Leerdoelen
• Waterkeringen
o Kustverdediging
o Rivierdijken
o Grondwaterstroom door een dijk
Kustverdedigingen
Processen langs de kust
• Water
o Getijden (tweemaal per dag eb en vloed, komt door de maan, op sommige plekken in de
wereld heb je dit maar 1x per dag)
o Stroming→ veroorzaakt door de getijden, wat ook wel grappig is, is dat het niet overal
tegelijk vloed is in Nl, gaat als een soort golf langs de stranden. Waar het eerst vloed is (in
Vlissingen) is het water hoog, en vervolgens stroomt het water naar de plaats waar het nog
niet vloed is (dus waar lager water is) en zo ontstaat de getijstroming
o Golven→ worden veroorzaakt door wind
• Sediment
o Stroming voert zand en slib mee (aanzanding en erosie)
o Stormen verstuiven zand→ vooral naar de duinen toe
o Golven tasten duinenrij aan
Op dijken zijn het de golfkrachten die bepalen hoe groot en zwaar de stenen op de dijk moeten zijn om
bezwijking te voorkomen. Bij zandkusten zijn dat ook de golfkrachten, maar die veroorzaken naast
duinafslag (na een storm en hoge zee heeft de zee een deel van de duinen afgebroken/ afgeslagen, maar
het zand ligt gewoon voor de duinen(op het strand), in de zomer zorgen wind en golven ervoor dat dat
weer op de duinen kom) ook voortransport van zand langs de kust.
De Nederlandse kust gaat al vele eeuwen langzaam achter uit zoals te zien is bij Egmond tussen 1679 en
1996.
Dit wordt veroorzaakt door:
• Zand wordt aangevoerd door rivieren→ maar de
rivieren voeren steeds minder zand aan. Dit komt
door stuwdammen (zand blijft achter in het
reservoir) en door het feit dat er veel zand is
gewonnen uit de Maas, waardoor het minder
richting zee kan. En gemiddeld genomen wordt
het zand door de stroming richting het noorden
verplaatst, dus transportatie van zand langs de
kust richting het Noorden.
Terugtrekken van de kust
, Wat kan je hiertegen doen?
• Dijken bouwen→ maar dit is duur en lelijk
• Zand winnen op zee en dat voor de kust opspuiten→ zand dat je wint moet wel redelijk hetzelfde
zijn als het zand dat daar ligt
Processen langs de kust: Korte golven
Korte golven kan je zien als een touw die je aan iets
vastmaakt en vervolgens heen en weer doet in een
golf beweging. Het touw gaat niet 1 kan op maar gaat
op en neer (in een golfbeweging). Volgens onderzoek
maken de waterdeeltjes binnen golven een cirkel
beweging. Aan het oppervlak een grote cirkel en hoe
dieper je gaat hoe minder hoog de cirkel, breedte
blijft wel redelijk gelijk.
Hoe ondieper het water hoe meer het zand word
beïnvloed. Je kan je dus voorstellen dat het zand heel
langzaam naar de kust toe gaat omdat het steeds iets
meer dan de kust wordt gedaan en de invloed steeds
iets groter wordt.
Wanneer de golven bij de kust komen worden ze afgeremd omdat het steeds ondieper wordt. De
golftoppen gaan ‘te hard’ en slaan om. Dat heet breken van de golven. Vlak bij een ondiepe kust ontstaat
de brandingszone. De golf wordt hoger omdat het ondieper wordt, de top gaat te hard en valt dus om.
Principe golven
Type brandingen