Bouwstenen van het leven
• Proteïnes
= peptidebindingen van aminozuren
carboxylgroep
aminogroep
9 bepaalt karakter
• DNA en RNA
= opgebouwd uit nucleotides
o Fosfaatgroep
o Suiker
o Base
G ≡ C of A = T (A = U)
Informatie van DNA wordt gebruikt voor het maken van een proteïne
$ transcriptie
mRNA
$ translatie
Proteine
VROEGER " RNA als katalysator en informatiedrager
NU " DNA als informatiedrager en eiwitten als katalysator
• Koolhydraten
= suikers, sachariden, …
, • Lipiden
o Verzadigde vetzuren " bij elkaar gehouden dmv van der Waals krachten
o Onverzadigde vetzuren " bevatten dubbele bindingen
Voorbeelden
" Triacylglycerol
" Cholesterol
" Fosfolipiden
Hoe ontstond leven op aarde?
Stanley Miller voert experiment uit
RESULTAAT gassen (CH4, H2, NH3, H2O) reageren met elkaar en vormen primitieve moleculen
$
Aminozuren
Het ontstaan van cellen begint bij het onstaan van membranen
EIGENSCHAPPEN
" Dubbele fosfolipidenlaag
o Polaire hydrofiele kop
o Apolaire hydrofobe straart
" Transport doorheen membranen
o Kanaaleiwitten
o Transporteiwitten
o Diffusie
o Osmose
" Membranen bevatten proteïnen die signalen kunnen ontvangen
Soorten cellen
• Prokaroot
endosymbiosis
• Eukaryoot
, Hoofdstuk 2 – Van cel tot dier
Het ontstaan van multicellulariteit
Hoe is multicellulariteit ontstaan?
" Celdeling
" Adhesie
" Communicatie
" Differentiatie
Adhesie
= het aan elkaar hechten van cellen
LEGENDE
• Epitheel
• Adherens junctie
• Tight junctie
• Gap junctie
• Desmosoom
Epitheel
= weefsel dat de bekleding vormt van het vrije oppervlak van het lichaam en lichaamholtes
Adherens junctie
= hechte verbinding dmv cadherines tussen verschillende cellen in een weefsel
" Tight junctie
= de membranen van 2 cellen komen samen en vormen een barrière voor vloeistoffen
" Gap junctie
= kanaal dat 2 elektrisch actieve cellen met elkaar verbindt en hierdoor ionen en
kleine moleculen kunnen doorgeven
" Desmosoom
= structuur in het celmembraan die ervoor zorgt dat cellen aan elkaar kunnen hechten
, Communicatie
4 types van communicatie
• Autocrien
= Cel scheidt een signaal uit en vangt het zelf terug op (= naar uzelf)
• Juxtacrien
= Een rechtstreekse boodschap aan je buur (zoals een briefje doorgeven aan je buur)
• Paracrien
= Een boodschap wordt opgevangen in de omgeving, hoe verder je zit, hoe moeilijker
de boodschap te 'horen' is
• Endocrien
= Hormonen die terecht komen in het bloed en zo terecht komen in een andere cel
Signaal transductie = een ligand bindt op een receptor en geeft een signaal door aan de cel
Twee manieren
" Er gebeurt een verandering in de cel = genexpressie (TRAAG)
Een ligand bindt op de receptor
GEVOLG fosforylatie = een fosfaatgroep P wordt toegevoegd aan een eiwit dmv kinases
ATP " ADP + P
GEVOLG verandering in de gentrascriptie