Myologie= oranje stickers
Inleiding tot de myologie
Myologie = studie van de skeletspieren
Spierstelsel
- Brengt beweging
- Houding tijdens rusttoestand
- Spiertonus = bepaalde contractie bij spieren in rust
Microscopische bouw spierweefsel
3 soorten spierweefsel
- Dwarsgestreepte spieren
o willekeurige spieren : contractie onderworpen aan onze wil
o Brede banden met veel bandstreepjes
▪ Geordende rangschikking in sarcomeren van
o Actine
o Myosine
o Kenmerken
▪ Snel en krachtig samentrekken , snel uitgeput
▪ Tijd nodig om op kracht te komen
o Besturen spiercontractie
▪ Info die we krijgen over houdign van ons lichaam en verandering ervan =
proprioceptie
▪ Via huid receptoren in huid, gewrichtkapsels, spieren en pezen naar
centraal zenuwstelsel → zo wij bewust van onze beweging
o Andere dwarsgestreepte spieren
▪ Die we niet bewust samentrekken bv in het middenoor spieren
▪ Thuishoren bij andere stelsel
• Tongspier
• Willekeurige spieren van uitwendig geslachtsorgaan
• Willekeurige spieren aars enz
- Gladde spiercellen
o Onwillekeurige spieren
o Worden geïnnerveerd door
▪ Autonoom, sympatisch vegetatieve zenuwstelsel
o Onafhankelijk van onze wil
o Kenmerken
▪ Traag samentrekken
▪ Langdurige werking
o Zorgen voor
▪ Automatische handelingen
, - Hartspier
o Onafhankelijk van onze wil
o Onwillekeurige spier
o Structuur = dwarsgestreepte spieren
o Contractie → niet afh van autonoom zenuwstelsel maar van eigenschap
hartspiercellen → automatisme in hart zelf
Macroscopische bouw spierweefsel
- Spier uit
o Spierbuik en pezen
- Spierbuik uit
o Spiervezels / spiercellen
o Deze omgeven door het endomysium
- Spiercel → spiervezel → fasiculus
o Fasiculus door perimysium omgeven
o Alle fasiculi samen door epimysium omgeven
- Alle vliezen komen uiteindelijk samen in pees
Meeste spieren aan skelet vast → uitzonderingen
- Aan diepe zijde huid
o Bij contractie → huid verplaatst
o Mimische spieren
o M. palmaris brevis (in handpalm)
- Aanhechting op andere pezen
o Ondersteuning en optimalisatie van de werking van andere spieren en
ligamenten
o M. Tensor fascia Lata
- Aanhechting op vliezen / fascia
o Ondersteuning en optimalisatie van de werking van andere spieren en
ligamenten
o Mm lumbricalis
- Aanhechting op gewrichtskapsel
o Ondersteuning en optimalisatie van de werking van andere spieren en
ligamenten
o M. quadratus plantae
Spier omgeven door dun glad bindweefselvliesje
= fascia
- functie
o Spier zo verschuifbaar tov andere spieren
o Verhinderd te sterke vormveranderingen
- 3 soorten fascia
o Fascia propria: omgeeft 1 spier
o Fascia communis: omgeeft groepje spieren
o Fascia generalis: omgeeft volledig onderdeel lichaam bv het bovenbeen = fascia
lata
, - Spieren soms aan fascia hechten
Naast fascia nog andere die helpen bij werking spieren
- Waar pezen langs skeletdelen lopen , wrijvingskracht ervaren
o Op die plaatsen vagina synovialis/ peesschede
o Buizen gevuld met synovis/ smeer
o Vergemakkelijken glijden van de pezen
- Bursa synovialis= slijmbeurs
o Zak met visceuze vloeistof
o Regios waar veel wrijving is
o Vergemakklijken het glijden van spierpesen
o Voorbeelden
▪ Bursa olecrani = bij elleboog
▪ Bursa prepatellaris = bij knie
- Retinaculum
o Verdikt deel van fascia ter hoogte van
▪ Pols
▪ enkel
o Vasthechten op botuitsteeksels
o Pezen van spieren op plaats houden
Beschrijving en soorten spieren
Oorsprong en insertie
- Aanhechtingsplaatsen van spieren aan botstukken
o Oorsprong = aanhechting aan proximaal botstuk= dichter bij midden lichaam =
onbeweegelijk
o Insertie = aanhechting met distaal botstuk= verder bij midden lichaam =
verplaatst zich
- Beweging spier
o Door verkorting spiervezel
o Richting en zin deze beweging afgeleid uit kennis van aanhechtingspunten
- Oorsprong spieren
o Op bot
o Septum intermusculare= bindweefsel tussenschot tussen spiergroepen
▪ Voorbeeld: flexoren en extensoren van onderarm en onderbeen
- Spiervezels soms oorsprong of insertie op fascia
o Voorbeeld
▪ M. tensor fascia lata → insertie op fascia lata
, ▪ M. plamaris longus → insertie op aponeurosis
palmaris
Verloop
- Ligging van spier tussen oorsprong en insertie
Werking of functie
- Gevolg van de samentrekking van de spier
- Beweging die plaatsvind tgv de contractie
Innervatie of bezenuwing
- Elke spier door zenuw beinnerveerd
- Belangrijk naar pathologie toe
Soorten spieren
- Aantal oorsrpongskoppen bepaald of spier
o Eenkoppig is
o Meerkoppig is
▪ Meer dan 1 spierbuik heeft een zelfstandige oorsrpong
▪ Deze oorsprongen dan op verschillende botstukken meestal
▪ Zie je aan benaming bv
• M. biceps brachii
• M. triceps brachii
• M. quadriceps femoris
Variaties
- Spier soms
o Extra spierbuik
o Extra spierkop
- Sommige mense → supplementaire spier
o Variaties
▪ Frequent
▪ Minder frequent
o Voorbeelden van spieren die vaak ontbreken
▪ M. palmaris longus
▪ M. peroneus tertius
▪ M. psoas minor
Spierlengte en relatie met kracht
- Zie boek p 47
- Spieren hebben optimale lengte waarin maximale kracht bij
contractie is
- Krachtproductie neemt af bij korter of langer worden dan optimale lengte
Vuistregel