100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Pathologie neuro/interne

Beoordeling
4,7
(3)
Verkocht
19
Pagina's
106
Geüpload op
06-07-2020
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting voor de toets pathologie neuro/interne kwartiel 2 of 4. Allen verplichte literatuur samengevat met leerdoelen erbij. Niet alle leerdoelen zijn specifiek beantwoord, aangezien er per onderdeel wel subonderwerpen zijn. Gebruikte literatuur: Gould's Pathophysiology for the Health Professions, klinische Neurologie en Neurorevalidatie. Zie de tags voor de onderwerpen.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Leervragen pathologie CNA/ interne

Inhoudsopgave


Coronaire Hartziekten en Ritmestoornissen ........................................................................................................................................................................................ 4

De epidemiologische gegevens herkennen. .................................................................................................................................................................................15

De risicofactoren beschrijven en etiologie uitleggen en beide relateren aan de behandelingen. ......................................................................................................15

De overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende coronaire hartziekten en ritmestoornissen beschrijven. De pathofysiologie en het beloop beschrijven. De
symptomen verklaren aan de hand van de pathofysiologie. ..........................................................................................................................................................15

De complicaties beschrijven en de consequenties van deze complicaties voor zijn handelen benoemen. ........................................................................................15

De prognostische factoren en factoren die invloed hebben op het beloop van de ziekte benoemen................................................................................................15

De indicaties van de medische onderzoeken benoemen van de medisch specialistische behandelingen in grote lijnen beschrijven, de behandeldoelen en de
implicaties voor het handelen van de fysiotherapeut benoemen. Aan de hand van de relevantie classificatiesystemen de ernst van de aandoening herkennen en kan
hieraan zijn behandeling koppelen. (Interpreteren) ......................................................................................................................................................................15


Hartfalen..........................................................................................................................................................................................................................................16

De epidemiologische gegevens herkennen. .................................................................................................................................................................................20

De risicofactoren beschrijven en etiologie uitleggen en beide relateren aan de behandelingen. ......................................................................................................21

De overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende vormen van hartfalen beschrijven. .......................................................................................................21

De pathofysiologie en het beloop beschrijven..............................................................................................................................................................................21

De symptomen verklaren aan de hand van de pathofysiologie. .....................................................................................................................................................22

De complicaties beschrijven en de consequenties van deze complicaties voor zijn handelen benoemen. ........................................................................................23

De prognostische factoren en factoren die invloed hebben op het beloop van de ziekte benoemen................................................................................................23

De indicaties van de medische onderzoeken benoemen. Van de medisch specialistische behandelingen in grote lijnen beschrijven, de behandeldoelen en de
implicaties voor het handelen van de fysiotherapeut benoemen. Aan de hand van de relevantie classificatiesystemen de ernst van de aandoening herkennen en kan
hieraan zijn behandeling koppelen. (Interpreteren) ......................................................................................................................................................................23


Vaatziekten ......................................................................................................................................................................................................................................24

De epidemiologische gegevens herkennen. .................................................................................................................................................................................28

De risicofactoren beschrijven en etiologie uitleggen en beide relateren aan de behandelingen. ......................................................................................................28

De overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende vaatziekten. .......................................................................................................................................28

De pathofysiologie en het beloop beschrijven..............................................................................................................................................................................29

De symptomen verklaren aan de hand van de pathofysiologie. .....................................................................................................................................................29

De complicaties beschrijven en de consequenties van deze complicaties voor zijn handelen benoemen. ........................................................................................29

De prognostische factoren en factoren die invloed hebben op het beloop van de vaatziekten benoemen........................................................................................29

De indicaties van de medische onderzoeken benoemen. Van de medisch specialistische behandelingen in grote lijnen beschrijven, de behandeldoelen en de
implicaties voor het handelen van de fysiotherapeut benoemen. Aan de hand van de relevantie classificatiesystemen de ernst van de aandoening herkennen en kan
hieraan zijn behandeling koppelen. (Interpreteren) ......................................................................................................................................................................29


COPD en astma ................................................................................................................................................................................................................................30

De epidemiologische gegevens herkennen. .................................................................................................................................................................................36

De risicofactoren beschrijven, etiologie uitleggen en beide relateren aan de behandelingen. .........................................................................................................36

De overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende vormen van Astma en COPD beschrijven. .............................................................................................36

De pathofysiologie en het beloop beschrijven..............................................................................................................................................................................36

De symptomen verklaren aan de hand van de pathofysiologie. .....................................................................................................................................................36

De complicaties beschrijven en de consequenties van deze complicaties voor zijn handelen benoemen. ........................................................................................37

De prognostische factoren en factoren die invloed hebben op het beloop van de ziekte benoemen................................................................................................37

De indicaties van de medische onderzoeken benoemen. Aan de hand van de relevantie classificatiesystemen de ernst van de aandoening herkennen en kan hieraan
zijn behandeling koppelen. ........................................................................................................................................................................................................37

Van de medisch specialistische behandelingen in grote lijnen beschrijven, de behandeldoelen en de implicaties voor het handelen van de fysiotherapeut benoemen.
.................................................................................................................................................................................................................................................37


Longziekten .....................................................................................................................................................................................................................................38

De epidemiologische gegevens herkennen. .................................................................................................................................................................................44

, De risicofactoren beschrijven, etiologie uitleggen en beide relateren aan de behandelingen. .........................................................................................................44

De overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende vormen van de opgegeven longaandoeningen beschrijven. ...................................................................44

De pathofysiologie en het beloop beschrijven..............................................................................................................................................................................44

De symptomen verklaren aan de hand van de pathofysiologie. .....................................................................................................................................................44

De complicaties beschrijven en de consequenties van deze complicaties voor zijn handelen benoemen. ........................................................................................44

De prognostische factoren en factoren die invloed hebben op het beloop van de ziekte benoemen................................................................................................44

De indicaties van de medische onderzoeken benoemen. Van de medisch specialistische behandelingen in grote lijnen beschrijven, de behandeldoelen en de
implicaties voor het handelen van de fysiotherapeut benoemen. Aan de hand van de relevantie classificatiesystemen de ernst van de aandoening herkennen en kan
hieraan zijn behandeling koppelen. ............................................................................................................................................................................................44


Diabetes mellitus..............................................................................................................................................................................................................................45

De epidemiologische gegevens herkennen. .................................................................................................................................................................................49

De risicofactoren beschrijven, etiologie uitleggen en beide relateren aan de behandelingen. .........................................................................................................49

De overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende vormen van Diabetes Mellitus beschrijven. ..........................................................................................49

De symptomen verklaren aan de hand van de pathofysiologie. .....................................................................................................................................................49

De pathofysiologie en het beloop beschrijven..............................................................................................................................................................................49

De prognostische factoren en factoren die invloed hebben op het beloop van de ziekte benoemen................................................................................................49

De indicaties van de medische onderzoeken benoemen. Van de medisch specialistische behandelingen in grote lijnen beschrijven, de behandeldoelen en de
implicaties voor het handelen van de fysiotherapeut benoemen. Aan de hand van de relevantie classificatiesystemen de ernst van de aandoening herkennen en kan
hieraan zijn behandeling koppelen. ............................................................................................................................................................................................49


Complicaties bij diabetes mellitus .....................................................................................................................................................................................................50

De acute en chronische complicaties van Diabetes Mellitus en het onderliggende pathofysiologisch proces te beschrijven. .............................................................50


Lifestyle en pathofysiologie ...............................................................................................................................................................................................................53


Endocrinologie .................................................................................................................................................................................................................................56

De etiologie, pathofysiologie en symptomen van diverse endocriene aandoeningen beschrijven. ...................................................................................................60

De stress response beschrijven en relateren aan het ontstaan van aandoeningen. .........................................................................................................................60


CVA (infarcten + bloedingen) ............................................................................................................................................................................................................61

De epidemiologische gegevens herkennen. .................................................................................................................................................................................61

De risicofactoren beschrijven en etiologie uitleggen en beide relateren aan de behandelingen. ......................................................................................................62

De overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende vormen van een CVA beschrijven. .......................................................................................................63

Van de medisch specialistische behandelingen in grote lijnen beschrijven, de behandeldoelen en de implicaties voor het handelen van de fysiotherapeut benoemen.
.................................................................................................................................................................................................................................................68

Aan de hand van de relevantie classificatiesystemen de ernst van de aandoening herkennen en kan hieraan zijn behandeling koppelen. (Interpreteren) ..................69

De pathofysiologie en het beloop beschrijven..............................................................................................................................................................................73

De symptomen verklaren aan de hand van de pathofysiologie. .....................................................................................................................................................73

De complicaties beschrijven en de consequenties van deze complicaties voor zijn handelen benoemen. ........................................................................................73

De prognostische factoren en factoren die invloed hebben op het beloop van de ziekte benoemen................................................................................................73

De indicaties van de medische onderzoeken benoemen. ..............................................................................................................................................................73


Abnormale vormen van tonus ...........................................................................................................................................................................................................74

De student is in staat om de klinische verschijnselen van tonusverschillen tussen aandoeningen van het centraal- en perifere motorisch neuron te onderscheiden en
met elkaar te vergelijken ............................................................................................................................................................................................................77

De student kan de vijf essentiële bewegingsstoornissen benoemen en rubriceren .........................................................................................................................77

De student is in staat om de diverse dyskinesiën te rubriceren en toe te lichten ............................................................................................................................77

Behandeling & prognose: De student is in staat om actuele behandelingen te omschrijven en een uitspraak te doen over de prognose van elke CVA-aandoening ....77

De student is in staat om op centraal, perifeer en myogeen niveau enkele oorzaken te benoemen van tonuspathologie. .................................................................77

De student het verschil weet aan te geven tussen spasticiteit en rigiditeit en weet aan de hand van de ernst van de spasticiteit een indeling te maken van de meest
actuele therapie. ........................................................................................................................................................................................................................77


Parkinson .........................................................................................................................................................................................................................................78

De etiologie, pathofysiologie en symptomen van Ziekten van de basale kernen beschrijven. ..........................................................................................................78




2

, De student kan uitleg geven over de medicinale behandelingsmogelijkheden en de betekenis beschrijven van het zogenaamde ”on-off” fenomeen en het “wearing-
off “principe. .............................................................................................................................................................................................................................81


Dwarslaesie ......................................................................................................................................................................................................................................83

De student is in staat de ASIA-scale toe te lichten. (American Spinal Injury Association) ................................................................................................................83

De student kan het verschil tussen een complete- en incomplete dwarslaesie benoemen. .............................................................................................................84

De student weet diverse onderliggende pathologie te benoemen die tot een dwarslaesie kunnen leiden ........................................................................................87

De student is in staat te beschrijven welke somatische- en autonome verschijnselen en reflexactiviteiten zich voordoen bij laesies op diverse niveaus en de
specifieke syndromen beschrijven. .............................................................................................................................................................................................88

Voorkomende klachten bij de nazorg van patiënten met een dwarslaesie kunnen reproduceren.....................................................................................................89


Neurale plasticiteit hersteltheorieën ..................................................................................................................................................................................................90

De student kan de begrippen neuroplasticiteit, equipotentionaliteit met de daaraan gekoppelde begrippen substitutie en redundantie verklaren. ...........................90

De student weet de begrippen diaschisis, Cross modale activiteit zowel als spiegeltherapie uit te leggen. ......................................................................................92

De student dan de begrippen reorganisatie, reactivatie en compensatie als herstelmechanismen verklaren. ...................................................................................93


Multiple sclerose (MS) .......................................................................................................................................................................................................................98

De student kan het pathofysiologisch proces en de klinische verschijnselen van Multiple sclerose beschrijven ...............................................................................98

De student weet de verschillende verloopvormen en het onderzoek en de behandeling van multiple sclerose te beschrijven ......................................................... 100

De student kan de epidemiologie, risicofactoren en etiologie van Multiple sclerose beschrijven. .................................................................................................. 101


DCD in de fysiotherapeutische praktijk ............................................................................................................................................................................................ 102

De student is in staat te beschrijven welke psychosociale en sensomotorische problemen zich kunnen voordoen bij Developmental Co-ordination Disorder (DCD),
kent de achtergronden daarvan en snapt hoe een afwijkende ontwikkeling van het kind bij DCD kan verlopen. ............................................................................ 102

De student kan in grote lijnen uitleggen hoe de diagnostiek bij DCD verloopt en welke visies ten grondslag liggen aan de verschillende multidisciplinaire en
fysiotherapeutische behandelwijzen. ........................................................................................................................................................................................ 103

De student kan een basale uitleg geven van de movementABC, de NTT-methode en de COOP-methode en de betekenis ervan bij onderzoek en interventie van het
kind met DCD. ......................................................................................................................................................................................................................... 104


CP pathologie, beeldvorming en rol fysiotherapie ............................................................................................................................................................................. 104

De student kan na afloop de verschillende motorische verschijningsvormen herkennen en benoemen. ........................................................................................ 105

Daarnaast is de student bekend met de etiologie, fysiologie, symptomatologie, beloop en classificatie van CP ............................................................................. 105

De student kent de Gros Motor Function Classification System (GMFCS)...................................................................................................................................... 106




3

, Coronaire Hartziekten en Ritmestoornissen
Anatomie
Het hart fungeert als pomp voor het circulerende bloed in zowel de long- als de systemische circulatie.
Het buitenste vezelachtige pericardium verankert het hart aan het middenrif. Het viscerale pericardium,
ook wel epicardium genoemd, bestaat uit een sereus membraan dat een kleine hoeveelheid
smeervloeistof in de pericardiale holte tussen de twee pericardiale membranen levert om
hartbewegingen te vergemakkelijken. De middelste laag van het hart is het myocardium, samengesteld
uit gespecialiseerde hartspiercellen die ritmisch en krachtig contact maken om bloed door de organen
te pompen. De linkerventrikelwand is dikker omdat deze bloed moet uitstoten in de uitgebreide
systemische circulatie. De binnenste laag van het hart is het endocardium, dat ook de vier hartkleppen
vormt die de kamers van het hart scheiden en zorgen voor bloedstroom. De atrioventriculaire (AV)
kleppen scheiden de atria van de ventrikels; ze omvatten, aan de rechterkant, de tricuspidalisklep met
drie blaadjes of knobbels, en aan de linkerkant de mitralisklep of bicuspidalisklep met twee blaadjes.
De semilunaire kleppen, elk met drie knobbels, omvatten de aorta- en longkleppen aan de uitgangen
naar de grote slagaders van de kamers. Het septum verdeeld de linker- en rechterkant van het hart.


Geleidingssysteem
Impulsen om hartcontracties te initiëren gaan langs gespecialiseerd myocardiaal (hartspier) vezels. Er
zijn geen zenuwen aanwezig in de hartspier. De gecoördineerde inspanning resulteert in een ritmische
en efficiënte vulling en lediging van de boezems en ventrikels die voldoende kracht heeft om de
bloedstroom door het lichaam te ondersteunen. De route voor impulsen in het hartgeleidingssysteem
is als volgt:
• Alle hartspiercellen kunnen impulsen initiëren, maar normaal ontstaat het geleidingspad bij de
SA-knoop, gelegen in de wand van het rechter atrium.
• De SA-knoop genereert automatisch impulsen bij de basissnelheid, het sinusritme (ongeveer
70 slagen per minuut), maar dit kan worden gewijzigd door vezels van het autonome
zenuwstelsel die de SA-knoop innerveren en door circulerende hormonen zoals epinefrine.
• Vanuit de SA-knoop verspreiden de impulsen zich vervolgens door de atriale geleidingsroutes,
resulterend in samentrekking van beide atria.
• De impuls komt dan aan in de AV-knoop, die gelokaliseerd is in de bodem van de rechter
arterie vlakbij het septum. Dit is de enige anatomische connectie tussen de arteriële en
ventriculaire delen van het geleidingssysteem.
• Er is een lichte vertraging in de geleiding bij de AV-knoop om een volledige ventriculaire
vulling mogelijk te maken; dan gaat de impuls door in het ventrikel door de AV-bundel
(bundel van His) de rechter en linker bundeltakken en de terminal Purkinje netwerk van vezels,
het stimuleren van de gelijktijdige samentrekking van de twee ventrikels.


De cardiale cyclus verwijst naar de afwisselende volgorde van diastole, de relaxatiefase van cardiale
activiteit, en systole of cardiale contractie, die wordt gecoördineerd door het geleidingssysteem voor
maximale efficiëntie.
1. De cyclus begint met het ontspannen en vullen van de twee boezems met bloed (de inferieure
en superieure de venae cavae in het rechter atrium, en longaders in het linker atrium).
2. De AV-kleppen openen als de druk van het bloed in de atria toe neemt en de ventrikels zijn
ontspannen.
3. Bloed stroomt in de ventrikels.
4. Het geleidingssysteem stimuleert de atriale spier om samen te trekken, dwingen het
resterende bloed in de ventrikels.
5. De boezems ontspannen
6. De twee ventrikels beginnen samen te trekken en druk neemt toe in de ventrikels.



4

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
6 juli 2020
Aantal pagina's
106
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Onderwerpen

€9,49
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 19 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 3 reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

4 jaar geleden

4 jaar geleden

4,7

3 beoordelingen

5
2
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lottekruithof Saxion Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
24
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
22
Documenten
2
Laatst verkocht
1 jaar geleden

4,8

4 beoordelingen

5
3
4
1
3
0
2
0
1
0

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen