DNA is een polymeer en bestaan uit
nucleotiden
bij RNA om 2’ een OH i.p.v. H
basenparing van DNA d.m.v.
waterstofbruggen A-T met 2
bindingen en C-G met 3 bindingen
van der waals krachten: zwakke binding zelfs zonder chemische binding
fosfodiester binding: binding tussen fosfaatgroep(5’) van één nucleotide en de
suikergroep(3’)
covalente binding: 2 atomen delen elektronen met elkaar
semi-conservatieve replicatie: omdat ene is oude streng ander is nieuwe streng
DNA replicatie begint bij ORI
Helicase haalt 2 DNA strengen uit elkaar
Single stranding binding proteins: bind aan DNA en voorkomt dat de strengen
weer bij elkaar komen
Primase: maakt RNA primer van ongeveer 10-15 nucleotides daar kan DNA
polymerase aan bouwen (van 3 naar 5)
DNA-polymerase: vervangt de RNA primer voor DNA
Ligase: okazaki fragmenten worden verbonden aan elkaar
,Leading strand: kan in 1 keer van 3 naar 5 aflezen
Lagging strand: replicatievork is nog niet ver genoeg waardoor hij in kleine
stukjes van 3 naar 5 moet aflezen (dit zijn okazaki framenten)
Taxol laat celdelingen stoppen
Eukaryoot:
- Lineaire chromosomen
- Gewikkeld om histonen (eiwitten)
- Chromatine (DNA en eiwitten)
- Vaak diploïd (2n)
- p/q-arm
- 22 paar autosomale chromosomen
en 1 paar geslachtschromosomen
Prokaryoten
- Circulair DNA
- Haploïd
- Plasmiden( niet essentieel maar wel bijvoorbeeld resistentie)
Centrale dogma: transcriptie – translatie
, Prokaryoot transcriptie:
- Transcriptie en translatie zijn gekoppeld (geen kern)
- Geen algemene transcriptiefactoren
- Start: pribnow box (TATAAT)
- Operon structuur: promoter met hier achter meerdere genen die in één
keer worden afgeschreven tot 1 lang mRNA (bijvoorbeeld lac-operon
polycistronisch)
Eukaryoten transcriptie:
- Geen operon structuur
- Transcriptie en translatie zijn gescheiden
- Algemene transcriptiefactoren
- Start bij TATA box (TATAAA) en CAAT box (GGCCAATCT)
- Stopt bij polyadenylatie sequentie
- RNA processing RNA splicing halen intronen eruit (anders fout eiwit) dit
doet het spliceosoom (snurps)
Capping 5’ uiteinde van mRNA wordt gemodificeerde G nucleotide
toegevoegd
Polyadenylatie aan 3’ uiteinde reeks A toegevoegd voor poly-A
staart 100-300 stuks
(cap en A-staart voor: export, bescherming, translatie)
nucleotiden
bij RNA om 2’ een OH i.p.v. H
basenparing van DNA d.m.v.
waterstofbruggen A-T met 2
bindingen en C-G met 3 bindingen
van der waals krachten: zwakke binding zelfs zonder chemische binding
fosfodiester binding: binding tussen fosfaatgroep(5’) van één nucleotide en de
suikergroep(3’)
covalente binding: 2 atomen delen elektronen met elkaar
semi-conservatieve replicatie: omdat ene is oude streng ander is nieuwe streng
DNA replicatie begint bij ORI
Helicase haalt 2 DNA strengen uit elkaar
Single stranding binding proteins: bind aan DNA en voorkomt dat de strengen
weer bij elkaar komen
Primase: maakt RNA primer van ongeveer 10-15 nucleotides daar kan DNA
polymerase aan bouwen (van 3 naar 5)
DNA-polymerase: vervangt de RNA primer voor DNA
Ligase: okazaki fragmenten worden verbonden aan elkaar
,Leading strand: kan in 1 keer van 3 naar 5 aflezen
Lagging strand: replicatievork is nog niet ver genoeg waardoor hij in kleine
stukjes van 3 naar 5 moet aflezen (dit zijn okazaki framenten)
Taxol laat celdelingen stoppen
Eukaryoot:
- Lineaire chromosomen
- Gewikkeld om histonen (eiwitten)
- Chromatine (DNA en eiwitten)
- Vaak diploïd (2n)
- p/q-arm
- 22 paar autosomale chromosomen
en 1 paar geslachtschromosomen
Prokaryoten
- Circulair DNA
- Haploïd
- Plasmiden( niet essentieel maar wel bijvoorbeeld resistentie)
Centrale dogma: transcriptie – translatie
, Prokaryoot transcriptie:
- Transcriptie en translatie zijn gekoppeld (geen kern)
- Geen algemene transcriptiefactoren
- Start: pribnow box (TATAAT)
- Operon structuur: promoter met hier achter meerdere genen die in één
keer worden afgeschreven tot 1 lang mRNA (bijvoorbeeld lac-operon
polycistronisch)
Eukaryoten transcriptie:
- Geen operon structuur
- Transcriptie en translatie zijn gescheiden
- Algemene transcriptiefactoren
- Start bij TATA box (TATAAA) en CAAT box (GGCCAATCT)
- Stopt bij polyadenylatie sequentie
- RNA processing RNA splicing halen intronen eruit (anders fout eiwit) dit
doet het spliceosoom (snurps)
Capping 5’ uiteinde van mRNA wordt gemodificeerde G nucleotide
toegevoegd
Polyadenylatie aan 3’ uiteinde reeks A toegevoegd voor poly-A
staart 100-300 stuks
(cap en A-staart voor: export, bescherming, translatie)