Sociale psychologie
Inleiding: op.
(Geen exacte definities)
De mate waarin ons gedrag beïnvloed wordt door anderen!
“Quick and dirty” -> eerste indruk die we over iemand vormen
Negativity bias = negativiteitsdenkfout (meer aandacht voor het negatieve dan het positieve)
In de hersenen, evolutionair bepaald (overleving)
Media: meer negatief nieuws, dan positief nieuws
Synesthesie = associaties v/h ene zintuig naar het andere (bubba = afgerond -> vlek)
Zorgt voor vooroordelen
Aangeleerde hulpeloosheid = alles porberen, maar niets heeft effect (vb. depressie: wat kan
wel/niet helpen?)
Les 1: inleiding
We hebben anderen nodig! -> Hersenen zijn bedraad om in contact te zijn men anderen
Sociale deprivatie, social deprivation, social isolation
Materieel en sociaal gedepriveerd (= tekortkomen waardoor je niet gezond kan
functioneren)
Sociale paradox = tegenstelling in de mens:
Ene kant connectie vermijden (=geen contact hebben)
Andere kant opzoek naar anderen (mensen nodig voor overleving, gezondheid, …)
Kern: anderen zijn van invloed op ons en wij kunnen anderen beïnvloeden!
We staan continu onder invloed van anderen
sociale bubbels: 4 ruimtes om ons veilig te voelen:
1. Intieme ruimte
2. Persoonlijke ruimte
3. Sociale ruimte
4. Publieke ruimte
, Cultureel bepaald
Amygdala: emotie & angst, maar ook afstand die we houden van anderen
Inleiding:
1. Wat is sociale psychologie?
Sociale psychologie
= het deelgebied v/d psychologie dat zich bezighoudt met sociale invloeden op individueel
gedrag en met gedrag v. individuen met, voor, over of tegen elkaar.
Wetenschappelijke studie
Gedachten, gevoelens, handelingen
Feitelijk voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid
Houdt zich bezig met:
Sociale invloeden op individueel gedrag
Gedrag van individu met, voor of tegen elkaar
Overt gedrag (= gedrag dat duidelijk voor de anderen waarneembaar is)
Covert gedrag (= gedrag dat niet onmiddellijk voor de ander waarneembaar is)
Fundamentele sociale psychologie: algemene principes v. sociaal gedrag of sociale
invloeden op individueel gedrag (theoriegericht)
Toegepaste sociale psychologie: gebruiken inzichten v. fundamentele psychologie om
maatschappelijke of persoonlijke problemen van individuen te begrijpen en op te lossen
(praktijkgericht) -> oplossingen bedoelde effect? Ongewenst neveneffecten?
Kurt Lewin (1890-1947): theoreticus EN onderzoeker
“Niets is praktischer dan een goede theorie” “Geen actie zonder theorie, geen theorie zonder
actie”
a.Gedachten gevoelens, handelingen
Overt en covert gedrag:
o Op hoe we ons gedragen (G)
o Op hoe we (ons) voelen (V)
o Op hoe we (over onszelf) denken (D)
Vb. nieuwe trui aan -> ik zie mensen kijken naar mij en lachen -> ik ben lelijk met deze trui
(D) -> ik voel mij slecht (V) -> ik daar de trui nooit meer (G)
b. Drie soorten invloed/aanwezigheid (op a.)
, Fysiek/feitelijk
o Vb. rugzaktoerist (afstand nemen, want bom? -> aanslag Zaventem)
Voorgesteld
o Vb. kleedhokje (wat zou mijn lief hier van denken: kopen of niet?)
Impliciet/onrechtstreeks
o Vb. supermarkt (snoep aan kassa -> niemand die ons vraagt om te kopen)
2. Uitgangspunten v/d sociale psychologie
Situationele/sociale gedragsdeterminanten (zoeken in context):
o Differentiële psychologie (a.d.h.v. persoonlijkheidseigenschappen)
dispositionisme: verklaringen zoeken in karakters, disposities van
mensen
o Sociale psychologie
Situationisme: vb. iemand anders helpt wel (ookal empathisch
karakter)
o Interactionisme? -> combinatie beide
o Nog andere disciplines
Experimenteel onderzoek
Dierenonderzoek
Kennisopbouw (1 experiment is niet genoeg)
Beschrijven, uitleggen, begrijpen (kunnen we gedrag voorspellen? Causaal
verband?)
3. De relatie tussen sociale psychologie en mensenkennis (= gezond verstand, intuïtie)
Probleem: onderzoek van mensen en over mensen
Hindsight bias = de indruk dat men het altijd al geweten heeft (“I knew it along”)
Wetenschappelijke studie:
<-> intuïtieve of alledaagse kennis ?
o Soort zoekt soort of tegengestelden trekken elkaar aan (vb. nieuw lief)
o Eerlijkheid duurt het langst of wat niet weet niet deert (vb. lief bedriegen)
o ≠ wetenschappelijk advies
Systematisch <-> eenzijdige selectie
o Representatieve steekproef & systematisch verzamelen <-> op basis van 1
keer conclusies trekken
Objectief <-> subjectief
Gecontroleerd <-> onderhevig
o Alle mogelijke factoren controleren <-> Intuïtie onderhevig
Niet “ het ene waar en het andere onwaar”
Manier v. kennisverwerving en kritische reflectie op de methodes
4. De rol v. waarden i/d sociale psychologie
Waarden hebben invloed op ons onderzoek
, Wordt vaak verborgen, maar heeft toch effect
Waarden hebben invloed op…
De gekozen thema’s
De gekozen termen (v. psychologen) om gedrag te beschrijven
o Hetzelfde gedrag krijgt verschillende etiketten
Welke adviezen uit de conclusie worden afgeleid (goed- en afkeuren)
Sociale psychologie kijkt naar…
1. Welke gevolgen bepaalde al dan niet zelfgekozen levensomstandigheden hebben op
specifiek omlijnd, meetbare dimensies v. gedragen
2. Welke principes ons gedrag sturen en welke gevolgen sociale gedragingen hebben
Inleiding: op.
(Geen exacte definities)
De mate waarin ons gedrag beïnvloed wordt door anderen!
“Quick and dirty” -> eerste indruk die we over iemand vormen
Negativity bias = negativiteitsdenkfout (meer aandacht voor het negatieve dan het positieve)
In de hersenen, evolutionair bepaald (overleving)
Media: meer negatief nieuws, dan positief nieuws
Synesthesie = associaties v/h ene zintuig naar het andere (bubba = afgerond -> vlek)
Zorgt voor vooroordelen
Aangeleerde hulpeloosheid = alles porberen, maar niets heeft effect (vb. depressie: wat kan
wel/niet helpen?)
Les 1: inleiding
We hebben anderen nodig! -> Hersenen zijn bedraad om in contact te zijn men anderen
Sociale deprivatie, social deprivation, social isolation
Materieel en sociaal gedepriveerd (= tekortkomen waardoor je niet gezond kan
functioneren)
Sociale paradox = tegenstelling in de mens:
Ene kant connectie vermijden (=geen contact hebben)
Andere kant opzoek naar anderen (mensen nodig voor overleving, gezondheid, …)
Kern: anderen zijn van invloed op ons en wij kunnen anderen beïnvloeden!
We staan continu onder invloed van anderen
sociale bubbels: 4 ruimtes om ons veilig te voelen:
1. Intieme ruimte
2. Persoonlijke ruimte
3. Sociale ruimte
4. Publieke ruimte
, Cultureel bepaald
Amygdala: emotie & angst, maar ook afstand die we houden van anderen
Inleiding:
1. Wat is sociale psychologie?
Sociale psychologie
= het deelgebied v/d psychologie dat zich bezighoudt met sociale invloeden op individueel
gedrag en met gedrag v. individuen met, voor, over of tegen elkaar.
Wetenschappelijke studie
Gedachten, gevoelens, handelingen
Feitelijk voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid
Houdt zich bezig met:
Sociale invloeden op individueel gedrag
Gedrag van individu met, voor of tegen elkaar
Overt gedrag (= gedrag dat duidelijk voor de anderen waarneembaar is)
Covert gedrag (= gedrag dat niet onmiddellijk voor de ander waarneembaar is)
Fundamentele sociale psychologie: algemene principes v. sociaal gedrag of sociale
invloeden op individueel gedrag (theoriegericht)
Toegepaste sociale psychologie: gebruiken inzichten v. fundamentele psychologie om
maatschappelijke of persoonlijke problemen van individuen te begrijpen en op te lossen
(praktijkgericht) -> oplossingen bedoelde effect? Ongewenst neveneffecten?
Kurt Lewin (1890-1947): theoreticus EN onderzoeker
“Niets is praktischer dan een goede theorie” “Geen actie zonder theorie, geen theorie zonder
actie”
a.Gedachten gevoelens, handelingen
Overt en covert gedrag:
o Op hoe we ons gedragen (G)
o Op hoe we (ons) voelen (V)
o Op hoe we (over onszelf) denken (D)
Vb. nieuwe trui aan -> ik zie mensen kijken naar mij en lachen -> ik ben lelijk met deze trui
(D) -> ik voel mij slecht (V) -> ik daar de trui nooit meer (G)
b. Drie soorten invloed/aanwezigheid (op a.)
, Fysiek/feitelijk
o Vb. rugzaktoerist (afstand nemen, want bom? -> aanslag Zaventem)
Voorgesteld
o Vb. kleedhokje (wat zou mijn lief hier van denken: kopen of niet?)
Impliciet/onrechtstreeks
o Vb. supermarkt (snoep aan kassa -> niemand die ons vraagt om te kopen)
2. Uitgangspunten v/d sociale psychologie
Situationele/sociale gedragsdeterminanten (zoeken in context):
o Differentiële psychologie (a.d.h.v. persoonlijkheidseigenschappen)
dispositionisme: verklaringen zoeken in karakters, disposities van
mensen
o Sociale psychologie
Situationisme: vb. iemand anders helpt wel (ookal empathisch
karakter)
o Interactionisme? -> combinatie beide
o Nog andere disciplines
Experimenteel onderzoek
Dierenonderzoek
Kennisopbouw (1 experiment is niet genoeg)
Beschrijven, uitleggen, begrijpen (kunnen we gedrag voorspellen? Causaal
verband?)
3. De relatie tussen sociale psychologie en mensenkennis (= gezond verstand, intuïtie)
Probleem: onderzoek van mensen en over mensen
Hindsight bias = de indruk dat men het altijd al geweten heeft (“I knew it along”)
Wetenschappelijke studie:
<-> intuïtieve of alledaagse kennis ?
o Soort zoekt soort of tegengestelden trekken elkaar aan (vb. nieuw lief)
o Eerlijkheid duurt het langst of wat niet weet niet deert (vb. lief bedriegen)
o ≠ wetenschappelijk advies
Systematisch <-> eenzijdige selectie
o Representatieve steekproef & systematisch verzamelen <-> op basis van 1
keer conclusies trekken
Objectief <-> subjectief
Gecontroleerd <-> onderhevig
o Alle mogelijke factoren controleren <-> Intuïtie onderhevig
Niet “ het ene waar en het andere onwaar”
Manier v. kennisverwerving en kritische reflectie op de methodes
4. De rol v. waarden i/d sociale psychologie
Waarden hebben invloed op ons onderzoek
, Wordt vaak verborgen, maar heeft toch effect
Waarden hebben invloed op…
De gekozen thema’s
De gekozen termen (v. psychologen) om gedrag te beschrijven
o Hetzelfde gedrag krijgt verschillende etiketten
Welke adviezen uit de conclusie worden afgeleid (goed- en afkeuren)
Sociale psychologie kijkt naar…
1. Welke gevolgen bepaalde al dan niet zelfgekozen levensomstandigheden hebben op
specifiek omlijnd, meetbare dimensies v. gedragen
2. Welke principes ons gedrag sturen en welke gevolgen sociale gedragingen hebben