Actuele zorgthema’s
Deel 1 – Pijn
Farmacologische fasen geneesmiddelen
Geneesmiddelen bestemd voor systematisch gebruik traject in 3 stadia
Fase 1: farmaceutische fase
= fase waarbij na toediening de toedieningsvorm van geneesmiddelen
uiteenvalt in actieve stof en hulpstoffen waarna actieve stof oplost.
Uiteenvallen afhankelijk van toedieningswijze:
PO GI-stelsel meeste opname dunne darm
SC/IM extracellulair vocht
IV systeemcirculatie
Farmaceutische beschikbaarheid = hoeveelheid werkzame stof die voor
absorptie beschikbaar komt bepaald door: desintegratie- en
oplossingsgraad:
IV 100%
IM bijna 100%
PO minder dan 100% door snelle darmtransit, deel opgeloste deel
bindt aan voedingsvezels of neerslaat met kalkzouten
Bijzondere PO:
Controlled release / retardtabletten komt met trage en constante
snelheid vrij; vnml chronische aandoeningen
o Nooit pletten!
o Verhoogde pH maag versnelde vrijzetting (= dose dumping)
Enteric coated / darmonthulde tabletten:
o Maagzuurbestendige laag oiv darmsappen afgebroken
o Trager geabsorbeerd
o Toegepast medicatie etsend maagslijmvlies
,Depotpreparaten = preparaten die hun actief bestandsdeel traag en
gelijkmatig vrijstellen over periode van 24u tot maanden:
TTS transdermaal
IM/SC veresterd (gekoppeld aan vetzuur) of neergeslagen met zink
tot kristallen wateroplosbaarheid verlaagt
Fase 2: farmacokinetische fase
= nadat geneesmiddel uiteengevallen is geheel van resorptie,
metabolisatie, distributie en eliminatie.
Absorptie
= transport actief geneesmiddel van geneesmiddel naar de bloedbaan
doorheen epithelen/membranen.
Absorptie hydrofiele geneesmiddelen:
Wateroplosbaar
Kunnen niet vlot diffunderen door lipidenlaag membranen
Paracellulair transport zeer kleine hydrofiele moleculen kunnen
migreren langs poriën tussen cellen
Transcellulair transport mogelijk door tussenkomst geschikte
carriers (belangrijke rol bij absorptie doorheen darmepitheel,
niertubili, continue capillairen)
Absorptie lipofiele geneesmiddelen:
Diffunderen vlot doorheen biologische membranen per os vlot
Geschikt voor topisch gebruik
FPE
= FIRST PASS EFFECT = fractie geneesmiddel dat bij eerste passage
door lever wordt vernietigd (verlies van werkzaamheid)
niet hele dosis dat geresorbeerd wordt komt beschikbaar in bloedbaan
voor targetweefsels
Medicijnen onderhevig aan groot FPE omzeilen door: sublinguaal, IM,
IV, SC, rectaal
Biologische beschikbaarheid = dosis gm die onveranderd de
systeemcirculatie bereikt
PO minder dan 100% afhankelijk van
o Farmaceutische beschikbaarheid
o Mate absorptie darmwand
o First pass effect
SC/IM ongeveer 100%
IV 100%
,Distributie
= verdeling farmacon over gehele lichaam vanuit plasma tot enenwicht
plasma en weefsels
Hoe sterker binding aan plasma-eiwitten, hoe trager verloop distributie
Eens medicijn in circulatie terecht komt, bindt deels aan plasma-eiwitten
bv albumine binding reversibel = hoeveelheid gebonden medicijn
steeds in evenwicht staat met de hoeveelheid niet-gebonden vrij medicijn
Uitreden medicatie uit circulatie naar weefsel gaat netto door tot er
dynamisch eveniwcht is bereikt in plasma en weefsels.
weefsels opgedeeld in:
Centrale compartiment = sterk doorbloede organen (lever, nieren, hart
en hersenen) snel in evenwicht met plasma en piekt snel
Perifere compartiment = weinig doorbloede organen (vet, botten,
prostaat, huid en spieren in rust traag in evenwicht met plasma en
piekt traag
Sterk lipofiele medicijnen neiging om vanuit bloed en ECV verder door
trekken naar vetacuovelen van vetcellen om daar opgeslagen te worden.
verliezen mogelijkheid om op cellen in te werken gevaar op
accumulatie in vetweefsel grote reserve tijdens vasten en
vetverbranding vrijkomen cave intoxicatie.
Metabolisme
Biotransformatie chemische omzetting van farmaca en toxinen door
tussenkomst enzymen.
in de lever (ook darmen, longen en nieren)
resulteert in toename wateroplosbaarheid en verlies werking
Nut biotransformatie:
Rol bij detoxificatie
Omzetten lipofiele gm en toxinen in wateroplosbare metabolieten om
ze te kunnen uitscheiden met urine of gal
Fasen:
1) Dmv enzymen reactieve polaire groep aan molecule gekoppeld
2) Reactieve groep 1 aangewend om aan molecule een groot
lichaamseigen wateroplosbaar molecule te koppelen om
uitgescheiden te worden (koppeling = conjugatie bio-inactivatie
medicijn/toxine)
Ongewenste gevolgen: vergiftigingsverschijnselen thv lever, nieren, huid,
beenmerg niet-allergische overgevoeligheidsreactie (=
ideosyncratische reactie)
Beïnvloedende factoren:
, Leverwerking
Genetische verschillen
Geslachtsverschillen
Gelijktijdig innemen verschillende gm
Uitscheiding
= verwijdering gm uit lichaam, meestal volgens eerste orde kinetiek
Wijze:
Via lever in gal via stg
Via nieren in gal via stg
Minder: longen, zweet, speeksel, moedermelk
Snelheid waarmee medicijn geëlimeneerd wordt = evenreding met
concentratie vrij gm in plasme (eerste orde kinetiek hoe hoger
concentratie, hoe sneller medicijn verwijderd wordt)
Plasmahalfwaarde tijd (T½)/plasmahalveringstijd = tijd die lever en
nieren nodig hebben om helft aanwezige gm uit lichaam te klaren, de gm-
concentratie te doen halveren.
afhankelijk van: leeftijds, geslachts, nier- en leverfunctie, gelijktijdige
inname andere gm, voedingsmiddelen, …
Evolutie bloedspiegel gm
Bloedspiegel gm afhankelijk van:
Mate en snelheid absorptie afhankelijk van toedieningsvorm en -weg
Mate en snelheid distributie
Eliminatiesnelheid
Lichaamsgewicht
Dosis
Herhalingsnelheid van dosis (bij meerdere toedieningen)
IV infusiesnelheid
Tijdsbeloop bloedspiegel gm éénmalige inname PO 5 fasen:
1) Latentiefasie gm moet nog uiteen vallen in maag-darm-tractus
2) Absorptiefasie stijgend deel biologisch beschikbare fractie gm
verschijnt in bloed
3) Tmax “top/piek”
4) Distributiefase steil dalend plasmaconcentratie valt snel terug
door uittreden gm
5) Eliminatiefase traag dalend plasmaconcentratie neemt verder
langzaam af tgv elimnatie
Deel 1 – Pijn
Farmacologische fasen geneesmiddelen
Geneesmiddelen bestemd voor systematisch gebruik traject in 3 stadia
Fase 1: farmaceutische fase
= fase waarbij na toediening de toedieningsvorm van geneesmiddelen
uiteenvalt in actieve stof en hulpstoffen waarna actieve stof oplost.
Uiteenvallen afhankelijk van toedieningswijze:
PO GI-stelsel meeste opname dunne darm
SC/IM extracellulair vocht
IV systeemcirculatie
Farmaceutische beschikbaarheid = hoeveelheid werkzame stof die voor
absorptie beschikbaar komt bepaald door: desintegratie- en
oplossingsgraad:
IV 100%
IM bijna 100%
PO minder dan 100% door snelle darmtransit, deel opgeloste deel
bindt aan voedingsvezels of neerslaat met kalkzouten
Bijzondere PO:
Controlled release / retardtabletten komt met trage en constante
snelheid vrij; vnml chronische aandoeningen
o Nooit pletten!
o Verhoogde pH maag versnelde vrijzetting (= dose dumping)
Enteric coated / darmonthulde tabletten:
o Maagzuurbestendige laag oiv darmsappen afgebroken
o Trager geabsorbeerd
o Toegepast medicatie etsend maagslijmvlies
,Depotpreparaten = preparaten die hun actief bestandsdeel traag en
gelijkmatig vrijstellen over periode van 24u tot maanden:
TTS transdermaal
IM/SC veresterd (gekoppeld aan vetzuur) of neergeslagen met zink
tot kristallen wateroplosbaarheid verlaagt
Fase 2: farmacokinetische fase
= nadat geneesmiddel uiteengevallen is geheel van resorptie,
metabolisatie, distributie en eliminatie.
Absorptie
= transport actief geneesmiddel van geneesmiddel naar de bloedbaan
doorheen epithelen/membranen.
Absorptie hydrofiele geneesmiddelen:
Wateroplosbaar
Kunnen niet vlot diffunderen door lipidenlaag membranen
Paracellulair transport zeer kleine hydrofiele moleculen kunnen
migreren langs poriën tussen cellen
Transcellulair transport mogelijk door tussenkomst geschikte
carriers (belangrijke rol bij absorptie doorheen darmepitheel,
niertubili, continue capillairen)
Absorptie lipofiele geneesmiddelen:
Diffunderen vlot doorheen biologische membranen per os vlot
Geschikt voor topisch gebruik
FPE
= FIRST PASS EFFECT = fractie geneesmiddel dat bij eerste passage
door lever wordt vernietigd (verlies van werkzaamheid)
niet hele dosis dat geresorbeerd wordt komt beschikbaar in bloedbaan
voor targetweefsels
Medicijnen onderhevig aan groot FPE omzeilen door: sublinguaal, IM,
IV, SC, rectaal
Biologische beschikbaarheid = dosis gm die onveranderd de
systeemcirculatie bereikt
PO minder dan 100% afhankelijk van
o Farmaceutische beschikbaarheid
o Mate absorptie darmwand
o First pass effect
SC/IM ongeveer 100%
IV 100%
,Distributie
= verdeling farmacon over gehele lichaam vanuit plasma tot enenwicht
plasma en weefsels
Hoe sterker binding aan plasma-eiwitten, hoe trager verloop distributie
Eens medicijn in circulatie terecht komt, bindt deels aan plasma-eiwitten
bv albumine binding reversibel = hoeveelheid gebonden medicijn
steeds in evenwicht staat met de hoeveelheid niet-gebonden vrij medicijn
Uitreden medicatie uit circulatie naar weefsel gaat netto door tot er
dynamisch eveniwcht is bereikt in plasma en weefsels.
weefsels opgedeeld in:
Centrale compartiment = sterk doorbloede organen (lever, nieren, hart
en hersenen) snel in evenwicht met plasma en piekt snel
Perifere compartiment = weinig doorbloede organen (vet, botten,
prostaat, huid en spieren in rust traag in evenwicht met plasma en
piekt traag
Sterk lipofiele medicijnen neiging om vanuit bloed en ECV verder door
trekken naar vetacuovelen van vetcellen om daar opgeslagen te worden.
verliezen mogelijkheid om op cellen in te werken gevaar op
accumulatie in vetweefsel grote reserve tijdens vasten en
vetverbranding vrijkomen cave intoxicatie.
Metabolisme
Biotransformatie chemische omzetting van farmaca en toxinen door
tussenkomst enzymen.
in de lever (ook darmen, longen en nieren)
resulteert in toename wateroplosbaarheid en verlies werking
Nut biotransformatie:
Rol bij detoxificatie
Omzetten lipofiele gm en toxinen in wateroplosbare metabolieten om
ze te kunnen uitscheiden met urine of gal
Fasen:
1) Dmv enzymen reactieve polaire groep aan molecule gekoppeld
2) Reactieve groep 1 aangewend om aan molecule een groot
lichaamseigen wateroplosbaar molecule te koppelen om
uitgescheiden te worden (koppeling = conjugatie bio-inactivatie
medicijn/toxine)
Ongewenste gevolgen: vergiftigingsverschijnselen thv lever, nieren, huid,
beenmerg niet-allergische overgevoeligheidsreactie (=
ideosyncratische reactie)
Beïnvloedende factoren:
, Leverwerking
Genetische verschillen
Geslachtsverschillen
Gelijktijdig innemen verschillende gm
Uitscheiding
= verwijdering gm uit lichaam, meestal volgens eerste orde kinetiek
Wijze:
Via lever in gal via stg
Via nieren in gal via stg
Minder: longen, zweet, speeksel, moedermelk
Snelheid waarmee medicijn geëlimeneerd wordt = evenreding met
concentratie vrij gm in plasme (eerste orde kinetiek hoe hoger
concentratie, hoe sneller medicijn verwijderd wordt)
Plasmahalfwaarde tijd (T½)/plasmahalveringstijd = tijd die lever en
nieren nodig hebben om helft aanwezige gm uit lichaam te klaren, de gm-
concentratie te doen halveren.
afhankelijk van: leeftijds, geslachts, nier- en leverfunctie, gelijktijdige
inname andere gm, voedingsmiddelen, …
Evolutie bloedspiegel gm
Bloedspiegel gm afhankelijk van:
Mate en snelheid absorptie afhankelijk van toedieningsvorm en -weg
Mate en snelheid distributie
Eliminatiesnelheid
Lichaamsgewicht
Dosis
Herhalingsnelheid van dosis (bij meerdere toedieningen)
IV infusiesnelheid
Tijdsbeloop bloedspiegel gm éénmalige inname PO 5 fasen:
1) Latentiefasie gm moet nog uiteen vallen in maag-darm-tractus
2) Absorptiefasie stijgend deel biologisch beschikbare fractie gm
verschijnt in bloed
3) Tmax “top/piek”
4) Distributiefase steil dalend plasmaconcentratie valt snel terug
door uittreden gm
5) Eliminatiefase traag dalend plasmaconcentratie neemt verder
langzaam af tgv elimnatie