,1. Sociologisch denkkader
sociologie
o inzicht in menselijk gedrag
o mensen helpen betekent ook begrijpen van de reden achter stellen bepaald gedrag en hoe dat
beïnvloed wordt door verschillende factoren(ook maatschappelijk)
o inzicht rol en positie vroedvrouw in allerlei groeperingen op micro-, meso-, macroniveau
o psychologie en sociologie brengen deze factoren in kaart
theoretisch belang
o mens is een sociaal wezen dat deel uitmaakt van samenleving en beïnvloed wordt door sociale
dimensie
praktisch belang
o maatschappelijke problemen bekijken door sociologische bril om tot oplossing te komen
kritisch kijken: dingen zijn niet wat ze lijken
sociologisch denkkader
begrip
o socius: metgezel, kameraad
o logos: rede, kennis, wetenschap
o sociologie: samenlevingskunde
historiek
o grondlegger: August Comte
o voorlopers: Aristoteles, Plato, Socrates
psychologie vs sociologie
o socioloog
gedrag verklaren door te kijken naar groepen waartoe een persoon behoort
structuur, waarden en normen
o psycholoog
gedrag verklaren vanuit persoon zelf
persoonlijke structuur
definitie
o sociologie: wetenschap van de maatschappij, menselijk samenleven of het sociale
o mensen leven met elkaar samen en worden daardoor beïnvloed
2 fundamentele vragen
o mensen behoren tot groepen/sociale eenheden: welke weerslag heeft dit op hun gedrag?
micro-, meso-, macroniveau
o Hoe zit de samenleving in elkaar?
niet enkel vanuit gedrag
belang van sociale processen
sociologie als wetenschap
o sociologie: empirische wetenschap
gebasseerd op feiten door onderzoek
o intresse: objectieve werkelijkheid en de subjectieve beleving ervan
o vanuit gegeven een verklaring zoeken
o beslissing nemen op beleidsniveau
waardevrije wetenschap
o morele overwegingen spelen geen rol bij theorie/onderzoek
o uitkomsten onderzoek wel gebruikt voor morele doeleinden
intercatie – cultuur – interdependentie
mens is sociaal wezen: feit van samenleven met andere heeft werkt door op bestaan en gedrag
mensen op 3 manieren verbonden
o interactie: op elkaar gericht
gedrag afstemmen op elkaar
, interactie is het gedrag van mensen tov elkaar in voortdurende wisselwerking
gedrag één -> reactie ander
reactie gebasseerd op interpretatie/subjectieve definitie van situatie
verschillende mensen interpreteren dezelfde situatie verschillend
verschillende reactiepatronen
vorm sociaal gedrag: sociaal bepaald en vaak niet heel uniek
iedereen vertoond sociaal aangepast gedrag
beïnvloed hoe we een situatie analyseren
positie: een plaats die je inneem tov anderen
verworven positie: zelf voor gekozen
toegewezen positie: vanzelf gekregen
rol: gedragsregels bij een positie
sociale structuur: verhouding tussen allerlei posities
sociale status: waardering die samenleving aan positie hecht in relatie tot andere positie
statussymbolen: uiterlijkheden om status te accentueren
rolatributen: uiterlijkheden die nodig zijn om een rol goed te vervullen
institutie: gevestigde manier om sociaal leven te organiseren, patroon dat door groep,
samenleving of gemeenschap naar waarde wordt geschat
o cultuur: door elkaar gevormd
doen, denken en voelen sterk bepaald door wat ze leerden van anderen
cultuur is geheel van voorstellingen, opvattingen, waarden en normen die maatschapij
verwerft door leer- en gewenningprocessen
wat mensen gemeenschappelijk hebben
cultuuroverdracht: doorgeven cultuur op collectief niveau
generatie op generatie
één geografische ruimte naar andere
één sociale categorie naar andere
socialisatie: cultuuroverdracht op niveau van individu
primaire socialisatie
o eigen maken van algemene waarden en normen die in de groep gelden
o vooral in primaire groep, deel van de opvoeding
beleefdheidsregels, lezen, schrijven, tekenen, …
secundaire socialisatie
o eigenmaken van specifieke waarden en normen in een specifieke groep
o sancties en belongingen om goede socialisatie te verkrijgen
na verloop van tijd niet echt meer nodig
o belangrijke partijen: gezin, onderwijs, leeftijdsgenoten en massamedia
socialisatie kan niet losgekoppeld worden van maatschappelijke veranderingen
o macroniveau heeft invloed op microniveau
3 modellen Geert Hofstede
cultuurdriehoek: model analyseren hoe individu in
elkaar zit
o menselijke natuur
basis: universeel geldig en aangeboren
basisemoties
o cultuur door socialisatie
aangeleerd in een groep, modellen in
bepaalde context
bepaald wat mag en niet mag
o persoonlijkheid: combinatie menselijke natuur
en cultuur
combinatie aangeboren en aageleerd: specifiek voor elke individu
sociologie
o inzicht in menselijk gedrag
o mensen helpen betekent ook begrijpen van de reden achter stellen bepaald gedrag en hoe dat
beïnvloed wordt door verschillende factoren(ook maatschappelijk)
o inzicht rol en positie vroedvrouw in allerlei groeperingen op micro-, meso-, macroniveau
o psychologie en sociologie brengen deze factoren in kaart
theoretisch belang
o mens is een sociaal wezen dat deel uitmaakt van samenleving en beïnvloed wordt door sociale
dimensie
praktisch belang
o maatschappelijke problemen bekijken door sociologische bril om tot oplossing te komen
kritisch kijken: dingen zijn niet wat ze lijken
sociologisch denkkader
begrip
o socius: metgezel, kameraad
o logos: rede, kennis, wetenschap
o sociologie: samenlevingskunde
historiek
o grondlegger: August Comte
o voorlopers: Aristoteles, Plato, Socrates
psychologie vs sociologie
o socioloog
gedrag verklaren door te kijken naar groepen waartoe een persoon behoort
structuur, waarden en normen
o psycholoog
gedrag verklaren vanuit persoon zelf
persoonlijke structuur
definitie
o sociologie: wetenschap van de maatschappij, menselijk samenleven of het sociale
o mensen leven met elkaar samen en worden daardoor beïnvloed
2 fundamentele vragen
o mensen behoren tot groepen/sociale eenheden: welke weerslag heeft dit op hun gedrag?
micro-, meso-, macroniveau
o Hoe zit de samenleving in elkaar?
niet enkel vanuit gedrag
belang van sociale processen
sociologie als wetenschap
o sociologie: empirische wetenschap
gebasseerd op feiten door onderzoek
o intresse: objectieve werkelijkheid en de subjectieve beleving ervan
o vanuit gegeven een verklaring zoeken
o beslissing nemen op beleidsniveau
waardevrije wetenschap
o morele overwegingen spelen geen rol bij theorie/onderzoek
o uitkomsten onderzoek wel gebruikt voor morele doeleinden
intercatie – cultuur – interdependentie
mens is sociaal wezen: feit van samenleven met andere heeft werkt door op bestaan en gedrag
mensen op 3 manieren verbonden
o interactie: op elkaar gericht
gedrag afstemmen op elkaar
, interactie is het gedrag van mensen tov elkaar in voortdurende wisselwerking
gedrag één -> reactie ander
reactie gebasseerd op interpretatie/subjectieve definitie van situatie
verschillende mensen interpreteren dezelfde situatie verschillend
verschillende reactiepatronen
vorm sociaal gedrag: sociaal bepaald en vaak niet heel uniek
iedereen vertoond sociaal aangepast gedrag
beïnvloed hoe we een situatie analyseren
positie: een plaats die je inneem tov anderen
verworven positie: zelf voor gekozen
toegewezen positie: vanzelf gekregen
rol: gedragsregels bij een positie
sociale structuur: verhouding tussen allerlei posities
sociale status: waardering die samenleving aan positie hecht in relatie tot andere positie
statussymbolen: uiterlijkheden om status te accentueren
rolatributen: uiterlijkheden die nodig zijn om een rol goed te vervullen
institutie: gevestigde manier om sociaal leven te organiseren, patroon dat door groep,
samenleving of gemeenschap naar waarde wordt geschat
o cultuur: door elkaar gevormd
doen, denken en voelen sterk bepaald door wat ze leerden van anderen
cultuur is geheel van voorstellingen, opvattingen, waarden en normen die maatschapij
verwerft door leer- en gewenningprocessen
wat mensen gemeenschappelijk hebben
cultuuroverdracht: doorgeven cultuur op collectief niveau
generatie op generatie
één geografische ruimte naar andere
één sociale categorie naar andere
socialisatie: cultuuroverdracht op niveau van individu
primaire socialisatie
o eigen maken van algemene waarden en normen die in de groep gelden
o vooral in primaire groep, deel van de opvoeding
beleefdheidsregels, lezen, schrijven, tekenen, …
secundaire socialisatie
o eigenmaken van specifieke waarden en normen in een specifieke groep
o sancties en belongingen om goede socialisatie te verkrijgen
na verloop van tijd niet echt meer nodig
o belangrijke partijen: gezin, onderwijs, leeftijdsgenoten en massamedia
socialisatie kan niet losgekoppeld worden van maatschappelijke veranderingen
o macroniveau heeft invloed op microniveau
3 modellen Geert Hofstede
cultuurdriehoek: model analyseren hoe individu in
elkaar zit
o menselijke natuur
basis: universeel geldig en aangeboren
basisemoties
o cultuur door socialisatie
aangeleerd in een groep, modellen in
bepaalde context
bepaald wat mag en niet mag
o persoonlijkheid: combinatie menselijke natuur
en cultuur
combinatie aangeboren en aageleerd: specifiek voor elke individu