemand uit welstellend
gezin
- Objectieve kennis
Vb. wie zich informeert over autisme door literatuur, zal er betere kennis over krijgen
- Subjectieve kennis
Vb. mannen/vrouwen met tatoeages lijken bruter in gedrag, mensen met syndroom v. Down
vind je altijd welgezind en koddig
Zo vorm je persoonlijk waardeoordeel
- Met gevaar voor stereotiepen
o groep mensen zijn allemaal hetzelfde
o we zoeken nt meer naar individueel verhaal v. persoon
extreme situaties: discriminatie als gevolg v. stereotiepen
- met gevaar voor selffulfilling prophecy
o lang bepaald beeld voorspellen beeld komt naar voren
vb. als steeds tegen persoon zegt laat maar, je kan h. toch nt, zal persoon beginnen
twijfelen aan eigen mogelijkheden en zal die niets meer proberen doen
door uitspraken
- bewust of onbewust kenmerken aan persoon toekennen
- verwachtingen hebben v. persoon
belang v. beeldvorming
- bepaalt hoe we mensen benoemen
- bepaalt hoe we met hen omgaan
- bepaalt hoe we mensen begeleiden
- stilstaan bij:
professionele communicatie kan bepalend zijn voor h. begeleidingsproces
vb zie dia’s
4.3.3. een naam…een beeld
1) voorziening, organisatie – zorgaanbieder
Beeld/visie: woorden zijn neutraal
REPORTAGE VOOR EXAMEN KIJKEN!
Zie vanachter samenvatting examenbundel p.16
3. Orthopedagogie(k)
3.1. Orthopedagogiek als wetenschap
3.1.1. Wat is de naam/ betekenis
Orthopedagogiek:
= bij een kind rechtmaken wat krom/scheefgegroeid is, met doel meer welzijn te bereiken
3.1.2. What’s in a name
Letterlijke betekenis:
- Ortho: recht, in juiste banen lopen
- Ped: kind
- Agogie: het voeren, leiden
3.1.3. evolutie (nu)
Nt alleen met kinderen, nu ook met volwassenen
Ortho-agogie(k) (h. begeleiden v. volwassenen)
Nt wachten tot scheefgegroeid is
= preventief, voorkomen
- Adviezen
verbeteren v. zaken
- Opvoedingsondersteuning
- Begeleiding
Kan nt alle scheefgroeiingen rechttrekken
- Leren leven met tekort
- Kwaliteit v. leven zo groot mogelijk maken
3.1.4. Orthopedagogie(k)
Orthopedagogiek = wetenschap
Orthopedagogie = praktijk v. opvoeden
3.1.5. Evolutie v.d. Orthopedagogiek als wetenschap
Eerst: Heilpedagogogiek
sterk gelinkt aan medische wetenschap (1850-1900)
Tot 1960-1970:
Opvallende en afwijkende kind centraal
Vanaf jaren 80:
Problematische opvoedingssituatie met verschillende betrokkenen en beïnvloedende factoren
centraal
, Orthopedagogiek vandaag:
- Richt zich op problematische of verontrustende (opvoedings) situaties
breed bekijken!
o Situaties die mensen als moeilijk ervaren
o Situaties die nt steeds eenvoudig om te buigen zijn naar ‘iets positiefs’
Ontwikkeling koopt vast of wordt belemmerd
- Leunt sterk aan bij andere wetenschappen
- Ondersteunt tegelijk ook h. handelen v.d. hulpverleners
Is praktische wetenschap: geen onderzoek om onderzoek te doen,
Alles wat ze onderzoeken is in functie v.d. praktijk
3.2. Begeleiden: wat is dat eigenlijk?
Contact met mensen die h. moeilijk hebben door allerlei omstandigheden
Voorbeelden:
- Iemand die blind wordt
- Een gezin die in armoede leeft
- Jongere door jeugdrechter in voorziening is geplaatst
- Ouder persoon die zich nt zelfstandig kan verplaatsen
Mensen ondersteunen om terug toekomstperspectief te krijgen
Hoe: via alledaagse en dagelijkse handelingen
bewust hanteren
Voorbeelden:
- Regelmatig gesprek
- Hulpmiddelen zoeken
- Uitstap met groep kinderen
= gespecialiseerde opvoeder-begeleider
andere mensen benaderen vanuit positieve kanten en nt vanuit (voor)oordelen
P31 oefening
3.3. Het ecologische model v.d. menselijke ontwikkeling als kader
Er is voortdurende wisselwerking tussen de mens en de wereld waarin h. leeft
leren kijken door verschillende ‘brillen’, perspectieven
Iedere cliënt en situatie is anders
allerlei factoren hebben invloed op:
- Hoe iemand zich voelt
- Hoe iemand zich gedraagt
- Wat belangrijk vindt
- Waarom iets gebeurt
Steeds zoeken naar mogelijkheden en sterktes v. mensen (P33 voorbeelden)
,4. Begeleiden staat nt los v. cultuur en maatschappij
4.1. inleiding
Hoe en wat mensen vinden , voelen en doen wordt sterk bepaalt door wat er in de samenleving
leeft
Vb. door waarden en normen, economische situatie, religieuze opvattingen
heeft invloed op omgang van mensen met elkaar en bepaalde situaties
Vb. mensen v.d. Islam voelen zich minder geapprecieerd en meer geviseerd in de samenleving
door de religieuze opvattingen momenteel
Vb. momenteel corona: wanneer je film of serie bekijkt waar mensen dicht bij elkaar staan denk
je ‘nee, niet doen’
4.2. Begeleiden krijgt een andere invulling naargelang de tijdsgeest en de
maatschappelijke waarden
In onze samenleving leven aantal waarden en normen
Voorbeelden:
- Huwen met 1 partner
- Veel aandacht aan onze schoonheid
- Jongens dragen geen rokken
Onze waarden en normen zijn anders dan vroeger
- Leven bij ons veel meer mensen van andere etnische afkomst dan vroeger
- Impact v. Media is sterk toegenomen
- Meer individualisering (zelf levenskeuzes maken)
Samenleving verandert doorheen tijd, heeft invloed op h. begeleiden v. mensen
andere visies
Vb. vroeger grotere gezinnen, mama werkte niet, broers en zussen zorgen voor elkaar, kind meer
doen in huishouden
In andere cultuur of samenleving, begeleiden vanuit andere visie
4.3. Het belang v. naamgeving en beeldvorming
4.3.1. Naamgeving en terminologie
Naamgeving aan groep, geeft visie/beeld weer die je hebt v. die groep
Vb. ‘makakken’: slechte connotatie, negatieve visie op mensen met andere huidskleur
‘kindje’ i.p.v. kinderen: verkleinwoord, klein,schattig, lief kind
Vb. p36
Benoemen v. mensen verraadt ‘kijk’ die we op hen hebben
Hoe hangt kijk samen met wat leeft in maatschappij?
Vb. makak, negatief, worden vaak negatief in nieuws gebracht
Gevaar vaststaande kijk: veralgemening, krijgen geen gelijke kansen als andere, worden nt gezien
als individu
, Belangrijk als opvoeder stilstaan hoe mensen noemen
- Woord kan diepere betekenis hebben
- Woord kan sterk op vooroordelen wijzen en kwetsen
4.3.2. Beeldvorming
Vorming = kennis/ ideeën ontwikkelen
Beeld = alle indrukkingen/opvattingen v. mensen
Beïnvloed door:
- Eigen ervaringen en waarnemingen
Vb. wie zelf uit arm gezin komt, zal anders naar armoede kijken dan iemand uit welstellend
gezin
- Objectieve kennis
Vb. wie zich informeert over autisme door literatuur, zal er betere kennis over krijgen
- Subjectieve kennis
Vb. mannen/vrouwen met tatoeages lijken bruter in gedrag, mensen met syndroom v. Down
vind je altijd welgezind en koddig
Zo vorm je persoonlijk waardeoordeel
- Met gevaar voor stereotiepen
o groep mensen zijn allemaal hetzelfde
o we zoeken nt meer naar individueel verhaal v. persoon
extreme situaties: discriminatie als gevolg v. stereotiepen
- met gevaar voor selffulfilling prophecy
o lang bepaald beeld voorspellen beeld komt naar voren
vb. als steeds tegen persoon zegt laat maar, je kan h. toch nt, zal persoon beginnen
twijfelen aan eigen mogelijkheden en zal die niets meer proberen doen
door uitspraken
- bewust of onbewust kenmerken aan persoon toekennen
- verwachtingen hebben v. persoon
belang v. beeldvorming
- bepaalt hoe we mensen benoemen
- bepaalt hoe we met hen omgaan
- bepaalt hoe we mensen begeleiden
- stilstaan bij:
professionele communicatie kan bepalend zijn voor h. begeleidingsproces
vb zie dia’s
4.3.3. een naam…een beeld
1) voorziening, organisatie – zorgaanbieder
Beeld/visie: woorden zijn neutraal