ethiek
Inleiding
College 1: Wat is ethiek?
Definitie van moraaltheologie / theologische ethiek:
Systematische en kritische reflectie over goed en kwaad in
menselijk handelen.
Niet zomaar aannemen, maar nadenken over samenhang tussen
dingen.
Handelingen die vrij en bewust worden gedaan met verstand.
Goed betekent menswaardig (niet per se legaal).
Menswaardig vs. Mensonwaardig:
Beoordeeld op basis van rede (verstand) en ervaring (bv. lessen uit
WOII).
In het licht van het geloof .
Opent ogen en helpt moreel inzicht ontwikkelen.
Gebaseerd op traditie & schrift én rede & ervaring.
College 2: Waarom ethiek? Glaucon en Socrates
Socrates: "Een leven dat niet onderzoekt wordt, is het niet waard
om te leven."
1. Kritisch naar jezelf kijken en nadenken over hoe je leeft.
2. Niet blind regels en overtuigingen overnemen, omdat deze
schadelijk kunnen zijn (bv. racisme).
3. Ethiek helpt bij keuzes maken en groeien in vrijheid.
Moraal vs. Ethiek
Moraal:
1
, 1. Beschrijvend: hoe mensen handelen.
2. Systeem van regels en overtuigingen over een goed leven.
3. Helpt bij keuzes maken.
Ethiek:
1. Normatief: stelt kritische vragen over moraal.
2. Onderzoekt hoe en waarom we goed zouden moeten leven.
Plato’s Dialoog: Glaucon vs. Socrates
Glaucon (mens is egoïstisch):
Mensen willen onrecht plegen, maar vermijden het om zelf geen
onrecht te ondergaan.
Rechtvaardigheid = compromis + beperking van geluk.
Niemand is rechtvaardig uit vrije wil, maar door dwang (wetten).
Geluk = behoeftebevrediging, ethiek is een beperking.
Bijv. Trouw blijven in een relatie is een plicht om lijden te vermijden.
Bijv monotheïstische tradities: Plichtethiek, je doet goed uit angst
voor straf (hel, geen paradijs).
God? Rechtvaardigheid is door mensen bedacht, God is niet nodig.
Socrates (mens verlangt naar het goede):
Geluk = een goed mens zijn, ethiek leidt juist tot geluk.
Rechtvaardigheid en geluk zijn niet tegengesteld, maar versterken
elkaar.
Eudamonistische ethiek (geluksethiek) : goed leven leidt tot geluk.
Bijv. Trouw maakt je gelukkiger en geeft vertrouwen.
Bijv monotheïstische tradities: Gelukethiek, goed doen brengt op
zich al geluk (bijv. delen geeft vreugde).
God? Mensen streven van nature het goede na, zonder God.
Hoofdstuk 1: God & mens, goed & kwaad
2
,College 3: Kwaad & zonde: Tragisch, Adamisch, Paulisch model
Tragisch (Oedipus Paulisch Adamish (Adam & Augustinus van
door Sophocles) Eva) Hippo
Oorsprong kwaad? Onverklaarbaar, het Eén mens is Mens is geschapen Erfzonde
is er altijd al geweest. ongehoorzaam naar Gods beeld
(Adam) = allen zijn (imago dei) Verstand Niet iets op
Onvermijdelijk lot, zondaar. - Vrije wil - zichzelf, maar de
natuurlijk fenomeen. Vertegenwoordigt afwezigheid van
ZONDE = als macht, God op aarde. het goede
toestand die (privatio boni).
handelt doorheen God verbiedt kennis Bijv.
mensen. Vrijwillig, van goed en kwaad Onverschilligheid
maar ook een = begin van het tegenover het
innerlijke drang kwade lijden van anderen.
(akrasia, wilszwakte). + weerstaanbaar Een voorbijganger
ZONDE = ziet een dakloze
Oorspronkelijk goede Individuele, bewust, die in de kou ligt,
natuur maar als vrij gekozen, daad maar loopt gewoon
mens lijkt het kwade van door.
een deel van mijn ongehoorzaamheid
natuur. ‘Gevallen t.o.v. de wet van God Ontstaat wanneer
natuur’. Vernauwing van de de mens zich
definitie afwendt van God.
ZONDE =
De daad introduceert verlangen zonder
een toestand waarin gerichtheid op
het kwaad een God.
ingebakken realiteit
3
, wordt in de
samenleving en
doorwerkt in
generaties. (zoals
racisme of armoede)
Bijv. Iemand
verspreidt opzettelijk
een valse roddel
over een collega om
ervoor te zorgen dat
die persoon zijn baan
verliest.
De mens wil als God
zijn, maar ondermijnt
daardoor het leven.
Godsbeeld? Goden Christus is de Schepper van het Één God, de
vertegenwoordigen redder (mens kan goede, niet schepper, de bron
zowel goed als zichzelf niet redden. verantwoordelijk van het goede.
kwaad. voor het kwaad.
De Verlosser is de Oplossing
Orakels geven bron van Genade. Mens moet God de
onvoorspelbare en Met de kracht van hoogste plaats
soms onlogische God kan de mens het geven (bv. vasten
boodschappen. goede doen. als onthechting).
Ware geluk ligt in
vereniging met
God.
4