Ziekte en gezondheid
1. Definitie gezondheid WHO
❖ gezondheidsparadox: we zijn bezig met heel oud te worden dankzij een goede
gezondheidszorg, maar ⅕ ouder dan 25 heeft een chronische ziekte
gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet
slechts de afwezigheid van ziekte of gebrek
gezondheid is een fundamenteel mensenrecht
probleem
❖ compleet
➢ dreigende medicalisering van maatschappij
➢ allen meestal ziek?
➢ wat met performante nieuwe screeningsdeterminanten
❖ nieuwe context
➢ chronische > acute ziekte
➢ verbeterde hygiëne, voeding,...
➢ chronische ziekte = ziek?
■ Quid menselijke capaciteit tot aanpassing?
➢ gaat uit van verlies niet van mogelijkheid
■ bv functionality-capacity vs invalidity-incapacity
❖ meetbaar?
2. Dynamische definitie van gezondheid
❖ health als een dynamisch concept
❖ ...met het vermogen om zich aan te passen en zichzelf te beheren, om te
functioneren... in de fysieke, mentale en sociale domeinen van de gezondheid
❖ betekenis voor werk: mensen schatten heel accuraat in hoe lang ze
werkongeschiktzijn
❖ belangrijk om te beslissen of iemand chemotherapie gaat starten: mogelijkheid voor
patiënt om ziekte zelf in handen te nemen: zelf beslissen - shared decision making
⇒ ruimte voor: ziekte vs ziektegevoel en ziekterol
❖ disease (ziekte): pathologisch substraat → DOCTOR’s view
❖ illness (ziektegevoel): klacht → PATIENT’s view
❖ sickness (ziekterol): patiëntenrol → COMMUNITY’s view
1
, - post-covid syndrome: illness en sickness op voorgrond
- als arts sickness niet in handen
2.1 Modellen van ziekte en gezondheid
2.1.1 Biomedisch model
❖ ziekte = een probleem in biologische processen = objectieve waarneming
❖ basis v/d volgende modellen
❖ implicatie v/h model op visie op
➢ gezondheid: focus op ‘absence of disease’
➢ financiering van westerse gezondheidszorg
❖ belang van biomedische model voor vooruitgang in geneeskunde, EBM,...
→ ontstaansgeschiedenis v/d medische wetenschap
- oorzaak - gevolg
2.1.2 Biopsychosociaal model
❖ biologische aspecten
➢ genetische en somatische bouw
❖ psychologische factoren
➢ mentale gezondheid en persoonlijkheid
❖ sociologische factoren
➢ omgeving
2.1.3 Bio-psychosociaal-spiritueel model van ziekte
❖ gebruikt bij palliatieve zorg: zingeving → geeft mensen een reden om te blijven leven
(‘ik wil mijn zoon nog zien’)
❖ positieve zingeving: minder pijn hebben (jonge vrouw met kinderen)
2.1.4 Model ‘frailty’
❖ kwetsbaarheid, begrip uit de geriatrie
❖ frailty = dynamische staat waarin een persoon verkeert die op 1 of meerdere
domeinen (fysiek, psychosociaal, omgeving) functioneel verlies/uitval ervaart
➢ veroorzaakt/beïnvloed door uiteenlopende parameters
➢ leidt tot het risico op nog meer uitval
❖ ofwel: de ene 90 jarige is de andere niet
➢ bv man kan niet meer thuis wonen want vrouw is zelf in het ziekenhuis
→ sociaal domein ontwricht
2.1.5 Ecologisch model van gezondheid
2
, 3. Ecologisch model van gezondheid
❖ gebaseerd op alle voorgaande modellen
❖ vertrekt van wisselwerking tussen individu en context
❖ mensen in armoede: 18 jaar minder gezonde levensjaren
➢ wordt ong voor het eerst ziek vanaf 49, maar screeningsprogramma’s
beginnen vanaf 50 → kloof tussen arm en rijk wordt groter
3.1 Individu (diversiteitskenmerken)
❖ biogenetisch
❖ somatisch
❖ psychisch
❖ (sociaal)
diversiteitskenmerken van een individu
❖ leeftijd
❖ geslacht
❖ functiebeperking, genetische eigenschap
❖ taal
❖ sexuele geaardheid
➢ bv soa screening
3.2 Omgeving (wat is omgeving?)
❖ beleid
➢ lokale & nationale wetten, beleid, politiek
❖ maatschappij
➢ relaties tussen organisaties, instituten en informele netwerken
❖ institutionele factoren
➢ werkomgeving, transport, school, diensten
❖ interpersoonlijke factoren
➢ gezin, werkgroep, vriendschappen, sociale steun
❖ individu
➢ biogenetische, psychische, somatische kern
3
, 3.3 Wisselwerking (hoe?)
individu
❖ biogenetische kenmerken
➢ aanleg voor gewrichtspijnen
❖ somatische kenmerken
➢ epicondylitis
❖ psychische kenmerken
➢ positief ingesteld
➢ hoge pijndrempel
➢ actieve sporter
➢ eerder angstig
tenniselleboog: man is arbeider, vader en in verbouwing → speelt grote parten, heeft impact
op zijn functioneren
interpersoonlijke factoren
❖ gezinssituatie zal veranderen
➢ meer actief in huishouden
➢ baby verzorgen
➢ 2 inkomens → 1 + 1 (vervangingsinkomen)
❖ ondersteuning & netwerk v/ h gezin
institutioneel
❖ hoge werkdruk, repetitief werk
❖ uurrooster: wisselend
➢ negatieve impact op gezondheid
❖ arbeidsgeneesheer - aanpassing werkplaats?
maatschappij
❖ verwachtingspatronen/rolpatronen
❖ ziekte & werken
❖ ziekte en sociaal functioneren
➢ lastig: iemand tegenkomen, want je kan nog sociaal functioneren
beleid
❖ regelgeving werkongeschiktheid ziekte/ouderschapsverlof
❖ wetgeving bescherming op de werkplek
➢ als met ziekteverlof, werkgever kan je niet ontslaan
❖ beroepsziekten
❖ …
4
1. Definitie gezondheid WHO
❖ gezondheidsparadox: we zijn bezig met heel oud te worden dankzij een goede
gezondheidszorg, maar ⅕ ouder dan 25 heeft een chronische ziekte
gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet
slechts de afwezigheid van ziekte of gebrek
gezondheid is een fundamenteel mensenrecht
probleem
❖ compleet
➢ dreigende medicalisering van maatschappij
➢ allen meestal ziek?
➢ wat met performante nieuwe screeningsdeterminanten
❖ nieuwe context
➢ chronische > acute ziekte
➢ verbeterde hygiëne, voeding,...
➢ chronische ziekte = ziek?
■ Quid menselijke capaciteit tot aanpassing?
➢ gaat uit van verlies niet van mogelijkheid
■ bv functionality-capacity vs invalidity-incapacity
❖ meetbaar?
2. Dynamische definitie van gezondheid
❖ health als een dynamisch concept
❖ ...met het vermogen om zich aan te passen en zichzelf te beheren, om te
functioneren... in de fysieke, mentale en sociale domeinen van de gezondheid
❖ betekenis voor werk: mensen schatten heel accuraat in hoe lang ze
werkongeschiktzijn
❖ belangrijk om te beslissen of iemand chemotherapie gaat starten: mogelijkheid voor
patiënt om ziekte zelf in handen te nemen: zelf beslissen - shared decision making
⇒ ruimte voor: ziekte vs ziektegevoel en ziekterol
❖ disease (ziekte): pathologisch substraat → DOCTOR’s view
❖ illness (ziektegevoel): klacht → PATIENT’s view
❖ sickness (ziekterol): patiëntenrol → COMMUNITY’s view
1
, - post-covid syndrome: illness en sickness op voorgrond
- als arts sickness niet in handen
2.1 Modellen van ziekte en gezondheid
2.1.1 Biomedisch model
❖ ziekte = een probleem in biologische processen = objectieve waarneming
❖ basis v/d volgende modellen
❖ implicatie v/h model op visie op
➢ gezondheid: focus op ‘absence of disease’
➢ financiering van westerse gezondheidszorg
❖ belang van biomedische model voor vooruitgang in geneeskunde, EBM,...
→ ontstaansgeschiedenis v/d medische wetenschap
- oorzaak - gevolg
2.1.2 Biopsychosociaal model
❖ biologische aspecten
➢ genetische en somatische bouw
❖ psychologische factoren
➢ mentale gezondheid en persoonlijkheid
❖ sociologische factoren
➢ omgeving
2.1.3 Bio-psychosociaal-spiritueel model van ziekte
❖ gebruikt bij palliatieve zorg: zingeving → geeft mensen een reden om te blijven leven
(‘ik wil mijn zoon nog zien’)
❖ positieve zingeving: minder pijn hebben (jonge vrouw met kinderen)
2.1.4 Model ‘frailty’
❖ kwetsbaarheid, begrip uit de geriatrie
❖ frailty = dynamische staat waarin een persoon verkeert die op 1 of meerdere
domeinen (fysiek, psychosociaal, omgeving) functioneel verlies/uitval ervaart
➢ veroorzaakt/beïnvloed door uiteenlopende parameters
➢ leidt tot het risico op nog meer uitval
❖ ofwel: de ene 90 jarige is de andere niet
➢ bv man kan niet meer thuis wonen want vrouw is zelf in het ziekenhuis
→ sociaal domein ontwricht
2.1.5 Ecologisch model van gezondheid
2
, 3. Ecologisch model van gezondheid
❖ gebaseerd op alle voorgaande modellen
❖ vertrekt van wisselwerking tussen individu en context
❖ mensen in armoede: 18 jaar minder gezonde levensjaren
➢ wordt ong voor het eerst ziek vanaf 49, maar screeningsprogramma’s
beginnen vanaf 50 → kloof tussen arm en rijk wordt groter
3.1 Individu (diversiteitskenmerken)
❖ biogenetisch
❖ somatisch
❖ psychisch
❖ (sociaal)
diversiteitskenmerken van een individu
❖ leeftijd
❖ geslacht
❖ functiebeperking, genetische eigenschap
❖ taal
❖ sexuele geaardheid
➢ bv soa screening
3.2 Omgeving (wat is omgeving?)
❖ beleid
➢ lokale & nationale wetten, beleid, politiek
❖ maatschappij
➢ relaties tussen organisaties, instituten en informele netwerken
❖ institutionele factoren
➢ werkomgeving, transport, school, diensten
❖ interpersoonlijke factoren
➢ gezin, werkgroep, vriendschappen, sociale steun
❖ individu
➢ biogenetische, psychische, somatische kern
3
, 3.3 Wisselwerking (hoe?)
individu
❖ biogenetische kenmerken
➢ aanleg voor gewrichtspijnen
❖ somatische kenmerken
➢ epicondylitis
❖ psychische kenmerken
➢ positief ingesteld
➢ hoge pijndrempel
➢ actieve sporter
➢ eerder angstig
tenniselleboog: man is arbeider, vader en in verbouwing → speelt grote parten, heeft impact
op zijn functioneren
interpersoonlijke factoren
❖ gezinssituatie zal veranderen
➢ meer actief in huishouden
➢ baby verzorgen
➢ 2 inkomens → 1 + 1 (vervangingsinkomen)
❖ ondersteuning & netwerk v/ h gezin
institutioneel
❖ hoge werkdruk, repetitief werk
❖ uurrooster: wisselend
➢ negatieve impact op gezondheid
❖ arbeidsgeneesheer - aanpassing werkplaats?
maatschappij
❖ verwachtingspatronen/rolpatronen
❖ ziekte & werken
❖ ziekte en sociaal functioneren
➢ lastig: iemand tegenkomen, want je kan nog sociaal functioneren
beleid
❖ regelgeving werkongeschiktheid ziekte/ouderschapsverlof
❖ wetgeving bescherming op de werkplek
➢ als met ziekteverlof, werkgever kan je niet ontslaan
❖ beroepsziekten
❖ …
4