Hoofdstuk 1: Organisatie van facilitaire dienstverlening
Facilitaire Dienstverlening wordt ook wel Facility Management genoemd.
Facility Management: integraal manage en realiseren va de huisvesting, services
en middelen die moeten bijdragen aan een doltreffende verwezenlijking van de
doelen van een organisatie in een veranderende omgeving.
Taken van een facilitair leidinggevende:
Verricht facilitaire werkzaamheden
- Faciliteert bijeenkomsten
- Bevordert de veiligheid
- Onderhoud ruimten en apparatuur
Voert beheerstaken uit
- Voert contractbeheer uit
- Beheert financiën
- Stemt af met het management
Geeft leiding
- Stuurt medewerkers aan
- Plant en verdeelt de werkzaamheden
Facilitair bedrijf: een bedrijf dat facilitaire dienste verkoopt met daarbij een
winstoogmerk. Kan zowel specifiek als divers gericht zijn.
Uitbesteden: wanneer je als organisatie er voor kiest om bepaalde onderdelen uit
handen te geven, bijvoorbeeld wasgoed. De keuze om uit te besteden ligt bij de
directie of in de grotere organisaties bij de facilitair manager.
Organogram: schematisch overzicht van de organisatiestructuur.
Een organisatie die veel eigen beheer uitvoert, heeft een groter organogram
omdat er dan meer diensten binnen de organisatie zijn.
Welke factoren hebben nog meer invloed op de vorm van de facilitaire
organisatie?
- De grootte van het bedrijf
- De visie van het bedrijf
- De leidinggevende
- Het aantal diensten dat intern geleverd wordt
- De kosten
- De prioriteiten
Onder facilitaire dienstverlening valt gebouwbeheer, textielbeheer, logistieke
dienst, voedingsdienst en schoonmaakdienst.
Primair bedrijfsproces: het belangrijkste werk dat in een organisatie verzet
wordt, bijvoorbeeld zorg verlenen in een ziekenhuis.
,“Facilitaire dienst is een ondersteunende dienst die ingezet kan worden door
andere bedrijven. Het bedrijf zelf kan er zo voor zorgen dat eigen werknemers
eigen werkzaamheden goed kunnen voortzetten.”
“Facilitair bedrijf kan ingezet worden door een bedrijf voor specifieke diensten,
bijvoorbeeld een glazenwassersbedrijf of een schoonmaakbedrijf.”
Uitbesteden betekent dat er voor gekozen wordt om een extern bedrijf
bepaalde taken te laten uitvoeren. Het voordeel van uitbesteden is dat het
primaire bedrijfsproces in zicht blijft. Het nadeel van uitbesteden is dat je
afhankelijk bent van leveranciers en dat er kans is op het lekken van
vertrouwelijke informatie.
Profit is een organisatie met een winstdoel, bijvoorbeeld hotels en restaurants.
Non profit is een organisatie zonder winstdoel, bijvoorbeeld scholen.
Semi profit is een organisatie met en zonder winstdoel, bijvoorbeeld
ziekenhuizen. Het ziekenhuis heeft zelf geen winstdoel maar het restaurantje in
een ziekenhuis, gerund door facilitair bedrijf, wel.
Er zijn drie kerntaken die een facilitair manager heeft
1. Uitvoeren van beheerstaken
2. Faciliteren van werkzaamheden
3. Leidinggeven aan werknemers
Overige taken van een facilitair manager
1. Het onderhouden van een gebouw
2. Het onderhouden van contact met leveranciers
3. Het voeren van functie-, slechtnieuws-, en sollicitatiegesprekken
Missie is waar een bedrijf voor staat, dit veranderd eigenlijk niet.
Visie is waar een bedrijf voor gaat, dit is vaak op lange termijn en kan
veranderen.
Strategie is hoe een bedrijf iets aanpakt, vaak speelt de pdca-cyclus hier een rol
in.
Hiërarchische niveaus binnen een organisatie
Strategisch niveau: hier wordt vaak missie, visie en doelen opgesteld. Een
facilitair manager of directeur bevindt zich in dit niveau.
Tactisch niveau: hier worden de doelen omgezet in acties. Een facilitair
teamleider bevindt zich in dit niveau
Operationeel niveau: hier wordt er dagelijks gewerkt aan de acties om de
doelen te behalen. Een facilitair medewerker bevindt zich in dit niveau.
Taken op strategisch niveau: beslissingen nemen over visie, missie, strategie en
doelen
Taken op tactisch niveau: beleid vanuit strategisch niveau wordt vertaald naar de
te ondernemen acties
Taken op operationeel niveau: alle taken worden uitgevoerd.
De PDCA-cyclus
, Dit is een cyclus die een organisatie helpt doelen te ontwikkelen en er aan te
werken. Binnen deze cyclus heb je het plannen, doen, checken en actie
ondernemen.
De kwaliteitszorg binnen een organisatie wordt gecheckt aan de hand van een
pdca-cyclus.
Kostenberekening
Het break even point heeft een belangrijk doel binnen de kostenberekening, het
laat zien wanneer de kosten worden gedekt door de verkoop. Het wordt berekend
aan de hand van variabele kosten.
Wetgevingen waar een facilitair manager mee te maken heeft
- General food law
- Arbowet
- Aanbestedingswet
- Arbeidstijenwet
- Horeca- en dranken wet
- AVG
Normen
De diensten en producten dienen te voldoen aan de NEN-normen.
Een belangrijke NEN-norm in de facilitaire dienst is de NEN-2748 (een
Nederlandse norm om de kosten te controleren binnen een facilitair bedrijf die
betrekking hebben op facilitaire voorzieningen). De norm zorgt er voor dat de
kosten eenduidig onder te verdelen en te registreren, er kostenbeheersing kan
plaatsvinden.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Richt zich op de mens (maatschappij), middelen en het milieu.
Het inrichten van een lokaal
1. Het opstellen van eisen: dit staat voor wat noodzakelijk is
2. Vlekkenplan opstellen: dit is vaak minder gedetailleerd
3. Wandenplan opstellen: dit is vaak meer gedetailleerd
4. Inrichtingsplan: de inrichting van meubels, vloer, wanden, plafond etc.
Binnen de facilitaire sector heb je de FMIS. Dit staat voor Facilitair Management
Informatie Systeem. Dit systeem richt zich op benchmarking, verslaglegging en
kostenberekening. Daarnaast richt het zich op het dagelijkse management binnen
facilitaire processen.
Overige begrippen:
- Budget: een overeenkomst tussen budgethouder en budgetgever
- Begroting: een schatting van de kosten bij een bepaald plan
- Vaste kosten: afschriften die maandelijks of periodiek zijn, bijvoorbeeld
de huur
- Variabele kosten: afschriften die variabel of eenmalig zijn, bijvoorbeeld
boodschappen
- Directe kosten: kosten die rechtstreeks komen van producten