Media & Beïnvloeding Bundel
Week 1: Introductie Media en Beinvloeding
→ Intervention mapping = een planning model (helpt met vinden van een oplossing
voor een probleem op systematische manier).
→ 3 typen doelen:
1. Programmadoelstelling → hoofddoel
a. Resultaat van de interventie
b. VB: Uitstootgedrag neemt af
2. Prestatiedoelstelling → subdoel
a. Voorbereidende gedragingen
b. VB: mensen vliegen minder
3. Veranderingsdoelstelling → gedragsbepalers van subdoel
a. Gedragsdeterminanten die verander moeten worden
b. VB: wat bepaald dat mensen minder gaan vliegen?
Belangrijk: Parameters → voorwaarden die een interventiestrategie meer/minder
effectief maken.
→ 6 stappen van Intervention Mapping:
1. Behoeften Evaluatie → waar liggen de behoeftes? (overzicht van
programmadoelstellingen, probleem en oorzaken in kaart brengen,)
a. Probleem van ongezond eten onder jongeren
2. Veranderingsdoelstellingen Matrix → vertalen programmadoelstellingen naar
concrete prestatiedoelstellingen & veranderingsdoelstellingen (wie wat, waar en
wanneer moet veranderen?).
a. Meer fruit en groente eten (PD)
Veranderingsdoelstellingen moeten in matrix worden geplaatst:
Stel je voor: Je wilt dat jongeren meer fruit eten (prestatiedoelstelling). In je
behoefteanalyse heb je ontdekt dat een gebrek aan kennis over de
gezondheidsvoordelen van fruit en een negatieve attitude ten opzichte van de
smaak belangrijke belemmeringen zijn (gedragsdeterminanten).
In je matrix zou je dan voor de prestatiedoelstelling "jongeren eten meer fruit"
de volgende veranderingsdoelstellingen kunnen opnemen:
- Jongeren hebben kennis van de gezondheidsvoordelen van verschillende
soorten fruit.
- Jongeren hebben een positievere attitude ten opzichte van de smaak van fruit.
, Door dit in een matrix te zetten, zie je helder op welke knoppen je moet
drukken met je interventie (bijvoorbeeld door educatieve workshops te geven
en proeverijen te organiseren).
Determinanten (bv. Attitude, eigen effectiviteit, kennis, response
effectiviteit)
Prestatie- Attitudes Eigen Kennis
doelstelling effectiviteit/vaardigheden
Jongeren Jongeren Jongeren weten hoe ze fruit Jongeren hebben
eten meer hebben gemakkelijk kunnen kennis van de
fruit een klaarmaken of meenemen. gezondheidsvoordelen
positievere van het eten van fruit.
attitude
ten
opzichte
van de
smaak van
fruit
3. Theoretische methoden & Praktische Toepassingen → theorie vertalen naar
een praktische strategie.
a. Bruikbare & op theorie gebaseerde methoden die zich richten op de
relevante determinanten, vertaald in praktische strategieën.
b. Praktische strategie → specifieke techniek voor toepassing van de op
theorie gebaseerde methode.
Prestatiedoelstelling Veranderingsdoelstelling Theoretische methode
Jongeren eten meer fruit Jongeren hebben een Bv. Evaluatieve
positievere attitude ten conditionering
opzichte van de smaak van
fruit
Prestatiedoelstelling Veranderingsdoelstelling Praktische strategie
Jongeren eten meer fruit Jongeren hebben een Organiseren van
positievere attitude ten proeverijen op scholen
opzichte van de smaak van met verschillende soorten
fruit fruit, waarbij de nadruk ligt
op de lekkere smaken en
aantrekkelijke presentatie
// Samenwerken met
foodbloggers of
influencers die smakelijke
en aantrekkelijke recepten
met fruit delen op social
media.
,➔ Parameters: voorwaarden die een interventiestrategie meer/minder effectief
maken = er zijn voorwaarden waaronder een bepaald strategie effectief is.
a. Herkenbaarheid van de voorbeelden: Jongeren moeten de mensen in de
reclames en filmpjes begrijpen en leuk vinden. Als de voorbeelden niet bij hen
passen, werkt het minder goed.
b. Lekker fruit: Het fruit dat ze proeven of in de recepten zien, moet echt lekker
zijn en er goed uitzien. Anders gaan ze fruit niet positiever vinden.
c. Begrijpelijke info over gezondheid: De informatie over waarom fruit gezond
is, moet makkelijk te snappen en interessant zijn voor jongeren.
d. Normaal in de groep: Jongeren moeten zien dat andere jongeren ook fruit
eten en het normaal vinden.
4. Produceren van interventieprogramma → interventie ontwikkelen.
a. Je combineert de ideeën uit de vorige stap (stap 3). Je maakt of past
materialen aan, zoals posters of video's.
b. Je zorgt ervoor dat iedereen begrijpt hoe de campagne werkt. Het is ook
belangrijk om de materialen te testen voordat je de campagne echt start.
c. Kort gezegd: maak je campagne tastbaar en test of het werkt.
➔ We ontwikkelen of passen materialen aan die bij de campagne horen. Denk aan
aantrekkelijke fruitbakjes voor de proeverijen, visueel aantrekkelijke social media
posts en video's, duidelijke en korte instructiekaartjes voor het snijden van fruit,
en heldere infographics voor in de school.
5. Adoptie & Implementatie plan → adoptie = mensen zijn bereid om de
interventie te implementeren. Implementeren van een interventie is een
interventie op zich. (= hoe je de campagne daadwerkelijk in de praktijk brengt
en zorgt dat mensen eraan meedoen.)
➔ Het gaat erom dat de doelgroep (de jongeren) de campagne accepteert en er
actief aan deelneemt. Denk aan hoe je de fruitproeverijen organiseert op school,
hoe je de influencers hun social media posts laat plaatsen, en hoe je de
workshops plant. Kort gezegd: zorg ervoor dat de campagne daadwerkelijk van
start gaat en de jongeren bereikt en meedoen.
6. Evaluatieplan → je controleert of je campagne gewerkt heeft en je de beoogde
veranderingen hebt bereikt.
a. Effectevaluatie (werkt het?):
i. Veranderingsdoelstelling: Zijn de meningen en ideeën van
jongeren over fruit veranderd (positiever, normaler, voelen ze zich
handiger met fruit)?
, ii. Prestatiedoelstellingen: Hebben jongeren kleinere stappen gezet
(meer fruit gepakt, workshops gevolgd)?
iii. Programmadoelstellingen: Eten jongeren daadwerkelijk meer fruit
(met enquêtes, verkoopcijfers, observaties)?
b. Procesevaluatie (hoe ging het?):
i. Ervaringen: Wat vonden de jongeren en de helpers van de
campagne?
ii. Uitvoering: Is de campagne gegaan zoals gepland (proeverijen,
social media, workshops)?
Week 1: Introductie Media en Beinvloeding
→ Intervention mapping = een planning model (helpt met vinden van een oplossing
voor een probleem op systematische manier).
→ 3 typen doelen:
1. Programmadoelstelling → hoofddoel
a. Resultaat van de interventie
b. VB: Uitstootgedrag neemt af
2. Prestatiedoelstelling → subdoel
a. Voorbereidende gedragingen
b. VB: mensen vliegen minder
3. Veranderingsdoelstelling → gedragsbepalers van subdoel
a. Gedragsdeterminanten die verander moeten worden
b. VB: wat bepaald dat mensen minder gaan vliegen?
Belangrijk: Parameters → voorwaarden die een interventiestrategie meer/minder
effectief maken.
→ 6 stappen van Intervention Mapping:
1. Behoeften Evaluatie → waar liggen de behoeftes? (overzicht van
programmadoelstellingen, probleem en oorzaken in kaart brengen,)
a. Probleem van ongezond eten onder jongeren
2. Veranderingsdoelstellingen Matrix → vertalen programmadoelstellingen naar
concrete prestatiedoelstellingen & veranderingsdoelstellingen (wie wat, waar en
wanneer moet veranderen?).
a. Meer fruit en groente eten (PD)
Veranderingsdoelstellingen moeten in matrix worden geplaatst:
Stel je voor: Je wilt dat jongeren meer fruit eten (prestatiedoelstelling). In je
behoefteanalyse heb je ontdekt dat een gebrek aan kennis over de
gezondheidsvoordelen van fruit en een negatieve attitude ten opzichte van de
smaak belangrijke belemmeringen zijn (gedragsdeterminanten).
In je matrix zou je dan voor de prestatiedoelstelling "jongeren eten meer fruit"
de volgende veranderingsdoelstellingen kunnen opnemen:
- Jongeren hebben kennis van de gezondheidsvoordelen van verschillende
soorten fruit.
- Jongeren hebben een positievere attitude ten opzichte van de smaak van fruit.
, Door dit in een matrix te zetten, zie je helder op welke knoppen je moet
drukken met je interventie (bijvoorbeeld door educatieve workshops te geven
en proeverijen te organiseren).
Determinanten (bv. Attitude, eigen effectiviteit, kennis, response
effectiviteit)
Prestatie- Attitudes Eigen Kennis
doelstelling effectiviteit/vaardigheden
Jongeren Jongeren Jongeren weten hoe ze fruit Jongeren hebben
eten meer hebben gemakkelijk kunnen kennis van de
fruit een klaarmaken of meenemen. gezondheidsvoordelen
positievere van het eten van fruit.
attitude
ten
opzichte
van de
smaak van
fruit
3. Theoretische methoden & Praktische Toepassingen → theorie vertalen naar
een praktische strategie.
a. Bruikbare & op theorie gebaseerde methoden die zich richten op de
relevante determinanten, vertaald in praktische strategieën.
b. Praktische strategie → specifieke techniek voor toepassing van de op
theorie gebaseerde methode.
Prestatiedoelstelling Veranderingsdoelstelling Theoretische methode
Jongeren eten meer fruit Jongeren hebben een Bv. Evaluatieve
positievere attitude ten conditionering
opzichte van de smaak van
fruit
Prestatiedoelstelling Veranderingsdoelstelling Praktische strategie
Jongeren eten meer fruit Jongeren hebben een Organiseren van
positievere attitude ten proeverijen op scholen
opzichte van de smaak van met verschillende soorten
fruit fruit, waarbij de nadruk ligt
op de lekkere smaken en
aantrekkelijke presentatie
// Samenwerken met
foodbloggers of
influencers die smakelijke
en aantrekkelijke recepten
met fruit delen op social
media.
,➔ Parameters: voorwaarden die een interventiestrategie meer/minder effectief
maken = er zijn voorwaarden waaronder een bepaald strategie effectief is.
a. Herkenbaarheid van de voorbeelden: Jongeren moeten de mensen in de
reclames en filmpjes begrijpen en leuk vinden. Als de voorbeelden niet bij hen
passen, werkt het minder goed.
b. Lekker fruit: Het fruit dat ze proeven of in de recepten zien, moet echt lekker
zijn en er goed uitzien. Anders gaan ze fruit niet positiever vinden.
c. Begrijpelijke info over gezondheid: De informatie over waarom fruit gezond
is, moet makkelijk te snappen en interessant zijn voor jongeren.
d. Normaal in de groep: Jongeren moeten zien dat andere jongeren ook fruit
eten en het normaal vinden.
4. Produceren van interventieprogramma → interventie ontwikkelen.
a. Je combineert de ideeën uit de vorige stap (stap 3). Je maakt of past
materialen aan, zoals posters of video's.
b. Je zorgt ervoor dat iedereen begrijpt hoe de campagne werkt. Het is ook
belangrijk om de materialen te testen voordat je de campagne echt start.
c. Kort gezegd: maak je campagne tastbaar en test of het werkt.
➔ We ontwikkelen of passen materialen aan die bij de campagne horen. Denk aan
aantrekkelijke fruitbakjes voor de proeverijen, visueel aantrekkelijke social media
posts en video's, duidelijke en korte instructiekaartjes voor het snijden van fruit,
en heldere infographics voor in de school.
5. Adoptie & Implementatie plan → adoptie = mensen zijn bereid om de
interventie te implementeren. Implementeren van een interventie is een
interventie op zich. (= hoe je de campagne daadwerkelijk in de praktijk brengt
en zorgt dat mensen eraan meedoen.)
➔ Het gaat erom dat de doelgroep (de jongeren) de campagne accepteert en er
actief aan deelneemt. Denk aan hoe je de fruitproeverijen organiseert op school,
hoe je de influencers hun social media posts laat plaatsen, en hoe je de
workshops plant. Kort gezegd: zorg ervoor dat de campagne daadwerkelijk van
start gaat en de jongeren bereikt en meedoen.
6. Evaluatieplan → je controleert of je campagne gewerkt heeft en je de beoogde
veranderingen hebt bereikt.
a. Effectevaluatie (werkt het?):
i. Veranderingsdoelstelling: Zijn de meningen en ideeën van
jongeren over fruit veranderd (positiever, normaler, voelen ze zich
handiger met fruit)?
, ii. Prestatiedoelstellingen: Hebben jongeren kleinere stappen gezet
(meer fruit gepakt, workshops gevolgd)?
iii. Programmadoelstellingen: Eten jongeren daadwerkelijk meer fruit
(met enquêtes, verkoopcijfers, observaties)?
b. Procesevaluatie (hoe ging het?):
i. Ervaringen: Wat vonden de jongeren en de helpers van de
campagne?
ii. Uitvoering: Is de campagne gegaan zoals gepland (proeverijen,
social media, workshops)?