Algemene inleiding hypothese-toetsend denken
Welke theorieën kennen we al?
Psychodynamische theoriën: Freud, Erikson’s, Rogers
Behaviorisme/leertheorieën: Pavlov, Watson (klassiek conditioneren), Skinner
(operationeel conditioneren), Bandura (sociaal leren)
Hechtingstheorie: Bowlby, Ainsworth
Systeemtheorieën: Minuchin
Dit zijn als het ware brillen van waaruit je naar de werkelijkheid kijkt. Als je
vanuit een bepaalde bril kijkt, kijk je naar andere dingen dan wanneer je een
andere bril op zet.
Welke modellen kennen we al?
Ecologisch model van Bronfenbrenner
Diathese-stress model: hoe meer kwetsbaarheden een persoon heeft, hoe
groter de kans is dat er met een bepaalde trigger een probleem ontstaat
College 1 1
, Model van Pennington: bidirectionele causaliteit: er is interactie tussen
opvoeding en de ontwikkeling van een kind. Zonder interactie geen
orthopedagogiek!
Transactioneel model: interactie tussen een kind en zijn omgeving
College 1 2
, Model van Knorth: alle factoren hangen samen en in de interactie van deze
factoren kan een probleem ontstaan.
Wat is het verschil tussen equifinaliteit en multifinaliteit?
Equifinaliteit: verschillende Multifinaliteit: een bepaalde
ontwikkelingspaden leiden tot risicofactor leidt tot verschillende
dezelfde uitkomst ontwikkelingsuitkomsten
Wat is het verschil tussen een theorie en een model?
Een theorie verklaart iets, een model beschrijft iets.
Een theorie is een verklaring. Het beschrijft waarom en hoe bepaalde
psychologische processen of gedragingen plaatsvinden. Theorieën zijn
gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en proberen onderliggende
College 1 3
, mechanismen te verklaren. Voor sommige theorieën is meetbaar bewijs
gevonden en voor anderen niet. Sommige theorieën verdwijnen dan ook weer
na een tijdje, omdat het een ongefundeerde theorie is.
Een model is een hulpmiddel of representatie. Het vereenvoudigt complexe
processen om beter te begrijpen wat er gebeurt en hoe de onderdelen met
elkaar samenhangen. Modellen zijn vaak visueel (zoals diagrammen of
schema’s) en helpen bij het structureren van informatie. Een model laat zien
hoe iets werkt of in elkaar zit.
Deze twee vullen elkaar aan: een model kan gebaseerd zijn op een theorie en
een theorie kan een model verduidelijken.
Hoe gaan we theorieën en modellen nu gebruiken?
Hoe kom je van algemene theorieën en modellen naar een antwoord op een
vraag van een individu? Hoe kom je van algemene theorieën en modellen naar
een individuele theorie of een individueel model?
Dus: hoe kom je van een n = populatie naar n = 1?
Wat is iatrogene schade?
Dit is schade die wordt toegediend door een behandeling bij iemand te doen.
Dit kan met goede of slechte bedoelingen.
→ voorbeeld medische wereld: operatie doen, je brengt schade toe om iets te
laten genezen.
In de mentale gezondheidszorg doen we dit ook, wij brengen soms ook
schade toe. Soms bewust, maar soms ook onbewust. Voorbeelden hiervan
zijn:
uithuisplaatsingen,
antipestprogramma waardoor het slachtoffer zich schuldig gaat voelen,
traumatherapie waar je trauma’s weer gaat ophalen.
diagnoses stellen: dit kan stigmatiserend zijn
gesloten jeugdzorg
medicatie, dit heeft altijd bijwerkingen
College 1 4