Les 1 HIS en patiëntenadministratie
1. Inleiding
Een medisch secretaresse speelt een belangrijke rol in het beheren en
verwerken van patiëntgegevens in het HIS (Huisartsen Informatie Systeem) of
het ZIS (Ziekenhuis Informatie Systeem).
Deze systemen bevatten alle administratieve en medische gegevens van
patiënten.
2. Mogelijkheden van het HIS
De belangrijkste functies van een HIS zijn:
1. Patiëntgegevens beheren (NAW, huisarts, verzekering, BSN).
2. Elektronisch Medisch Dossier (EMD) beheren.
3. Elektronisch Patiëntendossier (EPD) voor bredere gegevensuitwisseling.
4. Medicatiebeheer via het EVS (Elektronisch Voorschrijf Systeem).
5. Spreekuuragenda beheren.
6. Post en documenten verwerken.
7. Financiën beheren (declaraties en facturen).
3. Inloggen en Werken met het HIS
Elke medewerker heeft een persoonlijke inlogcode of pas om toegang te
krijgen tot specifieke modules in het HIS.
Opstarten: Direct toegang tot modules zoals patiëntendossiers, agenda
en postverwerking.
Afsluiten: Verplicht om patiënt privacy en dataveiligheid te waarborgen.
1
,4. Beheer van Patiëntgegevens
Bij de registratie van een nieuwe patiënt worden sociografische gegevens
ingevoerd:
1. Woon- en gezinsverbandgegevens
o Naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres.
o Betaler (persoon die de facturen ontvangt, meestal de
hoofdverzekerde).
o Huisarts en apotheek.
2. Medische Historie
o Doorgemaakte ziekten, operaties, medicatie en allergieën.
o Ruiters: codes die bepaalde groepen patiënten aanduiden.
3. Stamkaart
o Extra gegevens zoals beroep, burgerlijke staat en vorige huisarts.
o Specifieke ruitercodes worden hier vastgelegd.
5. Het Journaal en SOEP-Registratie
Het journaal is een chronologische weergave van alle medische handelingen en
contacten van een patiënt.
SOEP-Registratie
SOEP staat voor:
S (Subjectief): Klachten van de patiënt.
O (Objectief): Onderzoeksresultaten.
E (Evaluatie): Diagnose.
P (Plan): Behandeling en vervolgafspraken.
Het HIS voegt automatisch regels toe bij bijvoorbeeld een medicijnvoorschrift of
verwijzing.
2
,6. Episodegewijze Registratie en Probleemlijsten
Episodegewijze Registratie (EGR)
Elke medische gebeurtenis wordt als een episode vastgelegd.
Alle bijbehorende behandelingen, onderzoeken en medicatie worden aan
deze episode gekoppeld.
Probleemgerichte Registratie (POR)
Chronische aandoeningen worden in een aparte probleemlijst
opgenomen.
Recidiverende klachten worden gekoppeld aan bestaande episoden.
Het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) adviseert systematische
vastlegging in episoden.
7. ICPC-Codering
De ICPC (International Classification of Primary Care) is een internationale
standaard voor het coderen van klachten en diagnoses.
ICPC-Hoofdgroepen:
Letter Betekenis
A Algemeen, niet gespecificeerd
B Bloed en bloedvormende organen
D Spijsverteringsstelsel (tractus digestivus)
F Oog
H Oor
K Hart- en vaatstelsel (tractus circulatorius)
L Bewegingsapparaat
N Zenuwstelsel
P Psychische problemen
3
, Letter Betekenis
R Ademhalingsstelsel (tractus respiratorius)
S Huid en onderhuids weefsel
T Endocrien, stofwisseling en voeding
U Urinewegen
W Zwangerschap, bevalling, anticonceptie
X Vrouwelijke geslachtsorganen en borsten
Y Mannelijke geslachtsorganen en borsten
Z Sociale problemen
ICPC-Cijfercodes
01-29 = Symptomen en klachten
30-49 = Diagnostische/preventieve verrichtingen
50-59 = Medicatie/therapeutische verrichtingen
60-61 = Uitslagen van onderzoek
62 = Administratieve verrichtingen
63-69 = Verwijzing/andere verrichtingen
70-99 = Omschreven ziekten
Veelvoorkomende ICPC-Codes:
Code Aandoening
R74 Acute bronchitis
K86 Hypertensie (hoge bloeddruk)
U71 Urineweginfectie
F71 Ooginfectie
P76 Depressie
4