Mens zijn
Filosofische antropologie
8.1 Inleiding
8.1.1 De vragen van de filosofische antropologie
- Wat is de mens? Wat maakt ons tot mens? Wat betekent het om mens te zijn?
- Ooit op een muur in een Griekse stad geschreven: ‘Gnothi seauton’ → ‘Ken jezelf
en overdrijf niks’ (Socrates). Het is een oproep om je bewust te zijn van je
grenzen. Weet dat je sterfelijk bent → gedenk te sterven.
- De mens is uniek, omdat geen ander dier in staat is over zichzelf na te denken.
Mensbeelden of mensvisies
- Plato en Dante menen dat een kenmerk van mens-zijn het reiken naar het
hoogste en het beste is.
- Sommige mensbeelden zijn tijd- en cultuurgebonden, andere zijn universeel.
- Een andere kijk op het mens-zijn kan meningsverschillen veroorzaken.
- Waarop berust de gedachte dat mensen gelijkwaardig zijn? Hoe kunnen we dit
principe verdedigen tegenover culturen die bv vrouwen of homoseksuelen als
minderwaardig behandelen? Is het idee dat mensen gelijkwaardig zijn dan nog
wel universeel?
Over beelden gesproken …
- De term ‘mensbeeld’ suggereert een constant beeld van de mens, ongeacht tijd,
plaats en cultuur. Het verwijst naar ‘wezen’ en ‘essentie’; een constant geheel
van kenmerkende eigenschappen die we in een definitie kunnen vastleggen.
Maar is mens-zijn wel te vangen in een vaststaand beeld?
- De identiteit van een persoon volgt niet uit een serie eigenschappen, maar blijkt
uit de manier waarop hij zich gedraagt en handelt; zijn activiteiten.
- Om deze menselijke activiteiten te kunnen ontplooien zijn fysieke voorwaarden
(anatomie, primaire levensbehoeften) van belang en voorwaarden van de sociale
omgeving (opvoeding, scholing). Er wordt daarom eerder gesproken van een
mensvisie dan van een mensbeeld.
- Wat zijn de noodzakelijke voorwaarden van mens-zijn (condition humaine)?
- Sommige mensvisies zijn tijd- of cultuurgebonden (existentialistisch), van
andere vinden we dat ze universeel zijn (essentialistisch).
- Essentialisme: de opvatting dat er aan alle mensen iets wezenlijks kenmerkends
vastzit op basis waarvan we ze mensen noemen. Bijvoorbeeld Aristoteles: de
mens is een met rede begiftigd sociaal dier.
, - Existentialisme: eerst bestaat de mens, en afhankelijk van de tijd, en de cultuur
waarin die leeft, en de keuzes die die maakt, wordt die een bepaald mens 'type'.
Filosofische antropologie
- De filosofische antropologie gaat over de condition humaine. Voorbeeld:
Mensen kunnen lachen. Wat is er nodig om te kunnen lachen? Hoe is het
mogelijk? Bij elk aspect van mens-zijn valt deze vraag opnieuw te stellen. Het
doel hiervan is verheldering van het mens-zijn.
- De filosofische antropologie onderzoekt verschillende mensvisies om op die
manier een samenhangende visie te ontwikkelen van de menselijke
werkelijkheid.
- Dus, de filosofische antropologie onderzoekt:
1. De voorwaarden waaronder mens-zijn mogelijk is (condition humaine)
2. Wat het eigenlijk inhoudt ‘een mens te zijn’?
,8.1.2.1 De aard van het ‘beestje’
Dier of geen dier?
- Dieren hebben net als mensen gevoelens, kunnen ‘denken’, met elkaar
communiceren (‘taal’). Verwantschap is niet te ontkennen → difference of degree
VS difference of kind.
- Ons gedrag, normen, gevoelens, opvattingen, zijn echter wel anders.
- Ook is de mens een met rede begaafd dier, een animal rationale.
Logos, ratio, rede
- Er zijn verschillende betekenissen verbonden aan de rede:
1. Praktisch en theoretisch denkvermogen
Praktisch is het vermogen om bewust over een handeling na te denken.
Theoretisch is het vermogen om verklaringen te zoeken voor verschijnselen
en te beredeneren. In beide gevallen impliceert de rede een vermogen om
logisch te redeneren.
2. Reflexiviteit
Het beschikken over een zelfbewustzijn en daarmee reflecteren op jezelf. Het
vermogen om ons eigen leven als in een spiegel voor ons te laten verschijnen.
3. Openheid
Je aandacht is volledig geabsorbeerd door de dingen die je bezighouden,
terwijl het vermogen tot reflexiviteit je terughaalt uit geabsorbeerdheid. Dit
verruimt je aandacht; je komt in een ruimte van openheid.
4. Subject-object relatie
De mens (subject) kan zich opstellen tegenover zijn omgeving en zichzelf. Dit
kunnen dieren niet, omdat zij geen zelfbewustzijn hebben.
5. Transcendentie
Boven jezelf uitstijgen en jezelf verheffen boven de directe dwang van de
instincten, driften, neigingen, en impulsen.
6. Taligheid/ vermogen tot symboolgebruik
Logos betekent rede/ woord. Communicatie, via geluiden of symbolen, is
direct verbonden met de rede.
- Als we ervan uit gaan dat de ratio de onderscheiding is tussen mens en dier,
roept dit vragen op. Is er een kwalitatief verschil tussen de mens en andere
diersoorten?
, 8.1.2.2 De mens als een uit het dierenrijk ontsnapt dier
Helmuth Plessner
- Eén van de grondleggers van de antropologie.
- Beweegt zich op het snijvlak van biologie en filosofie.
Excentrische positionaliteit
- Excentriciteit: de bijzondere manier waarop mensen een plaats innemen in
relatie tot hun omgeving. Ze zijn net als dieren het centrum, maar kunnen omdat
ze beschikken over een zelfbewustzijn, ook afstand nemen van het centrum.
- Kenmerkend voor het mens-zijn, is de excentrische positionaliteit. Mens en dier
nemen beide een bepaalde ruimte in (positionaliteit), maar de mens op een
excentrische manier. Dit komt door het zelfbewustzijn: de mens is zichtbaar voor
zichzelf en weet dat hij in de ruimte aanwezig is. De mens is het centrum van zijn
bestaan, maar ervaart dit ook en stijgt er bovenuit.
- Centrische positionaliteit is dus voor dieren, ze bevinden zich in hun omgeving
en ervaren de wereld vanuit hun eigen perspectief, maar kunnen zichzelf niet
vanuit een ander perspectief bekijken. Mensen hebben een excentrische
positionaliteit; het vermogen om afstand te nemen van zichzelf.
- Het vermogen tot rationaliteit ligt in het vermogen tot zelfreflectie; de mens leeft
niet enkel, maar leidt een leven. Hij moet zich maken tot wat hij is.
- Dieren hebben een bewustzijn, maar niet hetzelfde als mensen. Een mens is een
dier dat opgaat in zijn verhouding tot zijn omgeving (positionaliteit), maar hij
heeft tegelijkertijd ook een besef van deze verhouding (excentrische).