Eerste druk 1957
Dit is het eerste boek van Marga Minco. Het boek is deels fictie,
deels vanuit haar persoonlijke ervaringen (in WO2)
De hoofpersoon in het boek wordt niet bij naam genoemd. Het
boek wordt beschreven vanuit de hoofpersoon. Het is een meisje
(ongeveer 14 jaar), die beschrijft hoe het haar en haar familie
begaat in de tweede wereldoorlog. Het boek start net aan het
begin van de oorlog. De familie komt net terug van een kort
verblijf (enkele dagen) elders (België) omdat ze uit Breda (hun
woonplaats toen) tijdelijk geëvacueerd moesten worden, vanwege
de Duitsers.
Het gezin is in die periode met drie man: vader, moeder en de hoofpersoon. De broer en zus wonen
in Amsterdam.
Het meisje vraagt aan haar vader of de geruchten en gruwelijke verhalen, die ze gehoord heeft,
kloppen. Vader is een ras optimist en ziet het allemaal niet zo somber in. “hier kan zoiets nooit
gebeuren”… “ze doen ons niets”
Het meisje krijgt een flashback naar de tijd dat ze als Joodse al gepest werd op school. Omdat
kinderen zeiden: “joden zijn slechte mensen” ”jullie hebben Jezus vermoord” Sommige kinderen
mochten van hun ouders niet bij het Joodse gezin naar binnen, zelfs het toenmalige dienstmeisje
moest aan de pastoor goedkeuring vragen om bij het gezin te mogen werken.
Nadat ze een tijdje terug in Breda hebben gewoond, verhuist het gezin naar de broer van het meisje.
Deze broer, Dave genaamd, woont daar met zijn echtgenote Lotte.
De hoofdpersoon heeft namelijk TBC en moet herstellen in een ziekenhuis.
Op een dag komt vader thuis met de Jodensterren, die ze op hun jas moeten naaien. Met een soort
vrolijk optimisme naaien ze de sterren op hun jassen. Met nette steken (behalve de hoofdpersoon,
die wat slordig naait) naaien ze de sterren op hun jas (Het moet er wel netjes uit zien).
Op een dag komt Dave thuis met een flesje, met een onbekende bitter ruikende vloeistof voor de
hoofdpersoon. Zowel vader, als broer moeten naar een keuring voor een werkkamp. Vader heeft, tot
zijn genoegen huiduitslag en broer wordt ziek van de inhoud van flesje. Dus beiden komen terug van
de keuring, blij dat ze afgekeurd zijn.
De familie laat op idee van vrienden mooie familiefoto’s maken van het gezin. Onder het mom “je
kunt nooit weten wat er nog zal gebeuren, en dan heb je tenminste nog een foto van elkaar” Het was
een drukke tijd voor de fotograaf…
Dan krijgt het gezin dat de oudste dochter Bettie, die in Amsterdam was blijven wonen,
meegenomen was door de Duitsers. “Je kunt niets doen” zei de vader…