Jeugdrecht de rechtspositie van de
minderjarige in het bijzondere
jeugdrecht
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de
minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het
decreet betreffende het jeugddelinquentierecht.
Het nieuwe decreet dat werd goedgekeurd op 27 maart 2024 eist nog
meer aandacht voor participatie en dialoog met het kind en de context, en
de rechtspositie van minderjarige is nog verder versterkt en
geconcretiseerd, in het bijzonder voor minderjarigen in (open) residentiële
jeugdhulp, en in voorzieningen ‘met mandaat tot geslotenheid’.
- ‘Met mandaat tot geslotenheid’ is een nieuwe verzamelterm voor de
gemeenschapsinstellingen, het Vlaams detentiecentrum, de
voorzieningen die ‘veilig (= beveiligd) verblijf’ aanbieden en de
multifunctionele centra (MFC) voor jongeren met een ernstige
gedrags- en emotionele stoornis (= GES + voorzieningen).
1. Het toepassingsgebied van het
(vernieuwde) decreet rechtspositie
Volgende instanties moeten rekening houden met de rechten uit het
decreet;
- De jeugdhulp die onder het toepassingsgebied van de integrale
jeugdhulp valt:
o Jeugdhulpaanbieders (zowel voorzieningen als particulieren)
uit de volgende sectoren:
Jeugdhulp
Centra voor leerlingenbegeleiding
Geestelijke gezondheidszorg
Kind en Gezin
Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Algemeen Welzijnswerk
o De intersectorale toegangspoort en de gemandateerde
voorzieningen.
- De diensten die op grond van het jeugddelinquentiedecreet worden
georganiseerd of beantwoorden aan de door de gemeenschap
gestelde voorwaarden, met inbegrip van de
gemeenschapsinstellingen.
- De sociale dienst jeugdrechtbank.
- Het Vlaams Detentiecentrum.
1
, Jeugdrecht de rechtspositie van de
minderjarige in het bijzondere
jeugdrecht
Niet alleen minderjarigen, maar door een wijziging in het decreet vallen nu
ook de meerderjarigen onder het toepassingsgebied:
- Voor wie nog jeugdhulp lopende is (voortgezette jeugdhulp).
- Voor wie nog een reactie op jeugddelinquentie lopende is of die in
het Vlaams Detentiecentrum verblijven.
2. Uitgangspunten van het decreet
rechtspositie minderjarigen
1) De rechten, vermeld in het decreet gelden voor alle minderjarigen,
ongeacht hun leeftijd. Alle minderjarigen zijn dus rechtsbekwaam
t.o.v. de in het decreet vermelde rechten.
o Wanneer het gaat om minderjarigen die onder het
jeugddelinquentiedecreet vallen, geldt die rechtsbekwaam niet
voor het recht op instemming in en vrije keuze van jeugdhulp.
2) Alle minderjarigen oefenen die rechter ook zelf en zelfstanding uit.
zijn dus handelingsbekwaam t.o.v. de rechten.
o Hoeven dus niet te worden vertegenwoordigd, of bijgestaan
door ouders of voogd en hebben hun voorafgaandelijke
toestemming niet nodig voor het uitoefenen van hun rechten
uit het decreet.
o Moet genuanceerd worden voor 3 specifieke rechten:
Het recht op instemming (of weigering) in de
(buitengerechtelijke) hulpverlening.
Het recht om niet tegen de eigen wil gescheiden te
worden van de ouders.
Het recht op toegang tot het dossier.
hierbij geldt een ‘voorwaardelijke
handelingsbekwaamheid’: minderjarigen zijn dan pas
handelingsbekwaam als ze in staat zijn tot een redelijke
beoordeling van hun belangen.
Vanaf 12 jaar worden minderjarigen (weerlegbaar)
vermoed tot redelijke beoordeling van hun belangen in
staat te zijn. Het tegendeel mag evenwel worden
bewezen.
Onder 12 jaar geldt dit vermoeden niet en moeten de
minderjarigen zelf aantonen tot een redelijke
beoordeling van hun belangen in staat te zijn.
2
minderjarige in het bijzondere
jeugdrecht
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de
minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het
decreet betreffende het jeugddelinquentierecht.
Het nieuwe decreet dat werd goedgekeurd op 27 maart 2024 eist nog
meer aandacht voor participatie en dialoog met het kind en de context, en
de rechtspositie van minderjarige is nog verder versterkt en
geconcretiseerd, in het bijzonder voor minderjarigen in (open) residentiële
jeugdhulp, en in voorzieningen ‘met mandaat tot geslotenheid’.
- ‘Met mandaat tot geslotenheid’ is een nieuwe verzamelterm voor de
gemeenschapsinstellingen, het Vlaams detentiecentrum, de
voorzieningen die ‘veilig (= beveiligd) verblijf’ aanbieden en de
multifunctionele centra (MFC) voor jongeren met een ernstige
gedrags- en emotionele stoornis (= GES + voorzieningen).
1. Het toepassingsgebied van het
(vernieuwde) decreet rechtspositie
Volgende instanties moeten rekening houden met de rechten uit het
decreet;
- De jeugdhulp die onder het toepassingsgebied van de integrale
jeugdhulp valt:
o Jeugdhulpaanbieders (zowel voorzieningen als particulieren)
uit de volgende sectoren:
Jeugdhulp
Centra voor leerlingenbegeleiding
Geestelijke gezondheidszorg
Kind en Gezin
Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Algemeen Welzijnswerk
o De intersectorale toegangspoort en de gemandateerde
voorzieningen.
- De diensten die op grond van het jeugddelinquentiedecreet worden
georganiseerd of beantwoorden aan de door de gemeenschap
gestelde voorwaarden, met inbegrip van de
gemeenschapsinstellingen.
- De sociale dienst jeugdrechtbank.
- Het Vlaams Detentiecentrum.
1
, Jeugdrecht de rechtspositie van de
minderjarige in het bijzondere
jeugdrecht
Niet alleen minderjarigen, maar door een wijziging in het decreet vallen nu
ook de meerderjarigen onder het toepassingsgebied:
- Voor wie nog jeugdhulp lopende is (voortgezette jeugdhulp).
- Voor wie nog een reactie op jeugddelinquentie lopende is of die in
het Vlaams Detentiecentrum verblijven.
2. Uitgangspunten van het decreet
rechtspositie minderjarigen
1) De rechten, vermeld in het decreet gelden voor alle minderjarigen,
ongeacht hun leeftijd. Alle minderjarigen zijn dus rechtsbekwaam
t.o.v. de in het decreet vermelde rechten.
o Wanneer het gaat om minderjarigen die onder het
jeugddelinquentiedecreet vallen, geldt die rechtsbekwaam niet
voor het recht op instemming in en vrije keuze van jeugdhulp.
2) Alle minderjarigen oefenen die rechter ook zelf en zelfstanding uit.
zijn dus handelingsbekwaam t.o.v. de rechten.
o Hoeven dus niet te worden vertegenwoordigd, of bijgestaan
door ouders of voogd en hebben hun voorafgaandelijke
toestemming niet nodig voor het uitoefenen van hun rechten
uit het decreet.
o Moet genuanceerd worden voor 3 specifieke rechten:
Het recht op instemming (of weigering) in de
(buitengerechtelijke) hulpverlening.
Het recht om niet tegen de eigen wil gescheiden te
worden van de ouders.
Het recht op toegang tot het dossier.
hierbij geldt een ‘voorwaardelijke
handelingsbekwaamheid’: minderjarigen zijn dan pas
handelingsbekwaam als ze in staat zijn tot een redelijke
beoordeling van hun belangen.
Vanaf 12 jaar worden minderjarigen (weerlegbaar)
vermoed tot redelijke beoordeling van hun belangen in
staat te zijn. Het tegendeel mag evenwel worden
bewezen.
Onder 12 jaar geldt dit vermoeden niet en moeten de
minderjarigen zelf aantonen tot een redelijke
beoordeling van hun belangen in staat te zijn.
2