BTW
Wat verstaat men onder BTW?
De Belasting over de Toegevoegde Waarde (hierna ‘BTW’) is een eenmalige verbruiksbelasting die
de eindconsument draagt.
Het is een indirecte omzetbelasting op het verbruik van goederen & diensten.
Welk BTW-tarief dient men te hanteren als men zaken met een verschillend BTW-tarief verkoopt?
Het kan voorvallen dat men bij de facturatie aan een klant ook kosten aanrekent die onder een ander
BTW-tarief vallen dan de normale 21% BTW.
In dit geval geldt de regeling “bijzaak volgt hoofdzaak”.
Dit impliceert dat voor kosten die rechtstreeks verband houden met een levering van goederen of
van een dienst, dezelfde BTW-regels van toepassing zijn als op de hoofdhandeling, ookal zou er voor
die kosten een ander BTW-tarief gelden.
Dit geldt ongeacht of men die kosten in één factuur samen met de hoofdhandeling factureert of voor
die kosten een afzonderlijke factuur opmaakt.
Waarop wordt de BTW berekend?
De BTW wordt berekend op de maatstaf van heffing (hierna ‘MVH’) (art. 26 W. BTW).
Het bedrag waarop de BTW wordt berekend (MVH) bestaat uit:
1) De prijs van de geleverde goederen & gepresteerde diensten
2) (-) Handelskortingen
3) (+) verzendingskosten, verpakkingskosten, heffingen, belastingen, kosten van commissie, etc.
4) (-) Financiële korting (‘korting voor contant’)
5) (=) de MVH
Als de factuur een zogenaamde “korting voor contant” voorziet, wordt de MVH verminderd met die
korting, ongeacht of de klant al dan niet contant betaalt.
Let op:
1) De aangerekende niet terugstuurbare verpakking maakt deel uit van de MVH
2) De aangerekende terugstuurbare verpakking maakt geen deel uit van de MVH
Tot de MVH behoort NIET:
1) Disconto’s, prijsverminderingen, nalatigheidsintresten, etc.
,Voorbeeld
Men is een wijnhandelaar en men verkoopt 50 flessen wijn aan een klant ten bedrage van 10,00
EURO/fles. De klant komt deze niet zelf ophalen, maar men levert de flessen bij hem thuis en
men rekent hiervoor een transportkost aan van 5,00 EURO. Gezien het aanzienlijk aantal verkochte
flessen wijn aan de klant, geeft men hem een handelskorting van 10%. Bovendien betaalt de klant
contant bij levering van de flessen wijn, waardoor men hem ook een financiële korting geeft 2%.
Wat is de MVH?
1) De prijs van de geleverde goederen: 500 EUR
50 stuks à 10 EUR/stuk
2) De transportkost: 5 EUR
3) De handelskorting: (-) 50 EUR
500 EUR * 10%
4) De financiële korting: (-) 9,10 EUR
505 EUR (-) 50 EUR: 455 EUR
455 EUR * 2%: 9,10 EUR
5) De MVH: 500 EUR (+) 5 EUR (-) 50 EUR (-) 9,10 EUR: 445,90 EUR
6) De BTW (21%): 445,90 EUR * 21% BTW: 93,64 EUR
7) Het totaal: 539,54 EUR (incl. BTW)
Let op: ookal is men niet zeker dat de cliënt de korting voor contant (2%) zal benutten, mag men
deze toch aftrekken voor de bepaling van de MVH.
De BTW tarieven in België (CODEX – VANAF PAGINA 1.344)
De BTW-tarieven worden nog altijd nationaal bepaald (K.B. nr. 20):
1) 6% -> tabel A
2) 12% -> tabel B
3) 0% -> tabel C
4) 21% -> voor alles wat niet bij de voorgaande categorieën werd vermeld
Let op: het standaardtarief mag NIET lager zijn dan 15% in de EU.
Het territoriaal beginsel inzake BTW (art. 1 W. BTW)
Men kent 2 gebieden inzake BTW:
1) Het 1ste gebied: het BTW gebied
2) Het 2de gebied: het douanegebied
Het douanegebied van de Gemeenschap is groter dan het BTW gebied van de Gemeenschap.
Er is een bijzondere status inzake BTW betreffende Noord-Ierland.
Naar aanleiding van de Brexit van het Verenigd Koninkrijk (UK) & Noord-Ierland uit de Europese Unie,
is het Europees BTW stelsel in principe NIET meer van toepassing op de BTW handelingen tussen
enerzijds de EU lidstaten en anderzijds het Verenigd Koninkrijk (UK).
Noord-Ierland blijft echter na de Brexit onderworpen aan de BTW wetgeving van de Europese Unie
voor wat GOEDEREN betreft.
Wat DIENSTEN betreft, wordt Noord-Ierland daarentegen beschouwd als zijnde BUITEN de Europese
Unie gelegen, zoals de rest van het Verenigd Koninkrijk (UK).
,De beslissingsboom
De belastbare handelingen in de BTW
De volgende handelingen zijn onderworpen aan BTW zodra zij in België plaatsvinden:
1) Levering van een goed (art. 2 W. BTW)
2) Verrichten van een dienst (art. 2 W. BTW)
3) Invoer (art. 3 W. BTW)
4) Intracommunautaire verwerving (ICV) (art. 4 W. BTW)
De BTW belastingplichtigen
De definitie van een BTW belastingplichtige (art. 4 W. BTW):
1) Er moet sprake zijn van een natuurlijke persoon of rechtspersoon (eenieder)
2) Die op regelmatige basis (bepaalde regelmaat)
3) En op zelfstandige basis (geen band van ondergeschiktheid)
4) Een economische activiteit uitoefent (leveren van goederen / verrichten van diensten)
5) Met of zonder winstoogmerk
6) In hoofdzaak of bijzaak
Art. 4 (W. BTW) stelt dus dat iedere onderneming (NP/RP) die op regelmatige basis & zelfstandige
basis economische activiteiten verricht, BTW-plichtig is, ongeacht of er een winstoogmerk is.
Daarnaast maakt het ook niet uit of het om een hoofd – of nevenactiviteit gaat.
Uitzonderlijke of occasionele handelingen leiden dus normaal niet tot een BTW plicht, doch zijn er
enkele uitzonderingen zoals de toevallige BTW belastingplichtigen.
, Het begin en einde van de belastingplicht
Het begin van de belastingplicht
De BTW belastingplicht is van rechtswege van toepassing, zodra men voldoet aan de voorwaarden uit
art. 4 (W. BTW).
De intentie om ooit belastbare handelingen te stellen, is voldoende om onderworpen te zijn aan de
BTW.
Indien men BTW-plichtig is, moet men een formulier 604A indienen bij de BTW-administratie.
Via dit formulier dient men zich voor BTW doeleinden te identificeren alsook het BTW nummer te
activeren.
Bij wijziging van de activiteit vult men een formulier 604B in.
Het einde van de belastingplicht
De BTW belastingplicht is van rechtswege niet meer van toepassing, zodra men niet meer voldoet
aan één van de voorwaarden uit art. 4 (W. BTW).
De tijdelijke stopzetting van de BTW activiteiten, zal niet leiden tot het einde van de belastingplicht.
Indien men zijn of haar BTW activiteiten wenst stop te zetten, dient men een formulier 604C in te
dienen bij de BTW-administratie.
De aangiftetermijnen binnen de BTW
Indien men behoort tot de categorie die periodiek een aangifte moet indienen, dan moet dit ofwel
maandelijks ofwel per kwartaal gebeuren.
De deadline is steeds de 20ste van de maand na de aangifteperiode.
Voorbeeld: de maandelijkse aangifte van oktober moet binnen uiterlijk de 20 ste november.
Voorbeeld: de aangifte over het 1ste kwartaal moet binnen uiterlijk de 20 ste april.
Let op: vanaf 1 januari 2025 zal de indieningstermijn voor kwartaalaangevers verlengd worden tot de
25ste van de maand na de aangifteperiode alsook de betaaldatum.
Indien de deadline op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt, dan wordt de termijn
verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
De algemene regel is dat een BTW belastingplichtige maandelijks zijn periodieke BTW aangiftes
indient.
In afwijking van deze algemene regel kan men, onder bepaalde voorwaarden, kiezen voor een BTW
aangifte per kwartaal:
1) Het omzetcijfer van de onderneming bedraagt niet meer dan 2,5 miljoen EUR (excl. BTW)
In sommige sectoren ligt de bovenstaande drempel veel lager:
1) Het omzetcijfer van de onderneming bedraagt niet meer dan 250.000 EUR (excl. BTW) voor
de levering van energieproducten, toestellen voor mobiele telefonie, computers en
randapparatuur, etc.
Wat verstaat men onder BTW?
De Belasting over de Toegevoegde Waarde (hierna ‘BTW’) is een eenmalige verbruiksbelasting die
de eindconsument draagt.
Het is een indirecte omzetbelasting op het verbruik van goederen & diensten.
Welk BTW-tarief dient men te hanteren als men zaken met een verschillend BTW-tarief verkoopt?
Het kan voorvallen dat men bij de facturatie aan een klant ook kosten aanrekent die onder een ander
BTW-tarief vallen dan de normale 21% BTW.
In dit geval geldt de regeling “bijzaak volgt hoofdzaak”.
Dit impliceert dat voor kosten die rechtstreeks verband houden met een levering van goederen of
van een dienst, dezelfde BTW-regels van toepassing zijn als op de hoofdhandeling, ookal zou er voor
die kosten een ander BTW-tarief gelden.
Dit geldt ongeacht of men die kosten in één factuur samen met de hoofdhandeling factureert of voor
die kosten een afzonderlijke factuur opmaakt.
Waarop wordt de BTW berekend?
De BTW wordt berekend op de maatstaf van heffing (hierna ‘MVH’) (art. 26 W. BTW).
Het bedrag waarop de BTW wordt berekend (MVH) bestaat uit:
1) De prijs van de geleverde goederen & gepresteerde diensten
2) (-) Handelskortingen
3) (+) verzendingskosten, verpakkingskosten, heffingen, belastingen, kosten van commissie, etc.
4) (-) Financiële korting (‘korting voor contant’)
5) (=) de MVH
Als de factuur een zogenaamde “korting voor contant” voorziet, wordt de MVH verminderd met die
korting, ongeacht of de klant al dan niet contant betaalt.
Let op:
1) De aangerekende niet terugstuurbare verpakking maakt deel uit van de MVH
2) De aangerekende terugstuurbare verpakking maakt geen deel uit van de MVH
Tot de MVH behoort NIET:
1) Disconto’s, prijsverminderingen, nalatigheidsintresten, etc.
,Voorbeeld
Men is een wijnhandelaar en men verkoopt 50 flessen wijn aan een klant ten bedrage van 10,00
EURO/fles. De klant komt deze niet zelf ophalen, maar men levert de flessen bij hem thuis en
men rekent hiervoor een transportkost aan van 5,00 EURO. Gezien het aanzienlijk aantal verkochte
flessen wijn aan de klant, geeft men hem een handelskorting van 10%. Bovendien betaalt de klant
contant bij levering van de flessen wijn, waardoor men hem ook een financiële korting geeft 2%.
Wat is de MVH?
1) De prijs van de geleverde goederen: 500 EUR
50 stuks à 10 EUR/stuk
2) De transportkost: 5 EUR
3) De handelskorting: (-) 50 EUR
500 EUR * 10%
4) De financiële korting: (-) 9,10 EUR
505 EUR (-) 50 EUR: 455 EUR
455 EUR * 2%: 9,10 EUR
5) De MVH: 500 EUR (+) 5 EUR (-) 50 EUR (-) 9,10 EUR: 445,90 EUR
6) De BTW (21%): 445,90 EUR * 21% BTW: 93,64 EUR
7) Het totaal: 539,54 EUR (incl. BTW)
Let op: ookal is men niet zeker dat de cliënt de korting voor contant (2%) zal benutten, mag men
deze toch aftrekken voor de bepaling van de MVH.
De BTW tarieven in België (CODEX – VANAF PAGINA 1.344)
De BTW-tarieven worden nog altijd nationaal bepaald (K.B. nr. 20):
1) 6% -> tabel A
2) 12% -> tabel B
3) 0% -> tabel C
4) 21% -> voor alles wat niet bij de voorgaande categorieën werd vermeld
Let op: het standaardtarief mag NIET lager zijn dan 15% in de EU.
Het territoriaal beginsel inzake BTW (art. 1 W. BTW)
Men kent 2 gebieden inzake BTW:
1) Het 1ste gebied: het BTW gebied
2) Het 2de gebied: het douanegebied
Het douanegebied van de Gemeenschap is groter dan het BTW gebied van de Gemeenschap.
Er is een bijzondere status inzake BTW betreffende Noord-Ierland.
Naar aanleiding van de Brexit van het Verenigd Koninkrijk (UK) & Noord-Ierland uit de Europese Unie,
is het Europees BTW stelsel in principe NIET meer van toepassing op de BTW handelingen tussen
enerzijds de EU lidstaten en anderzijds het Verenigd Koninkrijk (UK).
Noord-Ierland blijft echter na de Brexit onderworpen aan de BTW wetgeving van de Europese Unie
voor wat GOEDEREN betreft.
Wat DIENSTEN betreft, wordt Noord-Ierland daarentegen beschouwd als zijnde BUITEN de Europese
Unie gelegen, zoals de rest van het Verenigd Koninkrijk (UK).
,De beslissingsboom
De belastbare handelingen in de BTW
De volgende handelingen zijn onderworpen aan BTW zodra zij in België plaatsvinden:
1) Levering van een goed (art. 2 W. BTW)
2) Verrichten van een dienst (art. 2 W. BTW)
3) Invoer (art. 3 W. BTW)
4) Intracommunautaire verwerving (ICV) (art. 4 W. BTW)
De BTW belastingplichtigen
De definitie van een BTW belastingplichtige (art. 4 W. BTW):
1) Er moet sprake zijn van een natuurlijke persoon of rechtspersoon (eenieder)
2) Die op regelmatige basis (bepaalde regelmaat)
3) En op zelfstandige basis (geen band van ondergeschiktheid)
4) Een economische activiteit uitoefent (leveren van goederen / verrichten van diensten)
5) Met of zonder winstoogmerk
6) In hoofdzaak of bijzaak
Art. 4 (W. BTW) stelt dus dat iedere onderneming (NP/RP) die op regelmatige basis & zelfstandige
basis economische activiteiten verricht, BTW-plichtig is, ongeacht of er een winstoogmerk is.
Daarnaast maakt het ook niet uit of het om een hoofd – of nevenactiviteit gaat.
Uitzonderlijke of occasionele handelingen leiden dus normaal niet tot een BTW plicht, doch zijn er
enkele uitzonderingen zoals de toevallige BTW belastingplichtigen.
, Het begin en einde van de belastingplicht
Het begin van de belastingplicht
De BTW belastingplicht is van rechtswege van toepassing, zodra men voldoet aan de voorwaarden uit
art. 4 (W. BTW).
De intentie om ooit belastbare handelingen te stellen, is voldoende om onderworpen te zijn aan de
BTW.
Indien men BTW-plichtig is, moet men een formulier 604A indienen bij de BTW-administratie.
Via dit formulier dient men zich voor BTW doeleinden te identificeren alsook het BTW nummer te
activeren.
Bij wijziging van de activiteit vult men een formulier 604B in.
Het einde van de belastingplicht
De BTW belastingplicht is van rechtswege niet meer van toepassing, zodra men niet meer voldoet
aan één van de voorwaarden uit art. 4 (W. BTW).
De tijdelijke stopzetting van de BTW activiteiten, zal niet leiden tot het einde van de belastingplicht.
Indien men zijn of haar BTW activiteiten wenst stop te zetten, dient men een formulier 604C in te
dienen bij de BTW-administratie.
De aangiftetermijnen binnen de BTW
Indien men behoort tot de categorie die periodiek een aangifte moet indienen, dan moet dit ofwel
maandelijks ofwel per kwartaal gebeuren.
De deadline is steeds de 20ste van de maand na de aangifteperiode.
Voorbeeld: de maandelijkse aangifte van oktober moet binnen uiterlijk de 20 ste november.
Voorbeeld: de aangifte over het 1ste kwartaal moet binnen uiterlijk de 20 ste april.
Let op: vanaf 1 januari 2025 zal de indieningstermijn voor kwartaalaangevers verlengd worden tot de
25ste van de maand na de aangifteperiode alsook de betaaldatum.
Indien de deadline op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt, dan wordt de termijn
verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
De algemene regel is dat een BTW belastingplichtige maandelijks zijn periodieke BTW aangiftes
indient.
In afwijking van deze algemene regel kan men, onder bepaalde voorwaarden, kiezen voor een BTW
aangifte per kwartaal:
1) Het omzetcijfer van de onderneming bedraagt niet meer dan 2,5 miljoen EUR (excl. BTW)
In sommige sectoren ligt de bovenstaande drempel veel lager:
1) Het omzetcijfer van de onderneming bedraagt niet meer dan 250.000 EUR (excl. BTW) voor
de levering van energieproducten, toestellen voor mobiele telefonie, computers en
randapparatuur, etc.